Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

maandag 1 februari 2021

WERELDSE KUNST IN PARIJS

'Spraychild'

Vorig weekend trok een artikel van journaliste Isa de Laat met de kop ‘Wereldse Kunst’ mijn aandacht. In Amsterdam zou het grootste street art-museum ter wereld staan; STRAAT. Maar het grootste street art-museum is toch echt te vinden in Parijs. Het is weliswaar niet gevestigd in een gebouw maar op muren in het 13e arrondissement. Jérôme Coumet, de 52-jarige burgemeester van het 13e arrondissement kwam een aantal jaren geleden met een bijzonder initiatief. Hoewel dit arrondissement tal van historische gebouwen bezit, zoals de 17e-eeuwse Manufacture des Gobelins, wordt de omgeving gedomineerd door saaie en vaak lelijke jaren 1960 en 1970 woonprojecten voor kansarmen, inclusief immigranten uit Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Om kunst buiten musea te stimuleren en te zorgen voor een verbetering van de levenskwaliteit voor de bewoners, is Coumet een samenwerking aangegaan met Galerie Itinerrance en een aantal Franse- en internationale street art kunstenaars, om reusachtige muurschilderingen uit te laten voeren op meerdere muren en gebouwen in zijn arrondissement. Het idee leunt op verhuurders en scholen die vrijwillig hun buitenmuren ter beschikking stellen voor straatkunst. De deelnemende kunstenaars worden door het stadhuis gratis voorzien van steigers en materiaal, tevens worden ook hun reiskosten vergoed. Bewoners krijgen drie ontwerpen in hun brievenbus en mogen gezamenlijk een keuze maken welk design het beste bij hun gebouw past.

 

Wereldhoofdstad van de straatkunst

Het klinkt raar maar Parijs is de wereldhoofdstad van de straatkunst. Nergens ter wereld is het aantal kunstenaars hoger. Geschat wordt dat urban art of street art alleen al goed is in Frankrijk voor een omzet van zo’n slordige 150 miljoen euro per jaar. Urban Art kreeg zo rond mei 1968 bekendheid in Frankrijk. De periode bekend van de studentenopstand, de Parijse studentenrevolte genaamd. Maar de beweging is 'officieel' in de vroege jaren 1980, onder invloed van onder meer de modeontwerpster Agnès B tot volle bloei gekomen.

 

Street art 13 - Alexandre Manuel Dias Farto, 'untiteld'


In Parijs vindt je op onverwachte plaatsen vaak prachtige 'graffity pieces' die zonder dat wij het weten zijn aangebracht door wereldberoemde graffitikunstenaars waaronder Cope 2 (zijn echte naam is Fernando Carlo) Banksey, Fairey, Jef Aerosol, Speedy Graphito en Rero. Vandaag de dag wordt street art gezien als kunst, gevoed door grote retrospectieven in het Londense Tate Modern, het Los Angeles Museum of Contempory Art, het Palais de Tokyo en zelfs in het Grand Palais, waar in 2009 de befaamde tentoonstelling T.A.G. (Tag and Graff) werd georganiseerd door de Franse collectioneur van street art, Alain Dominique Gallizia. Gallizia is een gevierd Frans architect, woont en werkt in boulogne Billancourt, en een gepassioneerd verzamelaar van graffiti-kunst. TAG toonde 300 werken van meer dan 150 graffitikunstenaars uit de gehele wereld. De tentoonstelling werd georganiseerd onder het beschermheerschap van Christine Albanel, de toenmalige minister van Cultuur en Communicatie. Het is dan ook geen wonder dat de grootste en beste galeries gespecialiseerd in street-art te vinden zijn in Parijs, waaronder Galerie Perrotin (3e), Galerie Jerôme de Noirmont (8e), Galerie Itinerrance (13e) en Galerie du Jour (4e en eigendom van Agnès B.)

 


Montmartre

Het Parijse veilinghuis Artcurial was de eerste in de wereld om een veiling te houden uitsluitend gewijd aan street art. Niet zo gek, aangezien een werk van de Britse graffity kunstenaar 'Banksy,' gemaakt samen met Damien Hirst, de lieve som van $ 1,9 miljoen op bracht. Een ander werk van Banksy werd legaal uitgesneden uit een muur door de eigenaren van een Londens pand en geveild in London voor de som van $ 1,1 miljoen. En op 24 juni 2018 werd de nooddeur van het Bataclan theater in de nacht compleet uit zijn hengsels getild. Oorzaak. de nooddeur was voorzien van een gestencilde muurschildering van Banksy, een beeld van een in rouw gesluierde vrouw als ode aan de slachtoffers van de november 2015 aanslagen in Parijs. Gelukkig werd het kunstwerk afgelopen zomer teruggevonden in een boerderij in Italië. En dan het verhaal dat nog steeds vers in ons geheugen staat gegrift: Je koopt een beroemd kunstwerk op de vermaarde Sotheby's Contemporary Art Evening Sale, en nog geen seconde later verdwijnt je net aangekochte schilderij voor de ogen van alle aanwezigen in snippers door een shredder. Dag kunst, dag schilderij. Het schilderij, een portret van een meisje dat reikt naar een felrode hartvormige ballon, gemaakt door de wereldberoemde en nog steeds mysterieuze Banksy (het pseudoniem van de Britse kunstenaar Robin Gunningham – let wel dit is nooit officieel nooit bevestigd). Tijdens de veiling werd een winnend bod van ruim 1 miljoen Engelse ponden telefonisch doorgegeven ver boven de geschatte pre-veiling van 300.000 pond. Maar net nadat de hamer was gevallen, werd het schilderij gedeeltelijk versnipperd, vermoedelijk door een op afstand geactiveerd mechanisme binnen het frame. Het beroemde werk verscheen hierdoor in reepjes uit de bodem van het schilderij.


Banksy op de nooddeur van Theatre Bataclan  - 'Hommage Charlie Hebdo'
 

Street art; kunst of vervuiling

De tijd dat graffiti met vandalisme werd geassocieerd is allang verstreken. Toch zijn de meningen daarover verdeeld. Het onderscheid tussen graffiti (niet toegestaan) en kunst die de stad kan verfraaien is moeilijk te maken wanneer er jaarlijks miljoenen worden uitgegeven om de muren schoon te houden. Zie hier het dilemma van een stad als Parijs. Ondanks de hoge boetes, die op kunnen lopen tot  € 30.000, of een gevangenisstraf die kan oplopen tot 2 jaar, (volgens een wet uit 1994) voor het schenden van officiële monumenten, worden per jaar in Parijs zo'n 200.000 vierkante meter door straat kunstenaars in het geheim beschilderd. De stad Parijs telt drie particuliere ondernemingen die dag in dag uit bezig zijn met het verwijderen van illegale graffiti in de stad. Het ongevraagd beplakken van muren met ‘stencils’ kost de kunstenaar, indien betrapt, een boete van € 3.750

Het woord "graffiti" betekent "ingekraste tekeningen" en is de meervoudsvorm van het Italiaanse woord graffito, verwant aan graffio (schram) en het werkwoord graffiare (schrammen). Graffiare staat via het Latijn in verband met het Griekse werkwoord γράφειν (graphein, inkrassen, schrijven, graveren) (bron: wikipedia).


EK Sreet Art

Graffiti werd zo'n veertig jaar geleden geboren in de donkere straten van vervallen steden in Noord-Amerika en met name New York. Voor  jongeren, die rondhingen in deze doolhoven, was het schilderen van hun naam op een muur de bevestiging van een nieuwe symbolische identiteit. Die handtekening werd een tag genoemd, vaak groots uitgewerkt in twee kleuren. In New York werd de viltstift al snel vervangen door de spuitbus en de metrotreinen van de Subway werden gezien als de ideale drager om een miljoenen-publiek te bereiken. Begin jaren 80 waaide graffiti over van New York naar verschillende Europese steden. Mede door toedoen van de Frans-Amerikaanse straatartiest genaamd Philippe Léhman, ook wel bekend als Bando die in 1980 de New York graffiti stijl introduceerde in Frankrijk. 

Graffiti op straat wordt meestal aangebracht met behulp van spuitbussen met verschillende kleuren verf. Het zijn vaak korte teksten en afbeeldingen, variërend van tags (korte parafen waaraan de maker door zijn collega's wordt herkend) tot pieces (grotere, met kunstzinnig gevoel uitgevoerde afbeeldingen). Vaak ziet men tientallen tags die dicht bij elkaar zijn neergezet. Er zijn duidelijke stijlen te herkennen in een ondergrondse graffiti-subcultuur. Vrijwel overal tref je graffiti aan. Graffiteurs zoeken soms moeilijk bereikbare plaatsen op en lopen daarbij het risico van bijvoorbeeld valpartijen, aanrijding of elektrocutie. De pakkans is op veel locaties niet groot, maar als er langdurig geverfd wordt, is het gebruikelijk dat er wachtposten staan. Het spuiten verloopt doorgaans zeer georganiseerd, waarbij een persoon de contouren spuit, en anderen de invulling met verschillende kleuren voor hun rekening nemen, terwijl er ook wacht wordt gehouden. Buitenstaanders ervaren graffiti vaak als losbandig, ongebonden, straatbeeld vervuilend, of zelfs als vandalisme. Anderen zien graffiti als een tactiek van identiteitslozen om een eigen identiteit te krijgen. Door de illegaliteit en losbandigheid wordt graffiti ook ervaren als een spelletje met de autoriteiten. 


Graffitty artist aan het werk in de rue Dénoyez, 20e arrondissement


Street art guide to Paris

Parijs kent vele plaatsen met straatkunst in een veelheid aan technieken; tags, blaze letters, stencils, collages, mozaïeken, fresco’s en sculpturen. Mijn collega Stéphanie Lombard schrijft in haar gids, uitgegeven door uitgeverij Lannoo, onder de titel, ‘Street art guide to Paris’ (ISBN 978 94 014 698 21) over de cultuur en de technieken en laat Parijse straatkunstenaars aan het woord. Ook geeft ze tips over exposities, festivals, boekwinkels en restaurants die op de route liggen. Het boekje voert je langs verschillende straatkunstroutes door verschillende arrondissementen en buitenwijken van de stad Parijs.  € 18,99


Cover street art guide to Paris - C+S en Missgreen_grenouille


Miss Tic

Zelf ben ik een groot liefhebber van de stencilkunst. Stencil-graffitti is een vorm van graffitti die gebruik maakt van collages gemaakt van papier, karton of andere media maar ook het aanbrengen van verf over een sjabloon. Onder graffitikunstenaars zeer populair omdat ze zeer snel aangebracht kunnen worden en vele malen kunnen worden gereproduceerd. Een geliefkoosde manier om (onder andere) propagandistische boodschappen over te brengen. Bijvoorbeeld de stencilkunst van Miss Tic die ik voor het eerst ontdekte in het 13e arrondissement op de Butte-aux-Cailles. Miss Tic is een Franse kunstenares geboren in 1956 in Montmartre. Ze is vooral bekend om haar stencils van donkerharige vrouwen in combinatie met poëzie. Haar eerste tentoonstelling was in de Librairie Épigramme in 1986. Inmiddels is zij een Urban Art Icon en voor de oplettende kunstliefhebber is haar werk inmiddels overal in Parijs te ontdekken. In Ménilmontand, Montmartre, Le Marais, Montorgueil en la Butte-aux-Cailles waar ze ook haar atelier heeft. Maar niet alleen daar; haar werk is opgenomen in de collectie van ‘le Fonds municipal d'art contemporain de la Ville de Paris’ en het Albert museum in London. Tevens zijn haar afbeeldingen gebruikt door modehuizen waaronder Kenzo, Comme des Garcons, Ucar en Louis Vuitton. Terwijl haar stencils nauwgezet worden voorbereid, zijn haar eigenzinnige teksten vaak impulsief geschreven, voorzien van woordspelingen met een feministische connotatie.


Miss Tic - Buttes aux Cailles
 

Kamlaurene

Of de stencils van Kamlaurene, Het is nog niet zolang geleden dat ze overal opdoken, deze kleine intrigerende personages. In Berlijn, in Lissabon en in Parijs. Vaak op de straathoeken naast het straatnaambord in een frontale positie met een intense en doordringende blik. Ze onderzoeken, observeren. Attent, welwillend, maar wie zijn zij? Wat willen ze? Wat verwachten ze van ons? De keuze, waar geplaatst, is altijd erg harmonisch, stijlvolle figuurtjes poëtisch geïntegreerd in de stedelijke scenery. Kamlaurene staat voor een fusie van twee geliefden in Parijs; Kam en Laurene. Sinds 2014 observeren zij al uw bewegingen in Parijs. Het idee hierachter is ook weer ontsprongen aan het brein van een eigenzinnig kunstenaarscollectief.


 Kamlaurene



Banksy

In 2004 vermomde stencil kunstenaar bij uitstek, Banksy, zich en bezocht het Louvre, waar hij op een van de muren zijn subversieve kunst, een eigen versie van de Mona Lisa, ophing. Vergelijkbaar met het origineel behalve het gezicht, dat hij door een gele smiley had vervangen. Dit kunstwerk is nog steeds in het bezit van het Louvre. Straatkunst, street art van Banksy is te vinden in de rue Victor Cousin (5e), bij nr. 41 avenue de Flandre (19e), rue Maitre Albert (5e), rue Rambuteau (3e), rue du Mont Cenis (18e), 2 Rue des Hospitalières Saint-Gervais (4e), Pont Rouelle - RER viaduct (16e) en bij Porte de la Chapelle (18e): Een jong zwart meisje spuit een roze behangpatroon over een hakenkruis op een muur. Naast haar een slaapzak en een teddybeer, in een poging haar pleisterplaatsje gezelliger te maken. Dit wordt gezien als een van zijn meest politieke muurschilderingen. Restanten van dit zwaar beschadigde kunstwerk zijn te vinden op een muur in het noorden van Parijs naast een officieel vluchtelingenverblijf dat in maart 2019 werd gesloten, ondanks protesten van de socialistische burgemeester van de stad, Anne Hidalgo.



John Hamon

Niemand kent John Hamon. Toch kent elke Parijzenaar zijn gezicht. Simpel door zijn gezicht al 20 jaar lang te exposeren op vele muren en op de raarste plekken in Parijs. Tot op heden zijn posters van hem verschenen in 33 landen en 77 steden. John Hamon is een mysterie, en ja het is zijn echte naam. John Hamon is een van de meest herkenbare gezichten in de stad geworden met één enkel portret. Een man met een draad omrande bril, een warrig hoofd met een goofy grijns op zijn gezicht. Het is een foto van zijn paspoort toen hij 19 jaar was, en ja dat is zijn echte gezicht. Inmiddels is John Hamon de beroemdste man van de hoofdstad geworden. Op Instagram heeft hij duizenden volgers en heeft slechts een zin achter zijn profiel staan: “C'est la promotion qui fait l'artiste ou le degré zéro de l'art“ – Het is de promotie die de artiest maakt of de nulgraad van de kunst. John Hamon is kunstenaar en woont in Parijs, maar niemand kent John Hamon.



 Gregos

Gregos

De in 1972 geboren Gregos, opgegroeid in de noordelijke voorsteden van Parijs. Begonnen met graffiti  in de late jaren '80, heeft hij nu een bijzondere kunstvorm ontdekt om zijn tag in Parijs achter te laten. Met behulp van een zelf verzonnen 3D-concept creëerde hij een kopie van zijn gezicht, met verschillende humeuren, die hij vervolgens lijmt op de muren van Parijs. Elk gezicht is een afdruk van hoe hij zich voelt die dag. Inmiddels zijn meer dan 800 van zijn gezichten geïnstalleerd, in Parijs, maar ook in andere steden van Frankrijk en de wereld.

 

Invader

Invader

Invader is het pseudoniem van een bekende Franse stedelijke kunstenaar, geboren in 1969, wiens werk is gebaseerd op de ruwe pixels van een uit 1970 stammend 8-bit video game van Taito genaamd Space Invaders. Zijn werk bestaat uit een mozaïek van vierkante keramische tegels. De eerste mozaïek van Invader dook op in het midden van de jaren '90 en werd geïnstalleerd in zijn thuisstad en vervolgens volgden andere steden in Frankrijk. Inmiddels zijn zijn tags gezien in 60 steden, verdeeld over 30 landen. Hij documenteert elke interventie in een stad als een ‘Invasion’, en heeft boeken en kaarten van de locatie van elk van zijn straat-mozaïeken gepubliceerd. Hij is ook bekend om zijn QR code mozaïeken die hij omschrijft als ‘Rubikcubism’. Gemaakt met behulp van gewone zwart-witte tegels, kunnen de patronen worden gedecodeerd met behulp van speciale apps die op smartphones worden geïnstalleerd. Een gedecodeerd bericht leest "Dit is een invasie". In juni 2011 markeerde Invader de installatie van zijn 1000e werk in Parijs met een tentoonstelling in La Generale getiteld ‘1000’. 2692 Space Invaders zijn inmiddels wereldwijd geplaatst, die bestaan uit circa 1,5 miljoen keramische tegels. Invader werkt incognito, vaak gemaskerd en grotendeels 's nachts. Om zijn anonimiteit te bewaken, draagt hij een masker bij interviews. Hij beweert dat slechts een paar mensen zijn echte naam en zijn gezicht kennen. Zijn ouders denken nog steeds dat hij werkt als tegelzetter in de bouw.

Monsieur BMX
 

Monsieur BMX

In 2011 ontdekte monsieur BMX straatkunst door middel van graffiti. Al snel besluit kunstenaar Krevit uit Montpellier om muren te decoreren anders dan met tags door terug te keren naar zijn eerste liefde de BMX. Een kinderdroom die hem altijd heeft bezig gehouden. Sindsdien verzamelt de kunstenaar oude BMX fietsjes om zijn artistieke voetafdruk te maken. Aangepast aan zijn behoeften, worden zijn installaties voornamelijk op de muren van zijn geboorteplaats geïnstalleerd, maar ook in Parijs, New York of Brussel. 

Waarom zie je vaak graffitti hoog geplaatst op de muren? Simpel; alles onder de vier meter is de verantwoording van de gemeente Parijs, alle straatkunst daarboven is de verantwoording van de eigenaren van het pand. Deze hooggeplaatste kunstwerken zijn ook minder onderhevig aan vandalisme.

 

Belleville; Ben 'se méfier des mots' - Jean le Gac (l)


Op ontdekkingstocht

Plaatsen die je zeker niet mag missen, als je inmiddels net zo gek bent op Urban Art bent als ik, zijn te vinden in Belleville. Aan de noordkant van het 20e arrondissement bij het metrostation Belleville, gaan we rechts de rue de Belleville in. Een oplopende straat vol met Chinese uithangborden. Een stukje verder, ter hoogte van nummer acht, twee oude kroegen. Het honderd jaar oude Au vieux Saumur en La Folie Dénoyez, een plaats waar in 1830 al werd gedanst (bal public). Hier ligt de meest kleurrijke straat van Parijs; de rue Dénoyez. Het gebied, 156 meter lang fungeert als een 'openluchtmuseum', omdat graffiti-kunstenaars hier permanent vrij hun gang mogen gaan. De politie treedt hier niet op tegen de graffitispuiters en vrijwel dagelijks worden hier nieuwe grote werken aangebracht. Links ligt de rue Ramponeau, een straat die nog staat voor het oude Belleville. Hier vind je tal van Joodse restaurantjes, kroegen en kruidenierszaken. Even verderop, op nummer 23, la Forge, een oude fabriek, gered van de sloop, die nu dienst doet als kunstenaarscollectief. Een stukje verder de Place Fréhel met twee gigantische muurschilderingen; een van Jean le Gac en de ander een kunstwerk van de kunstenaar luisterend naar de naam Ben. Neem eens even plaats op de bankjes om dit bijzondere kunstwerk ‘se méfier des mots’ (wees op uw hoede met woorden) te bekijken. Vervolgens de derde zijstraat rechts, de rue Piat met een prachtig uitzicht over de stad en fraaie kunstwerken dankzij twee belangrijke spelers in de scéne van de Parijse straatkunst; de l’Association Art Azoï (zie website) en het gemeentehuis van het 20e arrondissement.

 


Buttes aux Cailles - EK Street Art

Het 13e arrondissement is niet echt in trek bij de toeristen en dat is een vergissing. Het 13e kent veel verrassingen waar ik al in diverse blogs aandacht aan heb besteed. Het zwaartepunt van dit arrondissement ligt rond de place d’Italie, toegegeven, niet het mooiste plein. Maar het is een goed beginpunt voor diverse wandelingen. Zoals de Butte-aux-Cailles – de kwarteltjesheuvel (klik hier voor de wandeling). Deze heuvel op 63 meter hoogte, is alleen voor insiders en liefhebbers van street art. Er heerst een plattelandssfeertje en de scheef geplaveide steegjes en lage huisjes voeren een verbitterde strijd tegen de lelijke betonnen torenflats van de sector Italie en La Glacière. Een wijk waar Haussmann (gelukkig) zijn stempel niet op heeft gedrukt.


 Street Art 13 - Jana en Js

Een compleet andere wandeling, langs de mooiste muurschilderingen van het project ‘Street Art 13’, vind je een blog die ik schreef op 3 februari 2019 (klik hier voor de wandeling). Op het metrostation place d’Italie, lijn 5, 6 en 7 stappen we over op lijn 6 richting Nation. Hier gaat de metro bovengronds boven de boulevard Vincent Auriol. Links en rechts zie je al diverse muurschilderingen die we tijdens onze wandeling van dichtbij gaan bekijken. We stappen uit bij de tweede halte, metrostation Chevaleret tevens het begin van onze wandeling. Een wandeling die voert langs meer dan 25 kunstwerken met uitleg over de kunstenaars. 


Street Art 13 - D*face, 'Turncoat' en ‘Love won’t tear us apart’

In het 11e arrondissement, op de zijwand van het café Charbon aan de rue Oberkampf 107, een bijzonder initiatief van Le M.U.R.  Een Franse vereniging; ‘Association LE M.U.R Modulable Urbain Reactif’, opgericht in 2003 met als doel de hedendaagse straatkunst te bevorderen. Elke twee weken verschijnt hier een nieuw kunstwerk op een muur van 3 x 8 meter. Het eerste kunstwerk in 2003 was van de Franse kunstenaar Gerard Zlotykamien, geboren in 1940 en samen met Daniel Buren en Ernest Pignon-Ernest, een van de initiatiefnemers van Urban Art in Frankrijk. Inmiddels zijn er al honderden (legale) muurschilderingen annex kunstwerken verschenen.


Rue Oberkampf - Le M.U.R.

Een gelijkwaardig initiatief is ontstaan in 2010, ‘3 Murs’, gerund door het Hôpital-Saint-Louis, Faubourg-du-Temple en het stadhuis van het 10e arrondissement.

Door het stadhuis zijn zeven muren gereserveerd voor kunstenaars die op kosten van de gemeente en uitsluitend op uitnodiging, de volgende muren mogen voorzien van kunst:

24 rue Alibert

10 rue Jacques-Louvel-Tessier (i.s.m. ARERAM)

Rue d’Aix

40 rue Sambre-et-Meuse

99 rue Faubourg-du-Temple

38 rue Saint-Marthe

24 rue des Récollets


Het woonhuis van Serge Gainsbourg, rue de Verneuil 5bis in het 7e arrondissement - Jo Di Bona

 

Natuurlijk mag je het voormalige woonhuis van Serge Gainsbourg niet overslaan. Een bedevaartsoord en een legaal geliefd object voor graffitikunstenaars en aanbidders van deze zeer controversiële Franse chansonnier. Je vindt zijn huis in het 5e arrondissement aan de rue de Verneuil 5bis in het 7e arrondissement.


'Gainsbourg for ever'
 

Een van mijn favoriete wandschilderingen is 'Shuuuttt!!!' van Jef Aerosol op de wand van het IRCAM (het 'Institut de Recherche et Coordination Acoustique Musique'). Inderdaad, de cover van mijn boek ‘Ongewoon Parijs’. Met op de voorgrond de Stravinsky fontein gemaakt door Nikki de Saint Phalle en Jean Tinguely op de place Igor Stravinsky. Dit 's zomers zonovergoten plein wordt omgeven door gezellige terrassen, zitbanken rondom de fontein (let wel goed op de windrichting), de laat middeleeuwse Église Saint Merri en het Centre George Pompidou. Prachtig is het contrast tussen de middeleeuwse gargouilles  (waterspuwers) van de Saint Merri, met de in 2011 vervaardigde  wandschildering.


Jef Aerosol 'Shuuutt!!!' - Shepard Fairey 'Knowledge + Action

In juni 2019 creëerde Shepard Fairey (OBEY) op de muur naast het kunstwerk van Jef Aerosol hier zijn honderdste fresco met de titel Knowlege + Action. De kunstenaar laat zich inspireren door de art nouveau en een zeer actuele boodschap. Apathie, onwetendheid, respectloosheid en het ontbreken van maatschappelijk engagement doen krachten ontstaan ​​die angst, verdeeldheid en nationalisme in de hand werken. Hij onderschrijft het belang van het onderwijzen van onszelf om ons in staat te stellen actie te ondernemen en de toekomst opnieuw vorm te geven. Het fresco, gedomineerd door de kleur blauw, past prachtig bij de Parijse stedelijke ruimte die gedomineerd wordt door de kleur van de architecturale pijpen van het Centre Georges Pompidou.

Vlakbij het Centre George Pompidou een ‘mural’ op de hoek van rue Aubry le Boucher en de rue Quincampoix die wordt toegeschreven aan het kunstenaarscollectief VLP – ‘Vive la Peinture’, ontstaan in 1980 en een van de oudste groepen actief in stedelijke kunst. Het kunstwerk, 15 meter hoog en 8 meter breed, draagt de titel “Dit is geen graffiti” – ‘Ceci n'est pas un graffiti’.


Fluctuart

Sinds juni 2019 beschikt Parijs over het eerste museum voor urban art. Het schijnt zelfs het eerste drijvende museum ter wereld te zijn! Fluctuart heet dit nieuwe ‘Centre d’Art Urbain en drijft ter hoogte van de Pont des Invalides schuin tegenover de achterzijde van het Grand Palais. Dit drijvende museum is de winnaar van een initiatief van de Parijse burgemeester, Anne Hidalgo’, op zoek naar projecten die de iconische rivier zouden kunnen vernieuwen. ‘Réinventer la Seine’ lanceert maar liefst 40 projecten langs haar oevers. De boot, 43 meter lang en 11,40 meter breed is gebouwd in Dieppe en afgebouwd in Rouen. Het concept van dit drijvende gebouw is bedacht door de architect Gérard Ronzatti van Seine Design in samenwerking met Artistik Rezo. Met een oppervlakte van 850 m² verdeeld over drie niveaus en volledig modulair. Het hoofdniveau bevat de permanente collectie, een boekwinkel, een bibliotheek met gespecialiseerde boeken en een bar. Drie keer per jaar wisselen de tentoonstellingen die het gehele jaar gratis, zeven dagen per week, te bezichtigen zijn. Sommige solo anderen weer collectief. Het publiek zal worden uitgenodigd om kunstenaars met verschillende achtergronden te ontdekken. Historische pioniers zoals Futura 2000 Jr, Keith Haring, of wereld beroemde kunstenaars zoals Shephard Fairy, Invader en Banksy.

 


Urban Art Fair

Urban Art Fair is de eerste internationale beurs gewijd aan stedelijke kunst , opgericht in 2016 door Yannick Boesso. Jaarlijks en al vijf jaar op een rij Le Carreau du Temple , in het hart van de Marais. Voor elke editie brengt Urban Art Fair ongeveer 35 Franse en internationale galeries te samen om het werk van bijna 200 kunstenaars te ontdekken . Verzamelaars, professionals en amateurs komen elk jaar samen om zowel opkomende als gevestigde kunstenaars te ontdekken. Le Carreau du Temple, 4 rue Eugène-Spuller, 3e arrondissement. De 2021 editie vindt plaats van 21 tot en met 24 mei 2021. (afhankelijk van corona)


Festiwall - Joel Merino 2017
 

Festiwall

Met de steun van het stadhuis van het 19e arrondissement organiseren The Wall Art Gallery en de vereniging DAM (De l'Amour et des Murs) dit jaar FestiWall. Eveneens een jaarlijks terugkerend festival gewijd aan straatkunst en stedelijke culturen dat een vijftigtal kunstenaars samenbrengt. Aan de oevers het Basin de la Villette en de kanalen van Ourcq en Saint-Denis kun je straatartiesten aan het werk zien. Nieuwe stedelijke muurschilderingen , interactieve ateliers, shows en concerten en de creatie van een monumentaal kunstwerk op de pijlers van de périphérique (ringweg). Vooralsnog gepland in de maand mei 2021


Festiwall - Basin de la Villette 2019


donderdag 21 januari 2021

BLAISE ARNOLD; VERLIEFD OP HET PARIJS VAN DE JAREN VIJFTIG

In oktober 2017 kwam ik in contact met Blaise Arnold en in november 2017 schreef ik een eerste blog over zijn filmische fotografie. Blaise studeerde in 1986 af aan de school voor grafische kunsten te Parijs; de École Estienne. Sinds de oprichting in 1889 heeft deze school belangrijke kunstenaars de schoolbanken zien passeren zoals: de illustrator Lucien Fontanarosa, de fotograaf Robert Doisneau, de cartoonisten Cabu (Charlie Hebdo) en Siné (L’Express), en de letter- en grafisch ontwerper Albert Boton. Sinds 1991 werkt Arnold als (reclame) fotograaf voor verschillende tijdschriften, multinationale reclamebureaus en bovendien een bekroond fotograaf voor o.a. een RATP-campagne (De Régie Autonome des Transports Parisiens).

 

Fotograaf Blaise Arnold zelf in de hoofdrol in zijn nieuwe serie 'Escape' - © Blaise Arnold


Red Lights

Als kleinkind van bistro-eigenaren vereeuwigt Blaise Arnold de uitstervende klassieke cafés van Parijs. Zo’n 10 jaar geleden begon hij met het fotograferen van oude tabakscafés, de lokale bistro’s van Parijs en zijn voorsteden, gestrand op eenzame straathoeken. De Bars van Ménilmontant, Belleville, het 13e arrondissement, maar ook van Malakoff in Saint-Ouen, Saint Denis of Ivry-sur-Seine. Plaatsen met een ouderwetse charme die tot vervlogen tijden lijken te behoren of je nu roker bent, een lottospeler of liefhebber van een goede bak koffie, of je je tijd dood aan een flipperkast met een verschraald biertje. Met betaalbaar eten en drinken een gezellige verzamelplaats voor arbeiders in de vroege uren. Bars die onder hoge snelheid veranderen onder invloed van gentrificatie en het verdwijnen van hun oorspronkelijke klantenkring, de arbeidersklasse. De traditionele rode banken hebben geleidelijk plaatsgemaakt voor canapés, de zwarte koffie voor latte macchiatos. Ze heten ‘Le Balto’, ‘Les Sports’, ‘L’Etoile dÓr’, ‘L’Arrivée’, ‘Chez Maurice’ of ‘Le Cantal’. In tien jaar tijd is het merendeel van deze cafés inmiddels verdwenen of van eigenaar veranderd. ‘Chez Maurice’ voert die naam niet meer en ‘L’Etoile dÓr’ is een Chinees geworden. De serie is bekend onder de naam ‘Red Lights’ en Blaise kwam op het idee om deze vergane glorie van Parijs vast te leggen op een ochtend toen hij zijn zoon naar school vergezelde. De fotograaf werd getroffen door het licht, het contrast tussen het rode neonlicht en de duisternis.


Als kleinkind van bistro-eigenaren vereeuwigt Blaise Arnold de uitstervende klassieke cafés van Parijs - © Blaise Arnold 

Hij fotografeert de cafés bij het vallen van de avond of ’s ochtends tussen zes en acht uur of bij het aanbreken van de dag en de straten nat zijn van de regen. Het zijn de uren wanneer deze cafés minder worden bezocht. Hij stelt zijn statief vaak op midden tussen het weinige verkeer en wacht geduldig op het juiste moment. De specificaties zijn heel eenvoudig: rode neonlichten, niet te veel verkeersborden, niet te veel auto’s, geen mensen en voldoende afstand om het gehele gebouw te fotograferen. Vervolgens stelt hij zijn beeld samen uit verschillende shots. Een voor de neonlichten, een voor de lucht, en een voor het asfalt ervoor. Daarna wordt alles wat niet essentieel is verwijderd. Oude auto’s worden toegevoegd om iets lelijks als een vuilniscontainer te verbergen. Met neonlichten die weerkaatsen op nat asfalt roepen Arnolds foto’s een melancholische sfeer van nostalgie op. Ook het ontbreken van mensen op straat versterkt het gevoel van eenzaamheid alleen nog meer. De serie ‘Red Lights’ is een sentimentele ode aan de laatste bistro’s van Parijs, die zich ondanks de culturele veranderingen in de lichtstad, nog staande houden.


Blaise Arnold fotografeert de cafés bij het vallen van de avond of ’s ochtends tussen zes en acht uur of bij het aanbreken van de dag en de straten nat zijn van de regen - © Blaise Arnold


De sfeer van deze Red Light fotoserie doet mij sterk denken aan het lied van Vader Abraham, ‘Het kleine café aan de haven’. Mireille Mathieu nam het op onder de titel ‘Le vieux café de la Rue d’Amérique’ en Joe Dassin onder de titel ‘Le café des Trois colombes’.

 

De avondzon valt over straten en pleinen,

de gouden zon zakt in de stad.

En mensen die moe in hun huizen verdwijnen,

ze hebben de dag weer gehad.

De neonreclame die knipoogt langs ramen,

het motregent zachtjes op straat.

De stad lijkt gestorven, toch klinkt er muziek uit een deur die nog wijd open staat.

 

Daar in dat kleine café aan de haven,

daar zijn de mensen gelijk en tevree.

Daar in dat kleine café aan de haven,

daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.

 

De toog is van koper toch ligt er geen loper,

de voetbalclub hangt aan de muur.

De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox,

een pilsje dat is der niet duur.

Een mens is daar mens, rijk of arm, 't is daar warm,

geen monsieur of madam, maar W.C.

Maar 't glas is gespoeld in het helderste water,

ja, 't is daar een heel goed café

Bar Le Métro, Rue des Pyrénées, 20e arrondissement - © Blaise Arnold

 

Daar in dat kleine café aan de haven,

daar zijn de mensen gelijk en tevree.

Daar in dat kleine café aan de haven,

daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.

 

De wereldproblemen die zijn tussen twee glazen bier opgelost voor altijd.

Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening, of je staat in het krijt.

Maar het enige wat je aan eten kunt krijgen dat is daar een hardgekookt ei.

De mensen die zijn daar gelukkig gewoon, ja de mensen die zijn daar nog blij!

 

Daar in het kleine café aan de haven,

daar zijn de mensen gelijk en tevree.

Daar in dat kleine café aan de haven,

daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.

 

Stories

De fotoserie ‘Stories’ kwam na ‘Red Lights’. Blaise Arnold stelde zich de vraag: “Wie zijn het die deze bars bezoeken”? Hij begon arbeiders te portretteren, eenvoudige mensen. Het was voor hem een manier om zijn passies met elkaar te verbinden. Opgegroeid in het 14e arrondissement niet ver van de vlooienmarkt van Vanves die hij altijd bezocht met zijn vader. “Ik ben er van overtuigd dat ik hier heb leren lopen, ik herinner mij alles. Ik heb een super goed visueel geheugen, de mensen, de winkels, de geur van het vuurwerk op de braakliggende terreinen, flipperkasten, meisjes, TV……”.

 

Blaise Arnold vroeg zich af wie zijn het die deze bars bezoeken? een nieuwe serie was geboren. Foto François Marolleau - © Blaise Arnold


‘Stories’ valt onder de noemer ‘staged photography’ of geënsceneerde fotografie. Arnold toont hier een fotografisch kunstenaar te zijn. Naast het unieke oog dat een bepaalde situatie vastlegt, creëert hij de specifieke gebeurtenis, de omgeving en de emotie van de hoofdrolspeler. Één beeld toont een complete film. Deze serie filmische portretten tonen iconische personages in scènes die bijna 100 jaar geleden in de Franse hoofdstad hadden kunnen plaatsvinden. Het voelt als historische schilderijen waarbij elk van de personages een verhaal vertelt zodat zowel de acteur als de toeschouwer ooggetuige zijn van een scène die zich op de achtergrond afspeelt. Blaise Arnold toont in deze foto’s zijn vermogen om de tijd te bevriezen. Elke foto is op dezelfde manier opgebouwd. Op de voorgrond een personage tegen een muur, op de achtergrond een auto, dan een achtergrond die gebouwen, auto’s en silhouetten mengt. De muur achter het personage, die op de voorgrond is geplaatst, is een bewuste keuze. Arnold laat zich in zijn beelden inspireren door de Franse cinema, films van Verneuil, Duvivier, Melville en de Amerikaanse Films Noir uit de jaren dertig en veertig. Maar ook door fotografen als Robert Doisneau, Irving Penn, Richard Avedon, Dorothea Lange, Annie Leibovitz en Vivian Maier.

 

Foto Blaise als Robert Copeau - Robert Doisneau is een van zijn inspirators - © Blaise Arnold


“Elk beeld wordt samengesteld uit tien tot twintig totaal verschillende foto’s. Maar in de voorbereiding maak ik vaak honderd foto’s van een gebouw of landschap, omdat ik niet precies van te voren weet hoe ik de uiteindelijke compositie ga vormgeven. Hoe meer foto’s ik heb des te eenvoudiger is de eindmontage. Van het model maak ik zo’n vijftig foto’s om de juiste emotie te pakken. De achtergrond fotografeer ik met een Nikon D800 met een 35 mm lens. Het model fotografeer ik met een Hasselblad H3D39 en Photoshop voor de eindmontage”.

 


Filmische portretten tonen iconische personages in scènes die bijna 100 jaar geleden - Foto Isodore Defois - © Blaise Arnold


Nina Alexandrovna Tikhonova - © Blaise Arnold


“Door de jaren heb ik een enorme fotocollectie opgebouwd met objecten zoals auto’s,  koetsen, dieren, achtergronden etc. Op mijn computer staan 160.000 foto’s in divers boxen en sub boxen. Het is een grote puzzeldoos. Bijvoorbeeld de box voertuigen bestaat weer uit sub boxen ‘vooroorlogse voertuigen’ en ‘naoorlogse voertuigen’. Allemaal gefotografeerd vanuit verschillende hoeken en afstanden, zodat het object overeenkomt met de vlakverdeling en de verhoudingen in de foto.  Verder bezit ik een enorme verzameling kleding, hoeden, petten, koffers vol met sigarettendoosjes en ordners vol met oude brieven en kranten. Alles moet kloppen; de accessoires, styling, voertuigen en tenslotte de casting van het model”.

 


France Taillevent - © Blaise Arnold


Ida Jakubowicz Marcel Jakubowicz - © Blaise Arnold


“Per jaar doe ik ongeveer tien foto’s en ik heb er zo’n honderdtal klaar. Verschillende zijn nog niet gepubliceerd want ik laat altijd minimaal zes maanden zitten tussen de shoot en de uiteindelijke release. Een beeld en de geest moet bij mij rusten zodat ik steeds kan terugkeren naar de foto en nieuwe dingen toevoeg of fouten corrigeer. Werkend aan een beeld is voor mij een vlucht in de tijd, ik woon daar en ik werk op de pixel. Een foto bevat soms tot 200 lagen”, aldus Blaise Arnold.


Giorgio Mazzini - © Blaise Arnold

 

Fernand van der Vliet; chroniqueur, historien et  mémorialiste - © Blaise Arnold


Elke foto wordt voorzien van een naam zoals die van mij: Fernand van der Vliet; chroniqueur, historien et  mémorialiste. Een van Arnolds favorieten is Mme Lenoir. De naam is afkomstig van een boer in het dorp waar zijn ouders hun landhuis hadden. Fotograaf Robert Copeau, is niet zo moeilijk te raden en er zijn ook verwijzingen naar filmregisseurs zoals Yvette Duvivier (Julien Duvivier was een Frans filmregisseur). Pierrette is de naam van een verpleegster, het uniform is van Arnolds grootmoeder en het model is zijn echtgenote.


Pierrette Filloux - © Blaise Arnold

 

Lucie Triolet - © Blaise Arnold

Escape

Tijdens de lockdown in Frankrijk heeft Blaise Arnold gewerkt aan een verhaal met als thema ‘Escape’, onderdeel van ‘Stories’, waarin hij zelf het hoofdpersonage is. We volgen dit personage, in een dertigtal foto’s, dat op de vlucht is. Een beetje gebaseerd op Don Siegel’s ‘Escape from Alcatraz’. Op het moment van het schrijven van deze blog is de voortvluchtige nog steeds niet gepakt.

 

Uit zijn nieuwe serie 'Escape' - © Blaise Arnold


Het werk van Blaise Arnold is te koop bij de online galerie van Le Nouvel Opéra.

Gesigneerde en genummerde editie met een oplage van 7. Prijzen € 4.000 inclusief BTW voor een fine-art print, 100 cm x 180 cm, gemonteerd op aluminium bedekt met 5 mm plexiglas (diasec), gesigneerd en geleverd met certificaat van echtheid. Je kunt ook rechtstreeks bestellen bij Blaise Arnold dan is de prijs € 3500.


De serie 'Escape bestaat uit een dertigtal foto's - © Blaise Arnold


Blaise Arnold is te volgen op Facebook, Flickr, Instagram en eigen website.



maandag 11 januari 2021

MARIANNE, SYMBOOL VAN DE REPUBLIEK

Afgelopen week plaatste ik het volgende bericht op mijn Facebook pagina en kreeg daar ongelofelijk veel response op.

“Dit mooie beeldje werd vandaag bij mij per post bezorgd vanuit Parijs. Aan het einde van de jaren ‘60 maakte de Franse beeldhouwer Alain Aslan een gewaagde keuze om de ‘Marianne’ de kenmerken van Brigitte Bardot te geven. Zij was vereerd en werd zo de allereerste reïncarnatie van de Marianne. Te zien in alle officiële gebouwen, net zoals de drie woorden Liberté, Égalité en Fraternité, de Franse driekleur; is de buste van ‘Marianne’ steeds veranderd op het ritme van geschiedenis en mode sinds 1789! Deze reproductie is vervaardigd van een mal gecontroleerd door de kunstenaar zelf en vervolgens met de hand gepatineerd. Blij mee !  

Reden voor mij om, in deze blog, weer eens te duiken in de geschiedenis van De Marianne.

Foto’s: © Senat.fr – © Assemblee-Nationale.fr - © Elysée.fr - © Boutiques de musées – Wikimedia - © Ferry van der Vliet


De schrijfster Solange Leibovici schreef eens in de Groene Amsterdammer; Fransen houden zo intens van vrouwen dat ze er niet minder dan twee als nationaal symbool hebben gekozen; Jeanne d'Arc en Marianne. Jeanne d'Arc was vanouds de reine maagd, vervuld van liefde voor God en koning, terwijl Marianne met haar ontblote borsten en zinnelijke uitstraling een beetje de rol van de sloerie kreeg toegewezen. Jeanne d'Arc, de kleine onschuldige boerin uit Lotharingen, staat voor zuiverheid, spiritualiteit en onbaatzuchtige liefde, Marianne is een wulpse stadsmeid, die naast de mannen op de barricaden staat en ze ophitst tot de strijd. Beiden werden in de vijftiende- en negentiende eeuw beroemd: Jeanne d'Arc als religieuze legende en Marianne als republikeinse allegorie.


 Jeanne d'Arc (l) Marianne (r)

Politiek gezien is Frankrijk een ambivalent, zelfs een beetje schizofreen land. Het is het land van de Revolutie, van vrijheid en gelijkheid, maar ook van chauvinisme en achterlijk conservatisme aldus Leibovici. Deze ideologische tweespalt uit zich ook in het persoonlijke leven: Het grote verlangen van elke Fransman is een respectabele, bijna seksloze echtgenote te hebben die de kinderen netjes opvoedt en hem in voor- en tegenspoed steunt, en een mooie, ietsje losbandige maîtresse die zijn geheime wensen vervult. Dit was volledig geaccepteerd in de tijd van madame de Pompadour, en nog steeds maakt niemand zich druk om de liefjes van Valéry Giscard d’Estaing, François Mitterrand en Jacques Chirac. Bij Valéry Giscard d’Estaing  maakte onze Sylvia Kristel deel uit van zijn lange lijst van echte of gefantaseerde veroveringen. Zo hield François Mitterrand na 1981 zijn leven als staatshoofd spannend. Zijn dubbelleven beperkte zich niet tot het tweede gezin – met dochter Mazarine – dat hij tot begin jaren negentig op staatskosten verborgen hield in een appartement aan de Seine. Zijn leven lang verzamelde Mitterrand minnaressen voor een uur, een nacht, een leven lang. “Na iedere toespraak heb ik de armen van een vrouw nodig,” gaf hij eens als verklaring voor zijn seksuele vraatzucht. Mitterrands opvolger Jacques Chirac had al lang voordat hij in 1995 het Elysée bereikte de gewoonte het glas te heffen op “onze paarden, onze vrouwen en degenen die hen bestijgen”. Als burgemeester van Parijs verwierf Chirac de bijnaam ‘Meneer Tien-minuten-met-douche’, in de overlevering werd de behandeltijd nog bekort tot drie minuten.


Marianne, het symbool van Frankrijk. De eerste officiële bustes waren afbeeldingen van anonieme vrouwen van het volk

Het brengt mij weer terug naar Marianne. Zij is het evenbeeld van één van de mooiste vrouwen in Parijs, ja zelfs van heel Frankrijk! Ze symboliseert de ‘triomf van de Republiek’. Als je geluk hebt kom je haar tegen in het stadhuis waar je toevallig bent. Ze staat zelfs op de Franse euromunt en op de Franse postzegel. Zij is de personificatie van de Franse Republiek. Zij vertegenwoordigt Frankrijk en wordt gekozen door meer dan 36.000 burgemeesters. Haar beeltenis bestaat al sinds 1792, toen de Assemblée Nationale per decreet invoerde, dat het nieuwe zegel van de Republiek een staande vrouw met speer en een Frygische muts moet uitbeelden, als symbool van de vrijheid. 


1969 Brigitte Bardot als Marianne (l) gevolgd door Michèlle Morgan in 1972 (r)

De Frygische muts, een zacht kegelvormig hoofddeksel waarvan de top naar voren wijst en weer wat naar beneden valt, was ooit het symbool van het tot slavernij vervallen Franse volk dat zijn banden had afgeschud en nu weer vrij was. In 1849 verscheen zij voor het eerst op de Franse postzegel en een buste was in 1880 voor het eerst te zien in Hotel de Ville, het stadhuis van Parijs. Dit voorbeeld wordt tot op de dag van vandaag gevolgd door alle overheidsgebouwen in alle Franse steden. De eerste officiële bustes waren afbeeldingen van anonieme vrouwen van het volk. Het model van Marianne zou een meisje afkomstig uit Sigolsheim, Elzas, zijn geweest. Daar kwam in 1969 verandering in toen Marianne het uitdagende evenbeeld kreeg van niemand minder dan de actrice Brigitte Bardot, ten tijde van de eerste feministische gevechten waar de vrouwen hun beha verbrandden. Nog een symbool van de vrijheid. In 1972 opgevolgd door de actrice Michèlle Morgan. In 1978 volgde de zangeres Mireille Mathieu (een misser), Catherine Deneuve in 1985 en Inès de la Fressange, model en Chanel muze in 1989. Het was voor de eerste keer dat er voor een model werd gekozen. Deze gebeurtenis zal ertoe leiden dat Inès haar exclusiviteitscontract met Chanel verliest. Karl Lagerfeld wilde geen monument aankleden, “het is te vulgair”, aldus de keizer van de mode. Ze zal elf jaar het officiële model blijven tot de aanstelling in 2000 van weer een Frans topmodel.


1978 Mireille Mathieu (l) 1985 Catherine Deneuve

In 1999 werden voor het eerst 36.000 burgemeesters betrokken bij de keuze van Frankrijks icoon. Geholpen door een kleine groep van lobbyisten; ‘Le comité de la Marianne d'Or’, werd met een score van 36% het Franse topmodel Laetitia Casta, hoe kan het ook anders, gekozen uit een shortlist van vijf kandidaten. De andere kandidaten waren Estelle Hallyday - model, Patricia Kaas - zangeres, Daniela Lumbroso - televisiepresentatrice , Laetitia Milot - actrice en mannequin en Nathalie Simon - sportvrouw en televisiepresentatrice. Een minischandaal maakte in 2003 een einde aan haar status als Marianne toen Laetitia uit Frankrijk vertrok en haar woonplaats Parijs verruilde voor London, op zoek naar een beter belastingklimaat.


1999 Het Franse topmodel Laetitia Casta

De rondborstige buste van Casta zorgde wel voor onrust in het noord Franse dorpje Neuville-en-Ferrain. De burgemeester van het dorp liet in april 2011 het nog al weinig verhullende standbeeld verwijderen uit het stadhuis omdat de lokale bevolking in de stad begon te roddelen en de ambtenaren te veel werden afgeleid door de nogal blote staat van de traditionele vrouwelijke belichaming van de Franse Republiek. In de begroting werd officieel een post van € 900,- opgenomen voor de aanschaf van een nieuwe Marianne. Het vorige beeld was in 2007 aangeschaft voor een bedrag van € 1400,- Het nieuws haalde zelfs de Engelse tabloid de Daily Mail met de kop: ‘What A Bust’!  Een wethouder, die niet met naam genoemd wenst te worden, zei dat hij de verwijdering van de buste zeer betreurde. Temeer omdat het hier geen gezamenlijk besluit betrof maar een eenzijdig besluit van de burgemeester. "Het was een uniek stukje werk. Immers, Marianne is een symbool van het moederschap", aldus de teleurgestelde wethouder. 

De beroemdheid die volgde om model te staan voor de Marianne was de Franse Talkshow host Evelyne Thomas in 2003. Bekend van het televisieprogramma ‘C’est mon choix’. Evelyne Thomas had de voorkeur van de burgemeesters boven de runners-up Laure Manadou, Rama Yade of zelfs Carla Bruni-Sarkosy. De beeldhouwer was Daniel Druet.

Vanaf 2012 was Frankrijk weer toe aan een nieuwe persoonlijkheid om de nationale Marianne te belichamen. Opiniepeilingen gaven de voorkeur aan Sophie Marceau (44% van de stemmen). Verder aan Marion Cotillard (40%), Vanessa Paradis (33%), Florence Foresti (28%) en Anne Roumanoff (23%). Echter Sophie Marceau is alleen kandidaat geweest er is nooit een buste van haar gemaakt. 

Het stadhuis van Sevran, in Seine-Saint-Denis, bestelde in 2015 een Marianne met de beeltenis van Sophie Marceau , maar in plaats van een gebeeldhouwde buste is het een graffiti geworden die de actrice vertegenwoordigt. De tekening is getiteld ‘La Républicaine’, is het werk van de graffitikunstenaar Lask en stelt de torso van Sophie Marceau voor, naakt, haar rechterhand verbergt haar borst, haar huid bedekt met tatoeages. Haar lippen zijn rood, net als een deel van haar haar, terwijl de Franse driekleur als achtergrond dient. "Ik wilde een Marianne maken die ons vertegenwoordigt, waarin iedereen zichzelf kan projecteren", aldus de graffiti kunstenaar Lask. Burgemeester Stéphane Gatignon van zijn kant verklaarde dat zijn idee was om de Marianne op een zeer eigentijdse manier in het stadhuis te presenteren en dat hij de kunstenaar de totale vrijheid had gegeven. Gelukkig staat er nog een traditionele buste van Marianne in de trouwzaal. Wil je de kunstuiting zelf bekijken (ik mag het niet plaatsen vanwege rechten) klik dan hier voor de website van France TV info. 

Marianne geïnspireerd op het werk van Jacques Faizant, een beroemde Franse karikaturist, columnist en tekenaar werkend voor Le Figaro

Het klinkt raar maar in het streng gereguleerde Frankrijk is er geen officieel Marianne-model. Geen enkele wetgevende of regelgevende tekst legt burgemeesters een specifiek model op, en verplicht hen zelfs niet om een Marianne in hun gemeentehuis te plaatsen. Wel kiest de vereniging van burgemeesters van Frankrijk regelmatig beroemde Franse vrouwen. Gekozen beeldhouwers hebben vervolgens de vrije hand om het beeld vorm te geven. De figuren die het populairst zijn bij de huidige gemeentehuizen zijn gemodelleerd naar de kenmerken van Brigitte Bardot, Catherine Deneuve en Laetitia Casta. Naast het officiële beeldmateriaal is er ook een groeiend aantal privé-vertegenwoordigingen en politieke cartoonisten die Marianne hebben aangegrepen als het beeld van de natie. Op het kantoor van de Parijse burgemeester Anne Hidalgo staat bijvoorbeeld een uitvoering van de Marianne geïnspireerd op het werk van Jacques Faizant, een beroemde Franse karikaturist, columnist en tekenaar werkend voor Le Figaro. Deze buste is zelfs officieel onderdeel van de collectie Mariannes van de Franse senaat. 

De Franse politieke partij ‘Agir, la droite constructive’ heeft President Macron onlangs verzocht om een nieuwe Marianne de kenmerken te geven van Simone Veil, ‘grande dame’ van de Franse politiek. “Zij belichaamt de eer, de grootsheid, de moed en waardigheid van Frankrijk aldus de partijwoordvoerder, senator Fabienne Keller, in een brief aan Macron, Als het voorstel van de Agir-partij werkelijkheid wordt, zou Simone Veil de eerste postume persoonlijkheid worden die haar imago aan Marianne verbindt. We wachten het af want de laatste buste was die van Evelyne Thomas in 2003. 

Marianne naar ontwerp van de straatartiest Yseult Digan de keuze van Emmanuelle Marcron

Wel werd een nieuw gezicht van de Marianne onthuld door President Macron op 20 juli 2018, geschilderd op een enorme muur in een volkswijk in Perigueux, in zuid-west Frankrijk. Macron koos voor de in Abidjan gevestigde Frans-Britse straatartiest Yseult Digan, beter bekend als YZ (spreek je uit als ‘Eyes’) Een opvallend modern gezicht met een vastberaden blik onder haar frygische muts en prachtig golvende haarkrullen. Volgens een oude gewoonte geeft elke president opdracht voor een nieuwe Marianne die de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap van Frankrijk belichaamt, misschien wel het meest bekend van het prachtige schilderij 'de Vrijheid leidt het volk', in het Frans: ‘La Liberté guidant le peuple’, van de hand van Eugène Delacroix. Het verbeeldt de vrijheid als Marianne die de revolutionairen aanvoert bij de Julirevolutie van 1792. Het is geschilderd in 1830 en te bewonderen in het Musée du Louvre. Het doek heeft een afmeting van 260 bij 325 centimeter. De vrouw met ontbloot bovenlijf, zeer opzienbarend in die tijd, symboliseert met haar naaktheid haar kwetsbaarheid en dus moed. De vlag die de vrouw vastheeft is ook niet zomaar de Franse vlag. Het was de nieuwe vlag met 3 kleuren die wijzen op liberté, égalité en fraternité. Het symbool van Frankrijk in die tijd was namelijk de Franse Lelie.


Marianne de keuze van François Hollande en rechts die van Emmanuelle  Macron

Overigens wordt de keuze van de Franse President ook overgenomen door ‘La Poste’ op de postzegels. In 2014 was de door François Hollande gekozen Marianne controversieel. De ontwerpers David Kawena en Olivier Ciapa, legden uit dat zij geïnspireerd waren door het gezicht Inna Shevchenko, een feministisch activiste en de leider van de internationale vrouwenbeweging FEMEN, die vaak topless protesteert tegen wat zij beschouwt als uitingen van het patriarchaat, vooral dictatuur, religie en de seksindustrie. Na het uitkomen van de zegel twitterde Inna; “Femen staat op Franse postzegel. Nu moeten alle homofoben, extremisten, fascisten mijn kont likken als ze een brief willen sturen”.


 Het kolossale standbeeld van de Marianne op de place de la République

Waar komen we Marianne nog meer tegen? Elke grote stad van Frankrijk heeft wel een bronzen standbeeld van haar. In Parijs staat een kolossaal bronzen beeld van Marianne, 9,5 meter hoog, op een stenen sokkel van 15 meter, op de Place de la République. Het is van de hand van Léopold Morice en ingehuldigd in 1883.


De Marianne onderdeel van de nieuwe Franse huisstijl voor alle ministeries en overheidsdiensten

Hoewel een gemeenschappelijk embleem van Frankrijk, geniet De Marianne zoals ik al eerder schreef geen officiële status. De vlag van Frankrijk, is benoemd en beschreven in artikel 2 van de Franse grondwet, als het enige officiële embleem.  Maar er is hoop. Sinds september 1999 heeft de Franse regering onder leiding van Lionel Jospin de Franse driekleur samengevoegd met beeltenis van Marianne en de woorden liberté - egalité - fraternité, zijnde de nieuwe Franse huisstijl voor alle ministeries en overheidsdiensten. 

Inmiddels siert mijn werkkamer twee Mariannes, die van Brigitte Bardot en Catherine Deneuve. Het wachten is op die van Laetitia Casta.

 

Foto’s: © Senat.fr – © Assemblee-Nationale.fr - © Elysée.fr - © Boutiques de musées – Wikimedia - © Ferry van der Vliet



maandag 4 januari 2021

MET HET GELD KOCHT IK MIJN VRIJHEID

Ik had verschillende ontmoetingen met deze markante en veelzijdige man in Parijs. Fotograaf, autocoureur, beeldhouwer, schilder, artistiek directeur maar vooral beroemd als regisseur van de film ‘Emmanuelle’. Geboren op 8 augustus 1940 in Vichy Frankrijk, tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Om de oorlog te ontvluchten vertrokken zijn ouders naar Engeland. Na het einde van de vijandelijkheden keerde hij terug naar Frankrijk, waar hij kunst en fotografie studeerde voor en na zijn diensttijd. Op 18-jarige leeftijd  moest hij voor het Franse leger als oorlogsfotograaf voor 28 maanden naar Algerije, gewapend met zijn wapen; de camera. Zijn drang als artistiek talent en oog voor objectiviteit stelden hem in staat om fotograaf te worden voor prestigieuze tijdschriften zoals Harper’s Bazaar, Vogue, Paris Match. Om vervolgens met Daniel Filipachi (emeritus voorzitter van de Franse uitgever Hachette, eigenaar van Filipacchi Média en een verzamelaar van Franse surrealistische kunst) samen te werken aan het ‘meidenblad’ Mademoiselle âge tendre. Vele (Franse) beroemdheden poseerden voor zijn camera; Brigitte Bardot, Catherine Deneuve, Barbara, Zizi Jeanmaire, Jane Birkin, Jane fonda en Serge Gainsbourg, wat weer leidde tot zijn eerste reclamefilms voor Dim panty’s.

 


Mijn ontmoeting met Just Jaeckin tijdens fotofever 2013

Just Jaeckin

Inmiddels is deze ‘eminance grise’ 80 jaar oud. Mijn eerste ontmoeting met Just Jaeckin was tijdens fotofever in november 2013 en daarna een aantal malen in zijn galerie Just & Anne Jeackin aan de rue Guénégaud nummer 19, in het 6e arrondissement van Parijs. Vier maanden per jaar woont hij, samen met zijn vrouw Anne, in hun molen die uitkijkt over het platteland van Saint-Briac-sur-Mer. Vanaf de eerste verdieping kan hij zelfs de zee zien waar hij nog elke dag een bad neemt. De overige acht maanden brengt hij door in Marrakesh.


Anne Jaeckin - personal assistant - Just Jaeckin
 

Just Jaeckin verwierf wereldfaam in 1974 als regisseur van zijn debuutfilm Emmanuelle, met de Nederlandse Sylvia Kristel in de hoofdrol. De internationaal succesvolle film beschrijft de seksuele avonturen van een jonge vrouw in Parijs en Azië. De film was even typerend als controversieel voor zijn tijd, met masturbatiescenes en lesbische seks. Het was een van de eerste erotische films die te zien was in een gewone bioscoop. Zelfs vrouwen zaten in de zaal om naar de seksuele escapades van de verveelde huisvrouw Emmanuelle te kijken. De film brak alle records en draaide maar liefst dertien jaar lang op de Champs-Elysées. Meer dan 500 miljoen mensen zagen deze film in de bioscoop en ze is 40 jaar lang te zien geweest op elke tv ter wereld. “1974, we stonden aan de vooravond van de seksuele bevrijding, de opkomst van de pil, de decriminalisering van abortus. Het duurde zes maanden voordat de film door de Franse censuur kwam, maar uiteindelijk kreeg de film groen licht, echter alleen voor 18 jaar en ouder”, aldus Jaeckin.

 

D

Anne en Just Jaeckin bekijken het werk van collodion fotograaf Alex Timmermans

De galerie van Anne en Just Jaeckin in het 6 arrondissement

In die tijd was het moeilijk om een Franse actrice te vinden voor erotiek, dat toen nog steeds te veel met porno werd geassocieerd. Het is uiteindelijk in Amsterdam dat Just Jaeckin zijn zeldzame parel vindt: Sylvia Kristel. Op 22 jarige leeftijd werd Kristel dé fantasie van miljoenen toeschouwers, van de een op de andere dag wereldberoemd. In het ene land werd ze hét icoon van de seksuele bevrijding van de vrouw, in het andere land verketterd door de vrouwenbeweging.

1974: Op 22 jarige leeftijd werd Sylvia Kristel dé fantasie van miljoenen toeschouwers

Na het wereldwijde succes van ‘Emmanuelle’ zal Jaeckin verschillende andere zacht erotische films opnemen waaronder ‘Histoire d’O’ (met in de hoofdrol Corinne Cléry), ‘Madame Claude’, en ‘Lady Chatterley’s Lover’ eveneens met Sylvia Kristel in de hoofdrol. Deze film werd zelfs verboden in het Verenigd Koninkrijk door de British Board of Film Censors tot februari 2000. Ondertussen gingen de sluizen open voor verschillende Emmanuelle-sequels, sommige legitiem en andere niet. Het copyright werd slim gepasseerd door een maas in de wet en het opzettelijk weglaten van een medeklinker; Emmanelle werd Emanuelle. “Ik ben nooit uitgenodigd in Cannes of zelfs maar op het Britse Film Festival, maar met het geld kocht ik mijn vrijheid”, aldus Jeackin. Sylvia Kristel kreeg voor haar hoofdrol in de eerste Emmanuelle film 18.000 Franse Francs ( € 2744).

 

Na het wereldwijde succes van ‘Emmanuelle’ zal Jaeckin verschillende andere zacht erotische films opnemen waaronder ‘Histoire d’O’, ‘Madame Claude’, en ‘Lady Chatterley’s Lover’

In ‘begeerd en verguisd’ beschrijft Suzanne Rethans het leven van de grootste internationale filmster die Nederland ooit heeft voortgebracht: Sylvia Kristel. Kristel speelde in meer dan 50 internationale en nationale films, werkte met bekende regisseurs als Alain Robbe-Grillet, Claude Chabrol en Roger Vadim. Ontdekt door Just Jeackin na het zien van een tamponreclame. “Waarom ik ben overgestapt op Amira tampons?” La Kristel geeft het antwoord op de spiegel waar ze met een witte lipstick tekent. “Kijk Amira heeft een ronde top in tegenstelling tot andere tampons die recht zijn van boven. Ik begrijp niet waarom ze allemaal niet zo zijn”.

 

Sylvia's eigen biografie in 2006 - In ‘begeerd en verguisd’ beschrijft Suzanne Rethans het leven van de grootste internationale filmster die Nederland ooit heeft voortgebracht

Sylvia Kristel overlijdt op 17 oktober 2012 op zestig jarige leeftijd aan de gevolgen van slokdarmkanker na een liederlijk leven, gevuld met seks, drank en drugs. Volgens Suzanne Rethans klopt dat beeld, al is enige nuance wel op zijn plaats. De Sylvia in haar beginjaren was zo brutaal en gedreven om filmactrice te worden dat ze daar alles voor over had. Zichzelf letterlijk helemaal blootgeven om de filmrol in ‘Emmanuelle’ te bemachtigen. Of een notitieboekje bij zich dragen, met daarin de namen van de mannen met wie ze eventueel het bed zou kunnen delen om te komen waar ze wilde zijn. Zo deelde ze onder meer het bed met Gérard Depardieu, Serge Gainsbourg en Warren Beaty. Ze had ook een relatie met Hugo Claus, de vader van haar zoon Arthur. Zelfs bij de toenmalige Franse president Valéry Giscard d’Estaing  maakte zij deel uit van zijn lange lijst van echte of gefantaseerde veroveringen. Kristel wist uiteindelijk haar verslaving te overwinnen en kwam terug naar Nederland waar ze zich op het schilderen stortte. In 2006 publiceerde ze haar autobiografie onder de titel ‘Naakt’. De laatste jaren van haar leven was ze samen met haar partner Peter Brul. 

Begeerd en verguisd is een boek over rijkdom en armoede, over vrouwelijke schoonheid, over alles winnen en weer verliezen, over moed en doorzettingsvermogen, over roem en intense eenzaamheid. ISBN 9789045033174