Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

dinsdag 12 november 2013

HET PARK GEORGES BRASSENS

De laatste tijd valt het mij op dat ik steeds de neiging heb om via een omweg te komen bij de kern van mijn gekozen onderwerp. En ik hoop dat u het mij niet kwalijk neem dat ik weer een 'ommetje' maak om uiteindelijk uit de komen in het 15e arrondissement, bij het park dat vernoemd is naar een van de populaire auteurs en vertolkers van het Franse chanson; Georges Brassens. Brassens was tijdens zijn leven (1921 - 1981) een van de meest markante en populairste vertolkers van het chanson. Hij schreef zo'n 130 liederen, waarin hij het veelvuldig opneemt voor de verschoppelingen en de anti-burgerlijken. Ook zette hij gedichten van onder andere Victor Hugo en Jean Richepin op muziek.

Lang geleden, stond het gebied rond het Park Georges Brassens bekend als het gehucht Vaugirard, een kerkelijk domein. Na een conflict met Vauboitron (de naam van de eigenaar) met de machtige abdij van Saint Germain nam het in de dertiende eeuw de naam aan van Val Gerard, later verbasterd tot Val Girard en tenslotte in Vaugirard. Het dorp was vooral bekend om zijn grote wijngaarden. De 'Morillons', de naam van de werknemers in dit gebied, kozen voor een kleine zwarte druif, de zogenaamde Périchot-druif. Pas in de 19de eeuw verdwenen de wijngaarden en werden vervangen door tuinderijen om later weer plaats te maken voor slachthuizen.
Georges Brassens 1921 - 1981, in het naar hem vernoemde park
Voor 1800 vloeide het bloed letterlijk en figuurlijk door de straten van Parijs. Oorzaak de ruim 387 slagers die het aangeboden vee op straat slachtten. Een decreet van 13 november 1806 van Napoleon, met betrekking tot het slachten op eigen grond en binnen de stadsmuren, maakte hier een einde aan. De slagers echter weigerden om mee te betalen aan de door Napoleon bevolen bouw van vijf gemeentelijke slachthuizen buiten de stadsmuren. Maar het ministerie van Binnenlandse Zaken hield voet bij stuk en onder leiding van Emmanuel Cretet verschenen er vijf abattoirs in de buitenwijken van Parijs; drie op de rechteroever en twee op de linkeroever. De bouw begon op 25 maart 1810 en werd voltooid in 1818. De vijf slachthuizen waren die van Du Roule, gevestigd aan de rue de Miromesnil, Villejuif (Ivry), Grenelle (invalides), Menilmontant (Popincourt) en Montmartre (Rochechouart).
De 'slagers' van Parijs prachtig gefotografeerd door Robert Doisneau
Maar Parijs breidde steeds verder uit en de meeste buitenwijken en aangrenzende dorpen werden in 1860 door de gemeente Parijs geannexeerd. Dit had tot gevolg dat zeven jaar later de slachthuizen van Du Roule, Montmartre, Batignolles, La Villette en Belleville hun deuren konden sluiten. Door de landelijke ligging en de verbinding met de stad, dankzij het nieuw aangelegde Canal de Ourcq, werd de wijk La Villette aangewezen voor de bouw van een nieuw stadsabattoir, dat op 1 januari 1867 in gebruik werd genomen. Architect M. Janvier ontwierp de slachthuizen en de markt, naar het voorbeeld van Baltard, de maker van Les Halles in het centrum van Parijs. Toen Napoleon III in 1852 zijn keizerrijk stichtte, had hij al grootse plannen met zijn hoofdstad. In het prestigieuze ontwerp van twaalf boulevards in een stervorm lag het marktterrein in de weg. Prefect Georges Eugène Haussmann liet daarom tussen 1854 en 1866 tien overdekte markthallen bouwen op de linker Seine-oever. Architect Victor Baltard ontwierp gietijzeren boogconstructies met glazen daken. Nu kon de aanvoer van vers geslacht vlees direct plaatsvinden vanuit de slachterijen in La Villette. Om de steeds grotere vraag naar vlees te kunnen bijhouden worden in 1894 de slachthuizen van Vaugirard gebouwd. De dieren die hier geslacht werden waren voornamelijk koeien, geiten, varkens, pluimvee, schapen en in 1904 werden er paarden aan de lijst toegevoegd.

In een stratenboekje van Parijs uit 1923 kom ik nog drie abattoirs tegen; die van de avenue du Pont de Flandre aan de rive droite (La Villette), en aan de linkeroever die van de rue des Morillons (Vaugirard) en apart vernoemd het 'Abattoir Hippophagique' - paardenslachterij - aan de rue Brancion.
 Parc Georges Brassens: Enkele architecturale structuren van de vroegere abattoirs zijn nog duidelijk zichtbaar
Nadat in 1970, toen de binnenstad, waar 'Les Halles' - de grote markthallen van Parijs lagen - de groeiende stroom vrachtwagens niet meer kon verwerken, werden de markante hallen afgebroken en werd de markt naar Rungis buiten Parijs verplaatst. Dit betekende ook het verval van de sterk verouderde slachthuizen van La Villette en Vaugirard. Tussen 1974 en 1975 werden beide slachthuizen gesloten en gesloopt. Na de sloop werd de vrijgekomen ruimte gebruikt voor de aanleg van een 7,3 hectare groot park, het grootste sinds het tweede keizerrijk, ontworpen door Alexandre Ghiulamila, Jean-Michel Milliex en Daniel Colin. In 1984 werd het park door de burgemeester van Parijs, Jacques Chirac, geopend voor het publiek. Het park kreeg de naam van de legendarische naoorlogse dichter, zanger en satiricus Georges Brassens die het grootste deel van zijn leven in Parijs woonde op paar honderd meter van het terrein, op de impasse Florimont 9 en daarna aan de rue Santos-Dumont 42. In de buurt woonden ook andere beroemdheden zoals de beeldhouwer Ossip Zadkine en de schilder Fernand Léger.
Twee bronzen stieren bewaken de ingang van het park
De slimme architectuur van het park combineert de restanten van de slachthuizen met de rest van het park waardoor het een modern karakter heeft gekregen. Enkele architecturale structuren zijn nog duidelijk zichtbaar: de gebouwen van de paardenmarkt met hun monumentale poort, de klokkentoren van de veiling waar het vlees 'à la criée' - bij opbod - werd verkocht en diverse standbeelden die herinneren aan de rijke historie van deze bijzondere plek. De ezel van François-Xavier Lalanne, en de twee bronzen stieren van Isidore Bonheur. Verder de 'drager van het vlees' van Albert Bouquillon en een buste van Georges Brassens gemaakt door Andre Greck .
De 'drager van het vlees' een beeld van Albert Bouquillon
Een deel van het park is gewijd aan de "tuin van geuren" met 80 aromatische planten en uitleg in braille, speciaal aangelegd voor blinde bezoekers. Er is een wijngaard, de tweede grootste van Parijs, met 700 wijnstokken die elk jaar zo'n 200 flessen opleveren. De wijn, geproduceerd onder de naam Clos des Morillons, wordt gebotteld in flessen van 50 cl en elk jaar bij opbod verkocht op een openbare veiling door de burgemeester van het 15e arrondissement. De opbrengst van de verkoop wordt steevast besteed aan sociaal werk in de wijk. Volgens specialisten is deze wijn gemaakt van de pinot-noir en de pinot-meunier-druif, een volle, krachtige wijn met een rijk boeket. Vooral voor kinderen is het een heerlijk park, met marionetten, rotsen en een draaimolen. Het park ligt aan de 'Petite Ceintuur' de oude ringspoorweg van Parijs die vandaar uit, weliswaar illegaal, te belopen is. Bijenkassen zorgen voor de flora en een niet te vergeten 'must' is de wekelijkse boekenmarkt op zaterdag en zondag, in de historische gebouwen van de paardenmarkt aan de rue Brancion.
De tweede grootste wijngaard van Parijs; de Clos des Morillons
Aan de westkant van het park ligt de rue Dantzig. Daar staat een vreemd polygonaal gebouw van drie verdiepingen, ontworpen door Gustave Eiffel voor de wereldtentoonstelling van 1900. La Ruche ofwel de bijenkorf werd na de wereldtentoonstelling hier weer opgebouwd en deed dienst als atelierruimte voor grootse kunstenaars waaronder: Modigliani, Chagall, Soutine, Brancusi en  Ossip Zadkine; de roem van Montparnasse. Nu biedt het plaats aan diverse internationale kunstenaars. La Ruche is een beschermd monument dat in 1973 volledig is gerestaureerd. TIP: Vergeet niet het filmpje te bekijken op de website van La Ruche)
Elk weekend is er weer de overdekte boekenmarkt in de hallen van de oude paardenmarkt
De villa Santos-Dumont en de rue Santos-Dumont liggen op loopafstand van het park. Neem de rue des Morillons, aan de voorzijde van het park en vervolgens links de rue de Santos-Dumont. Prachtige huisjes die dateren uit de jaren twintig. Op nummer 42 bracht Georges Brassens zijn laatste levensjaren door.

Parc Georges Brassens, Rue des Morillons, Rue des Perichaux, Rue Brancion, 15e arrondissement, metro; porte de Brancion, porte de Plaisance.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen