Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

donderdag 24 februari 2022

IN DE VOETSPOREN VAN….

De Engelsen hebben er een uitdrukking voor ‘either you love it or you hate it’ – je haat het of je bent er gek op. Ik heb het over de Netflix serie ‘Emily in Paris’. Nou even niet meteen stoppen met lezen a.u.b.

Zelden heb ik zoveel kwaliteitsbladen, -kranten en andere nieuwsbrengers zoveel gal zien spuien op een serie als deze. Van Le Figaro tot The Guardian, van het NRC tot De Volkskrant, van de Vogue tot de Cosmopolitan en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan; ‘Emily in Paris’ loopt over van de clichés, of van de waarheden? De serie gemaakt door Darren Star, de man achter kijkcijferkanonnen als ‘Beverly Hills 90210’ en ‘Sex and the City’. Het was één van Netflix’s meest populaire series in 2020. In de eerste 28 dagen van seizoen 1 keken maar liefst 58 miljoen mensen toe hoe Emily naar Parijs verhuisde. In 2021 volgde seizoen 2 en ondanks alle kritieken overtrof seizoen 2, seizoen 1 in kijkcijfers.

En laten we nou eerlijk zijn. Wat is er nou heerlijker dan tijdens al die Corona ellende even te ‘bingen’ en te kijken naar een extreem geïdealiseerde versie van Parijs, die de stad laat zien via een instagram-filter. Een smetteloos Parijs met straten waar geen dakloze is te zien. Alles ziet er precies zo uit als Parijs wordt voorgesteld in de reisbrochures. Statige Haussmann panden uit de 19e eeuw, een lommerrijk pleintje met een fontein. In dit wonderbaarlijke universum neemt niemand ooit de metro, alle vrouwen zijn dun, modieus zoals een echte Parisiënne betaamt, rijk en hebben meerdere (getrouwde) minnaars en de mannen zijn vrijwel altijd knap en succesvol. Het is een vermenigvuldiging van alle min of meer grove clichés van de hoofdstad als lichtstad, stad van de liefde en mode zoals we die kennen van films als  American in Paris (1951) waarin Gene Kelly, een kunstschilder, verliefd wordt op een mademoiselle gespeeld door Leslie Caron. Of Sabrina (1954), Audry Hepburn gehuld in Givenchy, die afreist naar Parijs om te leren koken bij de strenge kookschool Le Cordon Bleu.  Niet te vergeten Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain (2001), een dromerig verhaal van een serveerster die op Montmartre de liefde vindt met als gevolg dat een eindeloze stroom Amerikanen en Japanners afreisden naar Parijs om zich massaal te laten rondleiden langs de Sacré Coeur en Place du Tertre.  Denk ook aan Paris Je t’Aime (2006), waar maar liefst 20 internationaal vermaarde regisseurs een lofzang brengen op de lichtstad en de liefde: ‘One city, 10 million hearts, one love story’. En last but not least Midnight in Paris (2011) waarin oer-Amerikanen tot leven komen: Hemmingway, Gertrude Stein, Man Ray en de Fitzgeralds, misschien wel de aanstichters van de Amerikaanse fascinatie voor de Franse hoofdstad.

 

Wilfred de Bruijn - Op zoek naar mijn Frankrijk

Het leuke van deze serie is om te zien hoe schokkend, arrogant en kritisch de Amerikanen zijn over de Franse cultuur. Alle clichés, waar of gedeeltelijk waar, komen voorbij.  Noem een cliché over Fransen en Frankrijk en het zit erin. De Fransen die in de serie voorbij komen zijn steevast nonchalant, lui, cynisch en arrogant en niet punctueel. ’s Morgens beginnen ze niet te vroeg, lunchpauzes duren minstens twee uur, waar ook de witte wijn nog eens rijkelijk vloeit. Ze steken een peuk op zodra ze de sportschool uitkomen, ze flaneren en flirten, maken constant seksuele toespelingen en zijn allemaal ontrouw. Verder natuurlijk de botte obers, de vileine vrouwen en de povere hygiëne (denk maar eens aan de Franse toiletten). Ook de in Parijs wonende Nederlander Wilfred de Bruijn schreef er een boekje over. In, Op zoek naar mijn Frankrijk, neemt De Bruijn ons mee achter de schermen van het Franse land, achter de façades en geeft ons een verbazend inkijkje achter de voordeur. Hij ontrafelt naar aanleiding van zijn ervaringen en zijn verbazing over de gewoontes en mores in Frankrijk de ziel van het land.

 

Voor de zeldzamen die de serie nog niet kennen, in de serie Emily in Paris, wurmt de hoofdpersoon zich al ellebogend naar het hart van de Franse samenleving. Emily krijgt de kans om naar Parijs te verhuizen voor een jaar omdat haar baas, die normaal zou gaan, zwanger is. Hun bedrijf in Chicago heeft een kleiner Frans reclamebureau ‘Savoir’  overgenomen en Emily gaat daar werken om zo de Amerikaanse zienswijze op marketing over te brengen. Ze spreekt echter geen woord Frans, houdt van doorbakken steaks, en antwoord dat ze Private Ryan heeft gezien als haar onderbuurman haar vertelt dat hij uit Normandië komt. Ze krijgt de taak om hun sociale mediastrategie te vernieuwen. Emily's nieuwe leven in Parijs is gevuld met bedwelmende avonturen en verrassende uitdagingen terwijl ze jongleert met het verkennen van haar collega's, het maken van vrienden waarbij ze tevens werk, vrienden en de liefde probeert te combineren, maar desondanks toch nog verwikkeld raakt in een aantal nieuwe romances. In deel 2 heeft ze inmiddels haar weg gevonden in Parijs, maar worstelt nog altijd met de eigenaardigheden van het Franse leven. Nadat ze in een driehoeksverhouding belandt met haar buurman en haar eerste echte Franse vriendin, is ze vastbesloten zich volledig op haar werk te focussen, waar het haar ook niet makkelijk wordt gemaakt. Maar dan ontmoet ze tijdens Franse les een mede-expat die haar zowel irriteert als intrigeert… Kortom het verhaal heeft niets om het lijf maar laat je wel Parijs zien op haar mooist.

 

Filmlocaties

Rest mij om je in deze blog mee te nemen langs de prachtige en voornaamste filmlocaties zodat je bij een volgend bezoek kunt aantonen dat je in de voetsporen bent geweest van Emily in Parijs. Misschien nog wel leuk om te weten is dat Emily wordt gespeeld door Lily Collins, de dochter van Phil Collins. Haar vader mag dan multimiljonair zijn maar door haar modellenwerk en acteer carrière is zij dat zelf ook. Volgens het blad Cosmopolitan haakte Lily ongeveer € 265.500 per aflevering binnen. Voor een seizoen al 2,65 miljoen euro. Zij speelt niet alleen de hoofdrol maar zij is ook nog eens  de producer van de Netflix-show. Clever meisje dus. Haar totale vermogen wordt geschat op 22 miljoen euro. In de serie speelt Emily dat zij worstelt met de Franse taal maar in het echt is zij tweetalig opgevoed. Ze is geboren in het Verenigd Koninkrijk, maar toen ze vijf jaar oud was scheidden haar ouders. Op dat moment verhuisden zij en haar moeder naar Los Angeles terwijl haar vader naar Zwitserland verhuisde. Haar broertjes zijn half Zwitsers dus zij begon al op jonge leeftijd Frans met hen te praten. Excuus, ik dwaal weer af, de filmlocaties:

 

Passage de la Vérité - Foto © Pierre Guernier - 'French Moments'


Savoir

In Parijs werkt Emily voor het fictieve Franse reclamebureau ‘Savoir’. De filmlocatie bevindt zich op een pittoresk binnenplein, de place de Valois, gelegen naast het Palais Royal en vlakbij een van de mooiste passages van Parijs Galerie Vero-Dodat, in het eerste arrondissement. Via de rue des Bons Enfants en een merkwaardige korte overdekte passage, de Passage Vérité die dateert uit 1750 bereik je de Place de Valois. In het verleden waren hier boekverkopers en prenten-handelaren gehuisvest. De place de Valois werd in 1790 voor het publiek geopend en was oorspronkelijk bekend als de Cour des Fontaines. Valois verwijst naar  Louis Philippe I (1773 - 1850), de laatste koning van de Fransen van 1830 tot 1848.

 

Chambre de bonne

De zolderkamers, vaak in prestigieuze gebouwen van de Parijse Bourgeoisie, waren ooit bedoeld voor de dienstmeisjes, ‘les petites bonnes’. Die mochten natuurlijk niet bij de familie slapen en kregen de restruimte op zolder. Meestal onder het zinken dak, met een eigen trap naar de zesde of zevende verdieping en piepklein; minder dan 9m². Maar niet in Emily in Paris. De meidenkamer die Emily betrekt is 40 m² groot, heeft een volledig uitgeruste keuken heeft minstens drie ramen en is gelegen aan de place de l’Estrapade 1, in het vijfde arrondissement.

Chambre de bonne van Emily aan de place de l'Estrapade - Foto © Netflix


Place de l'Estrapade bevond zich ooit buiten stadsmuur van Philippe-Auguste en kende een gruwelijk verleden. Estrapade' is een verbastering van strappado. De strappado is een martelmethode waarbij de beul de armen van het slachtoffer aan touwen vastbindt, meestal achter hun rug, ze vervolgens optilt totdat ze worden opgehangen zonder het lichaam de grond te laten raken. Het was een van de meest gruwelijke martelmethoden die van de middeleeuwen tot de 17e eeuw aan deserteurs van het leger werden toegebracht. Tegenwoordig is het plein een stille en rustige plek, vol met banken en een perfecte plek om een ​​tijdje te zitten en een ​​goed boek te lezen. Emily organiseerde hier haar verjaardag door buiten een tafel neer te zetten en met vrienden te dineren. In realiteit is dit onmogelijk in Parijs, maar in deze romkom, romantische komedie, kan het.

 

Gabriel’s restaurant

De man die Emily’s hart onregelmatig doet kloppen, tevens haar onderbuurman Gabriel, heeft dankzij een rijke geldschieter (Antoine Lambert, eigenaar van het parfumhuis Lavaux) een restaurant. In de serie ‘Les Deux Compères’ genaamd. In werkelijkheid is dit het restaurant met de rode gevel Terra Nera, gevestigd aan de rue des Fossés Saint-Jacques 18, in het vijfde arrondissement. Je kunt hier echter geen steak tartare eten maar wel Italiaanse pastagerechten.

 

Les Deux Compères - Foto screen shot Emily in Paris


Bijzondere locaties

Mede dankzij de serie krijgen we mooie beelden te zien van locaties in Parijs die onbekend zijn bij de meeste bezoekers aan de Franse hoofdstad. Zoals het Hôtel d’Evreux aan de place Vendôme waar het bureau Savoir een party organiseert speciaal voor influencers. Het herenhuis, gelegen in de noordwestelijke hoek van het plein, grenst aan het Hôtel Crozat op nr. 17 en het Hôtel de Fontpertuis op nr. 21. Het werd tussen 1706 en 1708 gebouwd door architect Pierre Bullet achter een gevel ontworpen door Jules Hardouin-Mansart, voor Antoine Crozat, toen een van de rijkste mannen van Parijs. Het gebouw kwam in 1896 in het bezit van de bank Crédit Foncier de France. In 2003 werd het historische complex aangekocht door de emir van Qatar voor de lieve som van 230 miljoen euro en in 2009 volledig gerestaureerd. Het huisvest nu de Parijse kantoren van het advocatenkantoor White & Case en receptieruimtes voor privé feesten van het cateringbedrijf Potel et Chabot.



Hôtel d’Evreux aan de place Vendôme


Hôtel d’Evreux - Foto Wikimedia
 

Musée des Arts Forains

In aflevering 7 organiseert ‘Savoir’ een event in het kermismuseum van Parijs. De plek gesitueerd in een kwadrant  tussen de rue des Pirogues de Bercy, rue Baron le Roy, avenue des Terroirs de France en de rue l'heureux. Is 1,5 hectare groot en inmiddels benoemd tot cultureel erfgoed. Slechts één keer per jaar heb je de kans om als 'gewone' bezoeker’ binnen te kijken in één van de best bewaarde geheimen van Parijs. Een juweeltje, dat alléén tijdens de  kerstperiode geopend is voor het publiek. Normaal kun je hier uitsluitend terecht op afspraak. Het is gevestigd op een van de mooiste verborgen stukjes Parijs in de oude wijndepots van Bercy. In een van de voormalige wijnmagazijnen, gebouwd door een leerling van Eiffel, is het kermismuseum gevestigd. De Fransman Jean-Paul Favand verzamelde gedurende 35 jaar duizenden zeldzame objecten, daterend van 1850 tot 1930, uit de wereld van; kermissen, entertainment, variété, theater en music hall. Het is een van de belangrijkste particuliere kermis kunstcollecties van de wereld, zo uniek, dat het zelfs als decor diende in de heerlijke film van Woody Allen, 'Midnight in Paris' en nu ook voor de Netflix serie Emily in Paris.

 


Een uniek stukje Parijs; Musée dea Arts Forains



Café de l’Homme

Gevestigd in het Palais de Chaillot. Het Palais de Chaillot is gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1937 op de plek waar eerder het Palais du Trocadéro stond. Het paleis herbergt de Cité de l'architecture et du patrimoine inclusief het Musée des Monuments Français, het Musée de l'Homme, een etnologisch museum, het Musée national de la Marine en het Théatre national de Chaillot. Maar ook een restaurant voor al je evenementen met een magisch uitzicht op de Eiffeltoren. In de serie is het het Parfumhuis Maison Laveaux die hier een exclusief champagne evenement organiseert.

 

Uitzicht vanuit het terras van het Café de l'Homme


Hôtel de la Monnaie

Pierre Cadault is een ouder wordende modeontwerper die relevant probeert te blijven terwijl hij concurreert met streetwear-merken en moderne modetrends. Hij is een man die ooit aan de top stond maar in de serie duidelijk moeite heeft met veranderende tijden en steeds veranderende trends. Voor Emily is Pierre echter nog steeds een legende die ze wil binnenhalen om zichzelf te bewijzen aan haar Savoir-collega's. Pierre lijkt een Franse versie te zijn van high-fashion designers zoals wijlen Karl Lagerfeld of Donatella Versace. Beide designers zijn legendes in hun vakgebied, die constant hun uiterste best doen om hun merken populair te houden. Tijdens de Paris Fashion Week organiseert ‘Savoir’ een modeshow in La Monnaie de Paris.



De binnenplaats van het Hôtel de la Monnaie dat diende als decor voor de modeshow van het karakter Pierre Cadault

Vanuit de square du Vert-Galant, een verborgen pleintje op de kop van de Île de la Cité, heb je een prachtig uitzicht op een van de langste façades aan de Seine, 117 meter lang, en nog steeds een goed voorbeeld van de pre-revolutionaire Franse neoklassieke architectuur. Het Hôtel de la Monnaie, gelegen aan de quai de Conti nr. 11, in het 6e arrondissement, is een gebouw uit de 18e eeuw en het meesterwerk van de architect Jaques Denis Antoine (1733-1801). Het herbergt nog steeds een onderdeel van de Munt van Parijs, een van de belangrijkste monetaire werkplaatsen in Frankrijk en het Musée de la Monnaie de Paris. De eerste steen werd gelegd op 30 april 1771 en het gehele gebouw werd voltooid amper vier jaar later in 1775. De Munt is een van de oudste instellingen van Frankrijk en de oudste onderneming ter wereld. Medio 2011 sloot het gebouw aan de quai de conti zijn deuren voor een ingrijpende verbouwing en herontwikkeling als onderdeel van het stadsproject ‘MétaLmorphoses’. Zes jaar duurde de verbouwing met als doel een nieuwe culturele openbare gelegenheid waar bezoekers permanent de schatten kunnen bewonderen van de historische collecties van de Monnaie de Paris, die nog nooit eerder aan het publiek zijn getoond. Dit aangevuld met ruimtes voor tijdelijke tentoonstellingen met werken van hedendaagse kunstenaars.

 


Het Atelier des Lumières tijdens de voorstelling over Vincent van Gogh


Atelier des Lumières

Een sprookjesachtige plek waar Emily en Gabriel mijmeren tijdens een meeslepende lichtshow gewijd aan Vincent van Gogh. Op 19 mei 2018 schreef ik al over het Atelier des Lumières. Tussen Bastille en Nation in het 11e arrondissement ligt de rue Saint-Maur. Op nummer 38, verscholen achter een eenvoudige gevel gaat een stukje geschiedenis schuil uit de 19e eeuw. Eens, sinds 1835, was in dit pand de metaalgieterij gevestigd van de familie Plichon. Nu, 183 jaar later en 9 miljoen euro aan ontwikkelingskosten verder, heeft Parijs zijn eerste digitale kunstcentrum, klaar voor tentoonstellingen van de 21e eeuw.  Vier jaar lang is er gewerkt aan de transformatie van de vroegere ijzersmelterij tot een centrum van digitale kunst. Een hal van 10 meter hoog met een oppervlakte van 2000 m², voorzien van 140 videoprojectoren en een ruimtelijk geluidssysteem van 50 Nexo luidsprekers op de muren en bas-subwoofers op de grond vormen de basis voor de grootste vaste video-installatie ter wereld, waar je letterlijk wordt ondergedompeld in beeld, beweging en geluid.

 


Andere trendy venues 

Koffie met vrienden: Café de la Nouvelle Mairie, rue des Fossés 69, 8e arrondissement 

Bar ‘Le Très Particulier’ in het Hôtel Particulier Montmartre, Avenue Junot Pavillon D 23, 18e arrondissement. Verborgen in Montmartre deze grote gezinswoning, die toebehoorde aan de familie Hermès en een herenhuis is geworden. Geclassificeerd als historisch monument en een van de laatste overblijfselen van de Maquis de Montmartre. Het Hôtel Particulier Montmartre biedt een unieke hotelervaring met slechts vijf suites tussen 35 en 85 m², allemaal individueel ontworpen door verschillende kunstenaars en beeldend kunstenaars. In deze unieke en onverwachte sfeer kun je je stoutste verlangens uitleven, aldus het hotel.



 Bar ‘Le Très Particulier’ in het Hôtel Particulier Montmartre


Emily’s lunchadres, gelegen naast Savoir is Bistro Valois, place Valois in het 1e arrondissement. 

Nog een lunchadres gelegen in het centrum van de Ralph Lauren-winkel en combineert een typisch Amerikaans karakter met een vleugje Parijs-chique. Ralph’s aan de boulevard Saint Germain 173 in het 6e arrondissement. 

Een restaurant annex brasserie met een typisch Parijse allure gevestigd op het île-Saint-Louis met uitzicht op de Notre Dame, waar je kunt genieten van het beroemde ijs van Berthillon: Le Flore en île, quai d’Orléans 42 in het 4e arrondissement.



Le Flore en île
 

De typische crêpes, de flinterdunne pannenkoekjes mogen natuurlijk niet ontbreken. Emily’s favoriete adres is Crêperie Lulu la Nantaise aan de rue de Lancry vlakbij het Canal Saint Martin, 10e arrondissement. 

De hele nacht uitzinnig dansen op het ritme van een live band met ‘Versions Originales’ die de grootste klassiekers uit de jaren 50 tot heden ten gehore brengt: van Aretha Franklin tot Adèle, van Joe Cocker tot Lenny Kravitz. Zes artiesten, gitaar, bas, drums, piano en twee zangers begeleiden de dans op Soul, R&B en Pop tunes. Favoriet van Emily en haar hartsvriendin Mindy: Roxie, rue de Ponthieu 23 in het 8e arrondissement.

 

La salle Roxie Paris


De beroemde Gay Bar in de Marais; Le Raidd, rue du Temple 23 in het 4e arrondissement. Raidd, de beruchte 'douchebar', verwelkomt een trendy mix van jongeren en andere voyeuristische internationals in de Marais die niet alleen komen voor de dure drankjes maar zich verdringen om naar de schaars geklede go-go-jongens te lonken die zich uitkleden en inzepen in de glazen douche bij de bar.



Emily , vriendin Camille en haar baas bij ‘Savoir’, Sylvie lunchen met uitzicht op de piramide van het Louvre bij Café Marly, rue de rivoli 93 in het eerste arrondissement. 


Genieten van een prachtig uitzicht over Parijs op het dak van Galeries la Fayette bij Tortuga onder leiding van chef-kok Julien Sebag. Galeries Lafayette Paris Haussmann, boulevard Haussmann 40, 9e arrondissement.

 

Kortom, redenen genoeg om Parijs te herontdekken nu de lente weer op komst is.



zaterdag 12 februari 2022

VIVA MORI

Toi qui es là, ne pleure pas devant ma tombe.

Je n’y suis pas et je ne dors pas.

Je souffle dans le ciel tel un millier de vents.

Je suis l’éclat du diamant sur la neige.

Je ne dors pas.

Je suis le soleil sur les blés dorés.

Je suis la pluie, je suis la douce pluie d’automne.

Toi qui es là, ne pleure pas devant ma tombe.

Je n’y suis pas, car je vis encore.

Jij die hier bent, huil niet voor mijn graf

Ik ben er niet en ik slaap ook niet.

Ik waai door de lucht als duizend winden.

Ik ben de schittering van de diamant op de sneeuw.

Ik slaap niet.

Ik ben de zon op de gouden tarwe.

Ik ben de regen, ik ben de zachte herfstregen.

Jij die hier bent, huil niet voor mijn graf.

Ik ben er niet, want ik leef nog

 

Viva Mori kwam bij mij op toen ik weer aan het wandelen was over een van de Parijse dodenakkers. ‘Viva Mori’ kun je uitleggen met meerdere betekenissen; Leven om te sterven, leve de dood, leven & dood, leven na de dood. Mori betekent dood gaan en dat doen we allemaal. We worden steeds ouder en daarmee wordt de kans dat je overlijdt aan bijvoorbeeld Covid of aan een andere chronische ouderdomsziekte steeds groter. En ineens tijdens die wandeling kwam het bij mij op, wie mag welke keuzes maken, als ik daar zelf niet meer toe in staat ben. En hoe kan ik zorgen dat je euthanasie kan krijgen, mocht ik dat willen. Als je een standaard medische wilsverklaring tekent bij de notaris betekent dat niet dat die wensen automatisch ook ten uitvoer worden gebracht. Hoe zorg ik dat mijn dierbaren goed achterblijven zonder dat ze uitgekleed worden door de belastingen met zoiets onzinnigs als erfbelasting? Kan ik bij leven al erfbelasting besparen zonder dat ik daar dure adviseurs voor moet inhuren. Hoe voorkom ik dat mijn vermogen opgaat aan zorgkosten wanneer ik in een zorginstelling terecht kom? 



Wat wil ik eigenlijk, begraven, cremeren, mijn lichaam afstaan aan de medische wetenschap?

 

Bij de poort die ik zojuist passeerde stond de volgende spreuk:

"Vous qui ici passez

Priez Dieu pour les trépassés

Ce que vous êtes ils ont été"

 

"U die hier voorbij gaat

Bid tot God voor de overledenen

Wat u bent, zijn zij geweest"

 

“Wat u bent zijn zij geweest dreunt nog na in mijn hoofd gevolgd door een spreuk van Jean de la Fontaine, een Franse schrijver en dichter: “De dood verrast een wijs persoon nooit; deze is altijd klaar om te gaan”. Ben ik eigenlijk klaar om te gaan?

 

Maar ik dwaal af. Ik moet bekennen dat ik op onbekende wijze wordt aangetrokken door een dodencultus waarbij schoonheid en verval, grafkunst en grafkitsch, hand in hand blijken te gaan. Ik vind het heerlijk om in mijn eentje te wandelen over Parijse dodenakkers en een ontdekkingstocht te maken langs al dat versteend verdriet. Ik moet er meteen bij zeggen; moderne begraafplaatsen doen mij niets, maar juist die, waar de geschiedenis zowat van afdruipt. Van die dodenakkers vol eindeloos slingerende rijen grafkapellen, grafkelders, grafstenen en grafbeelden. Bemost, vervallen en vergeten. Grafkelders, bewaakt door de mooiste beelden, vaak van wenende vrouwen, uitgevoerd in marmer of brons of gewoon uitgehouwen in steen. Boven aan de deur van deze 'minikerkjes' staat de naam van de familie gegraveerd. Soms staat de deur gewoon op een kier of kun je door de kleine raampjes naar binnen gluren. Een stoffig interieur met een klein altaar, altijd voorzien van een kruisbeeld, omgevallen kandelaars en twee vergane bidstoeltjes. In een vaas een verwelkt boeket of plastic rozen. Achter al die stenen schuilen vast en zeker heel interessante verhalen. Père Lachaise is bijvoorbeeld dè vierde toeristische attractie van Parijs. Samen met die van Montparnasse en Montmartre.



Dodenakkers vol eindeloos slingerende rijen grafkapellen, grafkelders, grafstenen en grafbeelden, bemost, vervallen en vergeten

 

Alles op dit kerkhof lijkt omgeven met een waas van erotiek. De vele laantjes, hoekjes en gangetjes vormen ideale rendez-vous plekjes voor verliefde stelletjes, die hier bij voorkeur rondzwerven. Vele graven zijn voorzien van mooie en haast naakte vrouwen, sensueel liggend op de graven in een innige omhelzing of wenend van verdriet. De meeste van deze graven dateren uit de periode rond 1900; de 'Belle Èpoque'. Als ik zo rond kijk zie ik een allegaar van jonge en oudere mensen, moeders met kinderen, liefdadige dames, geliefden, nieuwsgierigen en in het zwart geklede oudere dametjes. Misschien ook wel een aantal necrofielen of standbeeld fetisjisten, voyeurs, fotografen maar ook doodgewone wandelaars pelgrims en vereerders van beroemde personen die hier begraven liggen. Ook ik val in een van de categorieën. 



Vele graven zijn voorzien van mooie en haast naakte vrouwen, sensueel liggend op de graven in een innige omhelzing of wenend van verdriet

 


Wandelen over Père Lachaise krijgt een extra dimensie voor diegene die gevoelig is voor grafsymboliek.  Op de eerste plaats is er natuurlijk het kruis; symbool van dood en verlossing. Een engel wordt vaak gezien als de aanzegger van de dood of van wederopstanding. Een opengeslagen boek verwijst naar de bijbel, maar een boekenlegger in het boek geeft aan dat de overledene voortijdig uit het leven is weggenomen. De schelp als teken van vruchtbaarheid en liefde, een anker van standvastigheid en trouw en een fakkel is het symbool van vrijzinnigheid. Wenende vrouwen wijzen op het verdriet van geliefden en bewonderaars en een geknakte zuil is vaak een aanduiding van een plots afgebroken leven. Een boven het graf geplaatste lege sarcofaag onderstreept de rijkdom en het maatschappelijk belang van de dode.  Behalve christelijke symbolen zijn er ook veel joodse graven te vinden elk met hun eigen beeldtaal.  De kleine steentjes,  ten teken dat men er is geweest en de doden heeft herdacht, vind je op vele joodse graven. Het is een gebruik uit de woestijn. Nomaden accentueren hun graven met een hoopje stenen. In Bijbelse tijden werden geen grafstenen gebruikt; graven werden gemarkeerd met hopen stenen, dus door deze te plaatsen (of te vervangen), verzekerde men het voortbestaan van de begraafplaats. Briefjes tussen de stenen bevatten vaak vrome wensen.



Kleine steentjes,  ten teken dat men er is geweest en de doden heeft herdacht


Wat is eigenlijk de ontstaansgeschiedenis van deze prachtige dodenakker? Het is een beetje een morbide verhaal. Ik neem u even terug in de tijd, toen onder het bewind van Filips II in het jaar 1183, de eerste markthallen van Parijs werden gebouwd, aan de rand van het ‘Cimetière des Innocents’. Tweeëntwintig parochies borgen er hun doden. Het had de bijnaam van 'mange-chair', vleeseter, omdat de lichamen, zo ging het verhaal, er in een mum van tijd tot ontbinding overgingen. In een gat van tientallen meters diep, ingesloten tussen hoge muren, werden de lijken op elkaar gestapeld met een dun laagje zand erover, gewoon in de open lucht. Vijf eeuwen lang hing hier een lijkenlucht, afgewisseld met de geuren van kruiden en verse groenten. Rond 1780, toen de lijken twee meter boven straatniveau lagen opgestapeld, werd besloten om de beenderen en overblijfselen te vervoeren naar de catacomben van Denfert-Rochereau. Voor het 'vervoer' van de bijna twintigduizend karretjes gevuld met beenderen had men drie jaar nodig. Dag en nacht trok een bonte stoet door de straten van Parijs over de Seine naar de steengroeven van Tombe Issoire, nu het 14e arrondissement. Op 21 februari 1801 besluit het Parijse stadsbestuur dat geen enkele stadsbegraafplaats meer mag worden gebruikt. De regenten laten drie nieuwe begraafplaatsen openen, allen buiten de stadsmuren. Een in het noorden op de Mont Martis, een in het zuiden op de Mont Parnasse en een in het oosten op het oude domein van Mont Louis.  Maar de stadsplanologen bleken niet gezegend te zijn met een vooruitziende blik. Parijs breidt zich uit en een eeuw later liggen de drie kerkhoven opnieuw in de stad om nooit meer weg te gaan; 'de levenden halen de doden weer in'.



Wandelen over Père Lachaise krijgt een extra dimensie voor diegene die gevoelig is voor grafsymboliek

 

Het is de Franse architect Alexandre Théodore Brongniart, die de nieuwe begraafplaats aan de oostzijde van Parijs vorm geeft als een Engelse tuin, waar de grafmonumenten worden geplaatst tussen het weelderig groen. De eerste begrafenissen beginnen in mei 1804 en een jaar later krijgt de begraafplaats zijn officiële naam: Père Lachaise, genoemd naar de biechtvader van de Franse Zonnekoning: Père Françoise Lachaise d'Aix. De architect vindt hier in 1813 zijn laatste rustplaats (ligplaats 11e divisie), net als Baron Desfontaines (ligplaats 22e divisie), waarover het verhaal gaat, dat hij minder voor zijn landgoed ontving dan wat hij later voor zijn graf moesten betalen.

 


Père Lachaise lag ten tijde van de ingebruikname nog buiten de stadsgrens van Parijs. Aan het einde van de achttiende eeuw was het namelijk ook verboden om nog langer overledenen te begraven in kerkcryptes binnen de stadsgrenzen. Dat verklaart dan ook de vele minikerkjes, tempeltjes, die te vinden zijn op de oude begraafplaatsen van Parijs. De eerste grafkapel werd op Père Lachaise gebouwd in 1815. Het is die van de steenrijke Russische gravin Elisabeth Demidov Stroganov (ligplaats: 19e divisie). Dit mausoleum bestaat uit maar liefst drie etages. In de bovenste etage een beeltenis van de gravin die uitkijkt over haar eigen begraafplaats. Over dit graf gaat de volgende legende: diegene die er 365 dagen onafgebroken durft te verblijven, kan een som van twee miljoen roebels tegemoet zien. Het is onbekend of iemand ooit een poging heeft gewaagd. Op 25 juli 1824 volgde de eerste teraardebestelling in het zuiden op het kerkhof van Montparnasse en 1 januari 1825 opende het Cimetière de Montmartre officieel Cimetière du Nord. Andere gebruikte namen voor dit kerkhof waren Cimetière des Grandes-Carrières en Cimetière de la Barrière-Blanche.

 


Zou ik hier begraven willen worden? 

Onderzoek leert dat als je op Père Lachaise begraven wilt worden, je op het moment van overlijden in Parijs moet wonen. Een graf op Père Lachaise is niet goedkoop. De prijzen variëren tussen de tienduizend euro (aan de rand van de begraafplaats) en twintigduizend euro  (midden in een divisie) per graf, afhankelijk van de ligplaats. De grond is dan wel voor altijd jouw eigendom, want in Frankrijk mag een graf nooit worden opgeruimd. Graven die een eeuwigheidsduur hebben kun je herkennen aan de letters CAP, vaak gegraveerd op de achterkant van het graf. CAP staat voor 'Concession à Perpétuité' (vergunning voor de eeuwigheid). Wil je jouw as laten bijzetten in het columbarium dan is dat belangrijk goedkoper. Zo rond de vijfduizend euro voor vijftig jaar. Maar ik kan natuurlijk ook vragen of ze mijn urn zo maar ergens in een kleine grafkapel willen achterlaten?





Ik kan natuurlijk ook vragen of ze mijn urn zo maar ergens in een kleine grafkapel willen achterlaten


En dan passeer ik weer de volgende spreuk: “Wees welkom, gij stervelingen, heden ik, morgen gij”. Het is duidelijk Jean de la Fontaine spreekt mij weer berispend toe: “De dood verrast een wijs persoon nooit; deze is altijd klaar om te gaan”. En dat voerde mij naar Viva Mori. Naar een jong team van top specialisten zowel fiscaal, juridisch en praktisch speciaal voor mensen die hun nalatenschap professioneel en betaalbaar geregeld willen hebben. Ik realiseerde mij vooraf niet wat er komt kijken voor en na het overlijden, waardoor mijn dierbaren met problemen zouden achterblijven. Viva Mori gaf mij inzicht en gaven professioneel advies bij alle complexe zaken die spelen rondom het overlijden door oplossingen aan te bieden vanuit verschillende perspectieven. Mijn geliefden blijven nu goed en onbezorgd achter, mede dankzij een  overzichtelijk en betaalbaar adviestraject inclusief een compleet nalatenschapsdossier. Het nalatenschapsdossier is zo opgezet dat je zelf zoveel mogelijk kan aanpassen als je voorkeuren in de loop van de jaren veranderen De adviseurs komen persoonlijk bij je thuis en adviseren je in drie modules over medische keuzes, zorgkosten en schenken – nalatenschap en erfbelasting – verzekeringen, uitvaart en overdracht. 




Wil je meer weten neem dan gewoon contact met hen op: contact@vivamori.com of telefonisch 020-2105 555. Je nalatenschap gewoon goed en betaalbaar geregeld zonder dure adviestrajecten. Jean de la Fontaine knikt mij vanuit zijn graf in de 25e divisie vriendelijk toe.


maandag 31 januari 2022

FRUITS DE MER

Hèt lievelingsgerecht van vele Fransen waarvan de geschiedenis teruggaat tot de prehistorie. De oudst bekende consumptie van schaaldieren door de homo sapiens tot nu toe dateert van 164.000 jaar geleden. Resten daarvan werden gevonden in Zuid-Afrika. In 2011 werden in een grot in Torremolinos aan de oevers van de Middellandse Zee in Andalusië ook resten van schelpen gevonden die aangaven dat de Neanderthalers zo’n 150.000 jaar geleden al zeevruchten aten.

Echter 2 miljoen jaar geleden aten mannen aan de oevers van het Turkana-meer in Kenia en 500.000 jaar geleden aan de oevers van de Solo-rivier in Indonesie al weekdieren, vissen, waterschildpadden en krokodillen. Toen wisten ze al dat de hoge voedingswaarde van vis en zeevruchten goed waren voor de gezondheid.

 


Plateaux de Fruits de Mer conform brasserie La Lorraine Parijs - Photo La Lorraine


Van beroep écailler

Overal in Frankrijk, maar zeker in de grote steden waaronder Parijs, is het ambacht van de ‘écailler’ zichtbaar in gerenommeerde restaurants en grote brasseries. Je herkent de écailler meteen als je de zaak binnenkomt want zijn kraam staat bijna altijd aan de voorzijde van het restaurant. L’écaille is de oude naam die aan de oester werd gegeven. Zoek je écailler op in het woordenboek dan vind je ‘openen van oesters’ en ‘schubben van vis’. Een écaillère is een oesterverkoper. De écailler is dé specialist in zeevruchten en schaaldieren, maar zijn vakgebied is veel completer. Hij is in staat om visschotels samen te stellen die ware kunstwerken zijn, proeven met de ogen noemen ze dat in Frankrijk. De écailler maakt weliswaar deel uit van de witte brigade van het restaurant, maar werkt vaak alleen aangezien zijn ‘keuken’ ver verwijderd is van de werkplek van zijn overige collega’s. Zijn rol is essentieel want hij is verantwoordelijk voor een zeer groot onderdeel van de omzet van het etablissement.



Rabah Guechaud écailler van brasserie La Lorraine drievoudig 'Champion des Écaillers & 'Meilleur Écailler de France - Photo La Lorraine

De écailler heeft ook een diploma zoals CAP Poisonnier (Certificat d’Apitude Professionel de Poissonnier) of een BEP Poisonnier (Bac Professionel Poisonnier écailler). De opleiding is bedoeld voor jongeren tussen de 16 tot 30 jaar, die beginnen aan een vervolgstudie na de middelbare school of opnieuw beginnen aan een studie. Tevens is het een vereiste dat je stage loopt van minimaal twee jaar bij een visrestaurant, vishandelaar, -groothandel of – fabrikant. Je zit namelijk drie dagen op school en minimaal 2 dagen als stagiair. De opleiding duurt twee jaar gevolgd door een examen. Een écailler verdiend tussen de € 1435 en de € 2342 bruto per maand exclusief onregelmatigheidstoeslagen. Het salaris is ook afhankelijk van zijn professionele ervaring en de reputatie van het restaurant waar hij werkt.



De écailler selecteert de schaaldieren en bereidt ze voor - Photo La Lorraine
 

De vereiste vaardigheden zijn: Goede kennis van zeevruchten zoals herkomst, vismethode, cultuur en aanvoertijden. Hij selecteert de vis en bereidt ze voor (schoonmaken, fileren, in plakken snijden, enz.). Opent en kookt de schaaldieren. Definieert en zorgt voor de opmaak en decoratie van zijn kraam. Beschikt over een onberispelijke outfit, een goede fysieke conditie (meestal werkt hij staand in een koele omgeving) en draagt zorg voor alle geldende voorschriften en hygiënenormen. Maar het allerbelangrijkste is toch de opmaak. Prachtige etagères vol met alles wat de zee te bieden heeft; kreeft , langoustines, zeekrab, garnalen, twee soorten oesters, sint-jakobsschelpen, kokkels, scheermessen, mosselen, alikruiken en zee-egels, alles conform het koninklijk edict van 1759, maar daarover straks wat meer. Dit alles gepresenteerd op een ronde of ovale schotel, soms een dubbele of zelfs een driedubbele schotel met daarop een ijsbed van geschaafd ijs met daar weer op een bedje van zeewier of kelp (algen). Alles supervers gepresenteerd aangezien een lange presentatie de smaak van de zorgvuldig gekozen ingrediënten kan aantasten.

 

Photo La Lorraine


Als je schaaldieren optimaal wilt proeven dan is het aan te raden om de seizoenen te volgen zoals de maanden september tot en met april wanneer de R in de maand zit. Voor zee-egels komt het nog nauwer want ophalen hiervan is toegestaan tussen 1 november en 15 april aan de kust van de Middellandse Zee en van 1 december tot 30 maart aan de kust van Corsica. Het aanbod van de Fruits de Mer moet dus perfect aansluiten bij de seizoensinvloeden van de visproducten. Zeevruchten hebben de reputatie goed te zijn voor je gezondheid doordat ze verschillende sporenelementen bevatten, waaronder jodium, magnesium en vitamine B12. Niettemin moeten ze vers en onbeschadigd worden gegeten. Gebrek hieraan kunnen ernstige vergiftigingen en allergieën veroorzaken doordat microben, parasieten, zware metalen of andere toxines zich ophopen die niet zichtbaar zijn voor het blote oog. In Frankrijk serveren ze oesters in het bijzonder alleen in de maanden waar de R in voorkomt. Deze traditie komt voort uit een koninklijk edict van 1759, uitgevaardigd na talrijke dodelijke vergiftigingen aan het hof waarbij het leuren met vissen en oesters werd verboden van 1 april tot 31 oktober, in een tijd dat conservering door kou niet bestond en het transport uiterst traag verliep. Tegenwoordig kunnen oesters het gehele jaar gegeten worden omdat de transport- en conserverings-methoden zijn geëvolueerd, maar tijdens de warmere maanden (tussen mei en augustus) zijn ze volgens kenners vettig of melkachtig door de aanwezigheid van gameten (eitjes en sperma). Het edict was ook bedoeld om te voorkomen dat het broedseizoen werd verstoord.

 

Voor zee-egels is de vangst hiervan uitsluitend toegestaan tussen 1 november en 15 april aan de kust van de Middellandse Zee en van 1 december tot 30 maart aan de kust van Corsica - Photo La Lorraine


Van de kust naar de stad

Veel visproducten worden gekweekt of gevangen langs de Bretonse en Normandische kust. De noord-Franse kustwateren zijn rijk aan talloze soorten schaal- en schelpdieren. Dagelijks wordt de verse vangst midden in de nacht overgebracht naar Rungis. Zo'n 52 jaar geleden verhuisden de beroemde Parijse voedselhallen (Les Halles) naar het toenmalige dorpje, Rungis, ten zuiden van Parijs, hemelsbreed op 12 kilometer afstand van de Notre Dame. Een complex op 234 hectaren (468 voetbalvelden) verspreid over drie  gemeenten: Rungis, Chevilly-Larue en Thias. De ‘Marché Internationale de Rungis’ of de MIN genoemd telt zo’n 1283 bedrijven waarvan 486 groothandels. Er werken zo’n 12.000 medewerkers. Zij bedienen 20.400 inkopers die samen goed zijn voor een jaarlijkse omzet van ruim 9.0 miljard Euro (omzet 2020). Ter plaatse zijn 24 restaurants en cafés, een politiebureau, een brandweer-kazerne, een medisch centrum, banken, een ijsfabriek, een energiecentrale, een vuilverbrandingsinstallatie, los- en laadkades voor vrachtauto’s en  goederentreinen, een administratieve zone en zo’n 43 grote en kleine (voedsel)hallen. Overdag een spookstad met lege parkeerterreinen, ’s nachts een levendige metropool met verkeersopstoppingen, drukbezette restaurants en bezoekers uit heel Europa.

 

De vishal van de ‘Marché Internationale de Rungis’ 


Op de MIN zijn meerdere ‘pavillons’ per sector verdeeld over het immens grote terrein. Grofweg zijn er de volgende paviljoenen: ‘pavillon de la marée’ (vis en zeevruchten), ‘-de la viande’ (vlees), ‘-de la triperie’ (orgaanvlees), ‘-de la volaille’ (gevogelte en wild), ‘-du fromage’ (kaas en zuivel) ‘-des fruits et légumes’ (groente en fruit), ‘-des plantes’ (vaste planten), ‘-des fleurs’ (snijbloemen) en – ‘des producteurs” (locale groentetelers die hier hun productie verkopen). In Rungis wisselen tijdens de nachtelijke uren vele verse producten van eigenaar. Jaarlijks wordt er zo’n 1,5 miljoen ton aan vis, vlees, groente, fruit, en andere versproducten verhandeld. Maar liefst 18 miljoen Europese consumenten worden vanuit Rungis voorzien van verse voedselproducten, waarvan 12 miljoen in een straal van 150 km rond Parijs. Het komt er op neer dat ruim 20% van de Franse bevolking producten van Rungis afneemt. Zo ook Nederlandse bedrijven waaronder de Makro, Sligro en Hanos en diverse sterrenrestaurants.


In de vishallen begint de handel rond 02.00 uur en eindigt om 06.00 uur. Bij binnenkomst in de vishal word je overdonderd door de bedrijvigheid. Overal lopen mannen in witte pakken, het heeft op het eerste gezicht iets weg van een crimescène, maar dat is geenszins het geval. De handelaren zijn druk in de weer met het uitstallen van hun waar. Tientallen vorkheftrucks jakkeren door de hal met piepschuimen dozen vol verse vis op ijs. 



Honderdduizenden vissen, zowel zout- als zoetwatervis afkomstig uit alle windstreken, liggen in fel licht tussen het ijs te schitteren. Snoeken, witte tarbotten, tonijnen, zeeduivels, zonnevissen, sommige soorten zijn nog maar een paar uur geleden uit het water gehaald, andere hebben er al een reis vanaf de Stille Oceaan opzitten. Kratten vol met oesters, sint-jakobsschelpen en kreeften. Alles draait hier om versheid. Inkopers betasten en besnuffelen de vis. Steken hun neus in een opengesperde bek en testen met duim en wijsvinger de stevigheid van een ruggengraat. Een gids die mij rondleidt tijdens dit nachtelijk uur wijst verrukt naar een partij zeebaarzen en naar vlekkeloze witte tarbotten. Hij pakt een kleine zeebaars en wrijft over zijn rug. “Kijk deze heeft een knik in de staartvin, dat is kweek. In het wild ontwikkelen ze grotere staartvinnen. Kijk deze vissen, de staartvin groot, veerkrachtig, stevig, bijna alles wat op deze kratten ligt is wild”. Een stukje verder liggen de oesters, kreeften, krabben, langoustines en andere schelp- en schaaldieren. De Fines de Claires, Speciales, Belons, Belondines, Praires, Bigorneaux en Tourteaux, het kan niet op. Opvallend veel kratjes van Gillardeau, Gillardeau is zonder twijfel een van de meest gerenommeerde oesterkwekerijen in Frankrijk. Deze kwekerij wordt geleid door inmiddels de derde generatie, in de persoon van Gerard Gillardeau. Gillardeau heeft door de jaren heen van hun naam een internationaal merk gemaakt. Het familiebedrijf produceert oesters die uitsluitend de classificatie of applicatie ‘speciale oesters’ dragen. Dit gegeven stamt al uit het tijdperk toen de grondlegger Henri Gillardeau hier de scepter zwaaide.



Gerenommeerde restaurants hebben vaak eigen inkopers in dienst


Bestellingen klaar voor verzending

Mijn gids stopt bij een kratje sint-jakobsschelpen. Voorzichtig geeft hij met een nagel een tikje tegen het vlees van een opengemaakte schelp. “Even testen of het schelpdier nog wel leeft”. Onder de vishal liggen nog verborgen schatkamers , ‘les viviers’. In grote bakken worden daar schaaldieren, zoals kreeft en krab, levend bewaard. Vanaf 06.00 uur vertrekken de bestelwagens richting Parijs om de verse vis vòòr de verkeersdrukte en de opening van de winkels en restaurants te kunnen leveren.

(Met dank aan Joan Mols, mijn gids van die nacht)


Vanaf 06.00 uur vertrekken de bestelwagens richting Parijs om de verse vis vòòr de verkeersdrukte en de opening van de winkels en restaurants te kunnen leveren

 

Een van die restaurants is La Coupole aan de boulevard Montparnasse. Bij La Coupole wordt zo’n 100 ton oesters per jaar geconsumeerd en dat al sinds de openingsnacht van 20 december 1927. Oesters en verse zeevruchten zijn een integraal onderdeel van de brasseriemenu’s sinds de Elzasser Frédéric Bofinger de eerste opende in een oud kolenmagazijn in de buurt van de Bastille in 1864. Het was een tijd dat de spoorwegen voor het eerst verse levensmiddelen begonnen te vervoeren, waaronder zeevruchten, naar de eeuwig hongerige Franse hoofdstad. Enkele jaren daarvoor beschreef Urbain Dubois in zijn ‘Cuisine Classique’ uit 1856 over langoustines die gelaagd werden gedrapeerd in de vorm van een kruisbloem boven op een voetstuk en andere uitgebreide sculpturen van zeevruchten. Versierd met garnalen of gehakte groenten en omzoomd met rivierkreeften die met boter op de structuur werden geperst. Het boek bevatte ook een recept voor het serveren van rauwe oesters, waarbij de kok werd geïnstrueerd om ze pas op het laatste moment te openen en op een schaal of een opgevouwen servet te schikken, met citroen en mignonette saus gemaakt met gehakte sjalotten, gekraakte peper en azijn en toast met boter.

 

Dehillerin aan Rue de Coquillière levert al meer dan 200 jaar keukenspullen aan restaurants



Zo’n plateau Fruits de Mer is een lust voor het oog. Van oudsher halen Franse chefs hun materialen bij E. Dehillerin aan Rue de Coquillière. Deze bijzondere winkel is al sinds 1820 gevestigd op dit zelfde adres en levert al meer dan 200 jaar keukenspullen aan restaurants en kookenthousiastelingen. Afhankelijk van de hoeveelheid zeevruchten die worden geserveerd, kiest de écailler het aantal schalen. De schalen worden op elkaar gestapeld en verbonden met een stalen standaard. De meeste écaillers maken gebruik van aluminiumschalen; deze houden de temperatuur van het ijs het beste vast.

 

De beste adressen

Als laatste adviseer ik je, zonder volledig te zijn en in willekeurige volgorde de beste adressen.


Het prachtige interieur van La Coupole

 

La Coupole

Allereerst La Coupole. Ooit een opslagplaats voor kolen en hout. De onderaardse gangen dwongen de architect om de grootste eetzaal van Parijs te voorzien van 24 pilaren. 32 kunstenaars uit de buurt van Montparnasse werden vervolgens benaderd om de pilaren te beschilderen. Eten in La Coupole is een belevenis. Dit restaurant is nog steeds de ontmoetingsplaats voor talloze beroemde mensen uit de wereld van politiek, literatuur, kunst, zang en dans. Een gevleugelde uitspraak in Parijs is "regeringen worden gevormd in Lipp, ze vallen in la Coupole". Zacht groene wanden, prachtig mozaïek op de vloer en je eet nog steeds van het art-déco servies. 91 mensen vormen de zwarte en 43 de witte brigade. Het 800 m² grootte restaurant telt 450 plaatsen gesitueerd rondom een monumentaal kunstwerk 'la Terre' van Louis Derbré'. Vooral als visliefhebber kom je hier aan je trekken met specialiteiten als de plateau Fruits de Mer, of de hommard grillé flambé au whiskey, maar ook voor een uitstekende chateaubriand ben je hier aan het juiste adres. Prijzen van de Fruits de Mer vanaf € 26 tot € 85

Boulevard du Montparnasse 102, 14e arrondissement, metro Vavin.



In 2017 won de écailler van dit restaurant, Rabah Guechoud, maar liefst voor de derde keer de titel van ‘Champion des Écaillers de Île-de-France - Photo La Lorraine


La Lorraine

La Lorraine opende zijn deuren in 1919 aan de place des Ternes. Het etablissement heette toen nog Café des Négociants en werd aangekocht door François Pouillages, een hout- en kolenhandelaar. Zijn vrouw werkte al in het restaurant. In 1924, na een grondige renovatie  en verbouwing veranderde de naam in La Lorraine, als eerbetoon voor het heroveren van Lotharingen op de Duitsers, na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Ook hier waren veel beroemdheden te vinden. Dit kan met name worden verklaard door de nabijheid van het Théâtre de l'Empire, Salle Wagram en de Salle Pleyel. Zo zagen we er beroemdheden als Charlie Chaplin , Jean Gabin of zelfs Clint Eastwood, die hun tafel reserveerden bij La Lorraine. In 2017 won de écailler van het restaurant, Rabah Guechoud, maar liefst voor de derde keer de titel van ‘Champion des Écaillers de Île-de-France’. In 2004 werd het restaurant opnieuw gerenoveerd door Jean-Pierre Heim. De originele oesterbank van graniet en roestvrij staal is prachtig gerestaureerd, nieuwe fresco's van Pierre Bonnefille en kristallen kroonluchters van Saint-Louis werden geïnstalleerd. Tijdens de restauratie werkzaamheden werd een origineel mozaïek ontdekt op de vloer van de ingang. Prijzen van de Fruits de Mer vanaf € 22 tot € 92

Place des Ternes 2, 8e arrondissement, metro Ternes.



Bofinger, deze brasserie een van de drukst bezochte brasseriën van Parijs - Links de ingang naar de mooiste toiletten van de Marais
 

Bofinger

In 1864 opende Frédéric Bofinger op nummer 5 van de rue de la Bastille, naar het schijnt de eerste gelegenheid waar bier uit het vat werd geserveerd. Met zijn fraaie azuurkleurige koepel van glas in lood, versierd met enorme bloementrossen, sierlijke ingelijste spiegels en gepatineerde houten muren, is het een genot om hier te dineren. Lange tijd is Bofinger een verplichte pleisterplaats voor de hele politieke klasse, kunstenaars en acteurs. Door de toenemende populariteit van de wijk rond place de la Bastille en de opening van de nieuwe Opéra de la Bastille in 1989, blijft deze brasserie een van de drukst bezochte brasseriën van Parijs. Mede dankzij de kwaliteit van de Elzasser keuken en wijnen. Voor het restaurant staat een zogenaamde "banc de huîtres" waar de écaillers buiten de schalen prepareren vol met schaal- en schelpdieren. Plateaux Fruits de Mer, bestaande uit oesters en hoornkreeft uit de kuststreek van Bretagne, spinkrab, garnalen, mosselen, zeeoren, venusschelpen, kokkels en coquilles. En dat gecombineerd met een eenvoudige Chasselas, Sylvaner of een mooie Pinot Noir. Maar je kunt er ook terecht voor zuurkool; ‘choucroute spéciale Bofinger’ met een edele Riesling, Tokay of een kruidige Gewűrtztraminer allen afkomstig uit een van de 110 erkende wijngemeenten in de Elzas. Vergeet vooral niet voor het weggaan een van de mooiste toiletten te bezoeken van de Marais. Prijzen van de Fruits de Mer vanaf € 29 tot € 79

Rue de la Bastille 5-7, 4e arrondissement, metro Bastille.


 


Het rijke interieur van Le Boeuf sur le Toit


Le Boeuf sur le Toit

Het is zeker geen straat die je bezoekt tijdens een wandeling door Parijs. Maar voor het daar gesitueerde restaurant is de rue du Colisée zeker een omweg waard. Een restaurant met een ietwat vreemde naam; Le Boeuf sur le Toit. Het kwam in handen van Jean Paul Bucher in 1985, die de zaak grondig verbouwde in een art-déco stijl die doet denken aan een luxe eetzaal van een cruiseschip. Geslepen spiegels, enorme lampen in geometrische vormen. Onlangs heeft het restaurant weer een nieuwe face-lift gekregen. Het bijzondere interieur is gebleven, alleen zijn de banken en stoelen voorzien van een lichtere stof, net als de wanden. Bij binnenkomst passeer je 'les écaillers', de specialistische bereiders van de coquillages en de Fruit de Mer. Op drukke dagen is er altijd een voiturier aanwezig, iemand die je auto parkeert, indien nodig. De straat ligt op loopafstand van de Champs Elysées en het befaamde Lido. Prijzen van de Fruits de Mer vanaf € 65 tot € 140

Rue du Colisée 34, 8e arrondissement, metro Saint Phillipe du Roule.

 

Á la Marée in Rungis


Á la Marée

Als laatste mijn favoriet, niet vanwege het interieur maar vanwege zijn authenciteit. Gelegen tegenover de megagrote vishallen van Rungis kun je hier 24 uur per dag, 7 dagen in de week terecht. Maar om echt de sfeer van de buik van Parijs te proeven moet je gewoon hier gaan eten tussen 02.00 en 06.00 uur ’s nachts. Á la Marée. Deze gastronomische instelling op de markt van Rungis wordt al sinds 1974 gerund door de familie Le Puys, afkomstig uit Bretagne en is een van de 24 restaurants op het marktterrein. Twee aparte zalen, twee sferen en twee verschillende menu's, een traditionele brasserie met 160 zitplaatsen en een gastronomisch restaurant  met 80 zitplaatsen. Het is een bijenkorf die zowat iedereen ontvangt, en dat is niet de minste van de charmes van dit historische adres. Rungis-medewerkers, marktklanten fijnproevers of gewoon nieuwsgierigen, er is altijd een menigte om te genieten van de zeevruchtenschotels, een rog met hazelnootboter, gegrilde zeebrasem, coquilles à la provençale, een mille-feuille van kabeljauw met citroencrème of een gegrilde kreeft met witte botersaus. Het vlees wordt niet vergeten; een gebakken ribsteak of een gegrilde kalfsnier.....  al deze producten zijn uiteraard van een onberispelijke versheid. Dit alles maakt dit restaurant tot de onmisbare ontmoetingsplaats van de  ‘Marché Internationale de Rungis’. Prijzen van de Fruits de Mer vanaf € 90 tot € 134 (2 personen).

Place des Pêcheurs 2, 94569 Rungis.

 


Nog een spreuk ter afsluiting van deze blog:

Oesters zijn de meest delicate, verfijnde zeevruchten. Ze blijven dag en nacht in bed. Ze werken en sporten niet, ze drinken ongelooflijk veel en wachten rustig af tot het eten naar hen toe komt.

Hector Bolitho, schrijver.