Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 30 september 2015

PARIS, JOURNÉE SANS VOITURE; EEN AUTOLOZE ZONDAG IN PARIJS

Sinds  1968 kom ik meer dan regelmatig in Parijs, echter een autoloze zondag in Parijs was ook voor mij een noviteit. Ik moet bekennen dat op het moment dat ik van de plannen van de Parijse burgemeester Anne Hidalgo vernam, om van zondag 27 september 2015 een autoloos Parijs te maken, ik deze datum meteen in mijn agenda heb gezet.

Sans Paroles

Parijs kende al, 'Paris Respire', Parijs komt op adem. Iedere zondag zijn van tien uur tot vijf uur in de namiddag veertien gebieden in de stad verboden voor het autoverkeer en uitsluitend voorbehouden aan wandelaars en fietsers. Zelfs de autobaan op de benedenkade langs de Seine is dan omgetoverd tot een heerlijk slenterpad en behoort  tot het domein van de recreant. Aan de noordkant van de Seine kun je dan heerlijk wandelen van de place de la Bastille tot aan de Tuilerieën.  Een echte aanrader, want u ziet de kades, de woonboten en de bruggen vanuit een ander perspectief, dat anders alleen is voorbehouden aan de automobilisten.

Een uniek beeld van de place de l'Opéra anno 2015

Maar dit keer was het nog grootser en betrof het het gehele centrum van Parijs; het eerste, tweede, derde en vierde arrondissement, maar ook het zesde en zevende, het tiende en het elfde arrondissement. Misschien zegt dit u niet zoveel, maar dat betekent onder andere geen verkeer op de place d'Étoiles, Champs Élysées, place da la Concorde, place de l'Opéra en de place Vendôme. Zelfs rond de Eiffeltoren en het Louvre waren de boulevards alleen nog maar toegankelijk voor taxi's en toeristenbussen. Een heel groot deel van Parijs alleen voor wandelaars, fietsers en skaters. Wat een feest en wat een unieke beelden leverde dat op.

Rue de la Paix richting place Vendôme

We weten het allemaal; Parijs zucht al jaren onder de enorme luchtvervuiling door het alsmaar toenemende autoverkeer. Regelmatig geldt code rood en je ziet prachtige monumenten steeds zwarter en vuiler worden door de toename van fijnstof. Regelmatig is de top van de Eiffeltoren of de Tour Montparnasse gehuld in een nevel van vervuilde lucht; Parijs in ademnood.

Voie Georges Pompidou met links de Tuilerieën en het Louvre en rechts de Seine


Inmiddels zijn ook de uitkomsten bekend van deze unieke autoloze zondag. De uitstoot van stikstofdioxide daalde met 20% tot 40% in de gebieden die afgesloten waren voor het verkeer: Place de l'Opéra (9e) - 20%, Champs Elysees (8e) - 30% en Quai des Célestins (4e) met - 40%. De verhuur van fietsen (Velib) haalde een historisch record van 144.089; elke 2 seconden een fiets. Bovendien daalde de geluidsoverlast in de binnenstad met ruim drie decibel.

De Assemblée Nationale gezien vanuit de place de la Concorde

Een eclatant succes voor Hidalgo waarmee zij de ogen opende van de geïnteresseerde burgemeesters van Brussel, São Paulo en Bristol.

 Unieke beelden van deze altijd zo drukke stad. Place Vendôme

vrijdag 18 september 2015

DE SPOOKSTATIONS VAN PARIJS

In een wat oudere uitgave van de National Geographic kwam ik een interview tegen dat mij bracht tot een stout plan wat ik tijdens mijn bezoek aan Parijs in augustus ook daadwerkelijk heb uitgevoerd. 

"Parijs is het Mekka voor ondergrondse exploratie", zei Lazar Kunstmann in het interview met de National Geographic. Hij is woordvoerder van een groep van Urban Explorers die zelfs een clandestiene bioscoop runde onder de grond, op een plek dicht bij de Seine en de Eiffeltoren. Op 23 augustus 2010 werd deze ondergrondse bioscoop helaas ontdekt door de politie. Het filmtheater was voorzien van 30 uitgehakte zitplaatsen met houten zittingen. Het complex omvatte verder een bar, een restaurant en een aantal kamers voor een overnachting. Water betrok men vanuit de tuinen van het Trocadero en de elektriciteit werd illegaal afgetapt van het Palais de Chaillot. De groep beheert nog zeven andere ondergrondse sites waarover hij wijselijk weigerde meer details te geven.

Mijn grootste wens gaat in vervulling: Een bezoek aan de 'spookstations' van de Parijse metro

Al jaren koester ik de wens om af te dalen in de metro, om een bezoek te brengen aan de spookstations die ooit zijn aangelegd maar nooit zijn geopend of... kort na opening weer zijn gesloten. Bijvoorbeeld lijn 10 die loopt van Gare d'Austerlitz naar Boulogne - Pont de Saint Cloud. Op 12 december 1923 opende men hier het station Croix Rouge, gelegen tussen Sèvres-Babylone en Mabillon. Het station ligt er nog steeds, maar sinds 1939 stopt er geen trein meer. Dit geldt ook voor het station Arsenal (lijn 5) gelegen tussen de Quai de La Rapée en de place de la Bastille.

Steile trappen met links en rechts kabelgoten brengen mij naar ondergronds Parijs

Op die zaterdagnacht in maart ontmoet ik mijn gidsen met de schuilnamen Yves, François, Thierry, Émelie en Robert voor het treinstation Gare Austerlitz vlakbij de quai de la Rapée. De spelregels worden mij meteen duidelijk gemaakt. Geen foto's, geen mobiele telefoons en geen vermelding van de plekken waar wij afdalen in de catacomben van Parijs. Mijn smeekbede voor het behoudt van mijn camera heeft dan ook geen zin en er zit niets anders op dan deze op te bergen in een bagagekluis. De foto's in deze blog zijn dan ook niet door mij gemaakt, maar door mijn 'geheime' gidsen. In de eeuwige nacht van het ondergrondse Parijs is geheimhouding heilig in een subcultuur met codes en schuilnamen.

De gang naar het eerste 'spookstation'; Arsenal

Het avontuur kan beginnen en we begeven ons als eerste naar station Arsenal. In 1965 diende dit station nog als decor voor de Franse film 'La Grosse Caisse', met de in 1970 overleden Franse acteur en komiek Bourvil in de hoofdrol. Knarsent opent zich een grote ijzeren deur die ons via een steile stenen trap brengt naar een schaars verlichte tunnel met links en rechts kabelgoten en muren vol met graffiti,. De lampen op onze helmen kunnen uit. Kijkend op mijn horloge zitten we al een paar uur na middernacht en Yves verzekert mij dat we geen treinen kunnen verwachten. Een fijn gevoel als we ons manoeuvreren over de rails richting onze eerste stop.

Metrostation Arsenal, gesloten in 1939

Émelie vertelt mij dat er ook nog twee stations bestaan die wel zijn aangelegd maar nooit geopend zijn voor het publiek. De perrons liggen er wel, maar zij hebben geen uitgangen. Spookstations; Haxo (lijn 3) en Porte Molitor (lijn 9 en lijn 10). Maar het meest bijzondere station is Porte des Lilas-Cinéma, even in gebruik geweest tussen 1921 en 1939 en nu, uitsluitend in gebruik als decor voor films. Afhankelijk van de tijd of plaats waarin de film zich afspeelt worden de reclames en de stationsnaam overeenkomstig het scenario aangepast. Bekende films die gebruik hebben gemaakt van dit unieke decor zijn Le fabuleux destin d'Amélie Poulain en Paris, je t'aime.

Metrostation Arsenal of de tijd stil is blijven staan

Het is even na vijf uur als ik afscheid neem van mijn trouwe gidsen. Ik kan weer een aantal zaken afstrepen van mijn Parijse wenslijstje. Na het station Arsenal hebben ze mij als verrassing het bijzondere rangeerspoor laten zien dat de lijnen 4 en 10 met Odéon verbindt. Het is de enige overgang van het metronetwerk met een doodlopende straat. De treinen die hier van richting wisselen rijden eerst een doodlopende tunnel in om vervolgens na het omzetten van de wissel weer in omgekeerde richting te vertrekken. En last but not least het metrostation Croix Rouge. Onze tocht eindigt hier. Ik blijf alleen achter in de rue de Sèvres en bemerk nu pas hoe koud het is bovengronds. Ik moet nog ruim een uur wachten voor ik de eerste metro kan nemen naar het Station Austerlitz voor het ophalen van mijn achtergelaten fototas.

Het kruispunt van Odéon waar de lijnen 4 en 10 eindigen op een dood punt

Onder Parijs gaat een bijzondere onderaardse wereld schuil, net als in andere grote steden. Maar die van Parijs is diverser, vreemder. En dan doel ik niet alleen op de honderden kilometers lange tunnels, die samen een van de fijnst vertakte metronetwerken en riolen ter wereld vormen. Er is daar beneden nog veel meer te vinden: kanalen, waterreservoirs, crypten, bankkluizen en oude wijnkelders die illegaal dienstdoen als nachtclub of galerie. Maar het opmerkelijkst zijn de steengroeven: de meer dan 200 kilometer lange gangenstelsels die onder veel wijken te vinden zijn, met name in het zuidelijke deel van de stad.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren het de schuilplaatsen voor het Franse verzet maar tegenwoordig oefenen die tunnels een aantrekkingskracht uit op een heel andere clandestiene groep, een gemeenschap van vrijgevochten types die soms dagen- en nachtenlang ondergronds blijven: de Cathaphiles. Ook wel Urban Explorers genoemd.

Metrostation Croix Rouge eveneens gesloten in 1939

Afdalen in de catacomben van Parijs is illegaal en niet zonder levensgevaar. Zuurstofgebrek, gevaarlijke rioolgassen, gevaar voor instortingen of verdwalen en zelfs kans op verdrinking. Via mangaten en ontelbare ladders dalen ze af naar het binnenste van Parijs. Getooid met lampen, touwen en veiligheidshelmen, met als doel het verkennen van de duistere tunnels om er te feesten, te schilderen, of te fotograferen. Een goede gids is onmisbaar en vanwege de vele gevaren is het afdalen zonder gids, sinds 2 november 1955, zelfs strafbaar. Er bestaat een speciale politie-eenheid die dag en nacht patrouilleert in de catacomben en zich alleen bezig houdt met het opsporen van illegale bezoekers. Boetes kunnen oplopen tot 60 euro per overtreding. Bijna twee decennia geleden waren er naar verluidt 300 toegangen tot de steengroeven. De meeste zijn gesloten, maar nieuwe entrees zijn blootgelegd door ondernemende ontdekkingsreizigers, de Cathaphiles, mensen zoals Yves, François, Thierry, Émelie en Robert.


Meer lezen over ondergronds Parijs lees de Guide Gallimard 'Paris Secret', ISBN 2-7424-0338-8 of 'Stations de Métro' van Gérard Roland. Een uitgave van Christine Bonneton, EAN 978-2-86259-382-7 of 'Ticket de Métro Parisien' van Grégoire Thonnat, ISBN 978-2-7533-0114-6 of Le Métro de Paris van Julian Pepinster, ISBN 978-2918758-12-9.

vrijdag 4 september 2015

LE TRAIN BLEU

Ooit heeft Parijs haar gouden eeuw gehad. De Parijzenaars hebben hun eigen 'Belle Epoque' uitgevonden en dromen daar nog steeds van. Ze begint in 1873. Na de schok van de Frans-Duitse oorlog tegen het Pruisen van Bismarck, was de drang om te leven meer dan levensgroot. Parijs moest weer dynamisch worden, zoals het onder Haussmann was geweest. Om het moreel op te peppen organiseerde Parijs maar liefst drie wereldtentoonstellingen; die van 1878. 1889 en 1900. Het hoogtepunt valt omstreeks 1889 met als symbool het Palais des Machines en de Eiffeltoren. Bij deze wereldtentoonstelling brak Frankrijk twee records; die van de hoogte, met het 300 meter vastgeklonken staal van de Eiffeltoren en die van de spanwijdte met de 115 meter breedte, 45 meter hoogte en 430 meter lengte van het Palais des Machines.

Maar de wereldtentoonstelling van 1889 werd overtroffen door die van 1900, tijdens welke de eerste metrolijn werd geopend, om het begin van een nieuwe eeuw te markeren. In dit opzicht  drukten de wereldtentoon- stellingen een belangrijk stempel op de stad. Op deze exposities werden internationale handelsbetrekkingen bevorderd en werd de technische vooruitgang van Frankrijk over de hele wereld gepropageerd. Dat was niet alleen te danken aan de eerdere grote stedenbouw-kundige ingrepen van Baron Haussmann, die van Parijs een moderne prestigieuze metropool maakten, maar vooral door de economische activiteiten en bouwwerken die de wereldtentoonstellingen met zich meebrachten. Parijs was inmiddels ook dè culturele wereldhoofdstad, waar beeldend kunstenaars, schrijvers en musici de grondvesten voor de moderne tijd legden.  Een bruisend en kosmopolitisch Parijs, waar een genotzuchtige aristocratie zich zij aan zij met alcoholisten, morfine- verslaafden, prostituees en cancandanseressen vermaakte in de 'artistieke' cabarethuizen van Montmartre.


Het Gare de Lyon gezien vanuit de rue de Lyon

De Belle Epoque werd gekenmerkt door een enorme toestroom van bezoekers. Met de wereldtentoonstelling  van 1900 in het vooruitzicht, liet de machtige 'Compagnie du Paris-Lyon-Méditerranée - de PLM -, een nieuw station bouwen om toestroom van de vele duizenden bezoekers te kunnen verwerken; het Gare de Lyon. Met zijn 100 meter brede rijkversierde gevel en bekroond met een barokke klokkentoren van 64 meter hoog is het Gare de Lyon een hoogtepunt in de Parijse spoorwegarchitectuur geworden.

Het station verdient absoluut een bezoek, al was het maar voor zijn werkelijk adembenemend restaurant 'Le Train Bleu'. Er bestaat in Parijs geen mooier restaurant, vol met rijk gedecoreerde zalen, salons en antichambres, waarvan het plafond twee meter boven de vloer lijkt te beginnen. De architect, Marius Toudoire, liet door 27 schilders 41 doeken maken om er de muren en het plafond mee te versieren, met als voorstelling de Franse steden en streken die de PLM aandeed. Ze kregen er vijf maanden de tijd voor en het honorarium bedroeg 2500 francs. Behalve aan de monumentale schilderijen dankt het restaurant zijn weelderige karakter aan de rijke ornamenten, beelden, sierlijsten, kroonluchters en meubels.


Het oude logo boven de ingang

De 'stationsrestauratie' onder de naam 'Buffet de la Gare de Lyon' werd op 7 april 1901 geopend door de toenmalige President van de Franse Republiek Émile Loubet. De laatste schilderingen werden pas in 1905 aangebracht.
In 1963 werd het Buffet de la Gare de Lyon omgedoopt in Le Train Bleu, als eerbetoon aan de legendarische blauwe exprestrein 'Paris - Ventimiglia' van 1922. Vertrek uit Parijs om 20.00 uur via, Marseille, Monaco en aankomst de volgende dag in Ventimiglia om 11.22 uur.

De ingang van dit spoorwegpaleis bevindt zich aan de perronzijde midden in het station via een grote dubbele trap. Zodra u hier binnenstapt, gaat u terug naar de Belle Epoque. De ontvangst is in de Grote Zaal, 26 meter lang, 13 meter breed en 11 meter hoog. Het plafond versierd met zes landschappen en helemaal bovenin drie macarons voorstellend de steden Marseille, Lyon en Parijs. Rechts achterin de Gouden Zaal. Deze 18,5 meter lange en 9 meter brede zaal dankt haar naam aan het vergulde sierstucwerk op de muren. De hoogte is gelijk aan die van de Grote Zaal. De plafondschilderingen stellen landschappen in zuidoost-Frankrijk en langs de Middellandse Zee voor. Tussen de beiden zalen liggen de antichambres waar schilderingen zijn aangebracht die andere steden uit zuidoost Frankrijk symboliseren waaronder; Avignon, Nice, Évian, Nîmes en Grenoble. Twee grote salons maken de ontvangst in Le Train Bleu compleet; de Tunesische- en Algerijnse Salon, de muren rijk versierd met Arabische motieven.


Het adembenemende decor van de Grote Zaal

De PLM werd in 1937 ondergebracht bij de SNCF; de Société Nationale des Chemins de fer Français. De stationsrestauratie werd in de Tweede Wereldoorlog gesloten en deed, u zult het niet geloven, lange tijd dienst als opslagplaats. In 1950 wilde de SNCF de restauratie slopen. Met name door toedoen van de toenmalige minister van cultuur André Malraux werd het monumentale restaurant alsnog gered van de sloop in 1966. Albert Chazal, die in 1963 de leiding kreeg over Le Train Bleu, liet het restaurant in 1968 renoveren. De schilderijen werden gereinigd, de stucornamenten opnieuw met bladgoud bekleed en de meubels gerestaureerd. In 1972 belande het uiteindelijk op de monumentenlijst en het is nu beschermd erfgoed.

De enorme eetzalen hebben nog steeds hun oorspronkelijke kenmerken, gepolijste vloeren, houten lambrisering, koper, lederen banken en mahoniehouten meubelen. Voor ons kwamen hier al Coco Chanel, Sarah Bernhardt, Colette, Dali, Jean Gabin en tal van andere beroemdheden. Het diende regelmatig als filmlocatie, van Nikita tot Mr. Bean's Holiday. hilarisch is zijn worsteling met een schaal 'Fruits de Mer'. Een van Frankrijks grootste acteurs, Jean Rochefort, die zijn grootste roem verwierf met Un éléphant ça trompe énormément, speelt de uitgestreken ober. (filmpje)


Voor ons kwamen hier al Coco Chanel, Sarah Bernhardt, Colette, Dali, Jean Gabin en tal van andere beroemdheden

Het restaurant telt 250 zitplaatsen en chef-kok Jean-Pierre Hocquet en zijn team van ruim 50 medewerkers serveren ruim 500 maaltijden per dag. Geserveerd worden Franse klassiekers als sole meunière, lamsbout en crème brûlée. Een traditionele verfijnde Franse keuken in de hogere prijsklasse, waar de menukaart een paar maal per jaar wisselt op basis van de seizoenen. Geopend voor lunch en diner. De prijzen variëren vanaf € 21 voor een voorgerecht,  vanaf € 35 voor een hoofdgerecht en € 15 voor een nagerecht.
Tot op heden is Le Train Bleu is één van de best bewaarde plaatsen van het beroemde Parijs van 1900. Eten in een orgie van rood pluche, koper en goud waar u als het ware eerste klas reist en kijkt door de kanten gordijnen naar de rails van nu. Overigens kunt u hier ook gewoon terecht voor een cafè of een chocolat chaud.



Le Train Bleu is alle dagen van de week geopend vanaf vanaf 07:30 (09:00 op zon- en feestdagen) lunch wordt geserveerd vanaf 11:30 uur tot 14.45 en diner vanaf 19.00 uur tot 22.45 uur.

Vanaf Gare de Lyon heeft u een rechtstreekse verbinding met Genève (3 uur 30 min.), Lausanne (3 uur en 40 min.), Lyon (2 uur), Marseille (3 uur), Milaan (7 uur en 10 min.), Rome (11 uur en 34 min.) en Zürich (6 uur) Het station verwerkt 83 miljoen reizigers per jaar en behoort daarmee tot de drie drukste stations van Parijs.

Paris Gare de Lyon, Place Louis Armand, 12e arrondissement, métro Gare de Lyon

Photo Credits: Le Train Bleu - Rooms & new logo

vrijdag 28 augustus 2015

SMULLEN IN PARIJS

De Parisii, een Gallische stam, vestigde zich in de 5de eeuw voor Christus op wat nu het Île de la Cité is, in het hart van Parijs. Volgens de overlevering aten de stamleden vaak ranzig vlees met liquamen erover, een sterke saus van gefermenteerde vis, om de slechte smaak te maskeren. Hoewel hun dieet onmiskenbaar mager en grof was, vormde dit het beginpunt voor wat de meest luxueuze keuken ter wereld zou worden.

Direct na de liefde komt het eten, dat is voor de Fransman nog altijd een van de belangrijkste dingen in het leven. Op het eten wordt het laatst bezuinigd. De Fransman ziet in het eten een verrijking van het dagelijkse leven en zal altijd zijn uiterste best doen een genieter te blijven en niet slechts een consument. Het eerste echte Franse kookboek was 'Le Viandier' van de hand van Guillaume Tirel. Het verscheen in 1375. Tirel, chef-kok van vorsten en aristocraten en beter bekend onder de naam Taillevent. Een naam die door een van de bekendste sterren-restaurants in Parijs is overgenomen.

Lipp, al sinds 1880 een legendarische brasserie

Er zijn in Parijs 6219 restaurants in de meest uiteenlopende klassen en prijzen. Men kan terecht vanaf € 15 voor een drie-gangen menu tot € 300 en meer, voor diegene die de gewijde tempels van de Grande Cuisine opzoekt. Het Parijse restaurant - afgeleid van 'se restaurer' (versterken) - is in feite ontstaan tijdens de Franse Revolutie. Het werkloos geworden keukenpersoneel van de aristocratie beproefde het kunnen in hun eigen etablissement. Het is bijna vermakelijk, dat zelfs in de donkerste dagen van de Franse Revolutie, die door de hongersnood van de onderste lagen van de bevolking bespoedigd werd, het thema eten altijd voorop stond en dat de ter dood veroordeelden, zich door omkoperij een goed maal verschaften als troost in hun ellende. Overigens revolutionaire (kook)ideeën vonden ingang tijdens de regering van Lodewijk XIV, een man die bekend stond als smulpaap. Onder hem vonden diverse culinaire vernieuwingen plaats, waaronder de aanplant van grote moestuinen in Versailles, de ontwikkeling van speciaal keukengerei en porceleinen serviesgoed en het gebruik van een dessert aan het eind van een dagelijkse maaltijd in plaats van alleen op speciale gelegenheden.

De entree van Lipp aan de boulevard Saint-Germain 151

Het idee van een restaurant, een vestiging met zitplaatsen en een keuze aan schotels die op diverse tijden van de dag werden opgediend, ontstond in 1760. Tot die tijd aten de mensen altijd in taveernes of herbergen, waar de nadruk op drinken en slapen lag en niet op eten. Eten bleef gewoonlijk beperkt tot één schotel, die altijd door een gilde buiten het etablissement werd bereid. In die tijd hadden gilden een monopolie op een bepaald soort gerecht. Traiteurs maakten ragouts, rôtisseurs leverden gebraden vlees, enzovoort. Met andere woorden de tavernier kon in zijn herberg een gebraden kip serveren maar niet zelf bereiden.

In 1765 opende Monsieur A. Boulanger in de rue des Poulis, de huidige rue du Louvre, een bouillon - een plek waar men soep mocht serveren. 'Venite ad me omnes qui stomacho laboratis et ego vos restaurabo', stond op een uithangbord boven de deur; Komt allen tot mij die maagklachten hebt, en ik zal u beter maken. Hij breidde zijn menu al snel uit tot een schotel van schapenpoten in blanke saus, wat de woede opwekte van de traiteurs, die het als een ragout beschouwden. De gilden daagden de overtreder voor het gerecht, maar Boulanger voerde aan dat zijn gerecht een saus bevatte en niet alleen gestoofd was. Helaas, het gilde verloor het proces, waarmee restaurants officieel werden. In 1783 werd het eerste grootse 'diner philosophique' georganiseerd en zo ontstond de band tussen literatuur en gastronomie die zo typerend is voor Frankrijk. De keuken van de rijken van het ancien régime was overdadig en bewerkelijk en de diners bestonden soms wel uit twintig gangen.

l'Escargot Montorgueil, dit restaurant is sinds 1832 een Parijs instituut.

In 1789 waren er al bijna 100 restaurants in Parijs en aan het begin van de 19e eeuw waren het er al meer dan 500. Deze ontwikkeling was te verklaren door het verdwijnen van de gilden en door het feit dat de koks van de verdreven edelen nieuw emplooi zochten. In 1791 maakte de hofschenker, de voorganger van de sommelier, Monsieur Méot zich zelfstandig en opende restaurant Méot onder de arcade van galerie Valois. In de elegante met zijde behangen salons konden de gasten kiezen uit 22 soorten rode wijn en 27 soorten witte wijn, en op de spijskaart kon je zelfs een keuze maken uit 100 gerechten. En dat in een tijd waarin het steeds armer wordende volk 's morgens om vier uur, voor de bakkerswinkels in een rij stond voor een schamele twee ons brood per persoon.

De rijke burgers die zich de buik vol aten in die tijd vinden we terug in de boeken van Balzac en Zola en de de karikaturen van Daumier. Zij lieten van hun overvloedige diners altijd wat op de borden achter. Met deze resten werd een bloeiende handel gedreven. Handelaars, de zogenaamde 'harlekijnverkopers', haastten zich door wat van de tafels van de rijken was overgebleven te verkopen aan de armen. Bij de Parijse hallen, in het zogenaamde Pavillon des Bijoux, werden de restjes van de maaltijd verhandeld door lieden die ze op tafeltjes uitstalden. Deze verzameling afgekloven botten, viskoppen en koekresten noemden de Parijzenaars, nooit om een uitdrukking verlegen, vanwege de veelkleurigheid 'harlekijn'. De kliekjes waren lukraak bij elkaar geraapt, zoals de lapjes stof van een harlekijnspak.

De gastronomische sterrenhemel boven Parijs straalt tenslotte nog elke dag

Zo ontstond ook het restaurant van de natte voeten. In dit openluchtrestaurant aan de voet van de Fontaine des Innocents konden de armen van de Hallen en alle misdeelden uit de wijk terecht voor een vette bouillon en wat rest afval. Het volk dat als het ware 'tweedehands' in het bezit kwam van de kruimels der rijken, had het gevoel zelf te zitten aan de galadiners in de restaurants of de huizen van de rijken. Uit die tijd stamt ook de uitdrukking 'tuer le ver'. De meeste café's in Parijs gaan 's morgens al heel vroeg open en serveren dan niet alleen koffie. Menig Parijzenaar begint de dag met een hartversterkertje, een gewoonte die bekend staat onder de naam 'tuer le ver' ofwel de worm onschadelijk maken.

Maar hoe moet u als toerist nou wijs worden uit het enorme aanbod van bistro's, restaurants, eethuizen, gourmet-tempels en andere luxe etablissementen, als bovendien iedereen die in Parijs is geweest aankomt met speciale adresjes, waarvan hij of zij de beste toch niet verklapt. Gelukkig leest u regelmatig mijn weblog en zijn er goede gidsen. De gastronomische sterrenhemel boven Parijs straalt tenslotte nog elke dag. De eerste gids ontstond al in 1803. Alexandre Grimod de la Reynière stamde uit een adelijke familie die hem verstoten had. Hij haatte de rijken maar dineerde wel met hen. Hij was een befaamd liefhebber van lekker eten en publiceerde van 1803 tot 1812 zijn 'almanak voor fijnproevers'. Hij was zo in feite de grondlegger van de gastronomische kritiek. De beroemde Michelingids is de door koks meest gevreesde van alle gastronomische gidsen. De eerste Michelingids verscheen in 1900. Door de verspreiding van het gemotoriseerde verkeer kwam de regionale keuken in zwang en zo trof men er vanaf 1926 er een selectie in aan van de beste restaurants in Frankrijk. De steraanduidingen volgden pas in 1931. Dan zijn er ook nog de eet-pausen van Gault en Millau die streng hun voorkeuren en afkeer laten blijken in hùn gids. Eten is een serieuze business en er zijn zeker 15 grote tijdschriften aan gewijd en elke gerenommeerde Franse krant heeft zijn eigen culinaire redactie.

Sinds 2008 is de hegemonie van deze gezaghebbende gidsen doorbroken. Alexandre Cammas, de oprichter ven de hippe en trendy restaurantgids Le Fooding bedacht de term 'fooding', wat een samentrekking is van food (eten) en feeling (sfeer). Deze restaurantgids is het 'coole' broertje van de Michelingids. De tegenbeweging heeft ook een naam gekregen: Bistronomie, een samentrekking van bistro en gastronomie.

Le Fooding zorgt voor een revolutie in de Franse keuken

Het menu
"Het menu is een uiting van de Franse opvatting over beschaafde eetgewoonten. Het geeft blijk van orde en regelmaat, want de opeenvolging der spijzen is onveranderlijk en geldt voor alle rangen en standen", schreef Friedrich Sieburg in zijn boek 'God in Frankrijk', dat hem in 1921 beroemd maakte. Een menu, onverschillig of het door een koning of door de conciërge gegeten zal worden, is al sinds 1791 in dezelfde volgorde samengesteld: Entrées -voorgerechten, viandes et poissons, hoofdgerechten, desserts - nagerechten.

Veel van de specialiteiten op de menukaart komen voort uit wat de 'cuisine du terroir' wordt genoemd, maar eigenlijk gewoon armenkost was. De boeren in de provincie aten de restanten van hun vee die niemand wilde hebben, zoals koeienkop, varkensoor, - snuit, staart en poot, ingewanden zoals darm en pens, kippenmaagjes, lever en niertjes maar ook slakken en kikkers. Luxe afgeleide producten zoals het vlees, de melk, boter en room werden verkocht als voedsel voor de rijken.

Têtes de veau

Op een Franse menukaart klinkt alles lekkerder dan het is. Bijvoorbeeld op de kaart van restaurant 'Au pied de Cochon' - al sinds 1947, 24 uur per dag en 7 dagen in de week geopend: Douzaine de gros escargots de Bourgogne, Foie gras de canard mi-cuit, Tartare de Bœuf Charolais coupé aux couteaux, Belle andouillette de Troyes à l’ancienne grillée, Pied de cochon farci façon Périgourdine. Of restaurant Pharamond waar de familie Pharamond sinds 1832 Parijs kennis wilde laten maken met de Normandische streekgerechten. Op de kaart: Terrine de queue de bœuf en gelée, Boudin et filet mignon de cochon rôti aux deux pommes, Tripes à la mode de Caen.
Chez Georges en Lipp behoort tot het uitstervende ras van echte ouderwetse bistro's met vast op het menu: Tête de veau, sauce ravigote. Lipp, al sinds 1880 een legendarische brasserie met clientèle uit de literaire en politieke wereld, die hier juist komen voor de traditionele keuken. Choucroute volgens Lipp is de favoriete maaltijd van oud President Jacques Chirac.
In de 13de eeuw vormde een toren aan de oevers van de Seine de afsluiting van de ommuring van Parijs. Deze toren van steen uit de Champagnestreek was bedekt met stukjes mica die schitterden in de zon. Vandaar dat men hem de zilveren toren noemde; 'La Tour d'Argent'. Eerst een herberg en pas in 1780 een echt restaurant. Frédéric Delair, een genie in de keuken, aan hem heeft dit restaurant het recept te danken voor een gerecht dat sinds die tijd al op de menukaart staat: Caneton Tour d'Argent ook wel Canard au sang genoemd.

Laten we de bovengenoemde gerechten eens nader bekijken: Escargot de Bourgogne, gekookte wijngaardslak. Ze zijn pas geschikt voor consumptie als de darmkanalen schoon zijn. Dit kan bijvoorbeeld door het voeren van meel, dat de lediging van het darmkanaal stimuleert, waarna ze enkele dagen geen voer meer krijgen. Als de slakken helemaal 'leeg' zijn, trekken ze zich terug, sluiten ze hun huisje af en zijn ze geschikt voor consumptie. Er is maar één restaurant in Parijs dat gespecialiseerd is in slakken, l'Escargot Montorgueil. Dit restaurant is een Parijs instituut. Niet alleen door haar interieur en exterieur maar ook door haar keuken. Zij serveren al sinds 1832  met veel trots de escargot. Het eten van slakken laat zich verklaren vanuit het Katholieke geloof. In de middeleeuwen kende men zo'n 150 vastendagen per jaar. Tijdens het vasten mocht men geen vlees eten en slakken werden vanwege hun koudbloedigheid niet als vlees beschouwd.

Er is maar één restaurant in Parijs dat gespecialiseerd is in slakken, l'Escargot Montorgueil

Foie gras, vette lever. Omstreden maar vaak hèt kroonjuweel van de Franse keuken genoemd. De vergrote lever is afkomstig van kunstmatig vetgemeste ganzen (foie) en eenden (canard) en aangezien het mesten van ganzen 'ingewikkelder' is dan van eenden, is ganzenlever veel duurder, zeg maar rustig peperduur. Het eten Foie gras met de feestdagen in december is een Franse traditie die net zo ingeworteld als in Nederland de oliebol. Bovendien is Foie gras bij wet uitgeroepen als onderdeel van het Franse culturele erfgoed. Aten de Fransen er in 1980 gemiddeld zo’n 50 gram per persoon per jaar van, inmiddels is dat bijna 300 gram.

Tartare de Bœuf. Dit gerecht wordt koud geserveerd en grotendeels bij je tafel klaargemaakt. Mijn favoriete gerecht bij La Coupole, geopend in 1927. Eten in La Coupole is een belevenis. Dit restaurant is nog steeds de ontmoetingsplaats voor talloze beroemde mensen uit de wereld van politiek, literatuur, kunst, zang en dans. Een gevleugelde uitspraak in Parijs is "regeringen worden gevormd in Lipp, ze vallen in la Coupole".
Gemaakt van met de hand fijngehakte rauwe biefstuk afkomstig van het Charolais rund, een begrip in Frankrijk. Voor mijn neus een half hoge schaal met een genereuze bol tartaar met daarin een warmgele eidooier. Ik mocht alleen zeggen of ik die tartaar mild, pittig of heet wilde en vervolgens laat de ober zijn lepel van kommetje naar schaaltje flitsen. Fijngesneden sjalotje, fijngehakte cournichons (kleine augurkjes), Dijon mosterd, olijfolie, tabasco, Worchester sauce en peper en zout. . ‘Pas de ketchup!’, waarschuwt mijn bereider in onberispelijk zwart met witte lange voorschort; ik zou niet durven!

Pens, de basis voor Tripes à la mode de Caen een specialiteit van Pharamond

Andouillette
De naam andouillette zou van het Latijnse inductum komen, gevuld, maar dat bekent dan gewoon worst. Andouillette is natuurlijk een heel specifieke worst, die gevuld wordt met darm (chaudin) en maag van het zwijn. Vroeger kon een andouillette ook nog wat anders bevatten, kalfsdarm bijvoorbeeld of mager vlees, maar die variaties zijn nu grotendeels verdwenen, onder andere sinds de dolle koeienziekte. Het ziet eruit als een gewone witte worst, en is in heel Frankrijk terug te vinden. Daardoor vormt het voor vele toeristen een ongewenste verrassing. Andouilette is namelijk een "verworven smaak", die door veel mensen als zeer onaangenaam wordt ervaren. De textuur is rubberig, en ziet eruit als grof gesneden stukjes vet vlees. De beste andouillettes zijn die het keurmerk AAAAA voeren. 'Association Amicale des Amateurs d'Andouillettes Authentiques' met een zetel in Parijs. Deze ernstige kring van Franse gastronomische journalisten en schrijvers verleent het keurmerk voor twee jaar aan verdienstelijke tripiers die uitstekende andouillettes maken, na collectief proeven en beoordelen. Het keurmerk wordt vaak vermeld op de spijskaart van de opdienende restaurants.
Een andouillette à la ficelle is gemaakt van zuivere varkensdarm, maag en ander orgaanvlees, in kleine reepjes gesneden, die vervolgens met een koordje de buitendarm in worden getrokken. Een bewijs dat de worst in kwestie met de hand werd gemaakt, want machinaal lukt dat niet. Op een handige manier trekt de tripier voor een andouille de ene darm door de andere, Denk aan Russische moederpopjes, maar dan van darm gemaakt.
Verder blijkt het andouillette eten een echte mannenzaak. Ik heb zelden aan tafel gezeten met dames die ze bestelden. Erger nog, de vrouwen in mijn leven hebben de neiging de eetzaal, wat zeg ik, het huis te verlaten wanneer andouillettes worden opgediend. Een uitzondering; mijn echtgenote.

Voor een 'vette' Varkenspoot moet je bij Au Pied de Cochon zijn

Pied de cochon
Vrijwel niets wordt er weggegooid in het land van de 'Franse keuken'. Eén van oudsher bekend gerecht is gestoofde varkenspoot. Rechtstreeks uit de boerenkeuken en van een uiterst smakelijke eenvoud. De poot wordt ingewreven met een mengsel van Provençaalse kruiden, peper, mosterd en zout. Na het aanbraden wordt witte wijn en uitgeperste knoflook bijgevoegd waarin de poot minstens 2 uur moet stoven. Voor de smaak kan er honing aan worden toegevoegd. Toegegeven, het is een caloriebom en je voelt dat de foute cholesterolwaarden zwaar in het rood schieten. Een flinke schep mosterd en een gortdroge Sancerre helpen de vertering een handje.

Terrine de queue de bœuf, een terrine van ossenstaart.
Als men het in Frankrijk over een terrine heeft kunnen ze het hebben over de vorm waar je de terrine in maakt maar ook over het gerecht, de terrine zelf. Een terrine is over het algemeen een rechthoekige vorm met aan weerszijde handvatten en vaak heeft het ook een deksel. Die deksel geeft meteen het verschil aan tussen het gerecht, een terrine of paté. Een terrine wordt afgedekt met een deksel en een paté met deeg. Een paté is officieel een vleesgerecht met een deegkorst er om heen. En een paté eet je zowel koud als warm terwijl je een terrine bijna altijd koud eet. De klassieke terrine bestaat meestal uit vlees, wild en gevogelte met kruiden en sterke drank.

Varkensoren, vrijwel niets wordt er weggegooid in het land van de 'Franse keuken'

Boudin
De bloedworst wordt even vaak beuling of zwarte pens genoemd. Het is een donkere traditionele worst die gestold wordt door verhitting. Ze vinden hun oorsprong in de Gallische keuken. Toen hadden bloedworsten de reputatie dat ze de mannen aanzetten tot dapperheid en heldhaftigheid in de strijd. Bloedworst is een worst, gewoonlijk bestaande uit een mengsel van bloed, meestal van het varken, reuzel, spek, kruiden en vulmiddelen (rogge, brood, gerst, en/of havermout). Zowat elke regio in Europa heeft zijn eigen recept voor bloedworst. Zo is de bloedworst van Poitou gemaakt met spinazie, die van Normandië met appeltjes, die uit de Corrèze en Sologne met kastanjes. En in de Franse Antillen voegen ze met rum en cayennepeper een exotisch tintje aan hun bloedworsten toe.

Tripes à la mode de Caen, pens. Orgaanvlees in de oven gestoofd met kalfspoot, ui, peen, prei, knoflook cider of calvados. Wilt u dit gerecht echt eens proberen dan moet u dat bij Pharamond doen. Met een goede oude calvados bij de koffie zal zowel de maaltijd als de rekening een stuk gemakkelijker te verteren zijn. Tripoux zijn de ingewanden van een schaap.

Tête de veau, betekent letterlijk 'kop (of: hoofd) van het kalf' en is een van oorsprong Frans (armeluis)gerecht. Er wordt naar het hoofd van het kalf verwezen, omdat traditioneel alleen vlees afkomstig van het hoofd van het kalf (tong, losgeweekt vlees) wordt gebruikt. Voor de traditionele bereiding wordt het op een kalfsschedel resterende vlees losgeweekt in kokend water.

Tête de veau, betekent letterlijk 'kop (of: hoofd) van het kalf'

Caneton Tour d'Argent ook wel Canard au sang. Wilde eend bereid met een saus van eendenbloed. Men gebruikt hiervoor een zilveren pers die dient om het karkas van een gebraden eend samen te drukken. Van te voren zijn de bouten en borststukken er af gesneden. Het opgevangen sap dient om de saus te binden.

Misschien heeft het 'smullen in Parijs' voor u, na het lezen van deze blog, een andere betekenis gekregen. Laat ik dan eindigen met woorden van Honoré de Balzac die aan een tafelgenoot die gulzig een grote slok van een voortreffelijke wijn wilde nemen zei: "Deze wijn, mijn vriend, streel je eerst met je blik". En dan? "Dan adem je hem in". En daarna? "Zet je hem op tafel terug zonder hem aangeraakt te hebben, heel eerbiedig". En dan? "Dan spreek je erover.
Met bovenstaande gerechten deed ik het zelfde, en zie ik spreek er nog over.

Een café en de rekening, een mooie afsluiting bij Lipp

Au Pied de Cochon, rue Coquillière 6, 1e arrondissement, métro Les Halles
Pharamond, rue de la Grande Truanderie 24, 1e arrondissement, métro Les Halles
Chez Georges, rue du Mail 1, 2e arrondissement, métro Sentier
Lipp, boulevard Saint-Germain 151, 6e arrondissement, métro St Germain des Prés
La Tour d'Argent, quai de la Tournelle 15, 5e arrondissement, métro Maubert Mutualité
l'Escargot Montorgueuil, rue Montorgueil 38, 1e arrondissement, métro Les Halles

La Coupole, boulevard du Montparnasse 102, 14e arrondissement, métro Vavin, 

vrijdag 21 augustus 2015

SANTÉ GEVANGENIS PARIJS

Metrolijn 6 loopt van Nation naar Charles de Gaulle-Etoile. Een van mijn favoriete lijnen, 13,6 kilometer lang waarvan 6,1 kilometer, 13 stations, bovengronds. Geopend op 2 oktober 1900 ten tijde van de al weer vijfde wereldtentoonstelling in Parijs. Ik stap uit op station Glacière, aan de boulevard Saint-Jacques. Een paar honderd meter verderop ga ik rechts de rue de la Santé in. Wat direct opvalt zijn de bijna 10 meter hoge muren die duidelijk iets suggereren. Het ziet er uit als een onneembaar fort, indrukwekkend, ook een beetje beangstigend. Ik sta voor de laatste gevangenis van Parijs binnen de 'Parijse muren': La Maison d'Arrêt de la Santé of te wel het huis van bewaring, de beroemde of beruchte Santé gevangenis, geopend in 1867 en nog vol in bedrijf tot en met juli 2014. Toen zijn de laatste gedetineerden overgebracht naar omliggende gevangenissen in de voorsteden van Parijs.

Rue de la Santé: Wat direct opvalt zijn de bijna 10 meter hoge muren die duidelijk iets suggereren.

Ik moet zijn op rue de la Santé 42, naast een immens grote blauwe poort waar ik mij moet melden bij de diensdoende beambte, zittend achter hoogstwaarschijnlijk kogelvrij glas. Identiteitscontrole volgt en er opent zich een kleine deur aan de rechterzijde, waar ik na nog eens een controle kennis maak met mijn gids Jean-Marie Akera, detentie leider, gevangeniskok en mijn gids voor de middag. De intense soberheid en strengheid van dit gebouw boezemt onmiddellijk ontzag in. De eerste stop is gelijk een zwarte bladzijde uit de Franse geschiedenis. Daar achter die voordeur, op de binnenplaats, stond van  1939 tot 1972 de guillotine. De laatste twee executies in de Santé gevangenis werden uitgevoerd in 1972. De ter dood veroordeelden waren ene Roger Bontems en Claude Buffet. Claude Buffet, een satanische moordenaar en later betrokken bij een gijzeling in de gevangenis van Clairvaux (Aube) waarbij twee gijzelaars werden vermoord. Ook Bontems was betrokken bij deze gijzeling met gruwelijke afloop. De koelbloedige moord op de verpleegkundige Nicole Comte, moeder van twee kinderen en Guy Girardot, cipier. Op 28 november, rond 4,30 uur werden Buffet en Bontems wakker gemaakt en afgevoerd naar de binnenplaats. Bontems werd onthoofd door de beul André Obrecht om 5.13 uur en zeven minuten later was het de beurt aan Buffet. Van 1909 tot 1939 vonden de onthoofdingen nog in het openbaar plaats bij de muur op de hoek van de boulevard Arago en de rue de la Santé. De eerste onthoofding vond plaats op 6 augustus 1909. Op 24 juni 1939 werd besloten om executies in het openbaar te verbieden. Na 1978 werden ter dood veroordeelden opgesloten in de gevangenis van Fresnes, de enige gevangenis met een licentie voor executies. Het duurde tot 1981 voordat Frankrijk, als laatste Europees land, de doodstraf afschafte op initiatief van Robert Badinter, jurist, politicus en advocaat van o.a...... Roger Bontems.

Rue de la Santé 42, hier moet ik mij melden

La Prison de la Santé is gebouwd tussen 1861 en 1867 door Joseph Auguste Émile Vaudremer, architect en komend uit de school van Baltard. In een wijk ten oosten van Montparnasse, op het terrein van een vroegere steenkolenmarkt in het 14e arrondissement. Een nonnenklooster dat toen dienst deed als ziekenhuis, moest plaatsmaken voor een revolutionaire gevangenis. Het ziekenhuis, ooit gebouwd door Anne van Oostenrijk, verhuisde naar de overzijde van de boulevard Saint Jacques aan de rue Cabanis en is nu het psychiatrisch ziekenhuis Sainte-Anne. Revolutionair, want toen de gevangenis in gebruik werd genomen hadden alle gevangenen stromend water in hun cel, terwijl de meeste wijkbewoners deze luxe nog niet eens kenden. Aanvankelijk uitgerust met 500 cellen en na 1900 al snel werd uitgebreid tot 1000. Op hoogtij dagen zaten 2000 gevangenen opgesloten in cellen van slechts 7 vierkante meter, 3 meter hoog. Door de geschiedenis heen telde Parijs binnen de stadsmuren een tiental gevangenissen waaronder Bicêtre (verwoest in 1632), le Châtelet (gesloopt in 1782), de bekendste van allemaal la Bastille (bestormd op 14 juli 1789), les Carmes (omgebouwd tot klooster in 1794)  la Force (afgebroken in 1845) en la Roquette (gesloten in 1974). En nu sluit ook la Santé tijdelijk haar deuren voor een verbouwing die gaat duren tot 2019.

Het huis van bewaring gaf in de afgelopen 147 jaar onderdak aan vele beruchte en beroemde gevangenen. Verdacht van betrokkenheid bij de diefstal van de Mona Lisa uit het Louvre werd de dichter Guillaume Apollinaire in september 1911 een tijdje opgesloten  in de Santé gevangenis.

J’écoute les bruits de la ville
Et prisonnier sans horizon
Je ne vois rien qu’un ciel hostile
Et les murs nus de ma prison

Ik luister naar de geluiden van de stad
gevangen zonder uitzicht
ik zie niets dan een vijandige lucht
en de kale muren van mijn cel

Ilich Ramirez Sanchez. Hij werd in 1997 in Frankrijk veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Beter bekend onder zijn strijdersnaam Carlos en onder de naam de Jakhals. Deze laatste naam werd hem door de pers gegeven. Carlos is vooral bekend door de gijzeling in 1975 van het hoofdkantoor van de OPEC. Jaren was hij een van de meest gezochte voortvluchtigen.

Manuel Noriega, voormalig dictator van Panama, de Franse topcrimineel Jaques Mesrine, ook wel de man met de Duizend Gezichten genoemd. Tot wanhoop gedreven door het slechte eten, ontsnapte deze uit de gevangenis op een spectaculaire wijze, met gebruikmaking van gesmokkelde wapens. Met behulp van een ladder aan de ene kant van de 10 meter hoge muur en enterhaken aan de andere zijde. De hele ontsnapping duurde slechts 25 minuten. Zijn vrijheid was echter van korte duur, zes maanden later werd hij doodgeschoten in het centrum van Parijs. Jean-Christophe Mitterrand, ja inderdaad 'de zoon van' voor fraude, belastingontduiking en omkoperij.

De president van de Franse spoorwegen Loïk le Floch-Prigent en CEO bij de Franse oliegigant Elf voor omkoping en het geven van steekpenningen. Textielbaron Maurice Bidermann eveneens betrokken bij de ELF-affaire in 1994, die toen ook de kop koste van de toenmalige minister Dominique Strauss-Kahn. Jerome Kerviel, in 2007 / 2008 verantwoordelijk voor een verlies van 4,8 miljard euro door te speculeren op de beurs met het geld van de Société Générale, een van de grootste banken van Frankrijk en één van de oudste.

Zij zaten namelijk allemaal in de zogenaamde elite-vleugel speciaal voor 'vooraanstaande gevangenen', waaronder corrupte politici, zakenlieden, belastingambtenaren, advocaten, politie-officieren en gevangenen met een verhoogd risico. Zij kregen een privé gevangenisruimte van negen vierkante meter met televisie, douche en toilet. Ze speelden bridge, een spelletje schaak, kregen les in tekenen of schilderen in een ruimte boven de medische sectie van de gevangenis.
La Santé is berucht om zijn zware regime. Inbrekers, drugshandelaren en andere mindere goden, moesten het soms doen met een ruimte van twaalf vierkante meter waar zij met vieren of soms zelfs met zessen tegelijk vastzaten.

De Santé gevangenis was ook gastheer voor een aantal beruchte Nederlandse criminelen; namelijk de twee Heineken ontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder. Beiden waren naar Parijs gevlucht na de ontvoering van Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer, en werden daar ook op 29 februari 1984 gearresteerd. De hele ontvoering duurde van 9 tot 30 november 1983. Op 28 november werd 35 miljoen gulden losgeld betaald en twee dagen later werden Heineken en zijn chauffeur door de politie bevrijd.

2,8 hectare groot is het ommuurde gebied van de Santé gevangenis, een trapezium vormend fort, omsloten door de rue de la Santé, rue Jean Dolent, Rue Messier en de boulevard Arago. Mijn gids Jean-Marie Akera vertelt mij dat nog een klein gedeelte van de gevangenis in gebruik is. Dit zijn de 'paroles', de voorwaardelijk gestraften, die zich elke avond weer moeten melden en worden ingesloten, zo'n 100 in totaal. Om hun privacy te waarborgen wordt dat deel van de gevangenis niet bezocht. Via de Cour d'Honneur en een smalle gang bereiken we het zenuwcentrum van de gevangenis; de Rotonde. Een stervormige hoge open ruimte waar de vier vleugels van de gevangenis samenkomen. Lange gangen met blauwe deuren. Op elke deur een groot slot en een kijkgaatje voor constante monitoring. Twee etages hoog met links en rechts verveloze cellen van slechts 7 vierkante meter, voorzien van een ijzeren stapelbed geborgd in de betonnen vloer en een toilet zonder enige vorm van privacy. De laatste renovatie vond plaats in 1945. 67 Jaar geleden toen huisveste de gevangenis 6000 personen, 6 maal de capaciteit. Elke deur heeft nog zijn eigen slot dat geopend moet worden met een sleutel. Geen enkel openingssysteem dat deuren elektronisch opent. Je moet er niet bij nadenken als hier brand was uitgebroken.

We passeren de zogenaamde VIP-wijk 14 individuele cellen voor mensen met een speciale status vanwege hun beroep of vanwege de grote media-aandacht voor hun zaak, mijn gids kan een glimlach nauwelijks onderdrukken. Vervolgens het quartier met isolatie cellen, zogenaamde QHS, 'quartier de haute sécurité'. De naam verdween in 1982 maar de cellen zijn gebleven. Helemaal geen comfort, al het meubilair vastgenageld en geen TV.  Zij werden permanent in de gaten gehouden vanwege mogelijk suïcidale bedoelingen.

Een van de eigenaardigheden van de Santé gevangenis is, dat tot de sluiting, de gevangenen werden verdeeld over de gevangenis op basis van geografische afkomst en etniciteit. In blok A; gevangenen afkomstig uit West-Europa. Blok B: Zwart Afrika, Blok C: de Magreb en in Blok D, de rest van de wereld. Sinds 21 juli 2014 is de gevangenis goeddeels verlaten en is het verbijsterend stil. De laatste 60 gevangenen zijn overgebracht naar een nieuwe gevangenis Orléan-Saran (Loiret). Soms hoor je het geknars van deuren gevolgd door het schuiven van grendels. Het betreft hier het insluiten van 'les paroles'. In 2006 zijn de meest vervallen blokken gesloten en verkeren in een soort van post-apocalyptische staat, of de tijd negen jaar is stil blijven staan. Afgebladderde verf, roestige karkassen van stapelbedden, overal tralies en prikkeldraad.

Strafblok QD voor gevangenen die tijdelijk zijn veroordeeld tot eenzame opsluiting, omdat zij de interne regels van de gevangenis hebben gebroken. Een volledige lijst van straffen hangt nog aan de muur: Tot 30 dagen, de maximale straf in geval van een poging tot aanranding van een supervisor. Benauwde cellen met dubbele deuren voor extra veiligheid. Eerst een stalen deur, gevolgd door een deur voorzien van tralies met daar over een stevig raster. De eerste deur kan alleen worden geopend door een cipier, de tweede alleen door een officier. De oculairs in de stalen deuren zijn voorzien van gehard glas omdat het niet de eerste keer is dat een oog werd uitgestoken van een gevangenisbewaarder, door het steken met een vork. Verder weer aparte separatie ruimtes voor gevangenen die beschermd moeten worden tegen de andere gevangenen. veroordeelde pedofielen bijvoorbeeld.

Niets is menselijk hier en toch stond de Santé gevangenissen te boek als een van de veiligste gevangenissen van Frankrijk. In de 167 jaar van zijn bestaan slechts drie succesvolle ontsnappingen. In 1978 Jacques Mesrine en zijn compaan François Besse en in mei 1986 de spectaculaire ontsnapping van Michel Vaujour, overvaller, die ontsnapt met behulp van een helikopter, bestuurd door zijn vrouw Nadine. Sinds die tijd is de 'cour Camembert', de openbare luchtruimte, overdekt met gaas en prikkeldraad met snijbladen. Tevens valt de gevangenis op door het lage aantal zelfmoorden (één in 2013), ook is er sprake van nauwelijks agressie tussen de medegevangenen en bewakers.

Toch stond de Santé bekend als een van de smerigste gevangenissen. Na vernietigende kritiek van Santé's chef-arts dr. Véronique Vasseur over de mensonterende toestanden in deze negentiende-eeuwse gevangenis beloofde de minister van Justitie extra geld. Maar in werkelijkheid gebeurde er niets. Nog steeds krioelden de kakkerlakken, pissebedden, ratten en muizen door de cellen die vaak plaats moesten bieden aan vier personen. Dokter Véronique Vasseur begon in 2000 met het schrijven van een dagboek dat later werd gepubliceerd onder de naam 'La Mal Nommée'. Het was haar manier om de wereld op een ongenadige manier te confronteren met de werkelijkheid. "Het is ongelofelijk wat ze hier allemaal slikken: scheermesjes, sleutels, muntstukken, nagelknippers, messen, vorken, lepels, schroeven...... De hitte doet het ongedierte welig tieren. Het loopt over de matrassen. 'Les types' zitten onder de puisten en ik heb nog nooit zoveel huidziekten gezien in zo weinig tijd". Het boek sloeg in als een bom.

"Zo kan het niet langer"; moeten ook Loïk le Floch-Prigent, Jean-Michel Boucheron en Olivier Spitthakis hebben gedacht. De respectievelijk ex-president-directeur van oliegigant ELF, oud loco-burgemeester van Angoulême en de sjoemelende topverzekeraar richtten de Groep Mialet op, vernoemd naar de inspecteur van politie Jean-Luc Mialet. Deze 37 jarige agent werd veroordeeld wegens banden met de Baskische terroristische organisatie ETA. Mialet, die volhield onschuldig te zijn, kwijnde weg in zijn cel en sloeg uiteindelijk de hand aan zichzelf. Deze belangengroep stelde zich ten doel om een einde te maken aan de middeleeuwse toestanden in de Franse gevangenissen. De Groep Mialet telt inmiddels honderdvijftig prominente ex-bajesklanten onder wie Bernard Tapie de baas van Olympique Marseille. Ook hij heeft in de VIP-ruimte gevangen gezeten en verklaarde: "Wie in de cel heeft gezeten heeft pas het échte leven gezien". Acht maanden voor de Franse verkiezingen realiseerde de minister van Justitie, Elisabeth Guigou, (1997-2000) zich dat maar al te goed. De deur ging wijd open voor de vertegenwoordigers van de Groep Mialet.
Bijna alle prominente ex-bajesklanten zitten inmiddels, na hun vrijlating, weer op hoge posities in de politiek of in het bedrijfsleven. In Frankrijk hoeft een strafblad niet het einde te betekenen van een carrière. Zie ook Bernard Tapie, Dominique Strauss-Kahn, hun invloed moet niet worden onderschat. Vertegenwoordigers van de Groep Mialet worden bijna maandelijks gehoord door topambtenaren en parlementaire commissies.

In 1968 waren er al plannen om de Santé gevangenis te legen en de gevangenen over te hevelen naar de net geopende gevangenis van Fleury-Merogis (Essonne). Toch duurde het meer dan 45 jaar voordat het besluit uiteindelijk werd genomen en uitgevoerd. De huidige minister van Justitie, Christiane Taubira, presenteerde een plan voor renovatie van drie gevangenissen: Baumettes in Marseille, Fleury-Merogis en de Santé gevangenis in Parijs. Hiervoor is een budget vrijgemaakt van 800 miljoen euro.

Uiteindelijk is er gekozen voor renovatie in plaats van sloop van de Santé gevangenis, mede om haar geografische ligging en om een inrichting te behouden, gelegen in het 'hart' van de stad. De meeste andere instellingen liggen ver buiten Parijs. Het vergemakkelijkt familiebezoek en biedt de bewakers de mogelijkheid dicht bij hun werk te wonen in een van de voorsteden. Tevens staat de Santé dichtbij de vele rechtbanken in Parijs en is een gemakkelijk toegankelijke plaats voor advocaten en rechters. De outlook van het gebouw zal in belangrijke mate blijven bestaan. Cellen worden aangepast en vergroot. Allen voorzien van een douche, warm en koud stromend water, een koelkast en een warmhoudplaat.

De oplevering moet geschieden in 2019 en deze gevangenis zal plaats bieden aan 708 cellen voor langdurig geïnterneerden en 100 cellen voor voorwaardelijk gestraften. 95% van alle cellen zal individueel zijn. Onder de voorgestelde projecten zit die van de voormalige zakenman Pierre Botton, hier opgesloten voor 20 maanden tot medio 1990. Het 'openen' van de gevangenis aan de buitenkant met een panoramisch dak uitgerust met galerijen en nieuwe zones voor werk en vrije tijd. De uiteindelijke keuze zal bekend worden aan het einde van dit jaar.  Het idee is te zorgen voor meer waardigheid voor alle gevangenen met behoud van menselijkheid, in de nabijheid van de stad aldus, Sylvie Manaud-Bénazéraf, directeur van de Santé gevangenis sinds 2007.

Overbevolking is nog steeds een chronisch probleem in de Franse gevangenissen. Vorig jaar waren er voor bijna 64.000 gevangenen slechts 51.000 cellen beschikbaar. Vele gevangenen delen een cel met soms drie, vier, vijf medegevangenen.  Maar er is meer. Zo'n 25 procent van de gevangenen kampt met zware psychische problemen, maar van de 188 gevangenissen in Frankrijk hebben er maar 26 opvangmogelijkheden voor psychiatrische zorg. Op 1 januari 2015 zaten er in Frankrijk 77.291 personen in detentie. De jaarlijkse gevangenisbegroting overstijgt de 2,6 miljard euro. (bron website ministerie van Justitie)

Ik verlaat de Santé gevangenis via de bezoekersingang aan de rue Messier. De stalen deur valt achter mij dicht, nog een keer het geschuif van grendels en het gerinkel van de sleutelbos. Diep adem ik in, heerlijk het gevoel van frisse lucht en vrijheid. Op de hoek van de rue Jean Dolent en de rue de la Santé kijk ik naar de plaquette, hoog aan de muur, ter ere van de achttien mensen van het communistisch verzet. Negen van hen werden onthoofd tussen augustus 1941 en juli 1942. De andere negen werden doodgeschoten op 30 april 1944.

Vrijheid, hoe mooi kan het zijn. Zachtjes vervolg ik mijn weg en neurie de melodie van Yves Duteil, 'Le mur de la prison d'en face'

En regardant le mur,
J'imagine à sa place
Les grillages ouvragés
D'un parc abandonné
Explosant de rosiers,
D'espace,
Les grillages ouvragés
D'un parc abandonné
Où les arbres emmêlés
S'enlacent.

Kijkend naar de muur
Bedenk ik, in plaats van
doorwrocht traliewerk
een verlaten park
vol met rozenstruiken
ruimte
doorwrocht traliewerk
een verlaten park
met verwaaide bomen
die zich ineenstrengelen


Het bord geeft nog aan 2018 inmiddels is de oplevering vertraagd naar 2019