Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 5 juni 2020

HET MYSTIEKE PARIJS: BIJGELOOF EN VREEMDE RITUELEN


Bijgeloof en rituelen, je kunt er in geloven of niet. Het houdt meestal in dat er iets veroorzaakt zou kunnen worden door bovennatuurlijke krachten of machten. Door bepaalde handelingen uit te voeren zou men deze krachten kunnen neutraliseren, oproepen of bijsturen. Meestal heeft het betrekking op het verwerven van geluk en het afweren van ongeluk. Wie heeft er nooit een muntstuk in een fontein gegooid, gevolgd door het maken van een wens. Even iets afkloppen, toch maar niet onder die ladder doorlopen. Hotels die geen kamernummer 13 hebben of een dertiende etage. Niemand zit graag in het vliegtuig op rij dertien en ook vrijdag de dertiende zien we niet zitten. We doen er vaak wat lacherig over, maar bijgeloof speelt in het dagelijks leven een belangrijke rol. De psychologen Frenk van Harreveld, Bastiaan Rutjens en Joop van der Pligt schreven er een heel boek over: ‘Dat kan geen toeval zijn’.

Zie ik nou echt spoken? - Cimetière Montmartre - foto © Alex Timmermans

Tijdens mijn velen bezoeken aan Parijs ben ik toch een aantal vreemde rituelen tegengekomen die aanschuren tegen hysterie, verafgoding, bewondering en voor buitenstaanders heidense taferelen. Met name begraafplaatsen van beroemde of bijzondere personen lenen zich voor bijzondere taferelen of zijn het onderwerp van vurige bedevaarten.

Een kus voor Oscar
Mythes horen bij de folklore van de begraafplaats Père Lachaise. Neem nou het graf van de schrijver Oscar Wilde (ligplaats: 89e divisie), die in steen is/was weergegeven in de vorm van een 'zwaar geschapen' gevleugelde sfinx. Wilde was oorspronkelijk begraven op het kerkhof van Bagneux, een buitenwijk van Parijs, maar zijn stoffelijke resten zijn een paar jaar na zijn overlijden overgebracht naar Père Lachaise. Het grafmonument, ontworpen door Jacob Epstein, was een schenking van een anonieme vrouwelijke bewonderaar. Het gezicht van de sfinx is het gezicht van Wilde en wie weet, ook het evenbeeld van zijn geslachtsorgaan. Echter het geslachtsorgaan is al sinds mensenheugenis verdwenen. Twee Engelse dames, die over de begraafplaats wandelden, konden hun verontwaardiging niet onderdrukken toen ze oog in oog kwamen te staan met Wilde's mannelijk attribuut. Met twee stenen en twee forse slagen werd het edele deel verwijderd. De opzichter die het kostbare stuk later terugvond, nam het mee naar zijn kantoor, waar het twee jaar heeft gediend als presse-papier. Waar het daarna is gebleven is onbekend (uit 'Au Père Lachaise van Michel Dansel). Sinds jaar en dag, vooral de laatste tien jaar, drukten vele vrouwen hun vuurrode lippen op zijn grafsteen en dreigde het graf ten onder te gaan aan een overdosis rode lippenstift. Op 30 november 2011, ter ere van de 111-jarige sterfdag van Wilde, is tot grote teleurstelling van alle fans, het hele graf schoongemaakt en voorzien van een dikke glasplaat, zodat liefhebsters er geen kussen meer op kunnen geven, maar zoals rituelen moeilijk zijn uit te bannen, moet nu het glas er aan geloven.

Het bijzondere ritueel bij het graf van Oscar Wilde op de begraafplaats Père Lachaise

Wrijven helpt wel!
Een ander bijzonder ritueel vindt plaats bij het graf van de journalist Victor Noir (1848-1870) (ligplaats: 92e divisie) Deze redacteur van de krant La Marseillaise stond bekend als een berucht vrouwenversierder. Helaas heeft Noir maar kort kunnen genieten van zijn reputatie als rokkenjager. Op 22 jarige leeftijd wordt hij doodgeschoten door de neef van keizer Napoleon III, prins Pierre Bonaparte, die genoegdoening eist voor een negatief krantenartikel, geschreven door collega journalist; Pascal Grousset. Deze wordt door Bonaparte uitgedaagd voor een duel met Noir als secondant. Als Noir zich meldt bij het huis van Bonaparte om plaats en tijd af te spreken voor het duel, wordt hij ter plekke door de prins doodgeschoten. De neef van de Keizer beweert in het daarop volgende proces, dat Noir hem heeft beledigd en hem een handschoen in het gezicht heeft geworpen. De rechters spreken Bonaparte vrij. Mede dankzij zijn reputatie is het graf van Victor Noir een vruchtbaarheidssymbool geworden. Het bronzen evenbeeld van Noir, met opengeslagen jas, toont onvermijdelijk de bobbel in zijn broek. Het verhaal wil dat het aanraken van zijn geslachtsdeel de vruchtbaarheid van de vrouwelijke bezoekster vergroot. De bobbel in de broek van het beeld is dan ook danig opgepoetst. Om het beeld te beschermen tegen verdere beschadiging werd er een hek rond geplaatst, dat echter in 2005 werd gesloopt na fel protest van Parijse vrouwen. Nu staat er een bord met het opschrift dat elke schade veroorzaakt door graffiti of onfatsoenlijk wrijven zal worden vervolgd. Het geslachtsdeel blinkt er niet minder door.

Het graf van Victor Noir op cimetière Père-Lachaise - foto © Gaël Chardon – Wikimedia

Jim, mon amour
De grootste "attractie" van Père Lachaise is het graf van de man die provoceerde met extravagant, immoreel en choquerend  gedrag tijdens al zijn optredens.  Zwaar onder invloed van drank en drugs zijn leven invulling gaf en misschien daardoor een levende legende werd. Nou ja levend? Zijn sober graf, ontdaan van zijn stenen buste, staat inmiddels geïsoleerd door dranghekken, maar is altijd voorzien van verse rozen. De stenen afbeelding is in 1987 al stiekem meegenomen door een wat al te enthousiaste fan. De dranghekken zijn geplaatst omdat de buurgraven wat al te veel te leiden hadden onder de belangstelling van alle fans. Grafzerken werden beschadigd of voorzien van graffiti met teksten zoals "Jim, ti amiamo, ti adoriamo". 


Je zult je inmiddels afvragen over wie heeft hij het nou? Jim Morrisson, die zijn debuut maakt met The Doors in 1967. Een muzikale genius met bijnamen als the Lizard King of mr. Mojo Risin, die uiteindelijk ten onder ging aan zijn exorbitante levensstijl. Op 3 juli 1971 vindt zijn vrouw Pamela hem dood in bad in zijn huis in Parijs. Overleden aan een hartaanval op 27 jarige leeftijd. Op een bronzen plaat op zijn graf staat de bijzondere tekst: "kata ton daimona eaytoy" Een Griekse tekst waarvoor meerdere vertalingen mogelijk zijn. In het Oudgrieks is de strekking iets in de trant van trouw aan zijn ziel. In het Nieuwgrieks is de vertaling; hij schiep zijn eigen demonen. Misschien is het laatste meer op hem van toepassing; James Douglas Morrisson 1943 - 1971.

Het graf van Jim Morrisson is nog steeds de grootste "attractie" van Père Lachaise

Steentjes op een graf
'Lewaja' staat voor joodse uitvaart. Een joodse uitvaart is vaak heel simpel en sober, zo ook de begraafplaats. Er worden over het algemeen geen bloemen neergelegd en er wordt geen muziek afgespeeld. Dit joodse gebruik komt vanuit de volgende gedachte: "Met lege handen komt men op de wereld en met lege handen verlaat men de aarde ook weer".
Bij een joods graf leg je geen bloemen maar stenen. Door een steentje aan de grafsteen toe te voegen, geeft de bezoeker aan verder te willen bouwen op de goede daden van de overleden persoon. Als teken dat het graf bezocht is, zoals op andere begraafplaatsen bloemen worden neergelegd.



Je t'aime, moi non plus
Het graf van Serge Gainsbourg op cimetière Montparnasse (divisie 1) ademt dezelfde sfeer als dat van Oscar Wilde op Père Lachaise. Vol afdrukken van rode lippen, tekeningen en liefdesverklaringen; "Je t'aime moi non plus". 140 Gitanes sigaretten per dag en grote hoeveelheden whisky leiden uiteindelijk tot zijn dood in maart 1991. De arts constateert een 'natuurlijke' dood. Dit jaar is het drieëntwintig jaar geleden, en de Fransen hebben nog steeds een permanente haat-liefde-verhouding met deze man. Zijn graf en zijn woning aan de rue Verneuil 5bis zijn tot de dag van vandaag bedevaartplaatsen voor zijn vele fans. Het huis kunt u niet missen, het is bedekt met graffiti als een permanent eerbetoon aan deze veelzijdige man.

Het woonhuis van Serge Gainsbourg aan de rue Verneuil 5bis is nooit hetzelfde

Tijdens zijn carrière schreef Serge Gainsbourg soundtracks voor meer dan 40 films en regisseerde er vier. Zijn grootste hit, Je t'aime moi non plus (1969), was zeer erotisch getint. Hoewel bedoeld voor zijn muze Brigitte Bardot, werd het niet met haar stem uitgebracht, maar met die van zijn toekomstige vriendin Jane Birkin. Van de hitsingel worden meer dan zes miljoen exemplaren verkocht. Gainsbourg hield er van om te choqueren, zoals met zijn Album Histoire de Melody Nelson, gebaseerd op de roman Lolita of met een rock album volledig gewijd aan het Nazisme. In 1978 nam hij in Jamaica een reggaeversie op van het Franse volkslied, de 'Marseillaise', 'Aux Armes et cetera' , samen met de band van Bob Marley, the Wailers. Op het einde van zijn leven werd Gainsbourg steeds controversiëler. Zijn meest bekende provocatie toen hij "I want to fuck you" zei tegen Whitney Houston tijdens een tv- programma of toen hij live op TV, een briefje van 500 Franse Francs verbrandde als protest tegen de hoge belastingen. Zijn liedjes werden steeds excentrieker zoals het super-dubbelzinnige 'Lemon Incest' opgenomen samen met zijn dochter Charlotte, toen 12 jaar.

Het graf van Serge Gainsbourg op cimetière Montparnasse ademt dezelfde sfeer als dat van Oscar Wilde op Père Lachaise

Gainsbourg was ook niet vies van vrouwen. Na zijn scheiding van Françoise Pancrazzi, van wie hij twee kinderen had, had hij een kortstondige en heftige verhouding met Brigitte Bardot. Tot 1980 leefde hij samen met de veel jongere Jane Birkin. Van haar kreeg hij zijn dochter Charlotte. Daarop volgde de 21 jaar jongere mannequin Bambou bij wie hij een zoon heeft; Lucien. Na zijn dood werd ook bekend dat hij tegelijk een discrete verhouding onderhield met een zestienjarige fan en een 'vriendschappelijke' relatie met een twaalfjarige.

Voor altijd verbonden
Over het ontstaan van het volgende ritueel bestaan twee versies. De hangslotjes die (nog) steeds worden bevestigd aan de bruggen over de Seine. Honderdduizenden slotjes zijn inmiddels verwijderd door de gemeente omdat bruggen waaronder de Pont de Arts en de Pont de l'Archevêché leken te bezwijken onder het tonnen gewicht van tienduizenden hangsloten, vastgeketend aan de hekken.

In Frederico Moccia’s boek 'Ho Voglia De Te' (Ik wil jou), 1,1 miljoen verkochte exemplaren, wordt beschreven hoe de hoofdpersonages – volgens een oud gebruik – elkaar eeuwige liefde zweren door aan de Milvio burg in Rome een hangslot vast te maken en de sleutels in de Tiber te werpen. Zo zouden zij zijn gezegend met de eeuwige liefde. En dat wilden sindsdien wel meer stellen. Sinds het eerste hangslot in Rome in 2007 – de desbetreffende brug heeft het inmiddels bijna begeven – is deze romantische rage over de hele wereld getrokken. Ook in Verona, Budapest, Keulen, Venetië, en Sevilla hangen bruggen vol met grote en kleine sloten.

De hangslotjes die (nog) steeds worden bevestigd aan de bruggen over de Seine

Dit is het andere verhaal: Een traditie uit de jaren zestig in Hongarije. Een verliefd stel maakte toen een slot aan een hek vast om hun eeuwige liefde te bezegelen. Hun voorbeeld werd gevolgd door Moskou, Nigata-Japan en vanzelfsprekend; Parijs.
Het kon natuurlijk niet uitblijven dat 's werelds grootste koffermaker Louis Vuitton een juwelenlijn heeft gemaakt geïnspireerd door de duizenden hangsloten aan de pont de l'Archevêché en de pont des Arts. Deze 15-delige sieradenlijn van  Louis Vuitton Joaillerie, heeft de mooie naam van 'Lock-it' meegekregen. Kettingen, ringen en armbanden, versierd met… een hangslot. Tja,, dat lijkt op het eerste gezicht wellicht een stuk minder romantisch dan een mooi hartje, wat verliefde duiven of een kleine cupido hanger. Maar niets is minder waar. De hangslotjes met Louis Vuitton’s logo er op zijn al wel langer bekend door de verschillende tassen en koffers waar er eentje aanhangt. Maar in de 'Lock-it Collection' wordt dit slotje samengevoegd met wit, rosé of geelgouden kettingen, ringen en armbanden. Sommige zelfs volledig omhuld met diamanten.

Een munt voor een wens
Waarom gooien wij muntjes in de diverse (Parijse) fonteinen?
Het schijnt een ritueel te zijn dat extra populair werd door de speelfilm 'Three Coins in the Fountain uit 1954. Sinds die tijd hebben toeristen de gewoonte om, met de rug naar de fontein gekeerd, munten over de schouder in het water te gooien. Dat zou ervoor zorgen dat de geldsmijter ooit terug zal keren naar deze eeuwige stad. Sinds die gewoonte bestaat, hebben er in overal in de wereld altijd mensen rondgelopen die best een nat pak wilden halen om zich te verrijken. Tien jaar geleden liet de gemeente Rome uitzoeken hoeveel geld er eigenlijk voor het grijpen ligt. Uitkomst: zo'n 125.000 euro per jaar.
Overigens; dat gooien van een muntje mag je niet zomaar doen. Het correcte ritueel is als volgt: Sta met je rug naar de fontein toe. Neem de munt in je rechter hand. Gooi de munt over je linker schouder. Één muntje gooien betekent dat je zeker nog een keer terugkeert in de stad, je mag dan bovendien een wens doen. Twee muntjes gooien betekent een nieuwe liefde in je leven en drie muntjes gooien betekent dat je gaat trouwen of als je al getrouwd bent dat je gaat scheiden. 't Is maar een weet.

Al sinds het begin van de 20e eeuw hebben de studenten de gewoonte om de rechtervoet aan te raken vóór het maken van een examen

De slof van Montaigne
Michel Eyquem de Montaigne was een Franse filosoof, schrijver en politicus uit de periode van de Franse renaissance. In zijn belangrijkste werk, Essais, bestudeert hij de mensheid en met name zichzelf. Een bronzen beeld voorstellende een zittende Montaigne is te vinden aan de place Paul-Painlevé, voor de rechtenfaculteit van de universiteit de Sorbonne, in het 5e arrondissement. Al sinds het begin van de 20e eeuw hebben de studenten de gewoonte om de rechtervoet aan te raken vóór het maken van een examen. Zij groeten het beeld dan met steeds dezelfde woorden; "Salut Montaigne". Dit gebaar zou de kansen op een succesvol afgelegd examen aanzienlijk verhogen. Het oorspronkelijke beeld, gemaakt door Paul Landowski, was gemaakt van wit marmer. Aangezien het beeld door het bijzondere studentenritueel steeds beschadigde besloot de gemeente Parijs, vermoeid door de kosten van de opeenvolgende restauraties in 1989 het marmeren beeld te vervangen door een sterker bronzen beeld. Het ritueel is gebleven, gezien de blinkende rechter slof van de Franse filosoof. We zullen maar denken, de studenten slagen met glans door een hardnekkige traditie die niet snel zijn glans verliest.

Het getal 13 of de zwarte kat; ongeluk of gewoon bijgeloof?

Het getal 13
Op 1 Januari 1860, voegde Napoleon III officieel de voorsteden van Parijs toe, aan de ring van vestingwerken rond de stad. De annexatie omvatte elf dorpen waaronder: Auteuil, Bagignolles-Monceau, Montmartre, La Chapelle, Passy, La Vilette, Belleville, Charrone, Bercy, Grenelle en Vaugirard. De ingezetenen van deze voorsteden waren nou niet bepaald gelukkig met deze gedwongen samenvoeging, te meer omdat ze nu ineens veel meer belasting moesten gaan betalen. Door de annexatie verdubbelde het grondgebied van de stad van 3.300 hectaren naar 7.100 hectaren en kreeg Parijs in een keer 20 arrondissementen in plaats van de voorgaande 12. Voor de uitbreiding werden de arrondissementen in volgorde genummerd van links naar rechts en van boven naar beneden. Door de groei van 12 naar 20 arrondissementen dreigde Passy en Auteuil het 13e arrondissement te worden. Onbespreekbaar voor de inwoners van Passy en Auteuil, want niemand wil trouwen op het stadhuis in het 13e, want dat zou alleen maar ongeluk betekenen.

Sommigen zien de zwarte kat als de reïncarnatie van Lucifer

Het was de burgemeester van Passy, ene Jean-Frédéric Possoz, die met een briljante oplossing Baron Haussmann wist te overtuigen. Hij stelde voor om de arrondissementen te nummeren door een spiraal te volgen, vanaf het hart van de stad tot aan de buitenwijken. Zo werd het centrum van Parijs, daar waar Parijs is ontstaan, het 1e arrondissement en vervolgens vond de opbouw plaats als een spiraal die met de klok mee van het centrum naar buiten draait. Toen men aan Possoz vroeg hoe hij op dat idee gekomen was vertelde hij, dat hij de ingeving kreeg bij het eten van een bord met escargots (slakken). Passy en Auteuil gaan sinds die tijd door het leven als het 16e arrondissement. Of de inwoners van Gobelins, het huidige 13e arrondissement ooit hebben geprotesteerd is onbekend. Aan zijn ingenieuze idee heeft Jean-Frédéric Possoz in het 16e arrondissement zijn eigen plein te danken; de place Possoz.

De borsten van Dalida
Op 3 mei 1987 stond de volgende merkwaardige advertentie in een Franse krant: " Dalida laissera le souvenir d'une femme de cœur généreuse et malheureuse.... Le souvenirs d'une grande artiste qui a marqué la chanson Française". Vrij vertaald: "Dalida zal worden herinnerd als een vrouw met een hart van goud maar diep ongelukkig. Rest ons de herinnering aan een groot artieste die een belangrijke bijdrage leverde aan het Franse chanson". De advertentie was ondertekend door François Mitterrand, Président de la République.

Het graf van Dalida op de begraafplaats van Montmartre

Die avond daarvoor werd Dalida, een van de grootste Franse zangeressen, dood gevonden in haar huis aan de Rue d'Orchampt 11bis op Montmartre. Naast haar een kort afscheidsbriefje met de woorden: "Pardonnez-moi, la vie m'est insupportable" - Vergeef mij, het leven is voor mij ondraaglijk. Zij stierf als gevolg van een overdosis kalmeringsmiddelen. Frankrijk was in shock en in diepe rouw. Op donderdag 7 mei 1987 volgde een groots eerbetoon in de Madeleine kerk te Parijs, waarna zij werd begraven, enkele honderden meters van haar woonhuis, op de Cimetière Montmartre. Tot op de dag van vandaag, is het dè reden, dat vele fans een bezoek brengen aan een van de mooiste graven op de begraafplaats van Montmartre (divisie 18).  Een prachtig levensgroot stenen beeld van Dalida, van de Franse beeldhouwer Alain Aslan, staat voor een zwart marmeren ark voorzien van een stralende gouden zon en haar naam eveneens in gouden letters.

Het ritueel waar ik nog geen verklaring voor heb kunnen vinden

Maar voor één typisch ritueel heb ik nog geen verklaring kunnen vinden. Bij een wandeling op Montmartre, neem ik op de hoek bij het restaurant Moulin de la Galette, de rue Girardon richting de place Dalida en bekijk vol  verbazing naar de toch wat vreemde aantrekkingskracht die de beide borsten van haar bronzen evenbeeld uitoefenen op de passanten. Mocht iemand hiervoor een verklaring hebben dan hoor ik het graag.




zondag 24 mei 2020

MAISON DRUCKER - LA CHAISE PARISIENNE


Mijn echtgenote noemt het een tic; het steeds omdraaien van een van de terrasstoeltjes op het zoveelste terras in Parijs. Ik krijg dan steeds een wat verbaasde blik. Tevreden knikkend draai ik dan de stoel weer 180 graden mompelend; 'Maison Drucker'. "Maison wie?". "La Chaise Parisienne".

Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van 'Maison Drucker' te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants

De Franse terrasstoel in Parijs is een onmiskenbaar symbool van deze stad. Het caféterras, zo'n plek waar het echte traditionele Parijs leeft en een prima observatiepunt is voor wie de vaste gebruiken van de Parijzenaar en de Parijse ober wil bestuderen. Maar wat u waarschijnlijk niet weet is dat u plaatsneemt op meer dan 135 jaar historie. Dat de stoel waar op u zit en waar u zo heerlijk aan het genieten bent van het Parijse straatleven een in Parijs geboren voorwerp is. De eerste terrasstoel werd in 1885 met de hand gemaakt in een kleine werkplaats in het 20e arrondissement door een Pools Joodse immigrant Louis Drucker. In de 18e eeuw was Parijs op het gebied van cultuur, smaak en interieurinrichting al dè hoofdstad van Europa. Het was ook de eeuw van de koloniale expansie van Frankrijk wat weer zorgde voor een levendige handel in onbekende exotische producten waaronder rotan en bamboe. In heel Frankrijk waren goede en bedreven timmerlieden en houtbewerkers te vinden, maar het echte ware schrijnwerkersambacht werd eigenlijk alleen in Parijs beoefend.

Met dit label maakt de stoel deel uit van 135 jaar Franse historie

Hoewel de naam Louis Drucker alleen bekend is in kleine kring van ingewijden is zijn naam voor altijd verbonden in de wereld van de hand gevlochten stoel. Iedereen kent de bekende stoelen van Lloyd Loom, maar de Amerikaan Marshall Burns Lloyd ontwikkelde zijn productiemethode van ijzerdaad omwikkeld met papier pas in 1917, 32 jaar later dus. Louis Drucker opende op 20 jarige leeftijd zijn werkplaats in 1885 aan de rue des Pyrénées 180 in het 20e arrondissement, waar hij handgevlochten meubels fabriceerde van bamboe en rotan. Samen met zijn compagnon M. Leredde leerde hij het ambacht in Lyon. Rotan is een materiaal dat wordt geleverd door de rotanpalm (Calamus rotang). Het komt voor in de subtropen als een erg lange slingerplant. Drucker's rotanmeubelen paste in de opkomst van de Belle Époque van wintertuinen, overdekte passages en caféterrassen.  Door het gebruik van uitsluitend natuurlijke materialen uit de subtropen en zijn manier van bewerken, waren zijn decoratieve meubels bij uitstek geschikt voor het soms gure Europese weer of voor de dekken van grote cruiseschepen. 

Net als in 1885 wordt 'La Chaise Parisienne' nog steeds met de hand gemaakt

In 1919 lanceert Louis Drucker zijn eerste catalogus met als gevolg dat orders bleven binnenstromen. Drucker ontvangt orders van prestigieuze hotels waaronder Hôtel Royal in Évian, Hôtel Continental in Parijs maar ook worden zijn meubels verkocht in het warenhuis Samaritaine en BHV; le Bazar de l'Hôtel de Ville.  Het grote succes dwingt Drucker in 1925 te verhuizen buiten Parijs, naar Béthisy-Saint Martin in Oise, een Frans departement, gelegen in de regio Nord-Pas-de-Calais-Picardie. Het ontleent zijn naam aan de rivier de Oise.
Tot op de dag van vandaag zijn de terrasstoelen van Maison Drucker te vinden op de terrassen van beroemde Parijse café-restaurants waaronder die van Café de la Paix, Le Royal Monceau, Le Mini-Palais, Le Café de l’Alma, La Fontaine de Mars, Le Voltaire en de drie cafe's die het episch centrum vormen van het leven in Saint-Germain-des-Prés; Brasserie Lipp, Les Deux Magots en Le Café de Flore.

Stap 2 van het productieproces; verwarmen en buigen

Café de Flore en Les Deux Magots waren ooit concurrenten van elkaar. Beide hebben van meet af aan een eigen, vaste klantenkring gehad, die zich vormde volgens criteria waarvan geen enkele etnoloog een bevredigende, sluitende analyse zou kunnen geven. Zoiets gaat vanzelf. Het ene café is kosmopolieter dan het andere, dat weer zonniger is, of minder intellectueel. Café de Flore blijft onlosmakelijk verbonden met de geest van Sartre en De Beauvoir.

Stap 3 van het productieproces; het vormen door middel van houten mallen

In 1946 neemt de zoon van Louis, Maurice, de leiding over van het bedrijf. Hij introduceert in 1960 ook de toepassing van plastic gemixt met natuurlijke materialen uit Manilla en Malacca. De bistrostoel krijgt zowat kleur. Elk nieuw model krijgt ook de naam van de plaats van bestemming: Coupole, Drouant, Pré Catelan, Fouquet's. In 1972 komt het bedrijf in handen van de derde generatie. De zoon Maurice  neemt de leiding. De gebeurtenissen volgen zich snel op. in 1979 komt het bedrijf in handen van René-Michel Manseville en hij introduceert de huidige naam 'Maison Drucker'. Ondanks dat het Maison Drucker internationaal zowat elk terras voorziet van de befaamde bistrostoel raakt het bedrijf aan het einde van de twintigste eeuw in financiële problemen en vraagt in 2005 het faillissement aan. In 2006 komt het bedrijf in handen van de in Normandië geboren Bruno Dubois. Hij laat nieuwe collecties ontwerpen door beroemde interieurdesigners, waaronder Andrée en Olivia Putman, Jaques Grange, India Mahdavi, François Champsaur en Philippe Starck. Philippe Starck ontwerpt de stoel voor het beroemde hotel Royal Monceau in Parijs.

Stap 7 van het productieproces; het uiterst gecompliceerde vlechtwerk

De op maat gemaakte stoelen van Maison Drucker worden tot op de dag van vandaag nog steeds met de hand gemaakt in Gilocourt in het Franse departement Oise. In 36 uur (exclusief het droogproces) en in 9 stappen. De gebruikte natuurlijke materialen komen voor het overgrote deel uit Indonesië.

Stap 1: De rotan stokken worden op maat gesneden voor het specifieke model
Stap 2: Vervolgens gebogen in een stoombad van 100 graden
Stap 3: Daarna aangebracht in voorgevormde houten mallen
Stap 4: Het droogproces van drie dagen kan beginnen
Stap 5: Keuze van patroon, motief en kleuren van de vezels. Elk exclusief motief vraagt weer een andere zeer gespecialiseerde weeftechniek
Stap 6: Montage van de verschillende onderdelen; poten, zitting, armleuningen en rugleuning
Stap 7: Vervolgens het uiterst gecompliceerde vlechtwerk* per onderdeel.


Bij Maison Drucker knoopt de vlechter van oudsher de vijf millimeter brede en twee millimeter dikke vezels direct met het frame van gebogen rotan. Frame en bekleding vormen bij die techniek een geheel.

*Maison Drucker gebruikt vandaag de dag voor het vlechtwerk gekleurde polyamide vezels - Rilsan of Raucord - vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, in kleuren die exclusief ontworpen zijn door de huistyliste Amandine Gallienne en vervaardigd door de Franse société Arkema.

Stap 8: De afwerking van de randen met rondingen van rotan.
Stap 9: Het resistent maken van de stoelen voor ultraviolet licht door het aanbrengen van een vernislaag.

Cover van het 192 pagina's tellende (foto)boek


Als laatste de 'finishing touch' het aanbrengen van het koperen plaatje met de tekst Maison Drucker. Klaar voor weer eens 130 jaar. Maison Drucker restaureert met liefde nog steeds modellen die ooit uit de handen zijn gekomen van de initiator van dit prachtige Franse product: 'La Chaise Parisienne'

Nog meer te weten komen over dit stukje Franse historie dan adviseer ik u het boeiende 192 pagina's tellende (foto)boek van Éditions de La Martinère; La Chaise Parisienne - Maison Drucker. Te bestellen bij Amazon Fr. voor de prijs van € 25 - ISBN 978-2-7324-6947-8

'Un Grand Merci' aan Diego Dubois van Maison Drucker, Gilocourt Frankrijk 

Graag breng ik nog even de website van Maison Drucker onder de aandacht.


zaterdag 16 mei 2020

HÔTEL NOIR


De Duitse top fotograaf J. Konrad Schmidt heb ik voor het eerst ontmoet op de Photokina 2012, waar hij exposeerde voor en bij Leica. Mede dankzij mijn goede fotovriend, collodionfotograaf Alex Timmermans, heb ik daarna nog regelmatig contact kunnen houden met deze Duitse topfotograaf. Het idee voor onderstaande blog ontstond tijdens onze ontmoeting op de Photokina en leidde tot een spectaculaire fotosessie, maar daarover straks meer. Het interview volgde tijdens de afgelopen Paris Photo, het grootste foto-event van de wereld in Parijs.

Hôtel Noir, "an exclusive collection of your darkest fantasies"

Konrad Schmidt woont en werkt in Hamburg. Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen".  Zijn modellen zijn min of meer gekleed of naakt, prachtig gefotografeerd in kleur maar steeds vaker in zwart-wit. Serieus, ingetogen, in zichzelf gekeerd, sensueel, uitdagend, maar altijd met een groot gevoel voor stijl" aldus het BFF. Geen wonder dat hij geselecteerd werd als volwaardig maar ook jongste lid van het gerenommeerde Duitse BFF: 'Der Berufsverband Freie Fotografen und Filmgestalter', gevestigd in Stuttgart. Konrad is met name gespecialiseerd in mode-, reclame- en lingeriefotografie en won vele prestigieuze prijzen, waaronder AOP Photography Award · Best Fashion · 2015, Best Ad Photographer Worldwide · 2015, Adobe® Influence Partner · 2014, BFF Jahrbuch Award Silber · 2011, Lazi Academy Award · 2009,  Hasselblad Masters · Semi-Finalist · 2008
Rodenstock Photoaward · 2008, Lazi Academy Award · 2008 en de PCP Award · 2008.
Onder zijn clientèle bekende namen als Adobe Systems, Bacardi, Cosmopolitan, ELLE, Fujifilm, Leica, Mercedes, Philips, Samsung en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan.

Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen"

Een dag die ik niet snel ga vergeten is die in januari 2017, toen Konrad mij uitnodigde om bij een van zijn foto shoots aanwezig te zijn. Het hotel zelf valt onder de noemer 'vergane chique'. Het klassieke is hier gecombineerd met een smaakvolle mengeling van de meest uiteenlopende stijlen. Bij binnenkomst een balie met een niet al te vriendelijke portier. De koperen lamp met daarin een groene plaat met de tekst 'reception', schept duidelijkheid. Achter hem een houten bord, bedekt met groen vilt, waar de koperen sleutelhangers duidelijk aantonen hoeveel kamers er zijn verhuurd. Het model komt later want het staat zo raar als drie personen vragen om één kamersleutel. "Soixante-sept, s'il vous plait". Een hotel in het eerste arrondissement, met zo'n prachtige smeedijzeren lift, knap gemoduleerd in het trapgat van meer dan zes etages. Twee geel koperen hekken die je moet openschuiven om de mahoniehouten cabine, met aan weerszijden verweerde spiegels, te betreden. Op de glimmend koperen plaat lichten 9 knoppen op, kelder, begane grond en etage 1 t/ m 7. Boven lange gangen met prachtige dubbele deuren, met links en rechts groene smeedijzeren radiatoren. Op enkele kamers wordt schijnbaar druk gewerkt door de kamermeisjes. Zo te zien heeft elke kamer zijn eigen thema en onthult de opbrengst van een naarstige jacht bij antiekzaakjes en rommelmarkten. Zesde etage, kamer 7, aan de voorzijde met een prachtig uitzicht op de zinken daken van Parijs.

"Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah"; Konrad Schmidt

Het bijwonen van deze prachtige zwart-wit fotosessie voor zijn nieuwe boek Hôtel Noir gaf mij genoeg aanleiding om u nader kennis te laten maken met deze briljante fotograaf. Om met de woorden van Konrad zelf te spreken over deze serie: "Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah" - zoals altijd zwart/wit, zoals altijd analoog, zoals altijd 'op de huid'.

Wie is J. Konrad Schmidt?
"Konrad kijkt met een humanistisch oog en fotografeert die dingen die hij nooit zelf heeft gehad". (Tenminste dat heeft men mij verteld, voegt hij er zelf aan toe)

Waarom Parijs?
"Parijs doet iets met mensen..... Het is een stad die je vult met dankbaarheid om er te mogen zijn. Dè definitie van een droom en Parijs is het decor. Een verhaal waar iedereen op zoek naar is. Het geeft mij steeds een bijzonder gevoel als ik hier ben. Zelf ben ik vaker in Parijs geweest maar voor ons model is het de eerste keer. Ik denk dat voor iedereen de eerste nacht in Parijs iets is wat je altijd bij blijft en nooit meer vergeet".

Waarom lingerie- en naaktfotografie?
"Lingerie heeft iets mystieks, iets sensueels, een geheim verborgen achter zwarte zijde. Elke advertentie speelt met die gedachte. Ik hou er van om te verleiden met mijn foto's, om juist niet alles te laten zien wat het menselijk brein zelf kan invullen".

"Sometimes a hotel room can be more inspiring than a whole city" - Merlin Bronques

Hoe kom je aan je modellen?
"Observeren...... Ik zie zoveel mensen gedurende de dag. Als het gezicht iets met mij doet, het raakt me, dan groeit mijn interesse om een foto te maken. Maar het is niet alleen het gezicht, ik moet ook een idee hebben voor elke 'shoot'. Ik neem nooit foto's alleen om het fotograferen. Er is meer, uiteindelijk moet het een verhaal vertellen".

Wat is je favoriete Parijs foto?
"Een foto ooit genomen door de Duitse fotograaf Peter Lindbergh in 1989: De foto van zijn model, gefotografeerd vrijstaand op een van de stalen balken van de Eiffeltoren. Dit is nou precies wat ik voel bij Parijs; vrij, elegant maar tegelijkertijd verstild en mysterieus".

Parijs doet iets met mensen..... Het is een stad die je vult met dankbaarheid om er te mogen zijn. Dè definitie van een droom en Parijs is het decor  

Wat is jouw favoriete plek in Parijs en waarom?
"Mijn favoriete plekken in Parijs zijn die plaatsen waar je nooit weet in welke eeuw je bent. Als je alle auto's, motorfietsen en verkeersborden zou weghalen ben je ineens terug in de tijd. Parijs is tijdloos en daarom hou ik zo  van die stad".

Ga je nog wel eens shoppen in Parijs, en waar dan?
"Nooit! Er zijn belangrijkere dingen te doen in Parijs"!

Hôtel Noir, een fotoboek over 'stunning sexy women',  gefotografeerd in Parijse hotelkamers

Hotêl Noir?
"Een plan waar ik al sinds 2010 mee rondloop. Een fotoboek over 'stunning sexy women',  gefotografeerd door mij in Parijse hotelkamers. De titel van het boek; 'Hôtel Noir'. Het is onlangs, november 2019 uitgekomen en is niet zomaar een fotoboek!
De cover is van zwart fluweel, 80 pagina's dik, in een bijzonder formaat; 25 cm x 17 cm. Er was ook een 'limited edition' van 69 stuks, maar deze was in enkele dagen totaal uitverkocht en jij hebt daarvan de nummer 1 te pakken. Een echt 'collectors item'. De prijs van het boek wordt € 69, oplage 1000 stuks en is uitsluitend verkrijgbaar via mijn website. Ik kan je vertellen dit boek is HOT"!!
Met speciale dank aan J. Konrad Schmidt, Rubia, het Parijse model en het mooie hotel waarvan we de naam geheim houden. Alle zwart-wit foto's zijn, analoog geschoten op 6 x 7cm. film.

Zo trots om het allereerste exemplaar uit de limited edition te mogen ontvangen op 8 november 2019

En dit als laatste aanvulling van de schrijver zelf:
We zijn allemaal begonnen in de een of twee sterren hotels. Je bent jong en slapen doe je toch nauwelijks. Die hotels met de humeurige en slechte receptionisten, de te kleine ontbijtzalen met als ontbijt de croissant, mini kuipje boter en jam, de straffe koffie of de lauwe thee. Slaapkamers in schoenendoosformaat met de versleten theedoeken als handdoek. Altijd uitkijkend op een cour of op de zinken daken van Parijs. Ze zijn er nog en hebben nog steeds hun charme met houten trappen en een te kleine smeedijzeren lift. De binnenplaats, waar je langs de 'Gardien' moet sluipen, met de lichtknoppen die je hooguit een minuut van licht voorzien. Tja, en als je ouder wordt ben je op zoek naar wat meer comfort, de luxe van wat extra sterren, maar toch ben ik nog steeds op zoek naar dat ene charme hotel. Want je krijgt nooit de kamer die afgebeeld staat op de foto.

Alina

All Photo's courtesy of J. Konrad Schmidt ©.
Since 2016, J. Konrad Schmidt is a full member of AOP - Association of Photographers and a professional member and member of the board, of the honorable BFF - Berufsverband Freie Fotografen und Filmgestalter

The Hôtel Noir series is an ongoing project by J. Konrad Schmidt. All photographs are taken on analog Kodak Fiim Material.

donderdag 30 april 2020

AU PIED DE COCHON PARIS, UN VÉRITABLE INSTITUTION


“Zoals alle jongens van mijn slag, dat wil zeggen: die nooit een vak hebben geleerd maar overal goed voor zijn en overal toe bereid, heb ik in de hallen gewerkt […].
Ik ging mijn zoveelste borrel drinken aan de bar van Au Pied de Cochon en bekeek de welgestelden die, hun auto voor de deur geparkeerd, meisjes meenamen naar de eerste verdieping voor een kop hete en dure uiensoep, daar boven drie keer zo duur als hier aan de straat, waar ik stond […]”.
Jean-Paul Clébert, Paris Insolite (1954)

'Ouvert jour et nuit', hoe anders is dit in corona tijd

In de jaren ’40 van de vorige eeuw net voor de Tweede Wereldoorlog, opende Clément Blanc, een slager uit de Lorraine, een restaurant in het hart van de Franse hoofdstad in de wijk Les Halles. Beroemd om zijn voedselmarkt ook wel de ‘buik van Parijs’ genoemd. Au Pied de Cochon werd erkend door een zeer gevarieerde klantenkring. Maar tijdens de bezetting kwam de klad in het restaurantbezoek en veranderde het restaurant tot drie keer toe van eigenaar. Na de bevrijding van Parijs nam de oorspronkelijke eigenaar, Clément Blanc Au Pied de Cochon opnieuw over en kwam op 6 december 1946 op het lumineuze idee om zijn restaurant 365 dagen lang, 24 uur per dag te openen. Daarmee was hij het eerste restaurant dat rondom de klok geopend was. De formule bleek zo aan te slaan dat het restaurant, zelfs toen de Hallen in 1969 naar Rungis verhuisden, deze altijd trouw is gebleven.

In de jaren ’40 van de vorige eeuw net voor de Tweede Wereldoorlog, opende Clément Blanc, een slager uit de Lorraine, een restaurant in het hart van de Franse hoofdstad

Parijsgidsjes willen je doen geloven dat de fornuizen sinds die tijd nog nooit zijn uitgezet. Het restaurant niet eens een sleutel heeft en ook geen lichtknopjes, want het licht dooft er nooit. De strenge corona maatregelen in Frankrijk zijn er echter de oorzaak van dat het restaurant met deze lange traditie heeft moeten breken. Eerder gebeurde dit na de aanslagen van 13 november 2015. Au Pied de Cochon sloot toen een paar maanden gedurende de nacht en was alleen open van maandag tot en met donderdag, mede vanwege veiligheidsmaatregelen en de angst die de Parijzenaars en toeristen in de ban hield. De omzet daalde toen met 80%. Twee keer sloot het zijn deuren voor een korte verbouwing in 1999 en in 1984. Maar de neonlichten zijn sinds 1946 nooit meer gedoofd.

Dat de slagers uit de Hallen die met hun bebloede voorschoten nog even een glaasje wijn aan de toog kwamen halen is nog steeds onveranderd sinds die tijd alleen nu speelt zich dit af in Rungis. Foto: Photofrings - Henk Frings

‘Une véritable institution’, een waar instituut, een van de weinige overblijfselen in deze wijk uit de tijd van de oude hallen. Sinds de opening praktisch onveranderd behalve dan de clientèle. Vroeger kruisten de vroege vogels, de werklui van de Hallen, hier het pad van de nachtvlinders, kunstenaars en artiesten die zich graag rond de Hallen ophielden. Dan had je afgezien van de aangeschoten zwervers, van wie sommigen door het restaurant werden onderhouden omdat ze er zo’n leuk pittoresk accent aan gaven, ook nog eens de slagers uit de Hallen die met hun bebloede voorschoten nog even een glaasje wijn aan de toog kwamen halen. Dit tot grote schrik van al die keurige mensen in hun chique avondkledij die alleen maar wat kwamen nuttigen.

Het vrolijke varken staat sinds 1946 al symbool voor dit restaurant

Per dag wordt er in de eetzalen op de diverse verdiepingen een ton aan schaal- en schelpdieren verorberd en per jaar serveert Au Pied de Cochon zo’n 35.000 varkenspoten, een van dè specialiteiten van het huis, en ze zijn groot omdat het achterpoten zijn. Je vindt de voorpoten alleen bij de slager. Ik zeg bewust een van, want een andere specialiteit is de ‘Tentation Saint-Antoine’ – Patron des Charcutiers. Deze maaltijd bestaat uit gegrilde varkensoren, -snuit en -staart plus een gepaneerde varkenspoot tezamen met een heerlijke béarnaisesaus - € 26,50.  Varkenshoofd, ‘Tête de Monsieur Cochon - € 27,00  of varkensbuik ‘Travers de Porc XXL - € 28,00 is een andere specialiteit. Maar natuurlijk moet je hier ook zijn voor de ‘Soupe à l’oignon’ de enige echte Franse uiensoep - € 9,50. Dit is ook de soep die dagelijks werd uitgedeeld aan de dakloze gemeenschap die de Hallen tot leven bracht. De soep is een aanval van kaas in je mond, geen haute cuisine, maar wat is die lekker.

De neonlichten zijn sinds 1946 nooit meer gedoofd

Door de jaren heen hebben een overvloed aan bekende namen de rode stoelen verwarmd. Namen die je ongetwijfeld zal herkennen: Maria Callas, Serge Gainsbourg, Robert Doisneau, Joséphine Baker, Ursula Andress, Grace Kelly, Salvador Dali, Alfred Hitchcock, Brigitte Bardot, Jean-Paul Gaultier, Paul Bocuse, Francoise Sagan, maar ook generaal Charles de Gaulle. Jacques Chirac behoorde tot de vaste clientèle toen hij nog burgemeester was van Parijs. Gérard Depardieu kwam hier vaak toen hij nog in Parijs woonde. Hij bestelde altijd twee varkenspoten, die hij vooraf ging selecteren in de keuken, en een biertje. Hij was er zelfs op de avond dat zijn zoon Guillaume stierf. Hij overleed op 13 oktober 2008, op 37-jarige leeftijd in het Raymond-Poincaré ziekenhuis van Garches aan een hardnekkige long-ontsteking die hij had opgelopen tijdens film-opnamen in Roemenië. François Mitterand kwam er om zijn buitenechtelijke dochter te ontmoeten; Mazarine Pingeot. In 1994 onthult het weekblad Paris Match haar bestaan aan het grote publiek. Sinds 2005 laat Mazarine zich Pingeot-Mitterrand noemen. Maar wat Au Pied de Cochon echt permanent op de kaart zette was toen François Mitterand op 10 mei 1981 tot president werd gekozen en besloot zijn overwinning in dit restaurant te vieren. Hun namen en foto’s vind je allemaal in het gastenboek.

Over het interieur kun je van mening verschillen. De vroegere eigenaars, de gebroeders Blanc, hebben het interieur in 1984 onder handen genomen en er een wat kitscherige nabootsing van ‘Le Grand Vefour’ van gemaakt. Verder zijn alle klassieke elementen aanwezig van een Franse brasserie, zoals spiegels aan de wand, houten accenten, geëtste ramen, schilderingen op het plafond, bankjes van imitatieleer, belle epoque-lampen  en een authentieke vloer. Het personeel in zwart met witte schorten. Geestig zijn de vergulde varkenspootjes als klinken op de glazen toegangsdeuren en die van de toiletten.

Over het interieur kun je van mening verschillen - Foto Au Pied de Cochon

Tijdens de lunch zit het restaurant vrijwel altijd vol met vaste gasten, vaak zakenlui werkend in het quartier en toeristen. Tijdens het diner zijn het vaak theaterbezoekers die voor of na de voorstelling nog even uitgebreid willen eten. Maar wie komen er dan midden in de nacht? Vaak zijn dat de mensen die verzot zijn op oesters. Dat is typisch een gerecht dat mensen midden in de nacht willen eten. Veel mensen worden 's nachts wakker met de onbedwingbare drang iets te eten. De Nederlandse journaliste en schrijfster Anne Scheepmaker raakte gefascineerd door dit fenomeen, ‘nachthonger’, en schreef erover in NRC Handelsblad en Humo. Nachthonger kan uitmonden in obsessieve schranspartijen, leerde Scheepmaker tijdens de research voor haar boek. De Amerikaanse psychiater Albert J. Stunkard lanceerde in 1955 de term ‘Night Eating Syndrome’. NES-lijders hebben meerdere eetaanvallen per nacht en proppen in 3,5 minuut gemiddeld 1200 calorieën naar binnen. Naar gastronomie streven nachthongerigen ook niet, schrijft Scheepmaker in haar boekje. Het gaat hen niet om verfijning, maar om het bevredigen van een behoefte. Dat kent zijn eigen genotsmomenten. ‘Slurpen, slobberen, morsen, het geeft allemaal niet. Doen wat eigenlijk niet mag, niet netjes is, verhoogt het genot. Bij het stillen van nachthonger is sprake van een weldadige piekervaring.’ Nou en waar kan dit dan niet beter als in dit Parijse instituut. (Bron boek ‘Nachthonger’ – Anne Scheepmaker)

Vorige week trakteerde ik jullie op een blog over de Saint-Eustache. Laat dit restaurant nu net naast de kerk liggen. Reden voor mij om juist daar te gaan genieten van een uitgebreide lunch.
De ‘Tentation Saint-Antoine’ heb ik gelaten voor wat het is. Lafaard hoor ik je zeggen. Nee ik heb genoten van de escargots, een overheerlijke tournedos au poivre en een espresso na met als beloning een meringue biggetje om te dompelen in de koffie. Tijdens mijn lunch bestelde ik een glas beaujolais. Bij de bestelling van een tweede glas zei de man naast mij tegen de ober. “Geef mijnheer het restant van mijn fles, die komt vandaag niet op” Een halve fles beaujolais werd vervolgens op mijn tafel gezet. Het bleek een van de stamgasten te zijn die al meer dan 20 jaar bij Au Pied de Cochon komt. “Santé monsieur et un grand merci”. Het is inmiddels al weer half twee, tijd om af te rekenen en de to-do lijst van de dag verder af te werken. 

Op de factuur dit vrolijke lied:

Au Pied de Cochon
On est jamais morose,
Aux bras de Ninon
C’est tout Paris qui ose…
Champagne et grand frisson,
Chefs d’œuvres d’artistes,
Amour et délices
Du Pied de Cochon…



Au Pied de Cochon
Le jour et la nuit
Nous nous retrouvons…
Au Pied de Cochon
Avec tes Amis,
Quelle vie d’patachon…
On voit tous les soirs,
Autour du comptoir,
Paraître les stars,
On fait de bons gueuletons,
On aime les flons, flons,
Et la vie de patachon.
Au Pied de Cochon…
Au Pied de Cochon…

Vrij vertaald :

Bij ‘Au Pied de Cochon’
zijn we nooit triest,
in de armen van Ninon
Heel Parijs durft het aan ...
Champagne en sensatie
Meesterwerken van kunstenaars
Liefde en genot
bij ‘Au Pieds de Cochon’

´Au Pieds de Cochon’
Dag en nacht
ontmoeten we  elkaar...
Bij ´Au Pieds de Cochon’
Samen met vrienden,
Wat een leven als levensgenieter...
We zien elke nacht
Rondom de bar
De sterren verschijnen,
We hebben smulpartijen,
We houden van het geschal,
 En het bestaan als levensgenieter.
 Au Pied de Cochon…
 Au Pied de Cochon…

'Soupe à l’oignon façon des halles' een van de specialiteiten van Au Pied de Cochon
Foto Au Pied de Cochon

Graag deel ik dit recept nog met jullie: Soupe à l’oignon façon des halles
Wat je nodig hebt is 80 gr. boter, 6 grote uien in dunne ringen, 1 el tijm, 2 laurierblaadjes, 1 el bloem, 200 ml. droge witte wijn, 1,5 liter runderbouillon, 12 sneden oud stokbrood, 150 gr. geraspte kaas. Ik zweer zelf bij gruyère maar je kunt ook een andere harde kaas gebruiken. Verder nog wat zout en 4 hittebestendige soepkommen.

Smelt de boter in een grote pan. Doe de uienringen, tijm, laurierblaadjes en wat zout erbij. Laat minimaal 25 tot 40 minuten op laag vuur bakken tot de uien glazig zijn en heel zacht, maar nog net niet verkleuren. roer de bloem erdoor. Voeg langzaam wijn en vervolgens de bouillon toe. Breng de soep aan de kook en laat 20 minuten zachtjes pruttelen. Verwijder de laurierblaadjes. Proef de soep en indien nodig voeg nog wat zout toe.
Zet de ovengrill aan. Leg de sneden stokbrood op een bakplaat, bestrooi ze met twee derde van de gruyère en laat de kaas 2 tot 3 minuten smelten onder de hete grill van de oven. Schep de soep in de voorverwarmde kommen en leg in elke kom een aantal sneeën brood. Bestrooi met de rest van de gruyère en zet de kommen op de bakplaat, 2 minuten onder de hete grill tot de kaas bubbelt en goudgeel is. Serveer de soep zodra hij uit de oven komt.

Voor straks: Au Pied de Cochon, 6 Rue Coquillière, 1e arrondissement. Metrostation Les Halles