Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 14 oktober 2015

CHARONNE EEN PARIJSE VERRASSING IN HET 20E ARRONDISSEMENT

Deze tip heb ik te danken aan mijn collega Parijsblogger Frank Renout. Sinds 2004 is Frank woonachtig in Frankrijk en werkt als correspondent voor diverse kranten en omroepen in Nederland en België. Voor Nederland schrijft hij onder andere voor het Algemeen Dagblad, Vrij Nederland en levert diverse bijdragen aan programma's van de NOS en de Wereldomroep. In België schrijft hij voor De Standaard en de VRT. Tevens is hij de auteur van het boek 'Super Sarko' over de vorige Franse President Nicolas Sarkozy.

Hij vertelde mij dat hij (misschien) wel het meest lieflijke steegje van Parijs had gevonden, ergens in het 20e arrondissement. Nou ken ik het 20e erg goed, sterker nog het is een van de arrondissementen waar ik vaak rondhang. Een Parijzenaar zei eens tegen mij over het 20e: "De meeste inwoners zijn dood". En daar had hij een punt. Het 20e herbergt namelijk een van de grootste begraafplaatsen van Parijs, Père Lachaise waar meer dan een miljoen Parijzenaars liggen. Het is zeer waarschijnlijk de drukst bezochte en misschien wel de beroemdste begraafplaats ter wereld. Daarnaast heeft het 20e, een van de grootste arrondissementen van Parijs, zo'n 200.000 inwoners die nog wel in leven zijn.

De impasse Poule aangelegd in 1870; hèt mooiste steegje van Parijs volgens Frank Renout

Dit arrondissement, aan de oostkant, bestaat uit drie oude dorpjes: Charonne, Belleville en Ménilmontand. Het zijn kosmopolitische wijken waar veel immigranten wonen, maar de laatste tijd steeds populairder onder de voornamelijk jonge Parijzenaars. Dat is ook de reden dat dit arrondissement steeds meer opduikt in reisgidsen en trendy modebladen. Naast het oude volkse Parijs, waar eens Edith Piaf werd geboren, is het ook het thuis van een exotische gemeenschap van Arabieren, Chinezen en Vietnamezen, maar ook van kunstenaars en studenten, die de dure universiteitsbuurten zijn ontvlucht, en goedkope antiquairs. Het zijn ontegenzeggelijk de wijken die het meest in beweging zijn. Hier kunnen we nog de ruwe kant van Parijs aanschouwen. Geef dit arrondissement nog eens 10 jaar de tijd en dan is het net zo in trek als de Marais.

De rue des Vignoles vol met kleine minuscule doodlopende steegjes zoals de impasse Rolleboise

Veel van het dorpse karakter van de dorpjes Belleville, Charonne en Ménilmontant is bewaard gebleven. Zij dragen nog steeds de sporen van hun landelijk verleden, van de arbeiders die werkten in de gipsgroeven en de wijngaarden van de Parijse kloosters. Hier kwamen de arbeiders hun zuur verdiende Francs verdrinken in de guinguettes, de cafés en 'bals musettes'. Hier debuteerden Maurice Chevalier, Yves Montand en Edith Piaf op straat en in de verschillende café-chantants. Vele straatnamen herinneren nog aan de grote hoeveelheid waterbronnen en aan het rijke wijnbouwverleden: Rue des Cascades (waterval), rue de la Duée (kleine bron), rue des Rigoles (slootjes) en rue des Vignoles (wijngaard).

Overal bijzondere details

Natuurlijk vind je er ook de lelijke betonnen hoogbouw uit de jaren zeventig maar ook kronkelende steegjes met winkeltjes, ateliers en kleine lokale eethuisjes. Steile hellingen, duizelingwekkend hoge trappen met aan het eind weer een prachtig doorkijkje. Passages, villa's, impasses (staat in Parijs voor een doodlopend straatje) en verstilde tuinen achter sierlijke poorten. Hier vindt je de charme van het ongewone met het ouderwetse. Een mengeling van exotische gemeenschappen samen met de arbeidersbevolking, die in de 18e eeuw als gevolg van de herstructureringen van Hausmann, uit de binnenstad werd verdreven. De bevolking in de wijk, is een van de meest gevarieerde en kosmopolitische in Parijs.

De wandelingen hier zijn vaak doorspekt met kleine verrassingen en onverwachte ontdekkingen; sfeer, kleur en gezelligheid. Zo ook de tip, die ik nog niet kende, en kreeg van Frank Renout. "Ken jij de Impasse Poule?" Helaas ik moest het antwoord schuldig blijven. "Het is het mooiste steegje van Parijs!".

Onbeschaamd bliek ik tussen het groen en kijk mijn ogen uit in de hippe binnentuintjes

Dus vertrok ik op een mooie zonnige zondag richting het 20e arrondissement. Mijn favoriete metrolijn 2, veel van de stations zijn bovengronds, brengt mij naar het metrostation Avron. Bovenaan de trappen 180 graden draaien en de boulevard de Charonne een stukje aflopen tot u de eerste zijstraat aan uw rechterkant tegenkomt: De rue des Vignoles. U kruist de rue Panchat en u komt als het ware terecht in een klein plattelandsdorpje in Parijs met links en rechts kleine huisjes. Het gedeelte tussen de rue Panchat en de rue Buzenval kent wel 7 impasses. Kleine minuscule doodlopende steegjes, vaak maar twee of drie meter breed, met betaalbare arbeidershuisjes, aangelegd zo rond 1870. Sommige met veel groen, originele lantaarnpalen en nog de oude kasseien met prachtige namen zoals de impasse Rolleboise, impasse Poule of impasse de la Confiance. Je komt ogen te kort. Onbeschaamd bliek ik tussen het groen en kijk mijn ogen uit in de hippe binnentuintjes. In de impasse Rolleboise valt mij het bordje op 'Hippies use side door' op. Het is met recht een hip buurtje. Aan de overkant van de impasse Rolleboise, de impasse Casteggio en de impasse des Crins, met bijzondere huizen met houten trappen die er prachtig uit zien, alsof de bewoners in boomhutten wonen.

 'Les Mondes des Bohèmes' in de rue des Vignoles, met een heerlijk overdekt buitenterras

U passeert verschillende restaurantjes waaronder; 'le petite Fabrique' gespecialiseerd in biologisch eten, een stukje verder 'le Comptoir Américain gespecialiseerd in bagels en salades, maar mijn voorkeur ging uit naar een café restaurant 'Les Mondes des Bohèmes', met een heerlijk overdekt buitenterras en een menukaart vol met gerechten om van te smullen. Ik laat mij verleiden door de 'suggestion du moment'; de 'carpaccio de bœuf au basilic et fromage, mesclun et frites maison' en als désert, 'creme brûlée selon l'humeur du chef. Tevreden, heel tevreden, vervolg ik mijn route langs de rue des Vignoles.

De menukaart vol met dagverse huisgemaakte gerechten

Op huisnummer 33, is getuige de plaquette aan de muur, een oude maar nog steeds in gebruik zijnde verzetshaard gevestigd, ooit opgericht door Mexicaanse opstandelingen van het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger.
"En 1995, le 33 rue des Vignoles à été officiellement déclaré Aquacalientes (zone zaptiste) par Amado Avendaňo Figeroa, gouverneur en rébellion de l'État du Chiapas. Encore longtemps en ce lieu la solidarité internationale vivra!"
Wat zoveel betekent dat in 1995 dit woonhuis officieel is benoemd tot 'zone zapatiste' van de Staat Chiapas, door Amado Avendaňo Figeroa. De Chiapas was officieel een soeverein grondgebied tijdens het eerste Mexicaanse Rijk van 21 juli 1822 tot 19 maart 1823, met een eigen grondwet.

De impasse Saint-Pierre

We steken de rue de Buzeval over en vervolgen onze route. Links weer zo'n klein doodlopend straatje de impasse Saint-Pierre. De straat wordt nu wat minder interessant, maar ik breng u nog even naar een ander juweeltje. Links de de rue de la Réunion in naar de place de la Réunion. Daar vindt elke donderdag en zondag van 07.00 uur tot 15.00 uur, de Marché Réunion plaats. Lokaler kan het niet. Parijzenaars doen het liefst hun inkopen op lokale markten en ze zijn daarbij heel kieskeurig. Alles moet vers zijn. De kopers die uit alle werelddelen lijken te komen verdringen zich langs de viskramen vol met scholen op ijs gelegde vissen en rond de groentekramen waar je je kunt verbazen aan de kunstig opgebouwde piramides van tomaten, kleine knapperige courgettes en glanzende paarse aubergines. De kraam met druiven voor slechts € 1 doet goede zaken. Ik strijk nog even neer op het plaatselijke terras van het café op het plein om het allemaal gade te slaan. De luid babbelende vrouwen, de mannen die druk zijn met afdingen en de geur van vers fruit en groenten brengen je wel heel dicht bij de buik van Parijs. 

De marché Réunion lokaler kan het niet

Met dank aan Frank Renout voor deze gouden tip.

Frank is met zijn weblog 'Out in Paris' genomineerd voor de Golden Blog Award. Met mijn weblog is dit drie keer gebeurd; in 2012, 2013 en 2014 maar nog nooit heeft een Nederlandse blogger gewonnen. Het zou leuk zijn als dat in 2015 wel zou gebeuren en daarom vraag ik u om op mijn collega Parijsblogger te stemmen door dagelijks naar zijn weblog te gaan en te klikken aan de rechterkant op de button 'Je Vote'. U mag elke dag stemmen tot en met 26 oktober, daarna neemt de jury het over.

De impasse Casteggio alsof de bewoners in boomhutten wonen.

woensdag 7 oktober 2015

HET ECHTE VERHAAL ACHTER DE MOULIN ROUGE PARIS

Afgelopen dinsdag 6 oktober ben ik benaderd voor een live interview op Radio 1 voor het programma; 'Dit is de Nacht', over de Moulin Rouge. Op 6 oktober 1889, precies 127 jaar geleden, opende aan de voet van Montmartre een bijzondere attractie, een danszaal van, in die tijd, ongekende allure.

Tot op de dag van vandaag heeft Parijs een aantrekkingskracht die, zelfs voor mensen die er nog nooit zijn geweest, duizelingwekkend is. Met zijn vele bezienswaardigheden is het dè bestemming voor toeristen afkomstig uit alle landen van de wereld. De wijdverbreide clichés over de stad der liefde bevatten. zoals elke gemeenplaats, een deel waarheid: zoals de langbenige maar stuurse Parisiennes, de man met zijn baguette en alpinopet, de norse maar oh zo efficiënte obers, de kunstenaars en bohemiens, de absint, de cancan en bovenal een bruisend nachtleven. Als je eens Parijs bij nacht hebt gezien, dan pas begrijp je de bijnaam lichtstad. Vooral als je staat op de heuvel van Montmartre in de schaduw van de machtige kerk van het Heilig Hart; de Sacré Cœur. Dan zie je de lichtjes en voel je de adem van deze nooit slapende stad. Beneden op de place Blanche staat al sinds 1889 de Moulin Rouge, als baken in de nacht, de helrode molen, het centrum van een bruisend Parijs. Of niet? Zelfs de meest trotse Parijzenaars zien hun Moulin Rouge als een deel van het verleden, een attractie, een toeristenval. Wanneer en waarom is deze ommekeer eigenlijk gekomen en is het cabaret de naam van icoon nog waard? U leest er alles over in deze blog.

De Moulin Rouge aan de place Blanche anno 1900

Moulin Rouge is groots geworden door het eigenwijze karakter van Montmartre. In de film van Baz Luhrmann's Moulin Rouge uit 2001, de film werd bekroond met twee Golden Globes en genomineerd voor acht Oscars, werd Montmartre door de hoofdpersoon afgeschilderd als "center of the bohemian world" maar ook als "a village of sin". Beide uitdrukkingen zijn van toepassing, Montmartre staat ook vandaag nog los van de rest van Parijs.

Door de geografische afscheiding van de stad kon Montmartre zich in de 19e eeuw ontwikkelen tot het meest decadente deel van de stad. Bekende artiesten hebben er gewoond: Henri Toulouse de Lautrec, Auguste Renoir, Georges Bracque, Guillaume Appolinire, Pablo Picasso, Van Gogh en meer.

Al sinds 1860 is de Franse hoofdstad een toeristische trekpleister en vanwege het buitensporige nachtleven in Montmartre werd Parijs in de 19e eeuw de hoofdstad van plezier. Medeplichtig hieraan waren de zogenaamde cocottes, de courtisanes of de talrijke luxeprostituees.  Een van de meest beroemde 'Cocottes' was uit die tijd Coca Pearl die liefkozend 'la grande horizontale' of 'plat du jour' werd genoemd.

Parijs 1889, het begin van de industriële revolutie en de komst van vele wereldtentoonstellingen naar Parijs. De mooie eeuw of de Belle epoque, de sfeer van nonchalance, het onbezorgde leven of zoals de Fransen het benoemen; 'joie de vivre'. Het was de tijd van de automobiel, de telefoon, het elektrisch licht, de fotografie en de film, maar ook de fysica, geneeskunde en de haute couture. Parijs als centrum van de wereld.
Parijs barste van de cafés cabarets en dance halls, die dienden als ontmoetingsplaats voor de bohemiens en de kunstenaars. Het neveneffect van al deze ontwikkelingen was een scepsis tegenover het belang van geloof en andere morele waarden. Geen wonder dat op de plek van een dance hall genaamd 'La Reine Blanche', Joseph Oller en Charles Zidler op 6 oktober 1889 de Moulin Rouge openden, op de Place Blanche, aan de voet van Montmartre. Hèt mekka van het Parijse nachtleven.

Joseph Oller (1839-1922) een in Catalonië geboren zakenman die zijn fortuin maakte in Parijs als uitvinder van een nieuw soort wedsysteem; 'Pari Mutuel', en zo indruk maakte als bookmaker bij het paardrennen. Dit gaf hem de middelen om samen met zijn compaan Charles Zidler (1830-1897) niet alleen de Parijse muziektempel Olympia, de Jardin de Paris, maar ook de Moulin Rouge te bouwen. Bij dat laatste kwam hun perfectionisme naar boven. Zij wilden het grootste en mooiste cabaret creëren. Een tempel opgericht als ode aan de vrouw en de dans.  

Op de butte stonden ongeveer 30 windmolens

Het gebouw van de Moulin Rouge diende als eerbetoon aan de ongeveer 30 windmolens die jarenlang de heuvel van Montmartre hadden gesierd. Dankzij het bijzondere interieur, ontworpen door Adolphe Willet, met een gigantische dansvloer, alomtegenwoordige spiegels, elegante gaanderijen met privé loges, wisten Zidler en Oller de allerrijksten zich te laten mengen met de inwoners van het hippe Montmartre. De grootste verrassing bevond zich in de tuin. Een enorme olifant, oorspronkelijk ontworpen voor de wereldtentoonstelling van 1889 waar je voor een oude Franse franc, een wenteltrap kon beklimmen en kon genieten van een zeer sensueel buikdansspektakel.

De 'Bals de Moulin Rouge' groeiden in ijltempo uit tot hooggeprezen en drukbezochte evenementen, waar de meisjes mede dankzij het onstuimige ritme van de cancan even flexibel omsprongen met hun ledematen als met hun moraal. Oller en Zidler beloofden niet voor niets goud en vrouwenbenen aan het publiek. Al gauw kreeg het cabaret de bijnaam Le Premier Palais de la Femme'. Onder het bewind van Zidler werden heel wat legendarische sterren naar de molen gelokt zoals; La Goulue (danseres), Colette (mime), Yvette Guilbert (zangeres) en Jane Avril (danseres). Hij was het bovendien die de cancan invoerde als belangrijke attractie.

De grote olifant in de tuin van de Moulin Rouge was afkomstig van de wereldtentoonstelling van 1889

Het was in die periode dat de kunstenaar Henri de Toulouse-Lautrec er een veelgeziene gast was. Zoals vele schilders voelde Henri De Toulouse-Lautrec zich aangetrokken tot de wereld van de prostitutie. In het nachtelijk leven vindt De Toulouse-Lautrec de vrijheid om te schilderen wat hem boeit: het leven zelf, de mensen die hem interesseren, in een omgeving waarin hij zich thuis voelt. Hij schildert de milieus die pas opbloeien bij kunstlicht, wanneer Parijs zich in het duister hult. Vooral in cabarets als Le Chat Noir, de Boule Noir en de Moulin Rouge vindt hij de mensentypes die hem boeien.

De meisjes van plezier aanvaardden de kleine misvormde schilder en duldden hem als één van hen. De Toulouse-Lautrec leed aan Pycnodysostose, een kwaal die dwerggroei tot gevolg had en waarschijnlijk wordt veroorzaakt door incest of inteelt. Kleiner dan anderhalve meter, met een normaal volgroeide romp en hoofd maar met te korte armen en benen, brede neusvleugels, een ingevallen kin, felrode en getuite lippen, en een veel te grote tong waardoor hij onophoudelijk lispelt en kwijlt. (Bron Wikipedia).

Henri Toulouse de Lautrec en het affiche dat hem beroemd maakte

In 1891 kreeg Toulouse-Lautrec van Charles Zidler de opdracht om een promotieposter te maken voor de Moulin Rouge. Dit werd voor beide partijen een winstgevende onderneming. Het succes van de poster bracht onmiddellijke bekendheid aan de schilder en een nieuw publiek naar de Moulin Rouge. Het affiche toont La Goulue in volle beweging met een been in de lucht en haar onderrokken zichtbaar vergezeld door Valentin le Décossé, de enige mannelijke danser uit de periode.

Hij trouwde nooit, scheidde liefde en seks en had ontelbare verhoudingen, maar meestal van korte duur. Zijn chronisch gebrek aan nachtrust ging gepaard met alcoholmisbruik. Bovendien leed hij aan syfilis. In 1901 stierf hij als gevolg van een beroerte. 

De overweldigende bloei uit de beginjaren verloor na verloop van tijd aan kracht en eind 1902 werd het laatste bal op een algemene onverschilligheid onthaald. Zelfs de cancan was uit de mode. Wat weinigen weten is dat de Moulin Rouge ook een Nederlands tintje kende. Het was de Nederlander Eduard Niermans die in 1903 de danszaal van de Moulin Rouge ombouwde tot concertzaal. Tot aan de Eerste Wereldoorlog wist het etablissement zich te transformeren tot een echte tempel van de operette met spektakels al: Voluptata, la Feuille de Vigne en le Rêve d'Egypte.

De cancan die de Moulin Rouge wereldberoemd maakte (scene uit Féerie)

In 1907 maakte een charmante nieuwelinge Mistinguett haar debuut. Jeanne Florentine Bourgeois werd door een liedjesschrijver ontdekt als zingend bloemenmeisje die haar de naam Miss Tinguette gaf. Ze eigende zich de naam toe en maakte er een woord van en liet de 'e' aan het einde vallen. Haar aanwezigheid zouden de shows voor een lange tijd doen veranderen en haar creatie van het concept Music-Hall was het begin van een nieuw succesverhaal. De mix van populaire liedjes, komedie en uiteenlopende acts vol pluimen, pailletten, dansers en danseressen, vormde een onnavolgbaar spektakel.

In 1915 verwoeste een grote brand de grote zaal van de Moulin Rouge en het duurde tot 1925 voor het nieuwe gebouw compleet met wintertuin, cabaret en art déco gehoorzaal werd geopend. Nieuwe revues volgde elkaar snel op, allemaal geïnspireerd door de stijl van Broadway. Legendarische creaties als Revue Mistinguett (1925) en Ça c'est Paris (1926). In 1929 verliet de ster de Moulin Rouge en werd het theater met 1500 zitplaatsen overgenomen door Pathé,  die er één van de grootste bioscoopzalen van Europa van maakte.

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in Parijs niet veel plezier gemaakt, al waren er wel wat glamoureuze shows die werden opgevoerd voor een publiek van hoofdzakelijk Duitse soldaten. Het enige noemenswaardige optreden in de Moulin Rouge was dat van Édith Piaf, een paar dagen voor de bevrijding in 1944.

De huidige grote zaal van de Moulin Rouge na de verbouwing in 1962

De heropleving van de Moulin Rouge liet ruim 6 jaar op zich wachten na de overname, in 1951, door George France, alias Jo France de eigenaar en oprichter van Balajo. Hij startte onmiddellijk met renovatiewerkzaamheden om de Moulin Rouge zijn oude grandeur te laten herwinnen. Het huidige interieur van de zaal danken we aan Henri Mahé. Zijn geschilderde ontwerpen verrukken tot vandaag de duizenden bezoekers. Jo France herintroduceerde bovendien de French cancan en de soirées dansantes. Succesvolle sterren uit die tijd verdrongen elkaar om op te mogen treden in de rode molen: Luis Mariano, Charles Trenet, Charles Aznavour, Bourvil en Lena Horne.

De rode molen, al 126 jaar een icoon van de stad Parijs

In 1955 kwam de Moulin Rouge in handen van de eigenaars van Le Lido, gevestigd aan de Champs Elysées. De gebroeders Joseph en Louis Clérico transformeerden de Moulin Rouge helemaal. Onder andere door  de inrichting van een grote keuken om aan het meer en meer internationale publiek een dinerspektakel te kunnen bieden. De dinner-shows werden een van de meest begeerde Parijse attracties. In 1962 volgde nog een verbouwing onder leiding van Jacki Clérico de zoon van Joseph. Hij vergrootte de zaal en installeerde een reusachtig aquarium dat vanuit het niets op het toneel verscheen vol met schaars geklede danseressen die bewogen als bekoorlijke zeemeerminnen. Na het succes in 1963 van de show Frou Frou koos Jacki Clérico als gevolg van bijgeloof, alleen nog voor titels met een 'F'. De effen volgden elkaar snel op: Frisson (1965), Fascination (1967), Fantastic (1970), Festival (1973, Follement ( 1976) Frénésie (1979), Femmes Femmes Femmes (1983).

Het honderdjarig bestaan van de Moulin Rouge werd gevierd met de show 'Formidable', die tussen 1988 en 1999 door meer dan 4,5 miljoen bezoekers werd bezocht. Op 23 december 1999 vond de première plaats van de nieuwe extravagante show die nu nog steeds te zien is 'Féerie'.

In 2012 heeft een team van internationale kunstrestaurateurs nog een historische fresco met zeer veel zorg verwijderd, schoongemaakt en gerestaureerd. De fresco, geschilderd op jute door Henri Mahé in 1951, is een nauwkeurige replica van het origineel, dat geschilderd was door Henri de Toulouse-Lautrec op de zijkanten van de woonwagen van de beroemde cancan danseres Louise Weber, beter bekend onder haar artiestennaam La Goulue. Het origineel is nog steeds te zien in het Parijse Musée d'Orsay. De fresco van Mahé is inmiddels al weer in al zijn glorie hersteld en terug op zijn oude plek, in de grote zaal beschermd achter veiligheidsglas. Goed voor de volgende zestig jaar.

De Moulin Rouge is al decennia lang een belangrijke inspiratiebron voor schilders, afficheontwerpers, filmmakers en fotografen. De nachtclub staat nog steeds symbool voor de bruisende Belle Époque en de levensstijl die de vrijgevochten bohemiens van Parijs zich aan het einde van de negentiende eeuw hadden aangemeten. Nu is het de plek van prachtige shows met half naakte tableaux vivants. De huidige show Féerie loopt nog steeds en kostte de lieve som van 8 miljoen euro.

Mijn souvenirs uit 1969, 1996, 2004 en 2014

Zeven dagen per week, met twee shows per dag (21.00 uur en om 23.00 uur), wordt u ontvangen door een zwarte brigade van 120 medewerkers. Het prachtige theater, geheel in de sfeer van de Belle Époque, biedt plaats aan 900 gasten, die overal goed zicht hebben op het toneel. De choreografie is van Bill Goodson en verder bestaat 'Féerie' uit een groep van 100 artiesten, waaronder 60 langbenige Doriss Girls bestaande uit 14 nationaliteiten. 1000 Kostuums met veren, bergkristallen en pailletten, ontworpen door Corrado Collabucci en vervaardigd in de beroemdste Parijse ateliers, schitterende settings met stralende kleuren en unieke ontwerpen van Gaetano Castelli, gemaakt door Italiaanse kunstenaars. Verder de beste internationale en opzienbarende acts en dit alles met muziek van Pierre Porte, uitgevoerd door zo'n 80 muzikanten en 60 leden van het koor. Dit alles onder het genot van een goed glas champagne. En nu we toch met cijfers bezig zijn. Per jaar worden hier meer dan 240.000 flessen champagne geschonken.

De nieuwe visual voor 2015

Eigenlijk mogen we vaststellen dat de Moulin Rouge nog steeds een icoon is van deze stad.

Bron en fotografie: Moulin Rouge Paris
Bal du Moulin Rouge, boulevard de Clichy 82, Montmartre 18e arrondissement, metro Blanche
7 dagen per week dinner & show 19.00 uur, start show 21.00 uur vanaf € 190 per persoon, 2e show start 23.00 uur vanaf  € 102 per persoon. Voor Informatie en reserveringen Moulin Rouge 00.31.1.53.09.82.82

7 dagen in de week, 52 weken lang, 2 shows per dag; ca c'est Féerie

woensdag 30 september 2015

PARIS, JOURNÉE SANS VOITURE; EEN AUTOLOZE ZONDAG IN PARIJS

Sinds  1968 kom ik meer dan regelmatig in Parijs, echter een autoloze zondag in Parijs was ook voor mij een noviteit. Ik moet bekennen dat op het moment dat ik van de plannen van de Parijse burgemeester Anne Hidalgo vernam, om van zondag 27 september 2015 een autoloos Parijs te maken, ik deze datum meteen in mijn agenda heb gezet.

Sans Paroles

Parijs kende al, 'Paris Respire', Parijs komt op adem. Iedere zondag zijn van tien uur tot vijf uur in de namiddag veertien gebieden in de stad verboden voor het autoverkeer en uitsluitend voorbehouden aan wandelaars en fietsers. Zelfs de autobaan op de benedenkade langs de Seine is dan omgetoverd tot een heerlijk slenterpad en behoort  tot het domein van de recreant. Aan de noordkant van de Seine kun je dan heerlijk wandelen van de place de la Bastille tot aan de Tuilerieën.  Een echte aanrader, want u ziet de kades, de woonboten en de bruggen vanuit een ander perspectief, dat anders alleen is voorbehouden aan de automobilisten.

Een uniek beeld van de place de l'Opéra anno 2015

Maar dit keer was het nog grootser en betrof het het gehele centrum van Parijs; het eerste, tweede, derde en vierde arrondissement, maar ook het zesde en zevende, het tiende en het elfde arrondissement. Misschien zegt dit u niet zoveel, maar dat betekent onder andere geen verkeer op de place d'Étoiles, Champs Élysées, place da la Concorde, place de l'Opéra en de place Vendôme. Zelfs rond de Eiffeltoren en het Louvre waren de boulevards alleen nog maar toegankelijk voor taxi's en toeristenbussen. Een heel groot deel van Parijs alleen voor wandelaars, fietsers en skaters. Wat een feest en wat een unieke beelden leverde dat op.

Rue de la Paix richting place Vendôme

We weten het allemaal; Parijs zucht al jaren onder de enorme luchtvervuiling door het alsmaar toenemende autoverkeer. Regelmatig geldt code rood en je ziet prachtige monumenten steeds zwarter en vuiler worden door de toename van fijnstof. Regelmatig is de top van de Eiffeltoren of de Tour Montparnasse gehuld in een nevel van vervuilde lucht; Parijs in ademnood.

Voie Georges Pompidou met links de Tuilerieën en het Louvre en rechts de Seine


Inmiddels zijn ook de uitkomsten bekend van deze unieke autoloze zondag. De uitstoot van stikstofdioxide daalde met 20% tot 40% in de gebieden die afgesloten waren voor het verkeer: Place de l'Opéra (9e) - 20%, Champs Elysees (8e) - 30% en Quai des Célestins (4e) met - 40%. De verhuur van fietsen (Velib) haalde een historisch record van 144.089; elke 2 seconden een fiets. Bovendien daalde de geluidsoverlast in de binnenstad met ruim drie decibel.

De Assemblée Nationale gezien vanuit de place de la Concorde

Een eclatant succes voor Hidalgo waarmee zij de ogen opende van de geïnteresseerde burgemeesters van Brussel, São Paulo en Bristol.

 Unieke beelden van deze altijd zo drukke stad. Place Vendôme

vrijdag 18 september 2015

DE SPOOKSTATIONS VAN PARIJS

In een wat oudere uitgave van de National Geographic kwam ik een interview tegen dat mij bracht tot een stout plan wat ik tijdens mijn bezoek aan Parijs in augustus ook daadwerkelijk heb uitgevoerd. 

"Parijs is het Mekka voor ondergrondse exploratie", zei Lazar Kunstmann in het interview met de National Geographic. Hij is woordvoerder van een groep van Urban Explorers die zelfs een clandestiene bioscoop runde onder de grond, op een plek dicht bij de Seine en de Eiffeltoren. Op 23 augustus 2010 werd deze ondergrondse bioscoop helaas ontdekt door de politie. Het filmtheater was voorzien van 30 uitgehakte zitplaatsen met houten zittingen. Het complex omvatte verder een bar, een restaurant en een aantal kamers voor een overnachting. Water betrok men vanuit de tuinen van het Trocadero en de elektriciteit werd illegaal afgetapt van het Palais de Chaillot. De groep beheert nog zeven andere ondergrondse sites waarover hij wijselijk weigerde meer details te geven.

Mijn grootste wens gaat in vervulling: Een bezoek aan de 'spookstations' van de Parijse metro

Al jaren koester ik de wens om af te dalen in de metro, om een bezoek te brengen aan de spookstations die ooit zijn aangelegd maar nooit zijn geopend of... kort na opening weer zijn gesloten. Bijvoorbeeld lijn 10 die loopt van Gare d'Austerlitz naar Boulogne - Pont de Saint Cloud. Op 12 december 1923 opende men hier het station Croix Rouge, gelegen tussen Sèvres-Babylone en Mabillon. Het station ligt er nog steeds, maar sinds 1939 stopt er geen trein meer. Dit geldt ook voor het station Arsenal (lijn 5) gelegen tussen de Quai de La Rapée en de place de la Bastille.

Steile trappen met links en rechts kabelgoten brengen mij naar ondergronds Parijs

Op die zaterdagnacht in maart ontmoet ik mijn gidsen met de schuilnamen Yves, François, Thierry, Émelie en Robert voor het treinstation Gare Austerlitz vlakbij de quai de la Rapée. De spelregels worden mij meteen duidelijk gemaakt. Geen foto's, geen mobiele telefoons en geen vermelding van de plekken waar wij afdalen in de catacomben van Parijs. Mijn smeekbede voor het behoudt van mijn camera heeft dan ook geen zin en er zit niets anders op dan deze op te bergen in een bagagekluis. De foto's in deze blog zijn dan ook niet door mij gemaakt, maar door mijn 'geheime' gidsen. In de eeuwige nacht van het ondergrondse Parijs is geheimhouding heilig in een subcultuur met codes en schuilnamen.

De gang naar het eerste 'spookstation'; Arsenal

Het avontuur kan beginnen en we begeven ons als eerste naar station Arsenal. In 1965 diende dit station nog als decor voor de Franse film 'La Grosse Caisse', met de in 1970 overleden Franse acteur en komiek Bourvil in de hoofdrol. Knarsent opent zich een grote ijzeren deur die ons via een steile stenen trap brengt naar een schaars verlichte tunnel met links en rechts kabelgoten en muren vol met graffiti,. De lampen op onze helmen kunnen uit. Kijkend op mijn horloge zitten we al een paar uur na middernacht en Yves verzekert mij dat we geen treinen kunnen verwachten. Een fijn gevoel als we ons manoeuvreren over de rails richting onze eerste stop.

Metrostation Arsenal, gesloten in 1939

Émelie vertelt mij dat er ook nog twee stations bestaan die wel zijn aangelegd maar nooit geopend zijn voor het publiek. De perrons liggen er wel, maar zij hebben geen uitgangen. Spookstations; Haxo (lijn 3) en Porte Molitor (lijn 9 en lijn 10). Maar het meest bijzondere station is Porte des Lilas-Cinéma, even in gebruik geweest tussen 1921 en 1939 en nu, uitsluitend in gebruik als decor voor films. Afhankelijk van de tijd of plaats waarin de film zich afspeelt worden de reclames en de stationsnaam overeenkomstig het scenario aangepast. Bekende films die gebruik hebben gemaakt van dit unieke decor zijn Le fabuleux destin d'Amélie Poulain en Paris, je t'aime.

Metrostation Arsenal of de tijd stil is blijven staan

Het is even na vijf uur als ik afscheid neem van mijn trouwe gidsen. Ik kan weer een aantal zaken afstrepen van mijn Parijse wenslijstje. Na het station Arsenal hebben ze mij als verrassing het bijzondere rangeerspoor laten zien dat de lijnen 4 en 10 met Odéon verbindt. Het is de enige overgang van het metronetwerk met een doodlopende straat. De treinen die hier van richting wisselen rijden eerst een doodlopende tunnel in om vervolgens na het omzetten van de wissel weer in omgekeerde richting te vertrekken. En last but not least het metrostation Croix Rouge. Onze tocht eindigt hier. Ik blijf alleen achter in de rue de Sèvres en bemerk nu pas hoe koud het is bovengronds. Ik moet nog ruim een uur wachten voor ik de eerste metro kan nemen naar het Station Austerlitz voor het ophalen van mijn achtergelaten fototas.

Het kruispunt van Odéon waar de lijnen 4 en 10 eindigen op een dood punt

Onder Parijs gaat een bijzondere onderaardse wereld schuil, net als in andere grote steden. Maar die van Parijs is diverser, vreemder. En dan doel ik niet alleen op de honderden kilometers lange tunnels, die samen een van de fijnst vertakte metronetwerken en riolen ter wereld vormen. Er is daar beneden nog veel meer te vinden: kanalen, waterreservoirs, crypten, bankkluizen en oude wijnkelders die illegaal dienstdoen als nachtclub of galerie. Maar het opmerkelijkst zijn de steengroeven: de meer dan 200 kilometer lange gangenstelsels die onder veel wijken te vinden zijn, met name in het zuidelijke deel van de stad.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren het de schuilplaatsen voor het Franse verzet maar tegenwoordig oefenen die tunnels een aantrekkingskracht uit op een heel andere clandestiene groep, een gemeenschap van vrijgevochten types die soms dagen- en nachtenlang ondergronds blijven: de Cathaphiles. Ook wel Urban Explorers genoemd.

Metrostation Croix Rouge eveneens gesloten in 1939

Afdalen in de catacomben van Parijs is illegaal en niet zonder levensgevaar. Zuurstofgebrek, gevaarlijke rioolgassen, gevaar voor instortingen of verdwalen en zelfs kans op verdrinking. Via mangaten en ontelbare ladders dalen ze af naar het binnenste van Parijs. Getooid met lampen, touwen en veiligheidshelmen, met als doel het verkennen van de duistere tunnels om er te feesten, te schilderen, of te fotograferen. Een goede gids is onmisbaar en vanwege de vele gevaren is het afdalen zonder gids, sinds 2 november 1955, zelfs strafbaar. Er bestaat een speciale politie-eenheid die dag en nacht patrouilleert in de catacomben en zich alleen bezig houdt met het opsporen van illegale bezoekers. Boetes kunnen oplopen tot 60 euro per overtreding. Bijna twee decennia geleden waren er naar verluidt 300 toegangen tot de steengroeven. De meeste zijn gesloten, maar nieuwe entrees zijn blootgelegd door ondernemende ontdekkingsreizigers, de Cathaphiles, mensen zoals Yves, François, Thierry, Émelie en Robert.


Meer lezen over ondergronds Parijs lees de Guide Gallimard 'Paris Secret', ISBN 2-7424-0338-8 of 'Stations de Métro' van Gérard Roland. Een uitgave van Christine Bonneton, EAN 978-2-86259-382-7 of 'Ticket de Métro Parisien' van Grégoire Thonnat, ISBN 978-2-7533-0114-6 of Le Métro de Paris van Julian Pepinster, ISBN 978-2918758-12-9.

vrijdag 4 september 2015

LE TRAIN BLEU

Ooit heeft Parijs haar gouden eeuw gehad. De Parijzenaars hebben hun eigen 'Belle Epoque' uitgevonden en dromen daar nog steeds van. Ze begint in 1873. Na de schok van de Frans-Duitse oorlog tegen het Pruisen van Bismarck, was de drang om te leven meer dan levensgroot. Parijs moest weer dynamisch worden, zoals het onder Haussmann was geweest. Om het moreel op te peppen organiseerde Parijs maar liefst drie wereldtentoonstellingen; die van 1878. 1889 en 1900. Het hoogtepunt valt omstreeks 1889 met als symbool het Palais des Machines en de Eiffeltoren. Bij deze wereldtentoonstelling brak Frankrijk twee records; die van de hoogte, met het 300 meter vastgeklonken staal van de Eiffeltoren en die van de spanwijdte met de 115 meter breedte, 45 meter hoogte en 430 meter lengte van het Palais des Machines.

Maar de wereldtentoonstelling van 1889 werd overtroffen door die van 1900, tijdens welke de eerste metrolijn werd geopend, om het begin van een nieuwe eeuw te markeren. In dit opzicht  drukten de wereldtentoon- stellingen een belangrijk stempel op de stad. Op deze exposities werden internationale handelsbetrekkingen bevorderd en werd de technische vooruitgang van Frankrijk over de hele wereld gepropageerd. Dat was niet alleen te danken aan de eerdere grote stedenbouw-kundige ingrepen van Baron Haussmann, die van Parijs een moderne prestigieuze metropool maakten, maar vooral door de economische activiteiten en bouwwerken die de wereldtentoonstellingen met zich meebrachten. Parijs was inmiddels ook dè culturele wereldhoofdstad, waar beeldend kunstenaars, schrijvers en musici de grondvesten voor de moderne tijd legden.  Een bruisend en kosmopolitisch Parijs, waar een genotzuchtige aristocratie zich zij aan zij met alcoholisten, morfine- verslaafden, prostituees en cancandanseressen vermaakte in de 'artistieke' cabarethuizen van Montmartre.


Het Gare de Lyon gezien vanuit de rue de Lyon

De Belle Epoque werd gekenmerkt door een enorme toestroom van bezoekers. Met de wereldtentoonstelling  van 1900 in het vooruitzicht, liet de machtige 'Compagnie du Paris-Lyon-Méditerranée - de PLM -, een nieuw station bouwen om toestroom van de vele duizenden bezoekers te kunnen verwerken; het Gare de Lyon. Met zijn 100 meter brede rijkversierde gevel en bekroond met een barokke klokkentoren van 64 meter hoog is het Gare de Lyon een hoogtepunt in de Parijse spoorwegarchitectuur geworden.

Het station verdient absoluut een bezoek, al was het maar voor zijn werkelijk adembenemend restaurant 'Le Train Bleu'. Er bestaat in Parijs geen mooier restaurant, vol met rijk gedecoreerde zalen, salons en antichambres, waarvan het plafond twee meter boven de vloer lijkt te beginnen. De architect, Marius Toudoire, liet door 27 schilders 41 doeken maken om er de muren en het plafond mee te versieren, met als voorstelling de Franse steden en streken die de PLM aandeed. Ze kregen er vijf maanden de tijd voor en het honorarium bedroeg 2500 francs. Behalve aan de monumentale schilderijen dankt het restaurant zijn weelderige karakter aan de rijke ornamenten, beelden, sierlijsten, kroonluchters en meubels.


Het oude logo boven de ingang

De 'stationsrestauratie' onder de naam 'Buffet de la Gare de Lyon' werd op 7 april 1901 geopend door de toenmalige President van de Franse Republiek Émile Loubet. De laatste schilderingen werden pas in 1905 aangebracht.
In 1963 werd het Buffet de la Gare de Lyon omgedoopt in Le Train Bleu, als eerbetoon aan de legendarische blauwe exprestrein 'Paris - Ventimiglia' van 1922. Vertrek uit Parijs om 20.00 uur via, Marseille, Monaco en aankomst de volgende dag in Ventimiglia om 11.22 uur.

De ingang van dit spoorwegpaleis bevindt zich aan de perronzijde midden in het station via een grote dubbele trap. Zodra u hier binnenstapt, gaat u terug naar de Belle Epoque. De ontvangst is in de Grote Zaal, 26 meter lang, 13 meter breed en 11 meter hoog. Het plafond versierd met zes landschappen en helemaal bovenin drie macarons voorstellend de steden Marseille, Lyon en Parijs. Rechts achterin de Gouden Zaal. Deze 18,5 meter lange en 9 meter brede zaal dankt haar naam aan het vergulde sierstucwerk op de muren. De hoogte is gelijk aan die van de Grote Zaal. De plafondschilderingen stellen landschappen in zuidoost-Frankrijk en langs de Middellandse Zee voor. Tussen de beiden zalen liggen de antichambres waar schilderingen zijn aangebracht die andere steden uit zuidoost Frankrijk symboliseren waaronder; Avignon, Nice, Évian, Nîmes en Grenoble. Twee grote salons maken de ontvangst in Le Train Bleu compleet; de Tunesische- en Algerijnse Salon, de muren rijk versierd met Arabische motieven.


Het adembenemende decor van de Grote Zaal

De PLM werd in 1937 ondergebracht bij de SNCF; de Société Nationale des Chemins de fer Français. De stationsrestauratie werd in de Tweede Wereldoorlog gesloten en deed, u zult het niet geloven, lange tijd dienst als opslagplaats. In 1950 wilde de SNCF de restauratie slopen. Met name door toedoen van de toenmalige minister van cultuur André Malraux werd het monumentale restaurant alsnog gered van de sloop in 1966. Albert Chazal, die in 1963 de leiding kreeg over Le Train Bleu, liet het restaurant in 1968 renoveren. De schilderijen werden gereinigd, de stucornamenten opnieuw met bladgoud bekleed en de meubels gerestaureerd. In 1972 belande het uiteindelijk op de monumentenlijst en het is nu beschermd erfgoed.

De enorme eetzalen hebben nog steeds hun oorspronkelijke kenmerken, gepolijste vloeren, houten lambrisering, koper, lederen banken en mahoniehouten meubelen. Voor ons kwamen hier al Coco Chanel, Sarah Bernhardt, Colette, Dali, Jean Gabin en tal van andere beroemdheden. Het diende regelmatig als filmlocatie, van Nikita tot Mr. Bean's Holiday. hilarisch is zijn worsteling met een schaal 'Fruits de Mer'. Een van Frankrijks grootste acteurs, Jean Rochefort, die zijn grootste roem verwierf met Un éléphant ça trompe énormément, speelt de uitgestreken ober. (filmpje)


Voor ons kwamen hier al Coco Chanel, Sarah Bernhardt, Colette, Dali, Jean Gabin en tal van andere beroemdheden

Het restaurant telt 250 zitplaatsen en chef-kok Jean-Pierre Hocquet en zijn team van ruim 50 medewerkers serveren ruim 500 maaltijden per dag. Geserveerd worden Franse klassiekers als sole meunière, lamsbout en crème brûlée. Een traditionele verfijnde Franse keuken in de hogere prijsklasse, waar de menukaart een paar maal per jaar wisselt op basis van de seizoenen. Geopend voor lunch en diner. De prijzen variëren vanaf € 21 voor een voorgerecht,  vanaf € 35 voor een hoofdgerecht en € 15 voor een nagerecht.
Tot op heden is Le Train Bleu is één van de best bewaarde plaatsen van het beroemde Parijs van 1900. Eten in een orgie van rood pluche, koper en goud waar u als het ware eerste klas reist en kijkt door de kanten gordijnen naar de rails van nu. Overigens kunt u hier ook gewoon terecht voor een cafè of een chocolat chaud.



Le Train Bleu is alle dagen van de week geopend vanaf vanaf 07:30 (09:00 op zon- en feestdagen) lunch wordt geserveerd vanaf 11:30 uur tot 14.45 en diner vanaf 19.00 uur tot 22.45 uur.

Vanaf Gare de Lyon heeft u een rechtstreekse verbinding met Genève (3 uur 30 min.), Lausanne (3 uur en 40 min.), Lyon (2 uur), Marseille (3 uur), Milaan (7 uur en 10 min.), Rome (11 uur en 34 min.) en Zürich (6 uur) Het station verwerkt 83 miljoen reizigers per jaar en behoort daarmee tot de drie drukste stations van Parijs.

Paris Gare de Lyon, Place Louis Armand, 12e arrondissement, métro Gare de Lyon

Photo Credits: Le Train Bleu - Rooms & new logo