Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

dinsdag 3 maart 2026

EEN STATION VOOR DE KUNST VAN DE NEGENTIENDE EEUW

 

Herkennen jullie dat ook; moeite hebben met jezelf beperkingen op te leggen bij een bezoek aan een museum in Parijs? Het overkwam mij bij weer eens een bezoek aan het Musée d’Orsay. Het museum bezit ongeveer 150.000 werken in zijn collectie, die alle technieken omvatten. Schilderijen, beeldhouwkunst, kunstobjecten, foto’s en tekeningen van kunstenaars en architecten. Nationale openbare collecties die het resultaat zijn van een lange geschiedenis die begon in de 19e eeuw. Daarmee vormt zij de verbindende schakel tussen de collecties van het Louvre en het Centre Pompidou / Beaubourg. 16.000 m² tentoonstellingsoppervlak, verdeeld over drie lagen: Begane grond, tussenverdieping en bovenste verdieping. De centrale hal, een ontwerp van de Italiaanse architecte Gae Aulenti, is zo indrukwekkend dat ik besloot mij te beperken tot de centrale gang, het Seine terras en het Lille terras vol met beeldhouwkunst. De beeldhouwcollectie van het museum omvat meer dan 2.200 stukken, inclusief de werken die in depot zijn bij andere instellingen. De getoonde collectier is levendiger dan ooit en gaf mij de kans om de beeldhouwkunst van de tweede helft van de 19e eeuw beter te leren kennen en….te bewonderen.



Musée d'Orsay, de centrale hal, een ontwerp van de Italiaanse architecte Gae Aulenti
 

Ontstaan

Gare d’Orsay, speciaal gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1900. Toen het bijna voltooid was merkte de kunstschilder Jean-Baptiste Édouard Detaille spottend op; “zo’n grandioos spoorwegstation dat eruitziet als een Paleis voor Schone Kunsten, terwijl het Paleis voor Schone Kunsten op een station lijkt! Mijn advies aan de architect Victor Laloux is ze om te wisselen nu het nog kan”. Ruim 80 jaar later zou deze ironisch bedoelde suggestie werkelijkheid worden.

 

Transformatie

In de jaren zeventig gaf het idee om het treinstation van Orsay om te vormen tot een museum een nieuwe impuls aan de beeldhouwkunst uit de tweede helft van de 19e eeuw . Het nieuwe gebouw bood een ideale ruimte voor deze kunstvorm: het grote middenschip, verlicht door het steeds veranderende natuurlijke licht dat door het glazen gewelf naar binnen viel. Zo kon het publiek de beeldhouwkunst uit deze periode in al haar rijkdom en diversiteit herontdekken. Bij de opening in december 1986 bracht het Musée d'Orsay een collectie van ongeveer 1200 sculpturen bijeen, grotendeels afkomstig uit de voormalige collecties van het Musée du Luxembourg, het Louvre en staatsdepots.



 

Bij binnenkomst in het Musée d'Orsay valt direct de monumentale klok op. Een majestueus symbool van het industriële tijdperk dat getuigt van het architectonische genie van Victor Laloux. De architect integreerde dit functionele object op meesterlijke wijze in een opmerkelijke artistieke compositie, waarbij hij staal en glas met zeldzame elegantie combineerde. Het oorspronkelijke bouwwerk omvat drie van deze monumentale klokken: twee aan de buitengevel en één in de centrale hal. Tijdens de verbouwing tot museum in 1986 hebben de architecten deze historische objecten behouden, omdat ze de uitzonderlijke erfgoedwaarde ervan erkenden.

 


Collectie

Vervolgens de collectie sculpturen die de grote hal vullen waar vroeger treinen stonden te wachten op hun reis naar Orléans. Het daglicht stroomt door het glazen dak waardoor het Musée d'Orsay een ideale plek is om de sculpturen optimaal te bewonderen. Er zijn honderden beelden en bustes van de meest gevierde kunstenaars waaronder: Daumier, Carpeaux, Rude, Pradier, Cordier, Cavelier, Mercië, Rodin, Maillol, Bourdelle, Claudel en nog veel meer. In deze blog beperk ik mij tot enkele hoogtepunten om jullie zo een goed beeld te geven van de rijkdom van de immense collectie.

 

Jules Desbois (1851-1935)

In 1878 ontmoette Desbois Auguste Rodin op de bouwplaats van het voormalige paleis Trocadéro en ze werden vrienden. Datzelfde jaar besloot hij zijn geluk in de Verenigde Staten te beproeven, maar hij maakte daar geen fortuin en keerde drie jaar later terug naar Frankrijk. Werd assistent van Auguste Rodin om de vele opdrachten te verwerken. Naar verluidt ontdekte hij in 1887 het tachtigjarige Italiaanse model Maria Caira, die model voor hem stond voor zijn schilderij ‘la Misère’ en die later Rodin en Camille Claudel zou inspireren tot werken als ‘la belle Heaulmière’ en ‘l'Hiver et Clotho’. Hoewel hij werd beschouwd als "een van de beste beeldhouwers van zijn eeuw", raakte Desbois na zijn dood in de vergetelheid en werden zijn werken verspreid. Bovendien overschaduwde zijn samenwerking met Rodin zijn eigen werk, waardoor de geschiedenis alleen de naam van de meester herinnerde (bron Wikipedia).



Mannentorso - Jules Desbois 1934


Antoine Bourdelle (1861-1929)

Bourdelle oogst succes op de Salon van 1910 met zijn meer dan levensgrote beeld van ‘Heracles als boogschutter’. Er bestaan twee versies. Het Musée d’Orsay toont een afgietsel van de tweede versie. Hierin is de boogschutter niet als torso uitgevoerd en zijn de rotsen waar Heracles op knielt en zich tegen afzet in de sculptuur opgenomen. Bourdelle liet voor de schutter een echte sportman poseren. Brons uit 1909


Antoine Bourdelle - Boogschutter 1909

 

Aristide Maillol (1861-1944)

Geldt terecht als de belangrijkste wegbereider voor de moderne beeldhouwkunst in Frankrijk. Waar Auguste Rodin als unieke, zo niet geniale verschijning toch gebonden blijft aan de 19e eeuw, brengt Maillol de beeldhouwkunst nieuwe principes bij die stijlvormend zullen doorwerken. Vanaf 1895 studeerde hij beeldhouwkunst bij Émile-Antoine Bourdelle. Het werk in lood, ‘de begeerte’, maakte hij in Parijs in 1907. De strenge geometrie die Maillol opbouwt uit menselijke lichamen, ondersteunt op suggestieve wijze de inhoudelijke uitdrukkingskracht van dit werk: het gevangen zijn in het begeren, het aandringen van de man en het terugwijken van de vrouw.


Aristide Maillol - De Begeerte 1907

 

Aristide Maillol was een groot bewonderaar van de Franse kunstschilder Paul Cézanne (1839-1906). Na 1907 werkt Maillol aan ontwerpen voor een plastiek ter nagedachtenis van Paul Cézanne. Tegen 1912 krijgt hij van het ‘comité du Monument Cézanne’ uiteindelijk de opdracht voor een standbeeld dat in de geboortestad van de kunstschilder, Aix-en-Provence, opgericht gaat worden. Een rustig liggende vrouwelijke naaktfiguur met een lauwertak in de hand. De versie in het museum is uit 1925.



Aristide Maillol - 1925
 

Auguste Rodin

Rodin (1840-1917) mag zich de belangrijkste Franse beeldhouwer noemen rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw. Hij geldt als de wegbereider van de moderne beeldhouwkunst. Kenmerkend voor zijn werk is de onrustige modellering van de oppervlakken, die weer zorgde voor een prachtige lichtreflectie op het brons. Rodins beeldhouwwerk verbaast door zijn sterke expressie, energie en vitaliteit. De mannen met grote gespierde blote voeten met stevige tenen en goedgespierde torso’s, terwijl zijn vrouwen vaak zachte vormen hebben. Dit is vooral goed te zien in zijn beroemde marmerwerk 'Le baiser', de kus. Van dit werk, dat geldt als een van de beroemdste en succesvolle stukken van Rodin, bestaan slechts twee kopieën, een in Kopenhagen en een in London. In het Musée d’Orsay is veel werk te zien van Rodin. Mijn aandacht ging uit naar deze bronzen buste van Victor Hugo. Gemaakt tussen 1889 en 1909 en gegoten door Alexis Rudier, een invloedrijke Parijse bronsgieter die in 1874 de Fonderie Rudier oprichtte. De gieterij stond bekend om het gieten van werken voor meesters zoals Auguste Rodin, Antoine Bourdelle, Aristide Maillol, Honoré Daumier en Henry Moore.


Auguste Rodin - Victor Hugo 1909

 

In 1880, wanneer Rodin voor het eerst een werk verkoopt aan de Franse staat krijgt hij de opdracht om een bronzen portaal te maken voor het nieuw te bouwen Musée des Arts Décoratifs. Als thema kiest hij Dantes ‘Divina Commedia’, het boek dat hem sinds zijn reis naar Italië in 1875 niet meer heeft losgelaten. Ugolin (1881-1882) is een dramatisch gipsen sculptuur van Auguste Rodin, geïnspireerd op Dante's Goddelijke Komedie. Het toont de graaf Ugolino, ingemetseld met zijn zonen in de gevangenis die hun graf zou worden, zag hen sterven en, gek van honger, knaagde hij aan hun vlees voordat hij zelf stierf. Het werk werd oorspronkelijk ontworpen voor ‘de Poort van de Hel’ en toont Rodins kenmerkende emotionele, rauwe realisme. De figuur is opgebouwd rond een centrale leegte; De gekwelde modellering, de ontwrichte lichamen van de kinderen en de misvormde ledematen benadrukken allemaal de morbide, dramatische sfeer.



Auguste Rodin - Ugolin 1902 - 1912

 

Jean-Baptiste Carpeaux (1827-1875)

Carpeaux begint aan zijn ‘Ugolin’ als hij in 1858 in Rome woont. Daar komt hij in aanraking met het werk van Michelangelo die hij zeer bewondert. Carpeaux zou drie jaar nodig hebben om het gipsmodel te voltooien. In 1882 geeft de Franse staat opdracht voor het maken van een bronzen afgietsel, dat vervolgens in de tuinen van de Tuileriën wordt opgesteld. Nu is het te vinden bij de centrale ingang van het museum.


Jean-Baptiste Carpeaux - Ugolin

 

De met Carpeaux bevriende architect Charles Garnier verwerft in 1861 de opdracht voor het nieuwe gebouw van de Parijse opera. Een jaar later kan al de eerste steen worden gelegd, maar pas in 1875 zal het gebouw officieel geopend worden. Aan de voorgevel moeten vier allegorische voorstellingen komen van de kunstvormen die de opera dienen. Carpeaux krijgt in 1865 de opdracht voor ‘De Dans’. Hij schept een reidans van zes uitgelaten dansende, naakte meisjes rond een gevleugelde genius die de tamboerijn slaat. Als in 1869 de meer dan vier meter hoge groep wordt onthuld breekt een geweldig schandaal los. Dit is toch niet passend voor een operagebouw. In 1964 werd de inmiddels sterk door luchtvervuiling aangetaste beeldengroep verwijderd en naar het Louvre overgebracht en weer later naar het  Musée d’Orsay. Op de Opéra Garnier staat een kopie.



Jean-Baptiste Carpeaux - De Dans
 

In de centrale hal staat een gipsenmodel van ‘De vier werelddelen’. Baron Haussmann, de prefect van Parijs die de stad het gezicht gaf dat we vandaag kennen, gaf Carpeaux in 1867 de opdracht een fontein te ontwerpen voor de Jardin de la Observatoire. Het was de derde grote opdracht die Carpeaux in zijn loopbaan zou verwerven. Vier vrouwenfiguren in een kring dragen een wereldbol. Carpeaux werkt eraan van 1867 tot 1870. De vier allegorieën dansen niet alleen in een kring, maar draaien ook om hun eigen as. Europa raakt nauwelijks de grond, Azië, met haar lange vlecht, is bijna van achteren te zien, Afrika is in driekwart-aanzicht afgebeeld en Amerika, met een verentooi op haar hoofd, kijkt de toeschouwer aan, maar haar lichaam is opzij gedraaid. Pas in 1874, een jaar voor Carpeaux' dood, werd de bronzen fontein op de beoogde plek geplaatst. De tentoongestelde beelden zijn in 1963 gevonden op een vuilstortplaats in Nantes. Het Musée d'Orsay kon ze verwerven in ruil voor een schilderij van Sisley voor het Musée des Beaux-Arts de Nantes.


Jean-Baptiste Carpeaux - De vier werelddelen 1867 - 1870




De fontein in de Jardin de la Observatoire

 

Jean Hugues (1849 - 1930)

Als beeldhouwer die binnen het gevestigde repertoire werkte, genoot Hugues, ervan, net als alle traditionele kunstenaars van zijn generatie, het menselijk lichaam te verkennen. ‘Oedipus in Colonus’, 1885, behoort tot dit genre, maar ook tot de grote onderwerpen uit de antieke geschiedenis. Het dient als voorwendsel voor anatomische verkenningen. Het extreme realisme van de torso mishaagde critici, die Hugues ervan beschuldigden meer waarde te hechten aan de waarheid dan aan stijl. Nadat het gipsen afgietsel op de Salon van 1882 was tentoongesteld, gaf de staat de kunstenaar de opdracht voor een marmeren versie voor nationale musea. Vanaf 1890 in het Luxemburgmuseum, verhuisde in 1931 naar het Louvre en sinds 1986 toegewezen aan het Musée d'Orsay.



 Jean Hugues - Oedipus in Colonus 1885



Details Oedipus in Colonus 



Louis-Ernest Barrias (1841-1905)

Hij werd in Parijs geboren in een kunstenaarsfamilie. Zijn vader was porseleinschilder en zijn oudere broer Félix-Joseph Barrias een bekend schilder. Louis-Ernest begon ook als schilder, maar later wijdde hij zich aan de beeldhouwkunst. In 1858 werd hij toegelaten tot de École nationale supérieure des Beaux-Arts in Parijs, waar François Jouffroy zijn leraar was . In 1865 won Barrias de Prix de Rome voor een studie aan de Franse Academie in Rome . Barrias was betrokken bij de decoratie van de Opéra de Paris en het Hôtel de la Païva aan de Champs-Élysées. Zijn werk was voornamelijk in marmer, in een romantisch-realistische stijl die beïnvloed was door Jean-Baptiste Carpeaux.



 Louis-Ernest Barrias 1889

Dit beeld werd in 1889 in opdracht gemaakt om de nieuwe Faculteit der Geneeskunde in Bordeaux te sieren. Een jonge vrouw, een allegorie van de Natuur, tilt langzaam de sluiers op die haar omhullen. Nadat hij de eerste versie in wit marmer voor de decoratie van het gebouw had voltooid, ontwierp Barrias een tweede, polychrome versie voor de grote trap van het Conservatoire des Arts et Métiers in Parijs. Hiervoor gebruikte hij marmer en onyx uit steengroeven die in Algerije waren herontdekt. ​​De verschillende onderdelen, zorgvuldig gebeeldhouwd om het decoratieve potentieel van de materialen te versterken, spelen in op de nerven van de gestreepte onyx voor de sluier, het gevlekte rode marmer voor de jurk, de kostbaarheid van lapis lazuli voor de ogen en malachiet voor de scarabee, en koraal voor de mond en lippen. Het algehele effect is opvallend rijk. Het werk behoort tot een omvangrijke beweging van herontdekking van polychrome beeldhouwkunst, die werd ingeluid door archeologische vondsten en vijftig jaar eerder al werd geïllustreerd door Cordier. Gezien het succes van het werk werden er talloze edities geproduceerd. Het beeld ‘De natuur die zich openbaart’ werd aangekocht in 1899.

 

Frédéric Auguste Bartholdi (1834-1904)

Van 15 september 2026 tot en met 31 januari 2027; ter gelegenheid van de 250e verjaardag van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, die in 2026 wordt gevierd, presenteert het Musée d'Orsay een tentoonstelling en een virtual reality-ervaring gewijd aan het werk van Auguste Bartholdi, een belangrijke figuur in de 19e-eeuwse Franse beeldhouwkunst en maker van iconische werken, waaronder het Vrijheidsbeeld. Het beeld, dat oorspronkelijk bedoeld was als een geschenk van Frankrijk aan de Verenigde Staten ter herdenking van het honderdjarig bestaan ​​van de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1876, werd uiteindelijk tien jaar later, in 1886, onthuld. In de tussentijd moesten Bartholdi en zijn aanhangers blijk geven van verbeeldingskracht, durf en doorzettingsvermogen om het destijds grootste beeld ter wereld te ontwerpen, te promoten en te bouwen (46 meter hoog, 93 meter inclusief sokkel). Bartholdi koos voor een klassiek model, geïnspireerd op het neoclassicisme. De eenvoudige, sobere vorm bevat betekenisvolle symbolen: de brandende fakkel staat voor verlichting, de tablet voor de wet en de gebroken kettingen voor slavernij. De stralende kroon is geïnspireerd op het grafmonument van paus Clemens XIII in Rome, ontworpen door Canova. Het bronzen vrijheidsbeeld in de centrale hal is aangekocht in 1900.



Frédéric Auguste Bartholdi - La liberté éclairant le monde 1886

 

Charles Cordier (1827-1905)

Cordier heeft vermoedelijk het meest omvangrijke oeuvre op het gebied van de gekleurde plastiek van de 19e eeuw op zijn naam staan. Hij gebruikte uiteenlopende materialen als kleurige marmers en onyx die hij bewerkte met sierlijke details. Daarin beperkt hij zich tot de attributen en de kledingstukken op zijn portretbustes, de vleeskleur liet hij altijd monochroom zoals te zien hier bij deze twee Soedanese negers uit 1856 (officiële benaming Soedanese neger in Algerijns kostuum). Cordier vond zijn modellen op zijn vele reizen die hem bijvoorbeeld naar Algerije en Egypte voerden.



Charles Cordier Soedanese negers in Algerijns kostuum 1856
 

Eugène Guillaume (1822 - 1905)

Richting de uitgang stuitte ik op een marmeren beeld van Eugène Guillaume wat mij sterk deed denken aan een man die een selfie maakt, maar het is de dichter Anacréon, een werk dat Eugène Guillaume maakte tijdens zijn studieverblijf in Rome, dat in 1845 eindigde. Guillaume was een Franse beeldhouwer.  Hij studeerde aan de École des Beaux-Arts, waar hij in 1841 begon en waar hij in 1845 de Prix de Rome won. Later werd hij directeur van de École des Beaux-Arts in 1864 en directeur-generaal van de Schone Kunsten van 1878 tot 1879, toen het ambt werd opgeheven.



Eugène Guillaume - de dichter Anacréon

Het beeld, gehouwen uit wit marmer, stelt de Griekse dichter voor en is slank, met zijn arm boven zijn hoofd geheven, wat de lichtheid van zijn verzen symboliseert en tegelijkertijd hoe poëzie de mens kan verheffen. Het werk werd voor het eerst tentoongesteld op de Salon van Parijs in 1854. Het Musée d'Orsay kocht het beeld eerder, namelijk in 1852. 

Zo genoeg gezien. Dit prachtige gebouw is niet alleen een museum maar ook nog steeds een station. Hoewel het hoofdgebouw in 1986 een museum werd, zijn de spoorrails niet verdwenen: ze liggen nu ondergronds en maken deel uit van de RER C. Een discreet overblijfsel uit het spoorwegverleden dat voortleeft, terwijl boven, in de majestueuze 32 meter hoge hal, de imposante klok nog steeds de tijd aangeeft, net zoals meer dan een eeuw geleden voor reizigers die naar het zuidwesten van Frankrijk vertrokken. 

De monumentale beelden van de zes continenten, evenals die van de olifant, het paard en de neushoorn, die sinds 1986 bezoekers van het Musée d'Orsay verwelkomden, werden december 2024 discreet verwijderd van de esplanade Valéry Giscard d'Estaing. Deze verwijdering is tijdelijk! Het is ter voorbereiding op renovaties die de toegankelijkheid van het museum moeten verbeteren en die in maart 2025 van start zijn gegaan. Tijdens hun afwezigheid zullen deze iconische sculpturen worden gerestaureerd.



De zes continenten
 

Het Musée d'Orsay trekt  tussen de drie en vier miljoen bezoekers per jaar. In 2024 waren dat er 3,87 miljoen en is daarom samen met het Louvre een van de drukst bezochte musea in Parijs, Het staat wereldwijd bekend om de grootste verzameling impressionistische en post-impressionistische kunst. Het wordt daarom sterk aanbevolen om tickets vooraf online te reserveren om zo wachttijden te vermijden. 

Musée d'Orsay, Esplanade Valéry Giscard d'Estaing, 7e arrondissement, metrostation soferino, lijn 12 – RER-C Station Musée d’Orsay.

Toegang online € 16 in het museum € 14 

Bronnen: Wikipedia, Musée d’Orsay, Kunst en Architectuur – Peter J. Gärtner


Geen opmerkingen:

Een reactie posten