In mijn reisgids Ongewoon Parijs besteed ik maar 6 van de
160 pagina’s aan het eerste en tweede arrondissement. Jullie weten; Ik ben dol
op Parijs, maar het is in het eerste en tweede arrondissement veel te druk…Het
is juist hier dat veel mensen ontmoedigd raken door het toerisme, vooral in het
weekend. Musea, galerieën en zogenaamd hippe cafés zitten bomvol en een plekje
vinden om te zitten wordt al snel een ware hindernisbaan. Het meest ergerlijk
zijn de wachtrijen die ontstaan door hippe Instagrammers die weer zogenaamd
iets bijzonders ontdekt hebben. Rijen toeristen voor een kop warme chocolade
bij Angelina of dippen met een enorme, nauwelijks hanteerbare, croissant op een
terras in een minuscuul klein kopje cappuccino. Alles voor de foto op Instagram
onder het motto; kijk mij nou!
Tunnel des Tuilleries
Maar voor diegene die, net als ik, het toeristische Parijs
wil ontdekken en steeds op zoek blijft gaan naar de echte ‘couleur locale’
ontdekte ik een zeldzame plek, een kunstgalerie onder je voeten. Pal in het
hart van het eerste arrondissement, waar eeuwen geschiedenis samensmelten met
het moderne stadsleven, biedt een bescheiden tunnel een uniek perspectief op de
evolutie van de stad. De ‘Tunnel des Tuileries’, over het hoofd gezien door
toeristen die zich haasten tussen de bekendere bezienswaardigheden, is een
stille getuige van de transformatie van de Franse hoofdstad. Deze ondergrondse
corridor, met zijn combinatie van functionaliteit en historische betekenis,
nodigt bezoekers uit om een minder bekend aspect van de Parijse infrastructuur
en stadsplanning te ontdekken.
Een verbinding met de Parijse geschiedenis
De ‘Tunnel des Tuileries’ is niet zomaar een tunnel. Hij werd ontworpen als onderdeel van een groots moderniseringsplan voor Parijs aan het einde van de 19e eeuw. De tunnel werd gebouwd om de verkeersstroom tussen het Louvre en de Place de la Concorde, twee van de meest iconische plekken van de stad, te vergemakkelijken. Deze 861 meter lange tunnel werd in 1967 geopend als eenrichtingsverkeer van west naar oost. Destijds maakte hij integraal deel uit van de ‘snelweg’ Georges - Pompidou. Toen de tunnel werd gebouwd, werd het beschouwd als een opmerkelijke technische prestatie. De uitdagingen van het aanleggen van een ondergrondse doorgang in het hart van Parijs, met zijn complexe geologie en eeuwenlange stedelijke ontwikkeling, waren aanzienlijk. Toch hielden de ingenieurs en arbeiders van die tijd vol en creëerden ze een constructie die de tand des tijds heeft doorstaan. De stevige wanden en het gewelfde plafond van de tunnel getuigen van de vaardigheid en het vakmanschap van de bouwers.
Maar in april 2010 presenteerde de toenmalige Parijse burgemeester Bertrand Delanoë een opzienbarend en ambitieus plan om de kades langs de Seine nieuw leven in te blazen en terug te geven aan de Parijzenaars. "Auto's zullen in hogere mate geweerd worden en wandelaars en fietsers krijgen volop ruimte. De kades moeten gebruikt gaan worden voor sport, cultuur en natuur", aldus Delanoë. "We willen de oevers hun schoonheid teruggeven aan de Parijzenaars en aan iedereen die van Parijs houdt. Ik wil dat het plaatsen worden om te leven en te ontspannen, en niet langer een autosnelweg door de stad". In 1991 werden de stenen kades door de Unesco op de lijst van beschermd werelderfgoed gezet. "Parijs is ontstaan aan de Seine. Hoe kunnen we accepteren dat die as, die dwars door de stad loopt, alleen nog dient als autoweg?" zei Delanoë, als een soort indirecte repliek aan Georges Pompidou, de initiatiefnemer van de snelweg aan de Seine.
Na de afsluiting tussen Châtelet en het eindpunt van de
snelweg Georges - Pompidou voor autoverkeer, werd deze tunnel uitsluitend
gereserveerd voor voetgangers en fietsers. De locatie van de tunnel is
doordrenkt van historische betekenis. Hij loopt onder de plek van het
voormalige Tuileries-paleis, een koninklijke residentie die werd verwoest
tijdens de Commune van Parijs in 1871. Terwijl bezoekers door de tunnel lopen,
passeren ze letterlijk lagen Parijse geschiedenis. De grond erboven draagt
herinneringen aan koninklijke intriges, revolutionaire geestdrift en de
transformatie van Parijs van een middeleeuwse stad tot een moderne metropool.
Een kunstgalerie onder je voeten
De ingang ligt verscholen aan de quai du Louvre. Ter hoogte
van de Seinekade bij de rue de l’Amiral de Coligny neem je de trap naar beneden
en ga meteen links af. Als je goed oplet zie je fietsers vanuit de Pont Neuf
verdwijnen onder de quai du Louvre. Daar is het begin van de tunnel. Sinds 2022
is de tunnel overgenomen door verschillende straatkunstenaars uit Frankrijk en
daar buiten. Al meer dan drie jaar brengen kleurrijke muurschilderingen een
vleugje poëzie naar deze plek die ruim 10 jaar verlaten was, maar nu bekend
staat om zijn verbluffende straatkunst, waar bezoekers genieten van een
wandeling van 30 tot 40 minuten door een lange tunnel. De ruimte is absoluut
veilig en toegankelijk en trekt zowel voetgangers, joggers als fietsers aan,
die de steeds veranderende kunstwerken en de levendige sfeer, gecreëerd door
zowel kunstenaars als muzikanten, waarderen.
Al meer dan drie jaar brengen kleurrijke muurschilderingen een vleugje poëzie naar deze plek die ruim 10 jaar verlaten was
De wanden van de tunnel zijn versierd met een wisselende
selectie muurschilderingen en installaties, waardoor deze utilitaire ruimte
verandert in een dynamische galerie. Deze kunstwerken, die vaak de hedendaagse
Parijse cultuur en maatschappelijke vraagstukken weerspiegelen, vormen een
schril contrast met de historische context van de tunnel. Het was
oorspronkelijk een initiatief van niemand minder dan Nicolas Laugero Lasserre directeur
van Artistik Rezo galerie en met steun van de stad Parijs. Laugero Lasserre is ook
medeoprichter van de Artflux- groep, die zes culturele en kunstzinnige locaties
aan de Seine verenigt: Fluctuart, Le Marcounet, Nanna, Les Péniches de Paris,
Quai de la Photo en Le Son de la Terre. In juli 2022 werd er heldere en
kleurrijke verlichting aan de tunnel toegevoegd, samen met 10 tijdelijke
muurschilderingen die minstens een jaar zichtbaar zouden zijn, minimaal tot de
zomer van 2023.
Maar toen gebeurde er iets: de strakke fresco's, die balanceerden tussen urban art en hedendaagse kunst, werden al snel overgenomen door lokale graffitikunstenaars! Hoe had de stad Parijs kunnen bedenken dat deze plek geen afgunst of jaloezie zou opwekken? Natuurlijk bevonden sommige van de 'vandalistische' kunstenaars zich in de collectie van de curator en het is zeer waarschijnlijk dat hij stiekem de bedoeling had om de plek wat levendiger te maken, maar sommige kunstenaars die hun tags kwamen zetten, deden dat zonder voorafgaande toestemming en vooral zonder enige toestemming! Hoe kan een straatkunstenaar nu niet zwichten voor het idee om zijn werk aan de voet van het Louvre te plaatsen! Ik kan me hun enorme voldoening voorstellen die ze daarbij moeten hebben gehad en stiekem ben ik ze daar dankbaar voor, want deze plek is magisch!
De veelheid aan werken, de diversiteit aan onderwerpen en de
snelheid waarmee ze worden vervangen, laten zien hoe de cultuur nog steeds
springlevend is in het hart van de hoofdstad!
De verlichting verandert van kleur net als verkeerslichten
en beïnvloedt de fresco’s. De lichten staan allemaal in constante interactie
met hun publiek, sommige concentreren zich alleen op de rennende joggers, weer
anderen op de voorbijgangers. Er hangt een rauwe sfeer en ondanks de veiligheid
bekruipt je toch een gevoel van onrust, zo van waar kom ik uit? Er is zeker
sprake van vergankelijkheid en er is geen garantie van wat je vandaag hebt
gezien er morgen nog zal zijn.
De Tuilerieëntunnel staat voor mij symbool voor de voortdurende evolutie van Parijs. Het vertegenwoordigt het vermogen van de stad om zich aan te passen en te groeien, terwijl ze tegelijkertijd haar historische erfgoed koestert. Terwijl stedenbouwkundigen en architecten de toekomst van Parijs blijven vormgeven, dient de tunnel als een herinnering aan de vindingrijkheid en visie die altijd de kern van de stadsontwikkeling hebben gevormd. Bovendien biedt het een unieke en verrijkende ervaring voor wie bereid is buiten de gebaande paden te treden.
Eenmaal buiten de tunnel wordt je verwelkomd door het weelderige groen van de Tuillerieën, een meesterwerk van landschapsarchitectuur uit de 16e eeuw. Deze tunnel verbindt niet alleen twee belangrijke locaties, maar belichaamt ook de essentie van de Franse hoofdstad: een stad waar geschiedenis, kunst en natuur prachtig samenkomen.
Ik raad je van harte aan om deze tunnel te bezoeken en te
genieten van de ultieme smaak van vrijheid. Mocht je toevallig alleen naar
Parijs komen om urban art te proeven en ben je net zo gek als ik en houd je van
de sfeer van dit soort vrije plekken, dan mag je Aubervilliers niet missen, aan
de kant van het Canal de l'Ourcq of aan de overkant van de Seine; op Spot 13 of
de Butte aux Cailles, Street-Art 13 in het 13e arrondissement en
last but not least de rue Dénoyez in Belleville.















Geen opmerkingen:
Een reactie posten