Parijs, een stad die bekendstaat om zijn architectonische
aanbod, ontwikkelt zijn landschap voortdurend met projecten die zijn skyline en
culturele verhaal steeds opnieuw definiëren. Onlangs zijn Moreau Kusunoki en
Frida Escobedo aangekondigd als de
hoofdarchitecten voor de renovatie van het beroemde Centre Pompidou. De Tour
Montparnasse (210 m) sluit zijn deuren voor bezoekers op 31 maart 2026. Onder
leiding van Nouvelle AOM (Franklin Azzi, ChartierDalix, Hardel Le Bihan), wordt
de toren getransformeerd in een glazen gebouw met hotels, winkels en
voorzieningen, en bovenop een serre voor fruit en groente. Maar meer recent de
renovatie en verbouwing van het Louvre des Antiquaires.
Op 25 oktober 2025 gingen de rolluiken voor de ramen van
het voormalige Louvre des Antiquaires omhoog. Veel voorbijgangers bleven staan
om een eerste glimp op te vangen van de gloednieuwe Fondation Cartier,
ontworpen door Jean Nouvel, en de tentoongestelde werken. Een soort van camera
obscura om de wereld te observeren door middel van kunstwerken. In december
2013 gaf de Fondation Cartier de architect de opdracht om de locatie opnieuw te
ontwerpen en een nieuwe ruimte voor hedendaagse kunst te creëren. Trouw aan
zijn architectonische filosofie legt Jean Nouvel de nadruk op transparantie en
verbinding met de stad. Grote erkers openen de Fondation Cartier naar de straat
en creëren zo een visuele link tussen de openbare ruimte en de kunstwereld. De
voormalige binnenplaatsen, nu overdekt met glazen daken, laten natuurlijk licht
binnen, dat dankzij een systeem van intrekbare luiken wordt gemoduleerd afhankelijk
van de tentoonstellingen. “Niets is permanent – niet de vloer, niet de muren,
niet het plafond, alles is modulair”, aldus de studio van Jean Nouvel. Deze
nieuwe locatie, aan de place du Palais Royal, zet de missie van de Fondation
Cartier voort door een flexibele en open ruimte te bieden, ontworpen om
hedendaagse kunst te huisvesten en tegelijkertijd het architectonische en
stedelijke erfgoed van het gebouw te behouden.
De nieuwe locatie aan de place du Palais Royal tegenover het Grand Louvre
Bestaande ruimte opnieuw uitvinden
De nieuwe locatie beslaat 8.500 vierkante meter aan openbare ruimtes, waaronder 6.500 vierkante meter aan tentoonstellingsruimte, verdeeld over de kelder, begane grond en eerste verdieping, met vijf mobiele platforms elk variërend van 200 tot 340 vierkante meter en die elk een gewicht van één ton kunnen dragen. Een technisch hoogstandje aangedreven door geavanceerde katrollen en lieren die zo op elf verschillende hoogtes kunnen worden geplaatst. Een hybride van geavanceerde technologie die gebruikt wordt voor militaire vliegdekschepen en theaters. Deze functie stelt de Fondation Cartier in staat om het oppervlak en de navigatie van het gebouw aan te passen aan de kunstenaars, afhankelijk van hun behoeften en wat ze van plan zijn te exposeren. Zo ontstaan gelaagde verticale ruimtes die tot 11 meter hoog kunnen zijn, waardoor de breedte en het gevoel van de ruimte worden vergroot.
Het museum is uitgerust met mobiele platforms elk variërend van 200 tot 340 vierkante meter en die elk een gewicht van één ton kunnen dragen
Een hybride van geavanceerde technologie die gebruikt wordt voor militaire vliegdekschepen en theaters
De
nieuwe locatie beschikt ook over 1.200 vierkante meter aan looppaden met
uitzicht op de volumes die door de bewegende platforms worden gecreëerd. Het
interieurontwerp van Jean Nouvel, die eerder het ‘Centre Monde Arabe’, het
Musée Quai Branly, de Philharmonie, de Fondation Cartier aan de boulevard
Raspail en de 240 meter hoge Tour Hekla in LaDéfense ontwierp, transformeert
het historische gebouw op een manier die de ruimte in de loop van de tijd laat
evolueren. Zijn ontwerp voorziet het gebouw van een flexibele structuur die kan
worden aangepast en gewijzigd, waardoor de stichting kunstenaars kan
ondersteunen en artistieke experimenten kan bevorderen.
Met deze transformatie benadrukt Jean Nouvel de architectonische en stedelijke elementen van de 19e eeuw, (het pand is ontworpen door Haussmann in 1855) terwijl hij tegelijkertijd hoge ramen toevoegt die de hele gevel beslaan. Hij liet het harmonieuze ritme van de 150 meter lange gevel onaangetast: hij opende simpelweg de ruimte tussen de zuilenrijen voor meer transparantie, waardoor het oog als het ware door het gebouw kon dwalen van de rue de Rivoli naar de rue du Faubourg Saint-Honoré. De transparantie geeft een nieuwe interpretatie aan de etalages van weleer en biedt voorbijgangers een complete visuele ervaring. Er is geen spoor meer te bekennen van het doolhof aan verdiepingen en winkels dat tot 1978 de warenhuizen van het Louvre en later de 240 antiekhandelaren van het Louvre des Antiquaires huisvestte. Naast tentoonstellingsruimtes zal het complex een restaurant, een boekwinkel en een hangende tuin omvatten, wat een samensmelting symboliseert tussen traditionele Parijse architectuur en een uitgesproken toekomstvisie.
Jean Nouvel opende simpelweg de ruimte tussen de zuilenrijen voor meer transparantie, waardoor het oog als het ware door het gebouw kon dwalen van de rue de Rivoli naar de rue du Faubourg Saint-Honoré
‘Exposition Générale’
Alain Dominique Perrin
De stad Parijs heeft veel te danken aan deze man. Perrin (1942) begon zijn riante loopbaan als
vertegenwoordiger (1969) voor het bedrijf Briquet Cartier, jawel het befaamde
juweliershuis, om zeven jaar later benoemd te worden tot CEO. Hij bedacht het
concept "Must de Cartier" wat hem uiteindelijk de topfunctie van President en CEO van Cartier International en
Cartier SA oplevert.
Zijn voorliefde voor de kunst, ontstaan uit een vriendschap
met de Franse kunstenaar César Baldaccini, doet hem besluiten om in 1984 een
stichting op te richten voor promotie van de hedendaagse kunst: de Fondation
Cartier pour l'Art Contemporain. In de tuinen en in het kasteel van het Château
de Montcel, in Jouy-en-Josas, even buiten Parijs krijgen kunstenaars een
alternatieve tentoonstellingsruimte, waar zij zich vrij kunnen ontwikkelen en
werken aan projecten in opdracht van Cartier. Hiermee bestendigt hij de naam
van Cartier in de culturele wereld.
In 1994, na tien jaar ondergebracht te zijn in
Jouy-en-Josas in de buurt van Versailles, verhuisde de Fondation Cartier naar
een gebouw van glas en staal in het centrum van Parijs, dat speciaal voor
Cartier is ontworpen door de Franse architect Jean Nouvel. Aan de Boulevard
Raspail, op de plek waar Chateaubriand, Frans schrijver en politicus, in 1823
een Libanese ceder plantte. De grote façade van glas aan de buitenzijde
verlengt het perspectief van de boulevard Raspail en vormt een bijzondere
harmonie tussen kunst en planten, zowel binnen als buiten. 1200 m²
tentoonstellingsruimte verdeeld over zes niveaus, hier werden jaarlijks vijf tentoonstellingen
georganiseerd rond alle vormen van hedendaagse kunst waaronder; design,
fotografie, schilder- en beeldhouwkunst. De laatste tentoonstelling aldaar was
die van textielkunstenaar Olga de Ameral. Het schitterende gebouw aan de
boulevard, waar de Fondation Cartier slechts huurder was, ligt nu in handen van
de eigenaar, het bedrijf Groupama. Zal het een tentoonstellingsruimte blijven?
Het blijft vooralsnog een mysterie.
De ambitie van Perrin gaat verder. In 1980 koopt hij het
kasteel Lagrézette, in de buurt van Cahors. Een gebouw uit de vijftiende eeuw
en historisch monument. De restauratie van het gebouw, de tuinen en
wijngaarden, duurt tien jaar. De wijnen van Château Lagrézette worden nu
gerangschikt onder de top 100 wijnen van de wereld.
Werken uit de 40 jarige kunstcollectie nu te zien in de Exposition Générale
In 1995 koopt Alain zijn oude school, het EDC, ‘Ecole des Dirigeants et Créateurs d’Entreprise’. De particuliere school, gevestigd in Parijs La Défense, krijgt als doel het voortbrengen van leiders en ondernemers. Met meer dan 12.000 afgestudeerden wordt het EDC beschouwd als een van de beste business schools ter wereld.
In 1999 wordt hij het hoofd van de Richemont Group. Na LVHM
de tweede groep voor luxe artikelen in de wereld, vooral gespecialiseerd in
sieraden, horloges en accessoires van 18 internationale topmerken waaronder:
Cartier, Van Cleef & Arpels, Baume & Mercier, Jaeger LeCoultre, Lange
& Söhne, IWC, Piaget, Montblanc, Lancel, Dunhill en nog vele anderen.
Perrin heeft het altijd natuurlijk gevonden dat een huis
als Cartier, dat leeft van zijn sieraden en horloges. een deel van zijn
inkomsten aan kunstenaars schenkt.
Nu verhuisd naar de place du Palais Royal in het eerste
arrondissement hoopt de Fondation Cartier te profiteren van de toestroom van
bezoekers naar 's werelds meest bezochte museum, het Grand Louvre, (negen
miljoen in 2024) om zo het bezoekersaantal te verhogen, te voldoen aan de
verwachtingen van de trouwe bezoekers, maar ook een nieuw publiek aan te
trekken. Het nieuwe gebouw, gelegen op
een steenworp afstand van les Colonnes de Buren, het Ministerie van Cultuur, in
het hart van een legendarische culturele as bestaande uit het Grand Louvre, de
Comédie-Française, het Musée des Arts Décoratifs, de Bourse de Commerce, waar
de privécollectie van zakenman François Pinault is ondergebracht, het Musée Jeu
de Paume, het Musée Orangerie en het Hôtel de la Marine, doet recht aan de
omvang van de collectie en haar geschiedenis.
Ron Mueck
Dit project, waarvan de kosten worden geschat op zo’n 230
miljoen Euro, is een van de meest gedurfde architectonische initiatieven van de
afgelopen jaren.
Het nieuwe Fondation Cartier pour l’art contemporain is een laboratorium voor architectuur en techniek, waar erfgoed en innovatie samenkomen ten dienste van hedendaagse kunst.
Note: alle afbeeldingen zonder uitleg zijn werken uit de huidige Exposition Génerale die nog te zien is tot en met 28 augustus 2026



















Geen opmerkingen:
Een reactie posten