Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

donderdag 16 april 2020

LANDELIJK KUNSTZINNIG EN STUDENTIKOOS PARIJS


Mijn blog begint bij de gevreesde maar ook bewonderde Baron Haussmann, de man die Parijs saneerde in opdracht van Napoleon III. Samen met zijn medewerker, de architect Jean-Charles Adolphe Alphand, moest hij op een grote verlaten en onbewoonbare plek, in het zuiden van Parijs, een groene ruimte maken waar de inwoners van Parijs zich konden verpozen. Montsouris, de naam is afgeleid van ‘moque souris’, letterlijk; spottende muizen, genoemd naar een van de molens op het terrein, dat zo arm was dat zelfs de muizen er niets te eten vonden. De wijk was in de 17e eeuw beroemd en berucht vanwege het natuursteen dat er werd gewonnen in steengroeves maar die ook dienst deden als schuilplaats voor bandieten.

Pre-Corona tijd; Studenten in het Parc Montsouris

Duizenden soldaten, teruggekeerd uit de oorlog tegen de Pruisen werden hier tewerkgesteld. Op deze manier konden ze hun soldij verdienen. Na het Bois de Boulogne, Bois de Vincennes en Parc Buttes-Chaumont was dit het vierde groenproject in de stad. Een Engelse landschapstuin met zo’n 1400 bomen waaronder rode beuk, ceders, eiken en catalpa’s om maar een aantal soorten te noemen. Alphand en Haussmann moesten rekening houden met het heuvelachtige reliëf, maar ook met de twee spoorlijnen die elkaar kruisten. De ligne de Seaux en de Petite Ceinture. Alphand loste dit probleem op door de beide spoorlijnen verdiept aan te leggen en het tracé te omzomen met dennenbomen. Net als in Buttes-Chaumont overheerst hier ook het kunstmatige: valse rotsen, een nagemaakte grot, cementen relingen ter imitatie van hout en een groot kunstmatig meer. Maar dankzij de aanleg van de vele perken en bosschages op het heuvelachtig terrein worden verborgen doorkijkjes en vergezichten met elkaar afgewisseld en dat maakt het park weer uniek.

Twee spoorlijnen doorkruisen het park, Alphand loste dit probleem op door de beide spoorlijnen verdiept aan te leggen

Bij goed weer wemelt het hier van de studenten. En dat is niet zo gek, want tegenover de entree van Montsouris, aan de boulevard Jourdan, ligt de Cité Universitaire, een huisvestingsplaats voor zo’n 12.000 studenten, van meer dan 130 verschillende nationaliteiten, aan de internationale universiteit van Parijs. Het ontstaan gaat terug tot de periode vlak na de Eerste Wereldoorlog. Het initiatief is te danken aan de rector van de universiteiten van Parijs, ene Paul Appell. Fondsen kwamen van de uit de Elzas afkomstige mecenas en ondernemer Émile Deutch de la Meurthe en van het ministerie van Openbaar Onderwijs uit hoofde van minister André Honnorat. De la Meurthe schonk 10 miljoen Franse franc om een groot studentenverblijf te bouwen, de Fondation Deutsch de la Meurthe. Vele andere landen volgden vervolgens zijn voorbeeld. 

De Fondation Deutsch de la Meurthe

Zeker twintig landen lieten hier elk een eigen paviljoen bouwen, meestal door de beste architect van het land. Tussen 1923 en 1969 (zie overzicht) ontstond hier op 34 ha braakliggende grond een ware stad met als doel om studenten van verschillende nationaliteiten dichter bij elkaar te brengen.

Naam
Land
Inauguratie
Fondation Biermans-Lapôtre
Belgie & Luxemburg
1924
Maison des Etudiants Canadiens
Canada
1925
Fondation Deutsch de la Meurthe
Frankrijk
1925
Collège Néerlandais
Nederland
1926
Collège d'Espagne
Spanje
1927
Fondation Argentine
Argentinië
1928
Maison de l'Institut National Agronomique
Frankrijk
1928
Maison du Japon
Japan
1929
Maison des Étudiants Arméniens
Armenië
1930
Maison de l'Asie du Sud-Est
Zuid-Oost Azië
1930
Fondation des États-Unis
Verenigde staten
1930
Pavillon Suisse
Zwitserland
1930
Maison de la Suède
Zweden
1931
Fondation Rosa Abreu De Grancher
Cuba
1932
Fondation Danoise
Denemarken
1932
Fondation Hellénique
Griekenland
1932
Maison des Provinces de France
Frankrijk
1933
Residence Robert Garric

1936
Collège Franco-Britannique

1937
Fondation de Monaco
Monaco
1937
Fondation Haraucourt

1939
Maison du Liban
Libanon
1948
Maison des Arts et Métiers
Frankrijk
1949
Residence Lucien Paye

1949
Fondation Victor Lyon

1950
Residence André Honnorat

1953
Maison du Maroc
Marokko
1953
Maison du Mexique
Mexico
1953
Maison de la Tunisie
Tunesië
1953
Maison du Brésil
Brazilië
1954
Maison des Industries Agricoles et Alimentaires
Frankrijk
1954
Maison de Norvège
Noorwegen
1954
Fondation de l'Allemagne — Maison Heinrich Heine
Duitsland
1956
Maison du Cambodge
Cambodia
1957
Maison de l'Italie
Italië
1958
Maison du Portugal - André de Gouveia
Portugal
1960
Maison de l'Inde
India
1967
Fondation Avicenne - Pavillon de l'Iran)
Iran
1969

Bron: wikipedia

 Voor de architectuurliefhebber is het een groot openluchtmuseum

De campus is de gehele dag vrij toegankelijk voor elke wandelaar. Dit prachtige groene domein, gelegen in een parkachtige omgeving, strekt zich inmiddels uit over 40 ha en bestaat uit een bonte mengeling van architectuurstijlen die elk een grote culturele rijkdom aanbieden. Voor de architectuurliefhebber is het een groot openluchtmuseum. Een prachtig voorbeeld daarvan is het Collège Néerlandais waarover ik al een uitgebreide blog schreef. (klik hier). Of het Zuidoost-Aziatische huis dat een beetje doet denken aan een Chinese tempel, terwijl iets verderop de Fondation Hellénique, met zijn Griekse tempelfront en fries, evenmin twijfel laat over de inspiratiebron van de architect. Het huis van de Armeense gemeenschap is versierd met friezen en bladervormige versieringen dat sterk doet denken aan de architectuur van prestigieuze kloosters in Armenië en Turkije. De Fondation Rosa Abreu de Grancher, opgericht door een Cubaanse eigenares van grote rietsuikerplantages, is voorzien van een koloniaal decor van mahoniehout dat herinnert aan de luxueuze huizen in Havanna. Het Italiaanse huis, dat in de zomer overwoekerd wordt door een wilde wingerd, heeft een echte mediterrane charme dankzij zijn booggewelven en zijn groot fronton. 

Het internationale huis is het hart van de campus

De hoofdingang aan de boulevard Jourdan

Het hart van de campus is het internationale huis dat mogelijk werd gemaakt door de vrijgevigheid van de Amerikaan John Rockefeller jr., waar iedereen naar toe kan voor een zeer betaalbare maaltijd. Ook jij als bezoeker kunt daar terecht. Verder is er een cafetaria om alleen een koffietje te pakken. Er is een grote centrale bibliotheek met gezellige fauteuils, designlampen en een overwelfde galerij in 16de-eeuwse stijl. Kortom de campus is ideaal om een wereldreis te maken zonder je al te ver te moeten verplaatsen.


Prachtige architectuur zorgt voor fraaie doorkijkjes


In april 2013 presenteerde de stad Parijs, in samenwerking met de Kanselarij van de Universiteiten van Parijs, een nieuw ontwikkelingsplan voor verdere uitbreiding van de Cité Internationale Université de Paris: ‘Cité 2025’. Een uitbreidingsplan aan de zuidoostkant van 16.000 M² voor de bouw van 10 nieuwe huizen die plaats bieden aan 1800 studenten. Als eerste opende in 2018 het ‘Maison de la Corée’ du Sud, het Koreaanse huis. Zuid Korea had nog geen vestiging op het universiteitsterrein.  Daarop volgde de Résidence Julie Victoire Daubié. Haar naam is een eerbetoon aan Julie-Victoire Daubié, de eerste vrouw die in 1861 het baccalaureaat in Frankrijk behaalde. Tegen de périphérique wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan het tweede huis op de campus van Tunesië: ‘Le pavilion Habib Bourguiba’. 

Het tweede huis op de campus van Tunesië: ‘Le pavilion Habib Bourguiba’


De gevel van dit unieke gebouw is volledig bedekt met Arabisch-Islamitische kalligrafie, een kunstwerk ontworpen in samenwerking met de Parijse galerie Itinerrance en de Tunesische straatkunstenaar en kalligraaf Shoof (Werkelijke naam Hosni Hertelli) . Dit bijzondere paviljoen telt meer dan 200 studentenkamers, een auditorium met 250 zitplaatsen, een foyer met terras aan het park. Tevens worden oudere gebouwen gerestaureerd waaronder de Fondation Victor Lyon (1950) en sportvelden opnieuw geclassificeerd en gemoderniseerd. Het terrein wordt voorzien van nieuwe planten, bomen en struiken. Waterbeheer vormt een nieuwe prioriteit met de aanleg van wadi’s en regentuinen. De internationale stad, een goed verborgen toren van Babel mede dankzij de 130 verschillende nationaliteiten.

Dit prachtige groene domein, gelegen in een parkachtige omgeving, strekt zich inmiddels uit over 40 ha en bestaat uit een bonte mengeling van architectuurstijlen


 Ruim 12.000 studenten hebben hier hun domein

De betovering van de Cité en het park Montsouris strekt zich ook uit tot de omliggende straten, impasses en villa's. Aan de westzijde van het park, aan de rue Nansouti, kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie; rue du Parc Montsouris, rue Georges Braque met op nr. 6 het atelier van de kunstenaar. Square Mont Souris, het meest pittoreske straatje van Parijs. Via de avenue Reille en de rue de la Tombe Issoire komen we bij Villa Seurat, een doodlopende straat, op nr. 18 woonde Henri Miller. De Impasse Gauguet, met artiestenateliers uit de jaren dertig. Allemaal miniparadijzen die zich behaaglijk hebben genesteld in een prachtige groene omgeving, het domein van de welgestelden.


De betovering van de Cité en het park Montsouris strekt zich ook uit tot de omliggende straten


Heb je nog even? Op de hoek van de rue de la Tombe-Issoire en de avenue Reille bevindt zich een van de grootste waterreservoirs van Europa; Réservoir de Montsouris, 265m lang, 135 meter breed en 80 meter boven de zeespiegel. Gebouwd tussen 1868 en 1873 door Belgrand op oude kalksteengroeven. Met twee reservoirs die ondersteund worden door 1860 pijlers. Het reservoir onder de grond heeft een diepte van 5 meter en bovengronds, maar geheel afgedekt, een diepte van ruim drie meter. Omgeven met buitenmuren van meer dan twee meter dik met daarop kleine glazen pomphuisjes die zomaar van de signatuur van Eiffel kunnen zijn. Op de muren gegraveerd de namen die verwijzen naar rivieren in de buurt van Parijs.

Het Réservoir de Montsouris, gebouwd tussen 1868 en 1873

Deze juweeltjes in het 13e en 14e arrondissement kunt je het beste bereiken met de RER Ligne B en dan uitstappen bij station Cité Universitaire (je komt dan uit in het park) of met lijn 4, richting Porte d'Orleans, uitstappen bij Alésia.





donderdag 9 april 2020

COLLÈGE NÉERLANDAIS, EEN ARCHITECTONISCH JUWEEL


De blog die ik met u deel gaat over het Parijs dat nog toegankelijk was, het Parijs zonder de dreiging van het Corona virus. Ik ben op weg naar een van mijn Parijse juweeltjes. In het zuiden van de stad, enkele minuten verwijderd van de drukte van Montparnasse ligt het tweede grootste park. Aangelegd in de tijd van Haussmann ligt hier een van de best bewaarde geheimen van Parijs: Parc Montsouris. Een park als een Engelse tuin, met glooiende hellingen, golvende paden die bij elke bocht weer onverwacht zicht geven op valleitjes, rotspartijen, balustrades, water en prachtige "lawns". Bijna ongemerkt verborgen achter grote bomen of langs hoge wallen loopt verdiept in de grond het regionale netwerk van de RER (ligne B) over de oude spoorlijnen van de Petite Ceinture en de ligne de Sceaux.

Door het park loopt ook de monumentale meridiaan van Parijs. 135 Ronde koperen plaatjes, een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, als eerbetoon aan de astronoom en wetenschapper Francois Arago. Journalist en schrijver Philip Freriks heeft alle koperen plaatjes in kaart gebracht en omschreven in zijn boek; "Het spoor van de Monumentale Meridiaan". Volgens dit boek zijn de plaatjes nrs. 15 t/m 20 te vinden in het park. Ook de Franse dichter Jacques Prévert liet zich inspireren door dit prachtige park:

"Des milliers et des milliers d'années - Duizenden jaren
ne sauraient suffire - zouden niet volstaan
pour dire la petite seconde d'éternité - om te beschrijven dat moment van eeuwigheid
oú tu m'as embrassé - waarop jij mij kuste.
Un moment dans la lumière de l 'hiver - Een moment in het winterlicht
au parc Montsouris á Paris - in het Parijse park Montsouris
á Paris - in Parijs
sur la terre - op aarde
la terre qui est un astre - de aarde die een ster is"

De ingang naar de Cité Universitaire

Aan de overkant van het park ligt mijn bestemming van die dag. De Cité Internationale Universitaire de Paris kortweg CIUP. De Cité Universitaire beslaat een park van 34 hectare in het zuiden van de stad, net binnen de périphérique gelegen tussen de Porte d’Orleans en de Porte de Gentilly. Vanaf het begin van de jaren twintig werden hier internationale huizen opgericht voor de vele buitenlandse gasten die in Parijs studeerden. Tegenwoordig huisvesten de 40 gebouwen samen zo’n 6.000 studenten en verwelkomen ongeveer 12.000 studenten uit meer dan 145 verschillende landen. De studentenhuizen die vóór de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd, onderscheiden zich van elkaar door een voor hun land typische bouwstijl. Zo is er een Zuidoost-Aziatische huis dat een beetje doet denken aan een Chinese tempel, terwijl iets verderop de Fondation Hellénique, met zijn Griekse tempelfront en fries, evenmin twijfel laat over de inspiratiebron van de architect. Het Nederlandse huis is hierop een uitzondering, maar daarover later meer. Na de Tweede Wereldoorlog kregen de gebouwen een meer functionele architectuur. Het Cambodjaanse en het Tunesische huis, beide gebouwd aan het begin van de jaren vijftig, zijn voorbeelden van een rationele, functionele architectuur, zonder nationale stilismen of decoraties. Die konden alleen maar verdeeldheid zaaien. Deze architectuur bouwde grotendeels verder op het pionierswerk van Le Corbusier, die hier de Zwitserse en Braziliaanse studentenhuizen had gebouwd (Note:  Het Maison Brésil was een gezamenlijk project  van twee wereldberoemde architecten Lucio Costa en Le Corbusier. Het gebouw werd in 1985 opgenomen als Frans cultureel erfgoed).

Het Collège Néerlandais ontworpen door de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok

Voor een interview en een lezing, notabene over architectuur in Parijs, ben ik op weg naar de Nederlandse bijdrage aan deze campus. De wandeling voert dwars door het park naar de westelijke uithoek, met als eindpunt het Collège Néerlandais ontworpen door de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok (1884-1974). Het Nederlands College wordt beschouwd als een van de meesterwerken van de architectuur in de Cité internationale. Het is het enige gebouw in Frankrijk dat is ontworpen door Dudok, toentertijd een van de toonaangevende architecten van de Nederlandse school uit de jaren twintig en dertig. 

Dudoks voorkeur ging uit naar de stijl van Berlage


Toen Dudok in 1926 gevraagd werd het Nederlandse studentenhuis in Parijs te ontwerpen, had de architect al naam gemaakt in eigen land, en begonnen zijn tekeningen ook op te duiken in buitenlandse tijdschriften. Vooral zijn nieuwe raadhuis in Hilversum maakte furore. Het Collège Néerlandais lijkt sterk op het Hilversumse raadhuis, maar is veel compacter. Hier in Parijs, op de hoek van de boulevard Jourdan en de rue Émile Faguet, had Dudok dan ook minder plaats om zijn - zoals hij het zelf noemde - "kubistische" experiment uit te voeren. Met zijn rechte vlakken, grote luifels en overstekken, lange horizontale en verticale raampartijen, toren en kleurstelling is het gebouw van verre als een ‘Dudok’ herkenbaar. Op tenminste één typerend element na: anders dan bij het raadhuis in Hilversum zijn geen zandgele bakstenen voor de gevels gebruikt, maar gepleisterd beton. Gezien geldgebrek was dit de enige oplossing.

Dudoks voorkeur ging uit naar de stijl van Berlage, maar daar kon hij niet volledig mee uit de voeten. Hij ging op zoek naar het beste van andere stijlen, zoals het expressionisme. Dudok was tevens een liefhebber van Frank Loyd Wright; diens invloed is dan ook terug te vinden in het raadhuis van Hilversum. Ook werd hij beïnvloed door de Amsterdamse school en De Stijl. Hij mengde al die stijlen en stromingen en verwerkte die in zijn ontwerpen. Hierdoor werd hij wereldwijd erkend als één van de meest toonaangevende architecten van Europa. Dit kwam vooral doordat hij het beste van de Nederlandse architectuurstromingen uit de twintigste eeuw wist te combineren. Dit zorgde voor buitenlandse opdrachten, die ook daadwerkelijk werden uitgevoerd. In 1926 werd op instigatie van jonkheer J. Loudon, ambassadeur te Parijs, een comité opgericht voor het realiseren van een Nederlands huis in de Cité universitaire de Paris. De Amerikaans-Nederlandse kunsthandelaar Abraham Preyer was de eerste geldschieter. Dit ter nagedachtenis aan zijn zoon Arthur, die op 18 augustus 1918 sneuvelde in Frankrijk. Dudok begon in datzelfde jaar aan het project, vlak nadat zijn ontwerp voor het raadhuis van Hilversum was goedgekeurd. Op 16 december 1929 werd de eerste steen gelegd door ambassadeur Loudon, in het bijzijn van de Franse minister van openbaar onderwijs Pierre Marraud. Het werk werd tijdelijk gestaakt tussen 1933 en 1937 vanwege geldgebrek, maar mede dankzij financiële bijdragen van zowel Frankrijk als Nederland kon het gebouw worden voltooid. Het gebouw werd op 2 december 1938 geopend in een ceremonie die werd geleid door prinses Juliana en prins Bernhard.

Na een intensieve restauratie werd het pand op 17 mei 2016 weer heropend

Enkele jaren geleden was Dudoks Parijse schepping er nog slecht aan toe. Pas toen het Collège Néerlandais in 2005 tot monument historique werd uitgeroepen (net als de twee studentenhuizen van Le Corbusier) kwam er geld voor renovatie – uit te voeren onder leiding van, vanzelfsprekend, een Franse architect. Het Nederlandse bureau Van Hoogevest Architecten leverde een belangrijke bijdrage aan het restauratieproject. Van de totale 21 miljoen euro die dat gekost heeft, droeg de Nederlandse staat 2 miljoen bij. Het gebouw is zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat teruggebracht. Zo is de gevel, die wit was geverfd en door het Parijse verkeer compleet vergrijsd was, weer geel. De oude stalen raamkozijnen die gedeeltelijk door kunststof exemplaren waren vervangen, zijn weer zoals ze waren, het ‘casco’ is hersteld en enkele typische Dudok-details zijn weer terug. Na een intensieve restauratie werd het pand op 17 mei 2016 weer heropend in het bijzijn van de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Jet Bussemaker.

Het gebouw telt 141 eenvoudige studentenkamers waarvan het interieur eveneens is ontworpen door Dudok

Ik bekijk het gebouw vanaf het trottoir aan de overkant van de boulevard Jourdan. Het zachtgeel getinte gebouw lijkt de stralen in de avondzon. De gevels aan de straatkanten van de Cité Universitaire zijn de hoogste, met vijf tot zeven verdiepingen. Het aanhoudende gebruik van rechte hoeken, de overlappende geometrische vormen en het spaarzame gebruik van decoratieve elementen belichamen de moderne architectonische ideeën van de jaren twintig. Het gebouw is efficiënt ingedeeld. Rondom een grote binnenplaats liggen alle publieke ruimten, zoals de toneelzaal, de muziekkamer en de theegalerij. Een tweede kleinere binnenplaats vormt een buffer tussen het eigentijdse studentenhuis en de appartementen waarin de staf is gehuisvest. Op de verdiepingen bevinden zich 141 kamers waar in totaal 168 studenten kunnen verblijven. Bijna alle kamers hebben een eigen toilet en badkamer en de originele meubels werden gerestaureerd. Elke verdieping is uitgevoerd met een ruime gemeenschappelijke keuken. Het geheel is ruimtelijk van opzet en uitgevoerd in lichte kleuren.

De lezing 'Architectuur in Parijs' door Prof. dr. Nico Nelissen en uw blogger. - foto's Andrea Nelissen, Friso Wijnen 

Samen met emeritus hoogleraar professor dr. Nico Nelissen, schrijver van het boek ‘Kom met mij mee naar Parijs’ mocht ik op 12 maart, op de valreep van de Corona sluiting een lezing geven over architectuur in Parijs. Dit op uitnodiging van Friso Wijnen, Hoofd cultuur en communicatie Nederlandse ambassade Parijs en Sonja Janmaat, directeur van het Collège Néerlandais met wie ik ook nog eens dit interview had.

Sonja Janmaat, directeur van het Collège Néerlandais naast een maquette van Dudok's Parijse schepping


Sinds september 2019 ben je directeur van het Collège Néerlandais; wat houdt deze functie specifiek in?
Ik woon in het Collège Néerlandais en ben een dagelijks aanspreekpunt voor de residenten voor het organiseren van activiteiten, maar ook als er problemen of conflicten zijn. Verder zorg ik voor de communicatie  tussen de verschillende huizen op de campus, het organiseren van events, contacten leggen en onderhouden met Nederlandse en Franse  instanties zoals de Nederlandse ambassade hier en de Franse ambassade in Nederland plus universiteiten en hogescholen.


Waar wilde jij het onderscheid maken toen je aan deze functie begon?
Mijn grootste drijfveer is om de residenten dezelfde multiculturele ervaring te kunnen geven die ik had toen ik hier 20 jaar geleden als student woonde. Ook vind ik het belangrijk om ontmoetingen te creëren die tot levenslange vriendschappen en een ongekend (professioneel) netwerk leiden.
Verder als Nederlandse directrice (sinds 1975 was er geen Nederlandse directie) wil ik, in mijn functie, het Collège Néerlandais weer dat het gebouw weer zijn internationaal Nederlandse identiteit geven die het verdiend. Mede door een culturele programmering ter profilering dit prachtige gebouw en het organiseren van activiteiten voor de studenten die hier wonen.


Mogen er alleen Nederlandse studenten verblijven in het Collège Néerlandais?
Nee!  Het Collège Néerlandais is een echte ‘melting pot’: we hebben hier meer dan 30 nationaliteiten in het huis een klein deel (ongeveer 20% van de bewoners) is Nederlands). Wel proberen we alle Nederlandse aanvragen te honoreren in ons huis of ergens ander op de campus.
Op de Cité Internationale is de regel dat een huis niet meer dan 60% van de eigen nationaliteit mag hebben en dat 40 % gemixt (brassage) is met andere nationaliteiten. Deze brassage is een belangrijk kenmerk van de CIUP.


Wat zijn de specifieke toelatingseisen om er te verblijven en is er een vorm van ballotage?
Er is een centrale administratie voor inschrijvingen (hoe vroeger hoe beter); in het algemeen ontvangen we studenten voor hun masterstudies of proefschrift en post-doc onderzoekers, maar door samenwerkingen met Franse universiteiten en Écoles Supérieures hebben we ook jongere studenten. We ontvangen ook andere jonge onderzoekers, alleen of met hun gezin.


Wat zijn de maandelijkse kosten voor een student en zijn er ook subsidiemogelijkheden?
Een individuele kamer in het Collège Néerlandais kost gemiddeld € 512 per maand. Een dubbele kamer (met kamergenoot) is goedkoper en een studio is weer duurder. Je kan in Frankrijk huursubsidie aanvragen. Je ontvangt dan ongeveer € 70 per maand.


Hoe lang mogen ze hier verblijven?
De bewoners mogen maximaal 3 jaar blijven. Dat mag in het Collège Néerlandais, maar ze kunnen ook een aanvraag doen om een jaar in een ander huis op de campus te wonen.


Wat is nog meer de functie van het Collège Néerlandais, buiten studentenhuisvesting?
Alhoewel het Collège Néerlandais ten eerste een functie heeft als studenten huisvesting, wordt de grand salon veel verhuurd voor conferenties, workshops en is het Collège Néerlandais ook beschikbaar als filmlocatie.
Verder proberen wij zoveel mogelijk de zaal ter beschikking te stellen voor culturele events, zoals jouw lezing op 12 maart jl en voor concerten en theater.


Het gebouw is aan de buitenkant grotendeels gerestaureerd, wat moet er nog aan de binnenkant gebeuren?
De parel van de entrée, onze patio met blauw mozaïeken bassin, is nog niet gerestaureerd en niet functioneel. Dudok gaf tevens veel aandacht aan de beplanting en waterpartijen bij zijn ontwerpen (zie het raadhuis) en het in ere herstellen van deze patio, zou de voltooiing van de lange restauratie periode compleet maken.


Waar moet deze funding vandaan komen?
De financiering komt voor het overgrote deel van donors en mecenas. We zijn een campagne aan het opzetten bestemd voor Frans-Nederlandse bedrijven en onze alumni.


Onderstaande vraag heb ik nog eens schriftelijk aan Sonja gesteld net na dat Frankrijk volledig op slot ging als gevolg van het Corona virus.

Je combineert deze functie met Project manager - Reference centre for Rare Diseases -Endocrinology  in het Saint-Antoine ziekenhuis. Is dit wel te combineren met de huidige werkzaamheden rond het Corona virus?
Het is momenteel alle hens aan dek! Mijn werk in het ziekenhuis is vooral ICT gericht ik bied ondersteuning aan de artsen en patiëntenorganisaties. Dit doe ik momenteel vanuit het Collège Néerlandais, waar alle andere services tot een minimum zijn beperkt. Ik woon en werk hier en ben er voor de studenten die zijn gebleven of niet meer naar huis konden. Het is essentieel tijdens deze ongekende periode er voor te zorgen dat de bewoners zich veilig voelen en dat de maatregelen, die genomen zijn door de Franse staat, worden vertaald en gecommuniceerd zodat die hier ook worden nageleefd. We zorgen ervoor dat een arts komt wanneer noodzakelijk  en een maaltijdservice opgezet wordt als iemand extra geïsoleerd moet worden. Voor de ander bewoners is het moeilijk om op je 12 m² grootte kamer te blijven, maar de solidariteit tussen bewoners is groot. Velen studeren nu vanuit hun kamer en met een halfuurtje disco, elke avond bij het raam, zorgt er voor dat veel mensen elkaar beter leren kennen. Een goeie buur (op 3 meter afstand) is beter dan een verre vriend.




donderdag 2 april 2020

NOTRE-DAME, DE ZIEL VAN PARIJS


“Ik herinner me van de avond van de brand een caleidoscoop van beelden, een razendsnelle botsing van emoties. Door mijn keukenraam zag ik felgele spiralen van rook de lucht in kringelen. Ik rende de trappen af naar de Quai de la Tournelle en stond pal tegenover het zuidelijke roosvenster van de Notre-Dame, de rode en oranje vlammen die uit het dak omhoog sprongen, de oorverdovende stilte van de menigte, de verbijsterende blikken in de ogen van de mensen, de afschuwelijke schoonheid van het moment, betraande wangen, lippen die een stil gebed vormden, de exacte, doelgerichte bewegingen van de brandweerlieden die plotseling leken te zijn getransformeerd tot chirurgen op een slagveld, de brandende fakkel van de torenspits die elk moment kon instorten, de middeleeuwse stenen met hun roze teint afgetekend tegen de koningsblauwe hemel, de zwarte rook die opsteeg uit de noordelijke toren. En toen het knagende besef, de ondraaglijke gedachte: Misschien legt Onze Vrouwe het af”. 
Het zijn de beginwoorden van het nieuwe boek van Agnès Poirier; Notre-Dame, de ziel van Parijs.

Net als 9/11 weet iedereen zich te herinneren waar ze waren op de namiddag en avond van 15 april 2019. De volgende ochtend openden de kranten met vetgedrukte koppen: ‘Het hart, de ziel van Parijs en Frankrijk is geraakt’, ‘Hier brandt onze geschiedenis’, ‘De ziel van de natie brandt’. Wereldwijd werden foto's gedeeld en richtten mensen hun steunbetuigingen aan de Fransen terwijl hun Notre-Dame in vlammen opging. Maar waarom raakte specifiek deze brand zoveel mensen? Wat maakt ‘Onze Dame van Parijs' tot de ziel van een land en een symbool van menselijke prestaties?

Agnès Poirier - Foto ©Hannah Starkey

Agnès Poirier (1975), commentator en journalist voor BBC, CNN en verschillende Franse media, dook in de geschiedenis van de Notre-Dame, op zoek naar antwoorden. In haar boek schetst Poirer een indrukwekkend portret van de kathedraal. Niet alleen de brand en de discussies rondom de wederopbouw worden besproken, ook schrijft Poirier over de geschiedenis van de kerk en zoekt ze naar antwoorden op de vraag wat maakt dat een bouwwerk uit de twaalfde eeuw nog altijd zoveel mensen kan ontroeren.

De 'ziel van Parijs' in betere tijden

Elk land heeft wel een of meer symbolen die de ziel en het hart van die samenleving zijn: kerken, tempels, bijzondere gebouwen en zelfs ruïnes. Frankrijk heeft er ook een paar; Parijs heeft er zelfs twee. Is de Eiffeltoren het symbool van de stad, de Notre-Dame is de ziel. Op de kathedraal zijn veel woorden van toepassing: schoonheid, kracht, historie en uiteraard geloof, christendom. Europa is rijk aan hoogwaardig symbolische kerken. Ze vormen nog steeds het imposante uiterlijk van een innerlijk verschrompelend geloofsleven. Kerken van die orde zijn meer musea en bezienswaardigheid geworden dan gebedshuizen. Met duizenden bezoekers per dag staat de Notre-Dame in de top van de meest bezochte en dus ook gefotografeerde monumenten van Europa. Wie Parijs heeft bezocht en de Notre-Dame niet heeft gezien is niet in Parijs geweest…

De Notre-Dame een week na de brand

Maar de Notre-Dame is nochtans niet de meest imposante onder de gotische kathedralen. Ze werd algauw zowel in de hoogte als in rijkdom van decoratie overtroffen door haar ‘rivalen in Chartres’, Bourges en Amiens. De kathedraal werd zelfs in de steek gelaten door Franse Koningen die zich liever in Reims lieten kronen. Alleen Napoleon verkoos haar om zich tot keizer te laten kronen, maar de kerk was er toen zo belabberd aan toe dat de muren voor de gelegenheid achter gordijnen werden verstopt. Toch heeft deze kerk veel te vertellen! Het epos van de kathedraalbouwers die in 1163 samen met paus Alexander III de eerste steen legden, in de wetenschap dat ze het gebouw nooit voltooid zouden zien. De technische hoogstandjes van de steunbogen, de uitvinding van de kruiwagen, het ongelofelijke evenwicht in de rozetten, het labyrintische gebint, bijgenaamd ‘het woud’ waarin 1300 eiken opgingen.

Zicht op de kathedraal vanaf de quai de Montebello een week na de brand. Zal dit nog ooit goed komen?

In 1239 legde de heilige Lodewijk hier blootvoets de doornenkroon van Christus neer. In 1456 begon hier het proces dat Jeanne d’Arc rehabiliteerde.  In 1789 tijdens de Franse Revolutie, de opstand tegen de monarchie en elite, maar ook tegen de kerk joeg een revolutionaire beeldenstorm over en door de Notre-Dame: beelden werden verwoest, schatkamers leeg geroofd, kunstwerken gestolen of vernield. De koningshoofden in de voorgevel moesten het ontgelden en werden afgehakt. Gelukkig zijn die in 1977 weer bij toeval teruggevonden in de kelder van een bank. Frankrijk was niet langer een katholiek land waar roomse koningen en prelaten het voor het zeggen hadden. De scheiding van kerk en staat werd rigoureus doorgevoerd en houdt tot op de dag van vandaag stand. In 1791 werden de klokken verwijderd om ze te recyclen als kanonnen en munten. Eén overleefde; de Emmanuel omdat ze die nodig hadden als noodklok. In 1794 werd de kathedraal door de revolutionairen omgevormd tot de Tempel van de Rede en werden er heidense feesten gevierd. In 1804 werd Napoleon er tot keizer gekroond. In 1831 werd het boek van Victor Hugo; ‘De klokkenluider van de Notre-Dame’, gepubliceerd. Het speelt zich bijna volledig af in en om de Notre-Dame en gaat over de onbeantwoorde liefde van de klokkenluider Quasimodo voor de beeldschone zigeunerin Esmeralda.
In 1945 liet generaal de Gaulle er het Magnificat zingen bij de bevrijding van Parijs. Tal van presidenten, waaronder De Gaulle (1970) en militaire helden werden vanuit de Notre-Dame begraven. Maar óók Abbé Pierre, de stichter van de Emmaüsbeweging. De Marseillaise klonk er na de terroristische aanslagen die Parijs in 2015 deed opschrikken. In de loop van de eeuwen werd de Notre-Dame meer dan een kerk. Het is de levende herinnering aan grootse en minder gelukkige momenten in de geschiedenis van de mensheid.

Een van de drie enorme roosvensters voorzien van glas in lood uit de 13e eeuw is schijnbaar nog in tact. Een wonder

In 1843 speelde dezelfde discussie die nu ook speelt bij de herbouw van de kathedraal. Ook toen was er net als nu een felle strijd om de Notre-Dame te restaureren. Vele architecten willen nu bij de herbouw een vleugje 21e-eeuw toevoegen. Er zit schijnbaar een Corbusier op de loer in elke Franse burger, jeuk om radicaal te zijn en het verleden te vernietigen om een stralende toekomst te creëren. Maar voldoet ons 21e-eeuwse genie echt aan de middeleeuwse bouwers van de Notre Dame? Zijn we zo arrogant om te denken dat we haar pracht kunnen vergroten en iets kunnen herbouwen, zoals president Macron verklaarde, 'nog mooier '?

De kathedraal gezien vanuit de rue de Massillon

In 1843 nam Prosper Mérimée, inspecteur-generaal van monumentenzorg, die erg geïnteresseerd was in middeleeuwse geschiedenis, een zeer begaafde architect in dienst om de restauratie van de kathedraal te leiden; Eugène Viollet-le-duc. De werken duurden ruim twintig jaar. Hij wilde het vernielde herstellen hoewel hij over bijna geen documentatie beschikte. Hij reconstrueerde een spits maar voegde details toe die er aanvankelijk niet waren. De algemeen bewonderde en nagevolgde Viollet-le-Duc kreeg vervolgens zware kritiek van puristen, die vonden dat oude gebouwen ongemoeid moesten worden gelaten. Toch verleende de metselaren, als eerbetoon aan zijn talent, zijn trekken aan drie beelden. In de galerie van de koningen in de patio, en… onder de spits, waar de apostel Thomas, beschermheilige van de architecten, het gezicht kreeg van Viollet-le-Duc.

Square Jean XXIII met de fontaine de la Vierge. Een unieke foto die niet meer gemaakt kan worden door de hoge wanden van de afzettingen

Goede Vrijdag zal ook dit jaar voor de Fransen – en in het bijzonder voor de Parijzenaars – een bijzondere betekenis krijgen. Maar Pasen zèlf ook. Want Frankrijk is al begonnen met de wederopbouw van hun Notre-Dame; een materiële herrijzenis uit de as. Het geld vloeit binnen, diverse inspecties tonen aan dat stabiliteit en structuur van het gebouw niet zijn aangetast en talloze relikwieën en kunstwerken blijken onbeschadigd te zijn. Al blijft er nog twijfel over de gebrandschilderde ramen en het imposante orgel met meer dan zevenduizend pijpen. Maar er kwamen ook kritische vragen. Waren de gulle donateurs gewoon uit op belastingvoordeel? Waren de imponerende voorstellen van gerenommeerde architectenbureaus puur reclame? Kunnen we het bouwwerk niet gewoon in de oude staat opbouwen? De meningen over de wederopbouw van de Notre-Dame liepen en lopen flink uiteen. Volgens Agnès Poirier ligt een heuse culturele oorlog in het verschiet, met de karakteristieke kathedraal als slagveld. Haar nieuwe boek, ‘Notre-Dame, de ziel van Parijs’, verschijnt op twee april in vier talen. Verkrijgbaar bij elke goede boekhandel of online voor € 22,99

Het boek vanAgnès Poirier verschijnt tegelijkertijd in vier talen