Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

maandag 19 maart 2018

PARIS CACHÉ, HET VERBORGEN PARIJS


Parijs is eigenlijk een stad waar je volgens de Franse schrijver en Parijsliefhebber Julien Green in meervoud over zou moeten spreken. Dit omdat de stad zoveel geheimen en contradicties herbergt. De grote gebouwen, monumenten en de Haussmanngebouwen, verlenen Parijs haar luister, maar in de nauwe straatjes, op pleinen en in parken moeten we zoeken naar haar speciale charme. Deze charme bestaat uit een grote hoeveelheid kleinigheden, een verborgen passage, een juweel van een parkje, een binnentuin met prachtige nog werkende fontein of een tot de verbeelding sprekende straatnaam als de rue du Chat-qui-Pêche, het smalste straatje van Parijs.

Square des Jardiniers in het 11e arrondissement

Op sommige van deze verschijningen zijn we voorbereid. Het barokke centrum vol met pracht en praal, romantische vergezichten op de Sacré-Cœur vereeuwigd op talloze schilderijen en ansichtkaarten. De meeste charmante kleinigheden van Parijs ontdekken we toevallig. Op iedere willekeurige wandeling door de stad komen we er waarschijnlijk tientallen tegen. Het is een klein wonder dat Parijs zo'n overvloed aan verborgen juweeltjes heeft kunnen bewaren, ondanks het verslindende moderne stadsleven. Maar achter de boulevards, avenues, pleinen, passages en poorten lijkt een evenzo gegroeide kosmos van beelden, fantasieën, dromen en mythen schuil te gaan die elke waarneming van Parijs zeker zo sterk kleurt als de architectuur dat doet. Het is zeker een compliment voor de smaak en geestkracht van de Parijzenaars. Parijs als stad der liefde, kunstenaarsmekka, stad van geleerden en intellectuelen en schouwtoneel der flaneurs. Een verblijf in Parijs is altijd een speurtocht naar de ‘innerlijke stad’, het verlangen de stad niet alleen te ontdekken maar ook ‘Parijs te denken’ – penser Paris, zoals de schrijver Paul Valéry het in zijn essay ‘Présence de Paris’ formuleerde.

Het is een klein wonder dat Parijs zo'n overvloed aan verborgen juweeltjes heeft kunnen bewaren, ondanks het verslindende moderne stadsleven

De enige manier om echt van Parijs te kunnen genieten is om tijdens je wandelingen alles aan het toeval over te laten. Je hoeft je niet te houden aan uitgestippelde routes. De stad is altijd aantrekkelijk en vol met avontuur en oh jé; de Parijzenaar. Hij of zij haast zich over de boulevards en de gangen van de metro, haast zich naar het werk en ’s avonds weer terug naar de banlieus, haast zich feitelijk door het leven. Niet buitengewoon vriendelijk, soms in staat om van het leven te genieten, niets is schokkend of zelfs maar verrassend, wat hem of haar heel tolerant maakt. Op een voorwaarde... als er tijd voor was! Métro-Boulot-Dodo – metro, zwoegen, slapen is een veel gebruikte omschrijving van het dagelijks levensritme van degenen die in de Parijs voorsteden wonen. Toegegeven, niet alles is even geslaagd, niet alles heeft kwaliteit, maar het draagt er wel toe bij dat Parijs zich tot een landschap van historische en moderne bouwwerken kon ontwikkelen, tot een stad met een indrukwekkend verleden en een futuristische toekomst.

Een van de binnenstraatjes aan de rue du Faubourg Saint-Denis

In een van mijn boeken kwam ik de volgende zin tegen: "Parijs is een verleidelijke stad, die permanent aandacht wil, wil worden bekeken en gezien door de ogen van een liefhebbende, verlangende en jaloerse minnaar". Ik moet bekennen dat ik zo naar mijn favoriete stad kijk. Altijd zoekend als een ware vrijbuiter, naar verborgen plekken, oases van stilte, onvermoede paradijsjes in anonieme straatjes, in miskende wijken, waar mijn fantasie het rijk alleen heeft.
Bovendien moet ik bekennen dat ik een tic heb. Ik loop in Parijs altijd naar boven te kijken. Kijkend naar de patronen van de typische franse balkonnetjes, de symmetrie van de Mansardedaken van zink of leisteen met dansende schoorstenen. De daken van Parijs vormen een uniek landschap, dat op elk moment van de dag anders kleurt. Soms zijn ze donker dan weer spiegelen ze alle tinten van de hemel. Onverslijtbaar en prachtig vormgegeven in fraaie rondingen, onderbroken door rijen dakkapellen. Dan denk ik wie woont daar? Zeker bloedheet in de zomer? Is er überhaupt een lift in dat pand? Hoe zou Parijs er hebben uitgezien met rode pannendaken? 

Sur les toits de Paris

De zolderkamers, vaak in prestigieuze gebouwen van de Parijse Bourgeoisie, waren ooit bedoeld voor de dienstmeisjes, ‘les petites bonnes’. Die mochten natuurlijk niet bij de familie slapen en kregen de restruimte op zolder. Meestal onder het zinken dak, met een eigen trap naar de zesde of zevende verdieping en piepklein; minder dan 9m². Van boven af is Parijs een wereld die bevolkt wordt door koepeltjes, met lood beklede dakkapellen en platte daken, relingen van zwart gietijzer, schoorstenen die overeind gehouden worden door ijzeren laddertjes. Tja, Sur les toits te Paris.

Sous les toits de Paris
Dans ma chambre ma Nini
On s’aimera, c’est si bon d’être uni !
C’est quand on a vingt ans
Quand fleurit le printemps,
Qu’il faut s’aimer, sans perdre un instant
L’air était très pur
Et le ciel d’azur
Elle dit: "Je n’veux pas !"
Puis elle se donna
C’est ainsi qu’en ce jour
La vainqueur, comme toujours
Sous les toits de Paris fut l’amour !









Heerlijk wandelen door Parijs zonder enig doel


In deze blog vind je foto’s die ik, al wandelend kriskras door Parijs, maakte. Vaak zonder enig doel, maar vol met ontdekkingen die je niet in reisgidsjes vindt; het verborgen Parijs achter ‘gesloten’ poorten en in verborgen straatjes. Les 1 is altijd achter iemand aanlopen die net de toegangscode van een poort heeft ingetoetst, met natuurlijk een vrolijk klinkend “bonjour”. Stoïcijns doorlopen en niet meteen als een toerist gaan rondkijken. Met een stevige tred loop je door naar het einde van de cour, maak terloops nog even je veter vast om te kijken waar de persoon is die je met verbazing binnenliet. Aha, nu pas is het tijd om alles in je op te nemen, rond te kijken en te fotograferen. Je kunt er zeker van zijn dat je even later wordt aangesproken door de conciërge. Een zin als “c’est beau ici” en een passend instemmend gezicht helpt altijd.

74 rue du Faubourg Saint-Denis

Veel bedrijven, galerieën, en winkels zijn gevestigd aan een cour. Achter de grote, zware deuren waar vroeger koetsen naar binnen reden, zitten de meest verrassende binnenplaatsen en hofjes verstopt. Wanneer er naamplaatjes van bedrijven hangen zijn ze meestal geopend gedurende kantooruren. Vaak heb je een code nodig, maar soms kan je de deur gewoon openduwen, altijd proberen, of je drukt op het knopje onder de cijfertoetsen. Om je een handje te helpen, geef ik je één insidertip: 56, avenue Jean Jaures, in het 19e arrondissement. De code voor de deur? 6721.

Een binnenplaats aan de rue du Faubourg Saint-Antoine

Bij grote toegangspoorten zie je vaak links en rechts voorwerpen die meer een sta-in-de-weg lijken. Gemaakt van ijzer of beton en ze lijken de toegang expres te versmallen. Uit welke tijd deze objecten stammen kan ik nergens terugvinden, zeer waarschijnlijk de middeleeuwen, maar ze luisteren naar de volgende namen; 'chasse-roue' of 'boute-roue' bedoeld om te voorkomen dat de wielen van een koets schade toebrengen aan de muur. In het begin waren ze gemaakt van steen maar werden voor de typische Haussmann gebouwen gemaakt van metaal. Aan de bovenzijde zijn de poorten vaak voorzien van fraaie atlanten, kariatiden - bas reliëfs - gebeeldhouwde ornamenten in steen. Vaak vormen ze een omlijsting voor het huisnummer. Een van de mooiste bas-reliëfs van Parijs is te vinden aan de avenue Rapp 29 en de rue d’Abbeville 16.

Passage du Cheval Blanc

De herinrichting van Parijs onder Baron Georges Eugène Haussmann (1809-1891), het lukte Haussmann in slechts 17 jaar om Parijs volledig te transformeren, ging volgens strenge bouwvoorschriften, waarin ieder bouwkundig element stond omschreven; van overhang, tot deur-, raam- en poortbreedte. Vijf of zes verdiepingen plus begane grond. De minimale hoogte van de verdiepingen moesten volgens hem 2,60 meter bedragen. Een balkon op de eerste en vierde verdieping allen met gelijkwaardige uitlijning. In een Haussmann-gebouw is de tweede verdieping de ‘étage noble’, de royale woonverdieping met balkon, de derde en de vierde verdieping hebben dezelfde stijl maar minder weelderig en de vijfde verdieping is voorzien van niet gedecoreerde lange balkons en de daken hellen onder 45 graden. Het gebouw mag niet hoger zijn dan 37 meter, dat is heden ten dage in Parijs wettelijk vastgelegd. En dan de afwerking. Kijk eens naar de patronen van de typische Franse balkonnetjes, de symmetrie van de mansardedaken van zink of leisteen met dansende schoorstenen. Het woord mansarde is te danken aan de architectenfamilie Mansart. Een Mansarde is een kamer onder de balken met een raam dat uitspringt, bedoeld voor de dienstmeisjes.

Villa du Lavoir in het 10e arrondissement

De door Haussmann zo gewenste stilistische uniformiteit, die vrijwillig door nagenoeg alle architecten werd toegepast, veroorzaakte het vraagstuk van de monotonie en het verschil. Hoe onderscheidt zich een openbaar gebouw van een privé gebouw? Om verschillen te kunnen maken werden variaties ontworpen in details en ornamentiek. Bij herhaling van de massale hoofdvorm werden details of ornamenten steeds anders gemaakt, een werkwijze die in de Beaux-Arts traditie is terug te vinden en die Haussman ook liet toepassen op het beroemde straatmeubilair waarmee Parijs in de tweede helft van de 19e eeuw overvloedig werd ingericht. In massaproductie werden bijvoorbeeld 78 variaties ontwikkeld op zeven verschillende basistypen van een gaslantaarn. Zo wist de geniale bureaucraat een aan ogenschijnlijke monotonie een subtiele schilderachtigheid te verlenen.

Cour de l'Industrie, 11e arrondissement

Dankzij de fotografie van Google Earth kun je de stad van boven bekijken. Het grafisch fileren en uiteenrafelen levert prachtige beelden op. De rangorde der straten, pleinen en bouwblokken. De blokken met een voor ons ongekende compactheid,  met hun ontsluitingen, binnenhoven en daglichttoetreding maken Parijs tot een supercompacte stad. En juist door brutaal de poorten te slechten leer je een ander Parijs kennen: Het Paris caché of het verborgen Parijs.


Rond 20 mei 2018 verschijnt mijn nieuwe reisgids ‘Ongewoon Parijs’ waar je samen met mij op ontdekkingstocht gaat langs de 20 arrondissementen. Een kennismaking met onbekende en minder bekende plekken in de Franse hoofdstad. Buiten de gebaande paden op zoek naar verborgen schatten en op zoek naar de couleur locale. 160 pagina’s met honderden foto’s. De prijs wordt slechts € 19,95 – ISBN 978-94-92500-81-6













Cover 'Ongewoon Parijs'


zaterdag 10 maart 2018

LA COUR DAMOYE, HET VERBORGEN STEEGJE VAN DE PLACE DE LA BASTILLE


Nadat Lodewijk XI, in de 15e eeuw de vrije vestiging van ambachtslieden toestond, werd de wijk Faubourg Saint-Antoine, achter de place de la Bastille, dè belangrijkste arbeidersbuurt van Parijs. Houtbewerkers en meubelmakers beleefden hier gouden tijden en hoefden zich niet te onderwerpen aan het gezag van de gilden. Zo konden zij meubels verkopen die afweken van de vastgelegde modellen en mochten ze ook andere materialen dan eikenhout gebruiken. Sindsdien gebruikten zij mahoniehout, ebbenhout, brons en maakten zij gebruik van inlegwerk en trokken zo klanten die van vernieuwing hielden. Toen het schrijnwerkersgilde, ook wel de aristocratie van het ambachtsvolk in de 18e eeuw hier zijn hoogtepunt beleefde, werkten er in deze wijk 46.000 arbeiders in de houtnijverheid, waarvan 8000 van vreemde komaf: Belgen, Duitsers, Italianen maar ook Russen en Luxemburgers.

De ‘Génie de la Liberté’ op de place de la Bastille kijkt uit op een verborgen pareltje

Leven 'buiten de muur' van Parijs (de betekenis van 'Faubourg' in het Frans), had zo zijn voordelen, alle werknemers hier waren, dankzij een bijzonder decreet van de koning, vrijgesteld van belastingen. Dit uitzonderlijk voorrecht in combinatie met de geografische nabijheid van de Seine - waar al het hout van Parijs passeerde - maakte de wijk Faubourg Saint-Antoine de hofleverancier van Parijs van hout, meubels en ambachtslieden. In heel Frankrijk vind je goede en bedreven timmerlieden en houtbewerkers maar het ware schrijnwerkersambacht wordt eigenlijk alleen nog beoefend in Parijs. Veel van deze ateliers zijn nog te vinden in verborgen passages rond de place de la Bastille. Zie ook mijn blog uit 2014 over ambachtelijke geheimen in Faubourg Saint-Antoine.

De cour Damoye discreet verscholen achter de drukke terrassen van de place de la Bastille

Door de tijd zijn deze bolwerken van ambacht overgenomen door jonge ondernemers. Onlangs werd ik gewezen op de Cour Damoye een van de meest westelijk gelegen geheime passages van de Faubourg Saint Antoine. Discreet verscholen achter de drukke terrassen van de place de la Bastille ligt een van de mooiste passages van Parijs. De entree vind je op nummer 12. Een smalle poort die toegang biedt tot een van de meest charmante en rustige steegjes op de rechteroever. Iets meer dan 120 meter lang en 6 meter breed vormt de cour Damoye de verbinding tussen de place de la Bastille en rue Daval. De geschiedenis gaat terug naar 1778 toen een zekere Antoine Pierre Damoye een voormalige schietbaan van de Parijse musketiers ombouwde tot kleine industriële eenheden die werden verhuurd aan schroothandelaren, houtbewerkers en andere kunstenaars, voornamelijk afkomstig uit de Auvergne. Het deel stond in die tijd bekend als het ‘getto van de Auvergne’.

Een oase van rust en een van de mooiste binnenstraatjes van Parijs 

De passage werd in de jaren ’90 mede dankzij privé-initiatieven in zijn geheel vakkundig gerestaureerd en in juni 1999 heropend voor het publiek. Eenmaal de chaos van de drukke place de la Bastille achter u gelaten komt u in een van de mooiste binnenstraatjes van Parijs. Een oase van rust en groen. Een geplaveide enclave volledig gerenoveerd met respect voor de oorspronkelijke architectuur. Winkels en werkplaatsen met daarboven gelegen woningen getuigen van een architecturale homogeniteit. Blauwe regen langs de huizen zorgt voor een immense schoonheid en betovering. Niet toegankelijk voor autoverkeer maar als je je ogen sluit zou je bijna het geschreeuw van de koetsiers en hun door paarden getrokken koetsen kunnen horen.

De hoge ijzeren liftstellage in het midden roept herinneringen op aan het ijverige verleden

Deze straat speelt verstoppertje tussen smeedijzeren hekken en is een van mijn mooiste ontdekkingen van de Franse hoofdstad. Achterin, een van de oudste en nog bestaande koffiebranderijen van Parijs; ‘La Brulerie Daval’ waar u niet alleen vers gebrande koffie kunt kopen maar ook kunt genieten van koffie en thee. Een stukje verder een werkplaats die oude posters restaureert. De hoge ijzeren liftstellage in het midden roept herinneringen op aan het ijverige verleden. Het is heerlijk om links en rechts binnen te kijken bij de ambachtslieden van de 21e eeuw; diverse communicatie en ontwerpbureaus. Waar vroeger lompenboeren, zakkenrollers, prostituees de boventoon voerden heerst nu een heilzame rust.

Een geplaveide enclave volledig gerenoveerd met respect voor de oorspronkelijke architectuur

La cour Damoye, place de la Bastille 12, metrostation Bastille.
Uitsluitend toegang op weekdagen van 09.00 uur tot 20.00 uur, zaterdag van 10.00 uur tot 20.00 uur en op zon- en feestdagen van 13.00 uur tot 19.00 uur

Snel nog even een 'selfie' voor thuis

zondag 4 maart 2018

PONT DE FLANDRE, HISTORISCH ERFGOED VAN PARIJS


Het 19e arrondissement is voor velen een onbekend gebied aan de noordoostkant van Parijs. Toch heeft dit arrondissement veel te bieden. Het 19e staat voor cultuur, vindingrijkheid, creativiteit, en ontspanning. Rond het Canal de l’Ourcq en het Canal de Saint-Denis zijn nog steeds pareltjes te vinden die herinneren aan de gouden tijden van het industriële tijdperk. Wij beginnen onze wandeling dan ook bij de Pont Draguage aan de rue de Crimée. Een van de laatste hefbruggen van de hoofdstad, gelegen aan de overgang van het Bassin de la Villette en het Canal de l’Ourcq. De brug uit 1885 kent nog zo’n 9000 manoeuvres per jaar.

De Pont Draguage uit 1885 aan de rue de Crimée, een van de laatste hefbruggen van de hoofdstad

Dit gebied werd pas echt belangrijk dankzij de visie van Napoleon I met de aanleg in 1808 van het Bassin de la Villette als onderdeel van het Reseau des Canaux Parisiens (het netwerk van Parijse kanalen). De verbinding tussen het Canal de l'Ourcq en het Canal Saint-Martin. De andere componenten van dit netwerk zijn het Canal Saint-Denis en en het Bassin de l'Arsenal bij de place de la Bastille. Samen vormen deze kanalen en bekkens een verbinding met de Seine en het Franse achterland. Een netwerk van ongeveer 130 kilometer.

Aan de oever van het canal Saint-Denis

Met het graven in 1820 van het Canal Saint-Martin en het Canal Saint-Denis, werd de Port de la Villette in het Bassin al snel een belangrijk doorvoercentrum. Grootse magazijnen van de Compagnie des Entrepôts en de Magasins Generaux, de oprichting van slachthuizen en een veemarkt, hebben bijgedragen aan de massale industrialisatie van het Bassin de la Villette. Het was pas in 1950, door achteruitgang van de industrie in Parijs, dat talrijke magazijnen werden verlaten of gesloopt. De sluiting van de veemarkt in 1973, gevolgd door die van de slachthuizen, veranderde eens te meer het gezicht van de toch al verpauperde wijk. In 1988 werd besloten de omgeving drastisch te renoveren met behoud van het zo fraaie industriële karakter. De prachtige pakhuizen van de Compagnie des Entrepôts en de Magasins Generaux uit 1845 en 1853 werden omgebouwd tot hotel, bioscopen, lofts en restaurants. Langs het 800 meter lange en 70 meter brede bassin creëerde men aan weerszijden een boulevard, waar men heerlijk kan eten, wandelen, fietsen, rolschaatsen en picknicken. In 2008 werd een nieuwe jachthaven geopend voor boten tot 15 meter. Het is ook de thuishaven van Canauxrama, de maatschappij die cruises organiseert over het Canal Saint Martin. Verder vindt men er andere wateractiviteiten zoals kajakken, waterfietsen en roeien. Voor de filmliefhebbers is er een groot bioscoopcomplex met kwaliteitfilms. De MK2, gehuisvest in de voormalige pakhuizen, brengt het Stalingrad district tot leven. Het hele jaar door zijn er tentoonstellingen, festivals en optredens van diverse artiesten. Het bevestigd de rol van het Bassin de la Villette als een nieuw centrum van het culturele leven van Parijs.

Het canal Saint-Denis met op de achtergrond de pakhuizen van Pont de Flandre

Een wandeling in noordelijke richting langs het Canal de l’Ourcq brengt je naar parc de la Vilette waar ooit de abattoirs van Parijs stonden. De geschiedenis van dit stadsdeel is fascinerend, een haast gesloten stad, met eigen rituelen, gedragscodes en hiërarchie. Ook wel de stad van het bloed genoemd, waar zo rond het jaar 1900, 23.000 schapen en 5.000 runderen per jaar werden geslacht en in stukken gesneden. Aan het begin van de 20e eeuw waren de slachthuizen hopeloos verouderd. In 1930 werd nog een verwoede poging gedaan om te moderniseren, maar in 1950 verliest men de strijd met de koelindustrie. Het is rendabeler om het vee ter plaatse, in de fabrieken zelf, te slachten en meteen te verwerken. Tegen beter weten in besluit men om in 1959 de slachthuizen opnieuw te verbouwen onder het mom van nationaal belang. Technische storingen en veel, heel veel, geldtekort doen de abattoirs uiteindelijk de das om.

Pont de Flandre tussen 1854 en  1955

Wij laten het park voor wat het is en vervolgen de oevers aan de linkerzijde van het Canal Saint-Denis met nog steeds veel gebouwen die herinneren aan het ‘bloedige’ tijdperk van de slachterijen. Middenin het ‘Canal’ een van de imposante waterwerken van de stad Parijs dat dateert uit 1891-1892. Een stukje verder aan de linkerzijde een van de mooiste stukjes industrieel erfgoed van Parijs. Historisch erfgoed van de Compagnie EMGP, Les Magasins Généraux du Pont de Flandre. Een Parijse ondernemer Tom George Hainguerlot kocht in 1866 grond in de buurt van het kanaal en bouwde er entrepots voor de opslag van niet bederfelijke levensmiddelen waaronder granen, suikers, alcohol maar ook oliën hout en steenkool. Prachtige gebouwen van steen en baksteen. Een bouwstijl uniek voor Parijs, die is komen overwaaien van de London Docks. 

Pont de Flandre anno 2018

De groei van de stad Parijs maakte een einde aan de functionaliteit van de pakhuizen en in de jaren 2000 werden de oude pakhuizen omgebouwd tot kantoren. De prachtig gerestaureerde gebouwen bieden nu plaats aan zo’n driehonderd Tech-bedrijven, televisiestudio’s en kantoren van Club Med, Pierre en Vacances en Center Parcs. De hoofdingang zit aan de rue de Cambrai 11. In het weekend is deze hoofdingang vaak gesloten. Tip; regelmatig rijden er auto’s het terrein af en op. Gewoon meelopen (net als ik), er is niemand die je tegenhoudt. Er is ook een poort voor voetgangers aan de rue de Cambrai 27.

Een van de mooiste stukjes industrieel erfgoed van Parijs

De rue de Cambrai gaat over in de rue Curial. Als je deze straat alsmaar blijft volgen kom je bij een van de meest indrukwekkende en dure cultuurprojecten van de stad Parijs in de afgelopen jaren, Le Centquatre. Tot 2007 huisvestte dit indrukkwekkende gebouw, gebouwd in 1873, alleen doodskisten, lijkwagens en dragers. Het deed namelijk dienst als mortuarium van de stad Parijs. Veel Parijzenaars kennen het Centquatre ook alleen onder de naam Pompes Funèbres Municipales. Handig om te weten als je de weg vraagt naar dit centrum van kunst, cultuur en creativiteit. Het project; de 'fabriek van de rouw' is het geesteskind van de twee directeuren, Robert Cantarella en Frederic Fisbach. Beide mannen zijn ervaren theaterregisseurs. In 104 verschillende ruimtes en studio's kunnen kunstenaars werken aan verschillende kunstprojecten. Het draait hier vooral om kruisbestuiving tussen creatieve disciplines. In de ruimtes met een totaal oppervlak van 39.000 m² kunnen ruim tweehonderd internationale kunstenaars tegelijkertijd, drie tot tien maanden gratis verblijven, om aan een van de dertig artistieke projecten te werken die jaarlijks worden uitgevoerd. 

Le Centquatre

Tweehonderd kunstenaars die schilderen, tekenen, dansen, spelen, filmen, zingen en beeldhouwen met maar een missie; de vervaging van de grenzen tussen publiek en kunst. Le Centquatre nodigt iedereen uit om te integreren met hun kunstenaars. Je kunt zelfs deelnemen aan gratis Qigong klassen, een meer dan vierduizend jaar oude meditatietechniek. Momenteel herbergt het bijzondere pand verschillende kunstevenementen waaronder tentoonstellingen van jong talent, kunstforums, presentaties, modeshows, concerten, showrooms en werkplaatsen. Le Centquatre heeft ook een restaurant, een café, diverse boetieks en een enorme boekhandel.

Le Centquatre moet Parijs weer terugbrengen op de wereldkaart van de kunstscene

Le Centquatre gelegen aan de rue d'Aubervilliers 104 moet Parijs weer terugbrengen op de wereldkaart van de kunstscene. Ruim 100 miljoen euro koste de transformatie van gemeentelijk uitvaartcentrum naar een prachtig open gebouw van staal en glas. Een grote revisie onder leiding van de architect Jacques Pajot van Atelier Novembre. Een week voor de opening in oktober 2008, hield de Britse ontwerper Alexander McQueen in het hangarachtige gebouw zijn lente/zomer catwalk show. Op de openingsdag zelf trok le Centquatre meer dan zestigduizend nieuwsgierige Parijzenaars. Le Centquatre, is elke dag open van 11.00 uur tot 20.00 uur. Overigens is het wel grappig dat de Franse kunstscene moet herrijzen vanuit de gerenoveerde overblijfselen van een Parijs lijkenhuis. Rue d'Aubervilliers 104 / rue Curial 5, metrostation Crimée, lijn 7.

In 104 verschillende ruimtes en studio's kunnen kunstenaars werken aan verschillende kunstprojecten

We verlaten ons Parijs lijkenhuis aan de zijde van de rue d’Aubervilliers en steken de rue de Crimée over richting het spoor om links oog in oog te komen staan met de Jardin Rosa Luxembourg en de Halle Pajol. Een verlaten pakhuis van de Franse spoorwegen, SNCF, daterend uit 1920 met meer dan 20 magazijnen. Het heeft een van de meest spectaculaire houten gevels van Parijs. Na drie jaar van verbouwing is de Halle Pajol omgebouwd in een industrieel ecologisch juweeltje. Ontworpen door architect Françoise-Helène Jourda, een van de weinige specialisten in duurzaam bouwen in Europa. Het project onderscheidt zich door het gebruik van uiterst duurzame materialen, waaronder heel veel hout en gerecyclede materialen afkomstig van het oude Forum des Halles. 10 van de 20 schuine daken, zo'n 3523 m², zijn voorzien van zonnepanelen goed voor een productie van 396 MWh per jaar. 

Halle Pajol

In het gebouw zelf, dat staat in een prachtig aangelegde tuin van 8000 m², zijn ondergebracht een overdekte tuin van 2500 m² met grote waterpartijen, de Vaclav Havel Bibliotheek met een videospeelzaal en een eco jeugdherberg; het Hostel Yves Robert. Het hostel Yves Robert is de grootste in Parijs: 103 kamers en 330 bedden. De kamers hebben door middel van een groot balkon uitzicht op de tuin. Verder zijn er kantoren, een auditorium, een theater, een bar-restaurant met een groot terras en diverse winkels in gevestigd. Aan de voorzijde een gezellige esplanade; het plein Nathalie Sarraute. Langs het spoor worden volkstuinen geïmplementeerd (2 percelen van 100m2), die ter beschikking worden gesteld aan buurtverenigingen. Omwonenden zullen zo in staat zijn om zelf bloemen of groenten te verbouwen om in eigen behoeften te kunnen voorzien. De tuinen worden geïrrigeerd door opgevangen regenwater afkomstig van de schuine daken. De Tuin is een eerbetoon aan Rosa Luxembourg (1871-1919), geboren in Polen, en een Duits marxistisch politica, filosofe en revolutionaire.

 Zomaar drie juweeltjes historisch erfgoed aan de rand van Parijs

woensdag 21 februari 2018

LE PETIT BAL MUSETTE, ER WORDT GEDANST IN DE STRATEN VAN PARIJS


Er is niets heerlijker dan in Parijs op zondagochtend vroeg op te staan en dan de stad in te gaan. De echte parijzenaars zijn nog in diepe rust en het lijkt of je de stad voor je zelf hebt. Nauwelijks autoverkeer, lege straten en stilte. Ik heb besloten om te gaan wandelen in het 5e arrondissement en stap uit op metrostation Odéon. Ik vermijd de grote boulevards maar wandel kris kras door kleine smalle straatjes om uiteindelijk terecht te komen in de rue Pot au Fer, een zijstraat van La Mouffe zoals de rue de Mouffetard liefkozend genoemd wordt door de inwoners van het vijfde.

De 21 eeuwen oude Église Saint-Médard koestert zich in de ochtendzon

Een tip van een van mijn lezers leidt mij naar de oude Église Saint-Médard, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 7e eeuw, toen verrees hier aan de oevers van de Bievre, waar La Mouffe over de brug met de  veelzeggende naam ‘Pont au Tripes’ verder liep, een kerkje aan de zuidelijke kant van het gehucht Saint-Médard. De bouw van de kerk strekte zich uit over twee eeuwen. De kerk werd twee keer algemeen bekend; in 1561 toen ze werd geplunderd door protestantse oproerkraaiers tijdens rellen met de katholieken, het ‘tumulte de Saint-Médard’ genoemd, en in 1727, toen hier een vreemde cultus ontstond en de geruchten gingen dat een voorman van de ‘jansenisten’ zogenaamd ziektes kon genezen vanuit zijn graf. Groepen mensen verzamelden zich in het knekelhuis en namen deel aan orgies van hysterie, zelfkastijding en stuiptrekkingen, in de hoop op wonderbaarlijke genezing of visioenen. De overheid verbood toen de toegang tot het kerkhof en iemand schreef op de muur, misschien wel de eerste graffiti, “De par le Roi, défense à Dieu de faire miracle en ce lieu” (Van Koningswege is het God verboden op deze plek wonderen te verrichten).

Het zijn jongeren, ouderen, mensen uit de buurt, ouders met hun kinderen maar ook daklozen, bobo’s en toeristen die elke zondag genieten van Le Petit Bal Musette

Voor op het plein wordt hard gewerkt aan het opzetten van een kleine tent. Een grote poster met daarop ‘La Guinguette de la Mouffe avec Chris de la Mouffe et ses Apaches’, toont dat ik op tijd ben. Sinds 1975 is het hier elke zondag om 11.00 uur, weer of geen weer, bal musette. Tafeltjes worden klaargezet en er wordt druk gesleuteld aan de schamele muziek installatie. Krakkemikkige stoeltjes en plastic krukjes te linkerzijde worden opgesteld voor het hooggeacht publiek. Een man is druk in de weer.  Pet op grijze manen, rode sjaal een verouderde Gavroche, de straatjongen die we kennen uit de roman Les Misérables van Victor Hugo uit 1862. Vrolijk zegt hij iedereen goedendag en verontschuldigt zich dat alles nog niet klaar is.

Christian Bassoul, al meer dan veertig jaar hoort hij bij het stadsbeeld van La Mouffe

Ik maak kennis met Christian Bassoul, ik schat hem begin zestig en al meer dan veertig jaar hoort hij bij het stadsbeeld van La Mouffe. Hij viel op muziek, op z’n twintigste speelde hij al gitaar en accordeon. De liefde voor barok bracht hem zijn viola da gamba (Italiaans voor beenviool) daarna de viool, de mandoline , trombone en de piano. “Echt goed accordeon spelen leerde ik van Marcel Azzola de accordeonist van Jacques Brel. Ik werd muziekdocent aan de universiteit en verhuisde naar de rue Mouffetard en ben nooit meer weggegaan”.

Zo gauw de eerste akkoorden klinken gaan de voetjes van de vloer

“Elke zondag ben ik hier en speel ik op mijn accordeon en zing voor mijn publiek. Dat is heel gemengd. Het zijn jongeren, ouderen, mensen hier uit de buurt, ouders met hun kinderen maar ook daklozen, bobo’s en toeristen. In de jaren ’30 was het heel gewoon; het zingen op straat. Het is een Franse traditie. Edith Piaf is zo ontdekt. Ik beschouw mijzelf als een uitlaatklep voor al die gestreste mensen in het internet tijdperk. Ik zie ook vaak elke zondag dezelfde eenzame mensen die hier met elkaar praten, lachen en dansen. Sommigen komen helemaal uit de buitenwijken om samen met ons te zingen en te dansen. Het zijn net als ik allemaal liefhebbers van het Franse chanson. Samen zingen om hun zorgen te vergeten”.

Samen dansen, samen zingen, elke zondag in de rue de Mouffetard van 11.00 uur tot 14.00 uur

De oude Saint Médard laat zijn klokken horen als signaal dat het echt tijd is om te beginnen. Meteen klinken de akkoorden uit zijn goudkleurige accordeon: ‘Dede de Montmartre’ van Albert Préjean en onmiddellijk vullen de kasseien zich met dansende echtparen. Mylène deelt driftig, aan iedereen die mee wil zingen, blaadjes met songteksten uit. De square Saint Médard vult zich langzaam met nieuwsgierigen. Jong en oud zingt mee en een invalide jongleert als het ware met zijn rolstoel op de maat van de muziek. Nostalgie ten top. Oude deuntjes doen herinneringen herleven. ‘Allez venez, Milord’ zingt een dame uit volle borst die zomaar het evenbeeld van Edith Piaf zou kunnen zijn.

Hoe het Parijs van de jaren '30 herleeft

Allez venez, Milord
Vous asseoir à ma table
Il fait si froid dehors
Ici, c'est confortable
Laissez-vous faire, Milord
Et prenez bien vos aises
Vos peines sur mon cœur
Et vos pieds sur une chaise
Je vous connais, Milord
Vous ne m'avez jamais vue
Je ne suis qu'une fille du port
Une ombre de la rue

Zomer en winter worden hier op zondag de stembanden gesmeerd,  zwieren de rokken, wordt er gelachen

Kom toch hier, Meneer,
en ga zitten aan mijn tafel.
Het is zo koud buiten,
en hier is het gezellig.
Kom tot rust, Meneer,
en maak het u gemakkelijk.
Uw zorgen in mijn hart
en uw voeten op een stoel.
Ik ken u, Meneer,
u heeft mij nooit gezien.
Ik ben maar een dochter van de haven,
een schaduw van de straat.

Zomer en winter worden hier op zondag de stembanden gesmeerd,  zwieren de rokken, wordt er gelachen. Een mooier Parijs tafereel is niet denkbaar. Le Petit Bal Musette de la Guingette de la Mouffe. Elke zondag van 11.00 uur tot 14.00 uur.

maandag 12 februari 2018

MUSÉE FONDATION PINAULT, DE NIEUWE PUBLIEKSTREKKER VAN PARIJS


Al eeuwen wordt er gebouwd in het gebied van het traditionele marktcentrum van Parijs. Les Halles; het gebied omsloten door de rue du Louvre, rue Étienne Marcel, boulevard de Sébastopol en de rue de Rivoli, in het eerste arrondissement, is al meer dan 800 jaar oud. Rijk aan geschiedenis maar ook rijk aan contrasten. De wijk waar arm en rijk naast elkaar woonden, waar handel werd gedreven en ambachten werden bedreven. Met in het kielzog nog een bonte stoet van hoeren, koppelaarsters, clochards, dieven, vervalsers en andere vagebonden, onlosmakelijk verbonden met de folklore van deze wijk. Al rond 1135 hielden koop- en ambachtslieden tweemaal per week markt in de straten van Les Halles, waar iedere straat zijn eigen specialiteit had. De eerste markthallen van Parijs werden in 1183 onder het bewind van Filips II gebouwd. Aan de overzijde verrees het Hôtel de Soissons een woonhuis in het bezit van de Franse adel. Op aandringen van zijn biechtvader creëerde Karel VIII in 1498 in een deel van het hôtel een klooster voor ‘meisjes van berouw’, terwijl de rest van het gebouw werd verdeeld tussen de politie en de Hertog van Orleans. Gezien de beruchtheid van de wijk geen overbodige luxe.

Hôtel de Soissons in de 17e eeuw

In 1572 verliet Catherine de Medici plotseling het Paleis van de Tuileriën en verwierf de huizen die grensden aan het klooster. In haar opdracht bouwde Salomon de Brosse in 1611 het enige overblijfsel van  het Hôtel de Soissons; de Medici-kolom. 31 meter hoog. De precieze functie ervan is nooit vastgesteld, maar het had gebruikt kunnen worden voor de waarnemingen van de persoonlijke astroloog van de koningin, de Florentijn, Como Ruggieri. Door een te grote schuldenlast kwam het hotel in het bezit van de familie De Bourbon. Tot 1720 wisselde het gebouw vele malen van eigenaar, waar het van 1740 tot 1748 dienst deed als de Parijse effectenbeurs. De provost van Parijs kocht het land en verwoestte de gebouwen. De Medici-kolom werd aangekocht door Louis Petit-de-Bachaumont die het vervolgens aan de stad Parijs schonk.

De Bourse de Commerce met aan de linkerzijde de Medici-kolom

Tussen 1763 en 1767 kreeg het grondgebied een nieuwe bestemming. De gebroeders Oblin, handelaren in graan, wilden een enorme graanhal bouwen in de nabijheid van de Seine waar boten geladen met graan gemakkelijk konden afmeren. De opengevallen plek van het vroegere Hôtel de Soissons bleek ideaal. Nicolas Le Camus de Mézières, de architect, was verantwoordelijk voor de bouw van de hal en het omliggende gebied. Le Camus koos voor een ringvormig gebouw met een omtrek van 122 meter met twee concentrische galerijen, aan de buitenzijde geopend voor de buitenwereld middels 25 bogen en bedekt met gewelven. De binnenzijde gesloten. De galerijen bevatten de gebouwen van de politie die de controle hield over de gewichten en maten. Op de eerste verdieping waren grote graanschuren bedekt met bogen in baksteen en toegankelijk door twee prachtige trappen , waarvan er één een dubbele omwenteling had, zoals in het kasteel van Chambord, zodat de administratieve staf de kooplieden niet in de weg liepen. Rondom de graanmarkt werd een cirkelvormige straat opgetrokken de huidige rue de Viarmes.

Artist impression van de buitenzijde van het nieuwe Musée Fondation Pinault

De binnenplaats was oorspronkelijk open gelaten, maar dit bleek schadelijk voor het behoud van het graan. In 1782 werd het gehele gebouw voorzien van een houten koepel bedekt met vertind koper en lood. Een aardig hoogstandje in die tijd. Helaas werd de koepel in 1802 door brand verwoest en gereconstrueerd met de moderne materialen uit die tijd, gietijzer en koper, met een spanwijdte van maar liefst 40 meter, om in 1838 weer te worden vervangen door glas. In 1886 wordt het gebouw nog eens onder handen genomen door de architect Henri Blondel. Hij behoudt de beroemde koepel maar het lagere deel wordt voorzien van een fresco dat de geschiedenis van de handel symboliseert. In 1889 staat het gebouw, net als de Eifeltoren, symbool voor de technische en architecturale innovaties van die tijd. Het huidige gebouw, dat bekend staat als de Bourse de Commerce, is sinds 1975 volledig geclassificeerd en beschermd en in bezit van de Parijse Kamer van Koophandel en Industrie, CCI.

In 1889 staat het gebouw, net als de Eifeltoren, symbool voor de technische en architecturale innovaties van die tijd

In december 2017 komt Le Figaro met de scoop dat de gemeente Parijs, onder leiding van Anne Hidalgo, de huidige burgemeester van Parijs, 86 miljoen heeft betaald voor de aankoop van het gebouw. Het is aardig om te weten dat het CCI het architectonische wonder in bezit kreeg in 1949 voor het symbolische bedrag van één enkele frank. Volgens het Parijse stadhuis vergoedt het bedrag de investering die het CCI door de jaren heeft gedaan voor het behoud van dit historische gebouw. Maar nog een andere beslissing lag ten grondslag aan deze aankoop. Hidalgo wilde zo een van de grootste mecenas en verzamelaar van hedendaagse kunst alsnog binnenhalen voor de vestiging van een museum.

Zakenman Pinault had al decennialang het plan opgevat om in Parijs een museum voor hedendaagse kunst op te richten. De Japanse architect Tadao Ando had al een gebouw ontworpen in de vorm van een op het eiland aangemeerde boot bij het Ile Seguin in de Seine ten westen van Parijs. In 2005 echter gooide de puissant rijke Fransman,  eigenaar van de Fondation Pinault, de handdoek in de ring na het eindeloze administratieve uitstelgedrag van de gemeente Parijs en besloot om zijn kunst collectie onder te brengen in een Paleis te Venetië in plaats van op het Île de Seguin in Boulogne-Billancourt. De boodschap was duidelijk.
De Fondation Pinault is een stichting die de uiterst omvangrijke en kwalitatief hoogstaande private kunstverzameling van de Franse zakenman François Pinault (1936) beheert. Pinault mag zich eigenaar noemen van onder meer de Fnac-keten, de modehuizen Gucci, Yves Saint Laurent en Samsonite. Ook bezit hij het veilinghuis Christie's. Pinault is daarbij sinds 1994 ook eigenaar van een premier cru wijn, Château Latour.

De eerste schetsen van de Japanse architect Tadao Ando

In het voorjaar 2006 vond een deel van zijn collectie hedendaagse kunst een onderkomen in het door architect Tadao Ando daartoe verbouwde 18e-eeuwse Palazzo Grassi in het centrum van Venetië. Dit gebouw was voorheen eigendom van de Italiaanse familie Agnelli van het Fiat-concern. Deze liet het gebouw eerder restaureren door de architecten Gae Aulenti en Antonio Foscari. De collectie bevat werk van de belangrijkste beeldende kunstenaars van de tweede helft van de 20ste eeuw, waaronder museumstukken als "La petite danseuse" van Edgar Degas en "Tableau losangique II" (1919) van Piet Mondriaan. Verder beeldend werk van Pablo Picasso, Joan Miró, Henry Moore, Richard Serra, Eduardo Chillida, David Smith, Jackson Pollock, Jasper Johns, Willem de Kooning, Robert Ryman, Robert Rauschenberg, Gilbert and George, Marcel Broodthaers, Don Flavin, Frank Stella, Donald Judd, Antoni Tàpies, Gerhard Richter, Maurizio Cattelan, Andy Warhol, Mark Rothko, Daniel Buren en Bruce Nauman. Daarbij ook werk van Brice Marden, Cy Twombly, Piero Manzoni, Jannis Kounellis, Jeff Koons, Sigmar Polke, Thomas Schütte, Marlene Dumas, Jake & Dinos Chapman, Michaël Borremans en Luc Tuymans. In totaal bevat de collectie zo'n 2000 kunstwerken.
De collectie beperkt zich niet tot beeldhouwwerk en schilderkunst, maar bevat ook fotografie van Cindy Sherman en Hiroshi Sugimoto, videokunst van Bill Viola, Aernout Mik, Douglas Gordon, Pierre Huyghe, Shirin Neshat en Adel Abdessemed.

Net als het Gugenheim te New York wordt dit een circulair museum

Pinault was direct onder de indruk van het aan hem aangeboden gebouw. En, in tegensteling tot anderen (lees Bernard Arnault van de Fondation Louis Vuitton), wilde François Pinault niet profiteren van een belastingpauze om zijn privémuseum te financieren. Een belasting vermindering van 66% die wordt gegarandeerd door de Franse Staat aan mensen die een stichting financieren. De totale verbouwing, geschat op 108 miljoen, komt volledig voor rekening van de zakenman en zijn familie. Hierdoor houdt Pinault zelf de teugels in handen. Zijn bedrijf betaalt de stad 7,5 miljoen euro in de eerste twee jaar, vervolgens 60.000 per jaar gedurende een 48 jaar lange erfpachtovereenkomst. Geen wonder; Anne Hidalgo prees de kans dat Parijs zou profiteren van de hulp van zo'n patron. Eind 2018 moet het gebouw klaar zijn en begin 2019 wordt deze nieuwe Parijse toeristenstrekker geopend voor het publiek.

Artist impression van het interieur van het nieuwe museum met de fresco's uit 1886

De gehele verbouwing staat onder leiding van de Japanse architect en Pritzker-prijs winnaar, Tadao Ando vergezeld door Pierre-antoine Gatier specialist in historische monumenten. De gebouwen van Ando zijn onmiskenbaar van hem. Het zijn perfect geproportioneerde creaties van glad beton (overigens een Franse vinding) die een ingetogen dialoog aan gaan met de natuur eromheen. In zijn werk duiken elementen uit de traditionele Japanse architectuur op, zoals terrassen, veranda's en binnentuinen, maar dan geïnterpreteerd op de moderne tijd.
Net als het Gugenheim te New York wordt dit een circulair museum. Op die manier benadrukt de architect Parijs als het epicentrum van de schone kunsten.  “Zo koppelen we het verleden, heden en toekomst” aldus de architect. Een nieuwe betonnen cilinder, 9 meter hoog en met een diameter van 29 meter, wordt geplaatst als een dubbele huid in de oorspronkelijke behuizing. De werken worden verdeeld over 3.000 m² op drie niveaus en zal plaats bieden aan 2500 bezoekers per uur. Een cirkelvormig pad naar buiten en een grote tentoonstellingsruimte in het midden. Hier worden de mooiste stukken tentoongesteld. De cilindrische vorm gaat verder in de kelder waar een auditorium met 300 zitplaatsen zal worden gegraven. Ongeveer 7.700 m2 is toegankelijk voor het publiek, die op verschillende niveaus kunnen lopen. Het project omvat ook de restauratie van de buiten- en binnengevels, daken, en de koepel waarvan de glazen worden vervangen. Op de derde verdieping komt een restaurant en de kantoren van het museum. Het historisch monument is al de thuisbasis van beroemd en artistiek erfgoed, waaronder drie allegorische sculpturen van Aristide Croisy op de voorzijde, evenals fresco's van Georges Clairin en de fraaie mozaïekvloer die volledig in ere wordt hersteld.  “We willen het gebouw in zijn staat van 1889 herstellen”; aldus de 82 jarige zakenman.

De cilindrische vorm gaat verder in de kelder waar een auditorium met 300 zitplaatsen zal worden gegraven

De ingang van het nieuwe museum komt aan de rue de Viarmes. De Pinault Collection Parijs is een volledige dochter van Palazzo Grassi SpA in Italië, en een dochteronderneming van de Artemis holding, 100% gefinancierd door de Pinault familie. Het nieuwe museum zal onderdak bieden aan de privécollectie met een waarde van 1,25 miljard euro. Er worden steeds twee soorten projecten georganiseerd: Thematische tentoonstellingen rond de werken van de veelzijdige collectie en monografische tentoonstellingen geheel gewijd aan een kunstenaar, eveneens uit de collectie.
Parijs is straks weer een iconisch museum rijker. Ik kan niet wachten.

All photo’s courtesy of Collection Pinault Paris