Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

dinsdag 8 maart 2016

OPÉRA GARNIER

Zeker, u heeft er waarschijnlijk vaak vóór gestaan, maar bent u er ooit naar binnengegaan? Met deze blog hoop ik daar verandering in te brengen.

Het is 14 januari 1858, Napoleon III en zijn vrouw Eugénie ontsnappen maar nipt aan een aanslag op de keizer in het operagebouw in de rue Le Peletier door de jonge Italiaanse revolutionair Felice Orsini. Bij de aanslag vallen 8 doden en 156 gewonden. Ook de paarden van de koets met daarin het Keizerlijk paar komen om. Baron Haussmann was getuige van deze gebeurtenis. Twee maanden later geeft de keizer het bevel tot de herinrichting van het quartier en de bouw van een nieuw vrijstaand operatheater zodat de veiligheid optimaal kan worden gewaarborgd. Het zogeheten 'nouveau Paris'. In dit nieuwe 'quartier des Grands Boulevards' moesten cafés, restaurants en warenhuizen zich gaan vestigen. Een wijk waar de leden, afkomstig uit adel en de gegoede burgerij, zich met elkaar verbonden kunnen voelen.

Place de l'Opéra met op de achtergrond de Opéra Garnier gefotografeerd op een autoloze zondag in Parijs

In 1860 worden er 170 ontwerpen gepresenteerd, waarvan er uiteindelijk zeven worden geselecteerd. Uieindelijk gaat de uitbesteding naar de pas 35-jarige, nog vrijwel onbekende Charles Garnier. De winnaar wordt uitgenodigd in het Paleis aan de Tuillerieën om zijn plannen in detail uit te leggen aan het keizerspaar. Het verhaal gaat dat Keizerin Eugénie zich bij deze gelegenheid openlijk vijandig gedroeg tegenover de architect omdat haar favoriete ontwerp van Viollet-le-Duc niet was verkozen. Haar kritiek op het ontwerp was dat het geen stijl had. Het was niet Grieks, noch Louis XVI noch Louis XV. Welke stijl is dit eigenlijk was haar vraag?  Garnier pareerde zelfbewust: "Neen Madame, die stijlen hebben hun beste tijd gehad. Dit is de stijl van Napoleon III en dan durft u te klagen?" "Parijs mag geen fabriek worden. Parijs moet een museum blijven", en daarmee veroverde hij het hart van de keizer.

De achterzijde gezien vanaf de place Diaghilev

De bouwwerkzaamheden ondervonden vele moeilijkheden. Een waterhoudende ondergrond, de Frans-Pruisische Oorlog, de opstand in 1871 en een brand. De opera werd in 1875 ingewijd zonder de opdrachtgever, die na een nederlaag in 1870, na de slag bij Sedan, in ballingschap had moeten gaan. Hij stierf in 1873, 64 jaar oud in Engeland en werd bijgezet in de Sint Michaelsabdij te Farnborough in het graafschap Hampshire. Zijn enige zoon Napoleon Eugène Lodewijk werd door Bonapartisten tot 'Napoleon IV' uitgeroepen. Hij zou echter nooit regeren. Een leuk detail is dat op de dag van de inwijding Garnier omgerekend € 18 voor zijn plaats in de tweede loge moest betalen.

Boven op het gebouw aan weerszijde 7,5 meter hoge beeldhouwwerken van Charles Gumery;  L'Harmonie en La Poésie

Geen ander bouwwerk vertelt ons zo veel over de behoefte aan uiterlijk vertoon in een bepaalde periode als de Opéra Garnier. Het gebouw presenteert een bombastisch overladen buitenkant die wordt gedomineerd door een machtige kroon, symbool van de keizerlijke waardigheid van Napoleon III. De bouw van de opera slokte in veertien jaar bouwtijd drieëndertig miljoen Franse franc op. Alleen al aan de weelderige decoratie werkten negentig kunstenaars. Niets duidt op alle 'nieuwe' materialen uit die tijd; ijzer en glas. De stalen constructies werden fraai ommanteld met steen. Het ontwerp was duidelijk bedoeld om al vanaf een afstand indruk te maken. Een neo-barokke paleisfaçade verwelkomt de bezoeker. Diverse kunstenaars zorgden voor de monumentale beeldhouwwerken waaronder 'La Danse', De Dans, kopie naar Jean-Baptiste Carpeaux, door Paul Belmondo en vrouwenbeelden die lantaarns dragen en worden toegeschreven aan Carrier-Belleuse. Daarachter verheft zich de groen koperen koepel met aan weerszijde 7,5 meter hoge beeldhouwwerken van Charles Gumery (L'Harmonie en La Poésie) geheel uitgevoerd in bladgoud, gevolgd door een stenen puntdak waarin het toneelhuis is ondergebracht. Aan de zijde van de rue Scribe bouwde Garnier het Pavillon de l'Empereur, een paviljoen met een eigen dubbele oprit, zodat de keizer veilig vanuit zijn koets de suite kon binnengaan die vervolgens uitkwam op de Koninklijke loge.

De Grand Escallier

Het interieur biedt alles wat je in 'une nuit a l'opéra' mag verwachten. Een echte entree compleet met een 'Grand Escalier', een gigantische theatrale trap waarin 33 soorten marmer zijn verwerkt. Massieve onyx balustrades, grote kandelabers, vrouwenbeelden die lantaarns dragen, brons, koper en bladgoud, heel, heel veel bladgoud. Een Grand Foyer waarvan het plafond is bedekt met mozaïeken. Een vijf verdiepingen hoog auditorium in de vorm van een hoefijzer, met een orgie van rood fluweel, gipsen cherubijnen en goud bladwerk dat contrasteert met de immense plafondschildering, biedt plaats aan 1971 zitplaatsen. Een aantal met "vue partielle", wat betekent, dat je maar gedeeltelijk zicht hebt op het toneel dat maar liefst 450 figuranten kan herbergen. In 1964 werd de oorspronkelijke plafondschildering 'Dag en Nacht' van Lenepveu, door Chagall overgeschilderd met een werk van 220 m² voorstellend motieven uit de wereld van beroemde opera's en balletten.

Je komt ogen te kort bij het betreden van de centrale hal

Wie niet meteen met Carmen of Tosca vertrouwd is, kent misschien wel 'the Phantom of the Opera'. In deze musical wordt gevaren op een meer dat onder de Parijse Opéra Garnier ligt. Dat is geen fantasie, het bestaat nog steeds en er heeft zelfs vis in gezwommen. Een technicus kwam op het idee er forellen te kweken. De forellen 'kweekten' evenwel als konijnen en zijn collega's kwamen hier 's middags vissen. De lepe technicus verving de malse forellen dan maar door barbeel. Het vlees van de barbeel was de vissers veel te taai en ze lieten het al gauw afweten.

In 2011 bracht ik een privébezoek aan het 'meer', compleet met bronnen afkomstig van een zijtak van de Seine de rivier Grange Batelière en schreef hierover het volgende: Voorzichtig loop ik achter Gilber Harnay, brandweerman en al vierendertig jaar verantwoordelijk voor de brandveiligheid van het Palais Garnier, maar voor deze gelegenheid is hij mijn gids. Met in de ene hand een gigantische bos sleutels en in de andere hand een krachtige schijnwerper volg ik hem zwijgzaam over stenen trappen en door de lange smalle gangen, verboden voor het publiek, naar een immense gewelfde kelder van ruim 2500 m².

De ingang naar het basin onder de opera

We stoppen bij een ijzeren hek. Mijn gids draait zich om en zegt met een zware stem; "le lac, c'est ici...", hier is het meer. Hij draait zijn sleutel in het hangslot en opent de zware ijzeren deur die toegang geeft tot het meer. Met zijn lantaarn schijnt hij naar beneden langs een ijzeren trap die in het water steekt. Ongeveer een meter lager schittert het water in het licht van de lantaarn. Het meer ligt onder onze voeten zegt hij op langzame toon. Het dient als waterreservoir indien er brand is in het gebouw en voor duiktrainingen van de Parijse brandweer. Bij een lage waterstand kun je er varen met een boot. Het meer is eigenlijk een groot caisson van 50 bij 20 meter, zo'n 3 meter hoog en bezaaid met kolommen.

De majestueuze theaterzaal

Even dwalen mijn gedachten af naar de prachtige slotscene uit de Phantom of the Opera waar het Spook met zijn geliefde Christine per boot het meer verlicht met honderden fakkels oversteekt. "Geen weg terug meer, de laatste drempel zijn we overgestoken, dus sta hier -  en kijk hoe hij brandt…  We hebben de weg terug  achter ons gelaten…". Het luid dichtvallen van het ijzeren hek brengt me weer tot de werkelijkheid.
Ook Louis de Funès maakt in zijn film 'La Grande Vadrouille' (1966) gebruik van deze onderaardse waterweg.

De musical verwijst ook naar de grote kroonluchter in de theaterzaal. De proloog begint namelijk met een veiling waar oude decorstukken en rekwisieten van het Opéra Populaire theater worden verkocht. Een oudere man, genaamd Raoul Vicomte de Chagny, koopt een muziekdoos in de vorm van een aap, en herinnert zich nog goed waar hij dit ding voor het laatst zag. Het laatste stuk dat onder de hamer gaat is een kroonluchter, die volgens de veilingmeester verbonden is aan het mysterieuze 'Spook van de Opera' en een door hem vele jaren geleden veroorzaakt ongeluk. Maar weinigen weten dat dit gestoeld is op een waar verhaal. Op 20 mei 1896 volgen tweeduizend mensen de repetitie van Faust. Plots begeven de tegengewichten van dit immense kristallen gevaarte het. De reusachtige kroonluchter die maar liefst 8 ton weegt stort naar beneden. Als bij een wonder valt er onder de regen van kristal en brons maar één dodelijk slachtoffer. Zou het Spook van de Opera hier iets mee te maken hebben gehad?

Het kunstwerk van Marc Chagall met in het midden de 8 ton wegende kroonluchter

In de boetiek kun je potjes honing kopen van de bijen die op het dak wonen. De korven aarden blijkbaar uitstekend te midden van de stedelijke drukte, de verkeersopstoppingen en de pollutie.  Wellicht ontsnapt u een kreetje à la Maria Callas bij het horen van de prijs ervan. Japanners zijn er gek op en dat bepaald misschien ook wel de marktwaarde.

Vreemd genoeg duurde het 136 jaar voordat de Opéra Garnier een restaurant kreeg. Op 1 juli 2011 was het dan zover en kon de creatie van de Franse architect Odile Decq worden opengesteld voor het publiek. 90 personen kunnen plaatsnemen in de, natuurlijk, rood gekleurde fauteuils van Poltrona Frau. Via een wel heel apart trappenstelsel, rijkelijk voorzien van rood pluche kom je in het restaurant dat gesitueerd is midden in het operagebouw. Onder de authentieke gewelven zweeft een prachtige mezzanine langs gegolfd glas dat weer de contouren van de buitenzijde volgt.  De verlichting is van het Italiaanse topmerk iGuzzini. 3 jaar bouwen en 6 miljoen euro's verder was Parijs weer een bijzondere locatie rijker. Het restaurant met terras is gesitueerd op de hoek van de rue Gluck en de rue Halévy. Restaurant L’Opéra, onder leiding van Chef Chihiro Yamazaki, is geopend zeven dagen in de week van 7 uur 's morgens tot middernacht.

Het interieur van Restaurant L’Opéra een  creatie van de Franse architect Odile Decq

De Russische danser Rudolf Nureyev was lange tijd (1983 - 1989) verbonden aan de Opéra Garnier. In 1984 werd bij hem HIV geconstateerd. Niet de ziekte maar hartproblemen werden de beroemde danser fataal. Hij stierf op 6 januari 1993 in Parijs, slechts 54 jaar oud. De begrafenisdienst werd gehouden in de marmeren foyer van het Palais Garnier.
In 1990 nam de nieuwe Opéra de la Bastille de positie van het belangrijkste Parijse operatheater over. Sindsdien worden er in de Opéra Garnier nog maar af en toe opera's opgevoerd. Zij is nu hoofdzakelijk het toneel van operettes, musicals en ballet. Wie kent niet de prachtige scene uit de Franse film Intouchables met Omar Sy and François Cluzet, waar Driss en Philippe een voorstelling bijwonen van Don Giovanni. Driss moet onbedaarlijk lachen bij het zien van een tenor verkleed als boom en die ook nog eens zingt in het Duits.

De Grand Foyer

Het mooiste is natuurlijk om het operatheater 's avonds tijdens een uitvoering mee te maken. Maar het gebouw is ook overdag te bezichtigen. Elke dag geopend van tien uur 's morgens tot vijf uur in de middag. De ingang en het loket voor de toegangskaartjes (€ 7,--) bevind zich op de hoek van de rue Scribe en de rue Auber.  Wilt u eens een privébezoekje brengen aan de Opéra dan kunt u schrijven naar benedicte@cultival.fr

Nog een laatste tip. Neem na uw bezoek aan de Opéra Garnier plaats op het terras van het aan de overkant gelegen Café de la Paix, waarvan het interieur ook van de hand van Charles Garnier is. Hier komt de hele wereld aan je voorbij. Overdag is de buurt vooral druk met handel, de drie grootste banken van Frankrijk zijn hier in de buurt gevestigd. Maar ook de twee grote warenhuizen Printemps en Galeries Lafayettes en vele chique en dure winkels. 's Avonds trekken de theaters, Olympia zit om de hoek, en bioscopen een heel ander publiek. Met recht wordt dit het quartier des Grands Boulevards genoemd.

Alleen al het fotograferen van zoveel schoonheid bezorgde mij bijna een nekhernia

"Parijs heeft een schoonheid die me vaak nerveus maakt, omdat ik voel hoe kwetsbaar en bedreigd ze is". De Franse schrijver Julien Green in zijn boek Paris (1983).

2 opmerkingen:

  1. Reacties van Nederlanders in Frankrijk op Nederlanders.Fr

    Reactie van Boudewijn Bolderheij
    Dag Ferry,
    Mocht het mij ooit nog lukken om een weekje in Parijs rond te stappen, dan ben ik dus voor € 7,- een hele dag van de straat ?? Het lijkt mij werkelijk verrukkelijk om dat te doen / dat te bezichtigen.
    Boudewijn

    Reactie van Jos van den Hout
    Hoi Ferry.
    Indrukwekkend en gedetailleerd omschreven.
    Mocht zich de gelegenheid voor doen, dan zal ik het zeker bezoeken.
    Weer reuze bedankt dat je het met ons deelde.
    Groetjes
    Jos

    Reactie van Jos van den Hout
    En de prachtige foto's niet te vergeten !

    Reactie van Maria
    Ferry!
    Wat een grandeur en wat een geschiedenis het is teveel om op te noemen.
    Heel veel dank ben er vaak langs gekomen maar nooit binnen.
    Dank voor de tip,
    Maria

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtig, prachtig! Dat van die nekhernia kan ik wel begrijpen.

    BeantwoordenVerwijderen