De Opéra Garnier viert zijn 150e verjaardag met een legendarische tentoonstelling. Een reis door 150 jaar geschiedenis vol met geheimen, pracht en praal en spookverhalen. Te zien is een rijke verzameling van een honderdtal stukken, waaronder schilderijen, tableaus, dessins, affiches, foto's, boeken, manuscripten, een selectie van kostuums van diverse beroemde balletten en bijzondere voorwerpen, waaronder tijdcapsules die in 1907 en 1912 werden begraven in de kelders van het operahuis, bedoeld voor de ‘Fransen’ van de 21e eeuw en het contragewicht van een kroonluchter die in 1896 neerstortte. Gaston Leroux en zijn ‘Spook van de opera’, gepubliceerd in 1910, waarvan het originele manuscript te zien is bevestigen deze duistere legende.
De expositie achterhaalt de geschiedenis van het theater, zijn rijke patrimonium en artistieke creaties, historische gebeurtenissen en uiteenlopende feiten, fantasieën en legendes. Deze tentoonstelling is ook een gelegenheid om de 60e verjaardag van het door Marc Chagall geschilderde plafond te vieren. Kortom een lust voor het oog.
De bibliotheek van het Palais Garnier vormt de ingang naar de tentoonstelling
Prachtige museumstukken vormen de kern van de tentoonstelling. (l) Tamara Karsavina in l'Oiseau de feu - Jacques-Émile Blanche 1910 (r) Ida Rubinstein in Shéhérazade - Jacques-Émile Blanche 1911
Let op; vooraf reserveren is een must. Het theater trekt
meer dan een miljoenbezoekers per jaar. De tentoonstelling 150 jaar Palais
Garnier is inbegrepen bij de toegangsprijs.
Een reis door de geschiedenis
Buste van Napoleon III te zien in de tentoonstelling
Geen enkel bouwwerk vertelt ons zoveel over de behoefte aan
uiterlijk vertoon tijdens de Belle Époque (Frans voor 'mooi tijdperk') dan
het Parijse operahuis. De poging tot moord op Napoleon III en Eugénie op 14
januari 1858 door Orsini en zijn handlangers, toen zij op weg waren naar de
Salle Le Peletier, had een belangrijk gevolg: het betekende het einde van deze
zogenaamd tijdelijke locatie, die meer dan 35 jaar lang de Keizerlijke
Muziekacademie had gehuisvest. De Rue Le Peletier, smal en kwetsbaar voor aanvallen,
was niet langer veilig genoeg om de veiligheid van het keizerlijke paar te
garanderen. Er was daarom een nieuwe locatie nodig, een die de hoofdstad tevens
prestige zou bieden en die Napoleon III haar wilde schenken als een soort
etalage voor zijn eigen glorie.
Er werd daarom al snel een decreet van algemeen nut
uitgevaardigd en eind 1860 werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven. Het
was wellicht een min of meer hypothetische competitie tussen invloedrijke
figuren in de kunstwereld die het mogelijk maakte dat een buitenstaander de
opdracht kreeg om het nieuwe operahuis te ontwerpen. De concurrentie onderling
was hevig, vooral de rivaliteit tussen Viollet-le-Duc – die zijn restauratie
van de Notre-Dame, begonnen in 1845, bijna had voltooid – en Rohault de Fleury,
de architect die normaal gesproken voor operahuizen werd aangesteld. Bovendien
moest het gebouw passen in de zeer beperkte ruimte die prefect Haussmann ervoor
wilde uittrekken te midden van zijn stedelijke bouwprojecten.
De voorstellen moesten anoniem worden ingediend. De jury
stond onder leiding van prins Walewski – de onwettige zoon van Napoleon I en
Marie Walewska – en moest kiezen uit maar liefst 171 kandidaten. De winnaar
werd unaniem en zonder enige twijfel gekozen. Het was het inmiddels beroemde
Italiaanse motto: ‘Bramo assai. Spero poco’, (Ik streef naar veel, ik verwacht
weinig), afkomstig van nummer 38. Tot veler verrassing was de auteur van het
project slechts 35 jaar oud en, hoewel hij in 1848 de Grand Prix de Rome voor
architectuur had gewonnen, stond hij nauwelijks bekend om een project van een
dergelijke omvang. En toch, wat hij voorstelde, bijgestaan door andere
architecten en een groot aantal supporters, ondanks de imposante aard ervan –
of misschien juist daardoor – wist hij juryleden te boeien. Het project werd
toevertrouwd aan Charles Garnier, die een eclectisch en luxueus gebouw
ontwierp.
Het Palais Garnier, een ware tempel van artistieke creatie
Het ontwerp was duidelijk bedoeld om al vanaf een afstand
grote indruk te maken. Op 5 januari 1875 ontdekte heel Parijs met ontzag het
Palais Garnier, een kathedraalachtig theater van marmer en goud. Charles
Garnier, de geniale architect had geen enkel detail over het hoofd gezien,
zelfs tot het obsessieve af, en op gedurfde wijze klassieke-, barokke- en
renaissance-invloeden met elkaar vermengd. Napoleon III wilde zijn Versailles
en kreeg zijn Versailles. Een imposante neo-barokke paleisfaçade verwelkomt de
bezoeker. Daarachter het inmiddels beroemde trappenhuis met een overdadige
decoratie in verschillende kleuren marmer en goud. De massieve onyx
balustrades, de grote kandelabers en de monumentale figuren bij de trappen –
het diende allemaal als decor van het zelfbewustzijn van de Parijzenaars
tijdens de Belle Époque. Het trappenhuis, samen met de vestibule en de beide
foyers, nemen zelfs meer ruimte in dan het toneel en de zaal.
(l) L'Harmonie van
Charles Gumery (m) Apollon van Aimé
Millet (r) La Poésie van Charles Gumery
De theaterzaal, onder een met koper afgewerkte
rijkversierde koepel, een plafondschilderij van Jules-Eugène Lenepveu en
verlicht
door een enorme kristallen kroonluchter, biedt plaats aan meer dan 2.000 toeschouwers
en is uitgevoerd in feestelijk rood en goud. Vier rijk geornamenteerde
balkonniveaus zorgen voor de hoogte en bieden optimaal zicht op het toneel en –
heel belangrijk – op de andere operabezoekers.
Voor 1964 was er een plafondschildering van Jules-Eugène Lenepveu in detail te zien op de tentoonstelling
Wist je dat? De uitdrukking "Il y a du monde au balcon" ("Er zijn veel mensen op het balkon") is ontstaan in de Opéra Garnier? Deze beroemde Franse uitdrukking, die subtiel verwijst naar een royale boezem, vindt zijn oorsprong in het 19ᵉ-eeuwse Parijs, en meer specifiek in de verfijnde sfeer van de Opéra Garnier. Een terugblik op een geschiedenis waarin verleiding en fatsoen zich vermengden in de salons van de high society. In die tijd waren gearrangeerde huwelijken gebruikelijk, vooral onder de Parijse bourgeoisie. Vaders, die graag een goede partner voor hun dochters wilden vinden, namen hen mee naar de Opéra Garnier, een prestigieuze ontmoetingsplaats. Gekleed in hun mooiste jurken met daar onder figuur corrigerende korsetten, namen de jonge vrouwen plaats op de balkons om gezien en bewonderd te worden.
Je komt ogen te kort zoveel prachtige details in de theaterzaal
Het doel was tweeledig: genieten van het spektakel en tegelijkertijd de jonge aspiranten in staat stellen potentiële echtgenotes te spotten. De kleine balkons van de Opéra Garnier, met hun vrije uitzicht op de grote zaal vormden het perfecte decor. Het was tegen deze achtergrond dat de ondeugende toeschouwers, die deze jonge dames onwillig hun ‘pluspunten’ zagen tonen met hun voordelige decolletés, op humoristische wijze uitriepen: "Er zijn mensen op het balkon! De uitdrukking, doordrenkt met ironie en lichtzinnigheid, verwijst naar het voordelige uiterlijk dat korsetten jonge vrouwen gaven.
De Grand Foyer
De Grand Foyer een weelderige salon voor de Parijse elite
om tijdens pauzes te socializen, gezien en gezien te worden, en zich te
verpozen in een ruimte die kon concurreren met de pracht en praal van
Versailles. Ontworpen als een ‘theater van de maatschappij’, een indrukwekkende
ruimte vol goud, spiegels, kroonluchters en plafond- en muurschilderingen van Paul Baudry,
waar aristocraten en operaliefhebbers rondzwierven en zelfs banketten werden
gehouden. Architect Charles Garnier wilde een ruimte die zelfs Versailles overtrof,
om de status van het Tweede Keizerrijk te weerspiegelen, met een plafond dat
muziekgeschiedenis uitbeeldde. De Foyer was zelf een kunstwerk, bedoeld om te
imponeren met zijn rijkdom aan decoratie, waardoor het gebouw niet alleen een
locatie voor kunst was, maar kunst op zich. Een replica van de buste van
Charles Garnier, gemaakt door de beeldhouwer Jean-Baptiste Carpeaux, staat in
het midden van de foyer, vlakbij een van de ramen die uitzicht bieden op de avenue
de l'Opéra tot aan het Louvre.
Tijdens de bouw was er veel kritiek, waarbij de stijl of
het gebrek daaraan, de keuzes, wat er ontbrak en wat overbodig was, de pracht
en praal en de zwaarte werden bespot. Je kent vast wel de anekdote waarin
keizerin Eugénie – die naar verluidt de voorkeur gaf aan het project van
Viollet-le-Duc – bij de eerste inauguratie in 1867 de wrange opmerking maakte:
"Wat is dit voor stijl?" "Dat is geen stijl!... Het is noch
Grieks, noch Lodewijk XV, zelfs niet Lodewijk XVI!", waarop Charles
Garnier naar verluidt antwoordde: " Nee, die stijlen hebben hun tijd
gehad... Het is Napoleon III! En u klaagt?”
De Loggia de entree van het Palais Garnier vanf de place de l'Opéra
Grand Escalier
Details van de plafonds in de gangen richting Le Grand Foyer
Wist je dat de Opéra Garnier een verborgen kunstmatig meer
herbergt?
Het is een mysterieus meer dat Gaston Leroux zou hebben geïnspireerd tot het schrijven van zijn legendarische roman ‘Het spook van de opera’. Weinigen weten het, maar onder de grote zaal ligt een kunstmatig meer. Zo'n tien meter onder het podium. Zoals zo vaak het geval is, brengen bouwwerkzaamheden onaangename verrassingen met zich mee. Toen de bouw van het Palais Garnier in 1861 begon, ontdekte Charles Garnier dat het terrein waarop de Opéra Garnier gebouwd zou worden drassig was. Het gebouw werd ook bedreigd door waterinfiltratie. Dus kwam de architect op het idee om een grote kunstmatige tank van 25 bij 50 meter te ontwerpen, omgeven door gewelven en volledig waterdicht. Het doel was eenvoudig: het water kanaliseren en de funderingen van het weelderige gebouw in stand houden. Hoe mysterieus het ook is, dit kunstmatige meer - of eigenlijk tank gevuld met water - gelegen in de ondergrondse gangen van de Opéra fascineert de meest nieuwsgierigen. Helaas is het niet toegankelijk voor publiek.
Foto’s © Google Arts
Het is dus onmogelijk om het met eigen ogen te bewonderen. Alleen de Parijse brandweer mag het gebruiken om er van tijd tot tijd trainen. Er wordt ook gezegd dat de tank wordt gebruikt als reservoir in het geval van brand. Het is echter mogelijk om het virtueel te bezoeken dankzij het Google Arts and Culture platform waar ik bovenstaande foto’s van heb geplukt.
Zoals ik al eerder vermelde is een bezoek aan de Opéra Garnier een ‘must see’. Maar ook vooraf reserveren is een must. Klik hier om je bezoek vooraf te reserveren.
































Geen opmerkingen:
Een reactie posten