Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

vrijdag 6 juli 2012

CLOCHARDS

Jarenlang hoorden zij bij het geromantiseerde beeld van Parijs. Vastgelegd door bekende fotografen als Eugène Atget, Brassaï en Robert Doisneau. In de jaren dertig telde Parijs al zo'n twaalfduizend 'vagabonds' de eveneens geromantiseerde benaming voor clochards. Balzac noemde ze 'Peau de Chagrin', Atget sprak over Chiffonnier (lompenboeren), het Parijse stadsbestuur heeft een officiëlere benaming: S.D.F. 'sans domicile fixe' of zoals wij zeggen 'zonder woon- en verblijfplaats', de daklozen.

Vagabonds, clochard, chiffonnier; les sans domicile fixe

De clochards zijn de bezitlozen, de armsten der armen. In de jaren dertig beschouwden de clochards het clochard zijn, als een beroep. Het verhaal doet nog steeds hardnekkig de ronde, dat vele clochards vrijwillig gekozen hebben voor dit bestaan. Weggevlucht uit de zware last van het dagelijkse bestaan. Een echte clochard is trots en staat op zijn vrijheid. Het hoort bij zijn levensopvatting dat hij niet gebonden wil zijn en geen verplichtingen erkent. De Parijzenaar is aan ze gewend. Ze horen nu eenmaal bij het Parijse straatbeeld. De clochards hebben maar weinig nodig om van te leven. Ze struinen de markten af, waar ze genoegen nemen met het restafval. Van de weinige euro's die zij bij elkaar bedelen 'kopen' ze alcohol. Vaak rode wijn, want wijn voedt.  Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar.

's Avonds worden de posities weer ingenomen voor weer een nacht op straat

Zo gauw het avond wordt zie je een komen en gaan van gekaapte winkelwagentjes, oude kinderwagens en worden posities ingenomen in portieken van winkels, bushuisjes en zelfs telefooncellen. 's Winters als het koud is liggen ze op straat op de roosters van de metro. Je ziet ze steeds minder in de metrogangen en de perrons. Het Parijse vervoersbedrijf de RATP heeft speciale ordebewakers in dienst, die ’s nachts de metrogangen afstruinen om de clochards, die zich hebben laten insluiten, na middernacht uit de metro te verwijderen. Deze nachtploegen, zogenaamde 'Outreach' teams, gaan met zaklantaarns de gangen in, nemen koffie, broodjes en sigaretten mee om het contact met de clochards te vergemakkelijken. Ze worden aangesproken met “mijnheer” en “u” en begeleid naar een gratis bus van de RATP, die ze vervolgens naar een opvanghuis brengt. Vorig jaar transporteerden de RATP medewerkers in totaal ruim 35.000 daklozen uit de metrogangen naar de opvangvoorzieningen.

35000 clochards worden jaarlijks, 's nachts verwijderd uit de metro

Maar door de huidige crisis is het geromantiseerde beeld van de clochard verdwenen. Steeds meer mensen komen door schulden op straat te staan. En een welvarende stad als Parijs trekt ook veel professionele bedelaars aan uit het Oostblok. Je vindt de hele samenleving op straat: Zigeunerfamilies, losgeslagen jongeren, gescheiden mannen, alcoholisten, vluchtelingen, psychiatrische gevallen en ook steeds meer vrouwen. Vorig jaar stierven 400 mensen op straat, vrijwel onopgemerkt. In de eerste zes maanden van dit jaar waren het er al 264 in geheel Frankrijk. Niemand weet hoeveel daklozen er precies zijn, en in Parijs tracht men aandacht te geven aan dit  schrijnende probleem. De 'Samu Social', de in 1993 opgerichte organisatie voor hulp aan Parijse dak- en thuislozen laat op de website dans la peau d'un sans abri.com ('In de huid van een dakloze') real-time vierentwintig uur het leven zien, door de ogen van een dakloze. Hiervoor kregen vier daklozen in Parijs een speciale bril, uitgerust met een minicamera. Zo geven zij  zonder enige concessie een kijkje in hun dagelijkse gevecht met het leven op straat. Een van de doelstellingen van deze campagne is dat wij toch aan de daklozen blijven denken.

Het geromantiseerde beeld van de clochard is voor altijd verdwenen

Verder is er ook het collectief Morts de la Rue onder leiding van de Fransman Christophe Louis. Zijn collectief voert actie voor daklozen, maar bekommert zich vooral om hen na hun dood. Dan wordt de begrafenis georganiseerd en nabestaanden worden opgezocht. "Toen we begonnen lag de gemiddelde leeftijd van een straatdode op 49 jaar", vertelt Christophe Louis in een interview aan Le Figaro. "Dat is nu 46 jaar. Drie jaar eraf, in tien jaar tijd. Dat gaat veel te snel". Op 19 juni 2012 organiseerde Morts de la Rue, op de Quai de Valmy, een eerbetoon aan alle 264 straatdoden van dit jaar.


De medemenselijkheid in Parijs, mede door de crisis, is verhard. Zie ze langs de kanten van de straat; ongewassen, ongeschoren en onopgevallen. Het eerbetoon aan de de Quai de Valmy was een dag later al door taggers overgekalkt. Alleen de bloemen lagen er nog. Bij het weglopen zit in mijn hoofd het liedje van Edith Piaf 'Les Clochards de Paris': "Het zijn de zwervers van Parijs. Van Montmartre tot Bastille. Ze zwerven in het donker van de nacht, moe en in lompen langs bordelen. Hun beroep is niet van belang  zolang ze maar met de armen delen, de clochards van Parijs".

Les Clochards de Paris: "Ze zwerven in het donker van de nacht, moe en in lompen langs bordelen"

Ce sont les clochards de Paris
De Montmartre ou de la Bastille,
Ils errent dans la sombre nuit.
Lassés, ils traînent en guenilles…
Aux portes des boîtes de nuit,
Leur métier n'a pas d'importance,
Pourvu qu'il donne la pitance
Aux pauvres clochards de Paris.

Pendant l'été aux nuits légères,
Sur chaque banc on voit le soir,
De pauvres vieux que la misère
A livré sans gîte au trottoir.
Mais parfois, dans leur âme fière,
Un éclair brille, lueur d'espoir…
À quoi songent ces pauvres héres,
Tristes épaves du boulevard ?

"Toen we begonnen lag de gemiddelde leeftijd van een straatdode op 49 jaar", vertelt Christophe Louis in een interview aan Le Figaro. "Dat is nu 46 jaar.

Ce sont les clochards de Paris
De Montmartre ou de la Bastille,
Ils errent dans la sombre nuit.
Lassés, ils traînent en guenilles…
Aux portes des boîtes de nuit,
Leur métier n'a pas d'importance,
Pourvu qu'il donne la pitance
Aux pauvres clochards de Paris.

L'hiver, quand la glaciale brise
Siffle, en mordant leur corps meurtri,
Lorsque le froid les brutalise,
Ils se cachent… dans quels abris !!
D'autres, allongés sur la pierre,
Dorment, calmes, mystérieux,
Et leurs rêves sont des chimères
Leur découvrant un coin des cieux.


Ce sont les clochards de Paris
De Montmartre ou de la Bastille,
Ils errent dans la sombre nuit
Lassés, ils traînent en guenilles…
Aux portes des boîtes de nuit,
Leur métier n'a pas d'importance,
Pourvu qu'il donne la pitance
Aux pauvres clochards de Paris.

Si la douleur n'épargne guère
Les bons vieux clochards de Paris,
L'hôpital, pour eux, est galère ;
Vivre libres, est leur seul souci.
Et quand sonne l'heure dernière
C'est dans la rue qu'ils vont mourir,
Comme des chiens, et sans prières,
Les gueux ont fini de souffrir.



Le Collectif Morts de la Rue, rue Orfila 72, 20e arrondissement.

zondag 1 juli 2012

ONVERGANKELIJK PARIJS (DEEL 2)

In deel twee van onvergankelijk Parijs, begeven we ons wederom naar het landgoed van de Louis Baron Desfontaines, op de Champ l'Evêque de Mont Louis. Nu zegt u dat waarschijnlijk niets, maar ik beloof u, een stukje verder in mijn blog wordt het u allemaal duidelijk. We schrijven rond 1800, toen er in Parijs een einde kwam aan alle massabegravingen. Er ontstaan zogenaamde dodensteden, necropoli, waar iedere dode zijn eigen plaats krijgt. Waar stoffelijke resten worden afgedekt met een steen of een eigen 'huisje', met vermelding van naam en hoe lang hij of zij geleefd heeft. Dit alles omgeven door een prachtig landschap.

"Wees welkom, gij stervelingen. Heden ik, morgen gij"

Het is de Franse architect Alexandre Théodore Brongniart, die de nieuwe begraafplaats aan de oostzijde van Parijs omvormt tot een Engelse tuin, waar de grafmonumenten worden geplaatst tussen het weelderig groen. De eerste begrafenissen beginnen in mei 1804 en een jaar later krijgt de begraafplaats zijn officiële naam: Père Lachaise, genoemd naar de biechtvader van de Franse Zonnekoning: Père Françoise Lachaise d'Aix. De architect vindt hier in 1813 zijn laatste rustplaats (ligplaats 11e divisie), net als Baron Desfontaines (ligplaats 22e divisie), waarover het verhaal gaat, dat hij minder voor zijn landgoed ontving dan wat hij later voor zijn graf moesten betalen.

Verstild en tijdloos

Père Lachaise lag ten tijde van de ingebruikname nog buiten de stadsgrens van Parijs. Aan het einde van de achttiende eeuw was het namelijk verboden om nog langer overledenen te begraven binnen de stadgrenzen. Hetzelfde gold voor het begraven in kerkcryptes. Dat verklaart dan ook de vele minikerkjes, tempeltjes, die te vinden zijn op de oude begraafplaatsen van Parijs. De eerste grafkapel werd op Père Lachaise gebouwd in 1815. Het is die van de steenrijke Russische gravin Elisabeth Demidov Stroganov (ligplaats: 19e divisie). Dit mausoleum bestaat uit maar liefst drie etages. In de bovenste etage een beeltenis van de gravin die uitkijkt over haar eigen begraafplaats. Over dit graf gaat de volgende legende: diegene die er 365 dagen onafgebroken durft te verblijven, kan een som van twee miljoen roebels tegemoet zien. Het is onbekend of iemand ooit een poging heeft gewaagd.

Mythes horen bij de folklore van Père Lachaise. Zo ook die over het graf van de schrijver Oscar Wilde (ligplaats: 89e divisie), die in steen is/was weergegeven in de vorm van een 'zwaar geschapen' gevleugelde sfinx. Twee Engelse dames, die over de begraafplaats wandelden, konden hun verontwaardiging niet onderdrukken toen ze oog in oog kwamen te staan met Wilde's mannelijk attribuut. Met twee stenen en twee forse slagen werd het edele deel verwijderd. De opzichter die het kostbare stuk later terugvond, nam het mee naar zijn kantoor, waar het twee jaar heeft gediend als presse-papier. Waar het daarna is gebleven is onbekend (uit 'au Père Lachaise van Michel Dansel). Op 30 november 2011, ter ere van de 111-jarige sterfdag van Wilde, is tot grote teleurstelling van alle fans, het hele graf schoongemaakt en voorzien van een dikke glasplaat, zodat liefhebsters er geen kussen meer op kunnen geven. Vooral de laatste tien jaar drukten vele vrouwen hun vuurrode lippen op zijn grafsteen en dreigde het graf ten onder te gaan aan een overdosis rode lippenstift. Nu zal het glas er aan moeten geloven.

Het Graf van Oscar Wilde; van de kus op steen naar de kus op glas


In zijn eerste deel van het drieluik over de Parijse begraafplaats Père Lachaise (te zien op YouTube) vertelt de Nederlandse journalist en schrijver Andy Arnts het verhaal van de journalist Victor Noir (1848-1870 / ligplaats: 92e divisie), redacteur van La Marseillaise en bij leven een berucht vrouwenversierder. Ook zijn graf, met zijn koperen afbeelding, heeft een bijzondere aantrekkingskracht op vrouwen, met name het geslachtsdeel. Het aanraken van zijn edele delen schijnt vrouwen vruchtbaarder te maken. Of het helpt weet ik niet, maar de bobbel in zijn broek is flink opgepoetst.
Inmiddels is ook het tweede deel van het drieluik op YouTube verschenen. In deze aflevering neemt hij ons mee langs de graven van onder meer Georges Bizet, Maria Callas, Sarah Bernhardt, Honoré de Balzac en Edith Piaf. Klik hier om deel twee te bekijken.

De erotische dood

Alles op dit kerkhof lijkt omgeven met een waas van erotiek. De vele laantjes, hoekjes en gangetjes vormen ideale rendez-vous plekjes voor verliefde stelletjes, die hier bij voorkeur rondzwerven. Vele graven zijn voorzien van mooie en haast naakte vrouwen, sensueel liggend op de graven in een innige omhelzing of wenend van verdriet. De meeste van deze graven dateren uit de periode rond 1900; de 'belle époque'.
In de 48e divisie ligt het graf van Félix de Beaujour (1765-1836), een exorbitant rijke vrijgezel en diplomaat in Franse dienst. Het grafmonument wordt genoemd de 'Fallus van Felix'. of 'La Grande Bite', wat in het Frans zoveel betekent als 'dikke paal'. De hoge schoorsteenachtige toren is zelfs te zien vanaf de trappen van de Sacre Cœur.

De sensuele dood

Als u nog meer te weten wil komen over Père Lachaise, bezoek dan eens de website van de APPL; Les Amis et Passionnés du Père Lachaise. Een vereniging die is opgericht in 2004 met als doel, het onder de aandacht brengen van de rijkdom, de architectonische en historische waarde van plaatsen van eeuwige rust in de stad Parijs.

Cimetière Père Lachaise, ingangen aan de boulevard Ménilmontant, rue de Repos, rue des Rondeaux, rue Réunion, 20e arrondissement, metro Père Lachaise, Philippe Auguste, Gambetta. Alle dagen geopend van 08.00 uur tot 18.00 uur, zaterdag vanaf 08.30 uur en zondag vanaf 09.00 uur.
Andere blogs van mij over Père Lachaise zie: "Onvergankelijk Parijs" deel 1 en "Beroemd en begraven".

donderdag 28 juni 2012

PARIS VIVRE

"Parijs roept al heimwee op vóór je het verlaten hebt." Het zijn de woorden van Henry Miller en het geeft haarfijn mijn gevoelens weer, steeds als ik de boulevard peripherique achter mij laat. Parijs; getuige de tentoonstelling 'Paris en chansons' de meest bezongen stad. Van Aristide Bruant tot Yves Montand. Gezien de vele boeken, de meest beschreven stad en ik denk ook de meest gefotografeerde. En met de heimwee gevoelens in het achterhoofd denk ik terug aan de groep van 14 cursisten, van de Veldhovense fotoschool; Advance Centrum voor Fotografie, die ik op 21 en 22 april mocht rondleiden in Parijs. Een van de docenten heeft twee dagen en een nacht fotografie samengevat in een kort filmpje met daaronder de prachtige chanson 'Vivre', de Franse vertaling van Ramses Shaffy's  'Laat Me.'

"Ik ben misschien te laat geboren,
of in een land met ander licht.
Ik voel me altijd wat verloren,
al toont de spiegel mijn gezicht.
Ik ken de kroegen en kathedralen,
van Amsterdam tot aan Maastricht (in mijn geval tot aan Parijs).
Toch zal ik elke dag verdwalen, dat houdt de zaak in evenwicht."

"Vivre, vivre.
Même sans soleil, même sans été.
Vivre, vivre.
C'est ma dernière volonté".  

Verdwalen in Parijs dat is wat wij hebben gedaan, fraai weergegeven in bijgaand filmpje met fotografie van Ron Leezer. Tip; zet vooral het geluid aan.

De volgende module fotografie voor gevorderden met als onderwerp Parijs; City Scape en Streetlife, inclusief evaluatie, is alweer gepland voor 27 en 28 april 2013. Wilt u zich inschrijven voor deze cursus of meer weten over de vele verschillende fotografiecursussen van het Advance Centrum voor Fotografie, klik hier voor de website.

zondag 24 juni 2012

CITÉ DE L'ARCHITECTURE ET DU PATRIMOINE

Een juweeltje, dat het verdient om met een bezoek vereerd te worden en wel om drie redenen. Allereerst vanwege de prachtige collectie, ten tweede vanwege het heerlijke lunchcafé Carlu en ten derde vanwege een ongekend uitzicht op de Eiffeltoren.

Een uniek vergezicht op de Eiffeltoren vanuit het Cité de l'Architecture et du Patrimoine
In de oostvleugel van het in 1937 gebouwde Palais de Chaillot (tegenover de Eiffeltoren) bevindt zich het internationale architectuurmuseum en de restauratieschool École de Chaillot. Het museum is ruim 10 jaar gesloten geweest, vanwege een brand in 1997 en in 2007, na een grondige renovatie, weer  opengesteld voor het publiek. Het Cité de l'Architecture et du Patrimoine, ook wel bekend onder de naam Musée National des Monuments Francais, is het grootste museum in zijn soort in de wereld, met als doelstelling, het Franse architecturale erfgoed in de schijnwerpers te zetten. Het was de restaurateur van de Notre Dame; Viollet-le-Duc, die in de negentiende eeuw, de tijd van het Tweede Keizerrijk, zorgde voor afgietsels van de beste Franse kunstwerken. Nu gebeurt dit met behulp van computers, maar in die tijd werden de originelen beschermd met olie en talk, en gegoten in gips. Zo ontstond een mal, die men weer gebruikte voor het maken van de afgietsels.

Een deel van de indrukwekkende Galerie des Moulages
De reis langs 350 portalen, timpanen en beelden van de mooiste kathedralen, abdijen en kerken van Frankrijks erfgoed, begint in de indrukwekkende Galerie des Moulages. Een grote galerie met rode muren en goudgeel invallend daglicht, gevuld met topstukken op ware grootte. U maakt een reis langs romaanse en gotische kunst, die in het echt honderden kilometers uit elkaar liggen. Door de ramen van de oostvleugel heeft u een steeds wisselend en  adembenemend uitzicht op de Eiffeltoren.

De Galerie d'architecture moderne et comtemporaine
Met een lift gaat u naar de bovenste etage, waar zich de Galerie d'architecture moderne et comtemporaine bevindt. De galerij is gevuld met maquettes van moderne en hedendaagse architectuur vanaf 1850. Topstuk is een maquette van het Londense Chrystal Palace, dat voor een omwenteling zorgde in de manier van bouwen. De vroegere Parijse hallen, de treinstations, Grand Palais, Petit Palais en diverse bruggen zijn hier prachtige voorbeelden van. U kunt ook een appartement uit de Cité radieuse (Marseille) bezoeken, ontworpen door de oervader van de moderne architectuur; Le Corbusier. Inmiddels bent u zo'n dertig meter verheven boven de Jardins du Trocadéro en u heeft ook hier een indrukwekkend uitzicht over Parijs. Vanaf hier lijkt het of de Eiffeltoren zich in een geweldig bosgebied bevindt (zie foto bovenaan deze blog).

Uitzicht op de Eiffeltoren vanuit de Galerie des peintures murales et vitreaux
Het laatste deel van de tweede verdieping is gewijd aan replica's van meesterwerken, op ware grootte, van muurschilderingen en glas-in-loodramen. Een absolute "Must see" is de plafondschildering eveneens op ware grootte, van de kathedraal van Cahors. De Galerie des peintures murales et vitreaux, is een juweeltje dat u absoluut niet mag overslaan.

Café Carlu
Inmiddels was het lunchtijd en ik dacht ineens aan een lunchadresje dat ik tegenkwam in het boekje "Paris par desus les toits", van Agnès Taravella, met daarin 53 onverwachte ontdekkingen met een prachtig uitzicht. Bij de ingang van het museum kunt u, ook al brengt u geen bezoek aan het museum, zo doorlopen naar het Café Carlu. Een modern zelfbedieningsrestaurant, met een interieur in de kleuren oranje en wit. De verlichting is van Ingo Maurer, Tafels en stoelen van Ron Arad en het servies is een ontwerp van Philippe Starck. U heeft hier een overvloed aan keuzes uit heerlijke salades, diverse quiches, sandwiches en verleidelijke desserts. Voor de keuken tekent de traiteur Marc Veyrat. Het uitzicht vanuit het terras over het Trocadéro met zijn fonteinen richting de Eiffeltoren is wederom adembenemend. Bij zonnig weer is ook het terras open. Een lunch bestaande uit een quiche Lorraine, salade, een glas rode wijn en als dessert een heerlijke Fromage Blanc; kosten per persoon slechts € 16,00.
Cité de l'Architecture et du Patrimoine, place du Trocadéro et du 11 Novembre, 16e arrondissement, metro Trocadéro. Openingstijden: alle dagen van 11.00 uur tot 19.00 uur. Op dinsdag gesloten.
TIP: Een mooie combinatie met het bezoek aan het museum is het kerkhof van Passy dat zich schuin aan de overkant bevindt. Zie ook mijn blog Cimetière de Passy.

dinsdag 19 juni 2012

ONVERGANKELIJK PARIJS

De titel van deze blog heb ik overgenomen van een zeer veelzijdig persoon, waar ik onlangs mee in contact ben gekomen, maar daarover straks meer. Ik neem u mee terug naar het twintigste arrondissement. Onterecht vaak overgeslagen in de vele boeken die er geschreven zijn over Parijs. Regelmatig besteed ik aandacht aan dit arrondissement, niet alleen vanwege de mooie mix van de nationaliteiten die er wonen, maar juist vanwege de prachtige wandelingen die je er kunt maken, met altijd weer kleine verrassingen en nieuwe ontdekkingen.


We stappen uit bij metro Père Lachaise, bij de uitgang aan de place Auguste Mérivier en gaan rechts de avenue de Gambetta in. Na ongeveer honderdvijftig meter aan de rechterkant, komt u aan bij een van de mooiste en rustigste tuinen van Parijs: Le jardin du Samuel de Champlain. Slechts 13192 m² groot. Een langgerekte strook, die loopt langs de noordwest muur van het kerkhof Pére Lachaise. Deze serene openbare tuin, aangelegd in 1889, is genoemd naar de vader van het nieuwe Frankrijk, de Fransman Samuel de Champlain; navigator, cartograaf, ontdekker, geograaf en etnoloog. Hij stichtte in 1608 de Canadese stad Quebec.

Le jardin du Samuel de Champlain.'Le mur aux victimes des Révolutions'
Bij het binnengaan van de tuin, zie je aan de rechterkant, de hoge muur van de begraafplaats. De weelderige tuin staat bekend om haar verscheidenheid aan bomen waaronder zeer verschillende soorten esdoorns.  Logisch want het blad, de 'Maple Leaf' is bekend  als het esdoornblad in de Canadese vlag. Vrijwel onmiddellijk voert een steile helling je naar boven, met als beloning, boven aan de top, een prachtig uitzicht over typische Haussmann gebouwen van de Avenue Gambetta en de noordwestzijde van Parijs. Wat opvalt is de stilte. Het geluid van de drukke avenue wordt volledig geabsorbeerd door het weelderige groen. 

 “Ce que nous demandons à l’Avenir. Ce que nous voulons de Lui. C’est la Justice. Ce n’est pas la Vengeance.”

De steile klim wordt beloond door een bijzonder monument uit 1909 gemaakt door de Franse beeldhouwer Paul Moreau-Vauthier (1871-1936); 'Le mur aux victimes des Révolutions'. Een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Franse revoluties. Linksonder als inscriptie, een uitspraak van  Victor Hugo: “Ce que nous demandons à l’Avenir. Ce que nous voulons de Lui. C’est la Justice. Ce n’est pas la Vengeance.” (Vrij vertaald; Wat wij in de toekomst vragen, wat wij willen, is rechtvaardigheid, geen wraak) Geraakt door dit monument en de prachtige tekst, lopen we verder en passeren een oude gesloten toegangspoort, vol met graffiti, die leidde naar de grootste necropool van Parijs wetende, dat achter deze muur, ook Paul Moreau-Vauthier begraven ligt.

Père Lachaise; 1,3 miljoen mensen vonden hier hun laatste rustplaats
We verlaten de tuin en gaan rechts de rue des Rondeaux in. Tegenover de avenue de Père Lachaise ligt de oost-ingang van de begraafplaats.  Op deze romantische dodenakker aangelegd in 1803 en veertig ha groot, hebben 1,3 miljoen mensen hun laatste rustplaats gevonden. Hier liggen maarschalken, politici, schrijvers, kunstschilders, filmsterren, filosofen, componisten en zangers naast duizenden gewone Fransen in de schaduw van meer dan twaalfduizend bomen.

Versteend verdriet in de schaduw van 12.000 bomen
Elk seizoen leent zich voor een bezoek aan Père Lachaise, maar de mooiste tijd om er heen te gaan is oktober, als de duizenden bomen hun herfstkleur hebben gekregen, of op 1 november met la Toussaint, (Allerheiligen), wanneer de graven worden voorzien van witte chrysanten. Bij verschillende ingangen zijn gratis plattegronden te verkrijgen. Er is inmiddels ook een iPhone App  te krijgen met een kaart van de begraafplaats die je langs verschillende graven leidt.

De iPhone App brengt je langs de mooiste graven
Dat brengt mij op Andy Arnts. Dankzij mijn weblog heb ik Andy Arnts leren kennen. Een veelzijdig mens. Naast auteur van boeken waaronder  'Richter' en 'Van Bouillabaisse tot Bruni' is hij beeldend kunstenaar, journalist, reisverslaggever en hoofdredacteur van het Frankrijk-tijdschrift 'En Route'. Sinds 2010 maakt hij tevens filmreportages over het 'onvergankelijke Parijs'. Zo maakte hij een serie over de Parijse begraafplaatsen, met saillante verhalen over bekende en minder bekende 'bewoners'. Een daarvan gaat over Père Lachaise. Het filmpje is te vinden op YouTube, waar Arnts ons meeneemt langs beroemde graven, waaronder die van Oscar Wilde, Victor Noir, Modigliani en Frédéric Chopin.

Het romantische columbarium
Lopend door de poort aan de oostzijde komt u op de avenue des Combattants Étrangers morts, met aan de linkerzijde een gebouw dat lijkt op een Byzantijnse kerk. Dit is het crematorium dat al in 1889 in gebruik werd genomen, ondanks het feit dat cremeren nooit populair is geworden in Frankrijk. Het gebouw is uitgerust met vier ovens, waarvan twee op gas branden en de andere twee op stookolie. Rond het crematorium ligt het romantische columbarium. Vier etages hoog; twee onder de grond en twee boven de grond, goed voor 25.000 urnen. Zoals ik al zei is cremeren niet populair bij de Fransen vandaar dat er nog duizenden plaatsen leegstaan in de kelderverdieping. Ook hier grote namen, waaronder Maria Callas (gedenkplaat 16258 met de initialen M.C.) en de tragisch omgekomen ballerina Isadora Duncan. Over haar gaat het verhaal dat zij op 14 september 1927 instapt in haar splinternieuwe Bugatti. Om haar nek een lange rode sjaal. Bij het wegrijden wappert de rode sjaal tussen de wielen van de auto en de rest laat zich raden. Haar as is te vinden onder nummer 6796 naast haar kinderen, die de dood vonden in 1913, toen Duncan haar auto parkeerde aan een kade en vergat de handrem aan te trekken.

Verlaten maar niet vergeten, een anonieme groet
Als je op Père Lachaise begraven wilt worden, dan moet je op het moment van overlijden in Parijs gewoond hebben. Een graf op Père Lachaise is niet goedkoop. De prijzen variëren tussen de tienduizend euro (aan de rand van de begraafplaats) en twintigduizend euro  (midden in een divisie) per graf, afhankelijk van de ligplaats. De grond is dan wel voor altijd uw eigendom, want in Frankrijk mag een graf nooit worden opgeruimd. Graven die een eeuwigheidsduur hebben kunt u herkennen aan de letters CAP, vaak gegraveerd op de achterkant van het graf. CAP staat voor 'Concession à Perpétuité' (vergunning voor de eeuwigheid). Wilt u uw as laten bijzetten in het columbarium dan is dat belangrijk goedkoper. Zo rond de vijfduizend euro voor vijftig jaar.

Onvergankelijk
Mocht u de komende periode geen tijd hebben om deze necropool te bezoeken dan kunt u dat ook virtueel doen op de website van Père Lachaise.com
Le jardin du Samuel de Champlain, avenue Gambetta, 20e arrondissement, metro Père Lachaise.
Cimetière Père Lachaise, ingangen aan de boulevard Ménilmontant, rue de Repos, rue des Rondeaux, rue Réunion, 20e arrondissement, metro Père Lachaise, Philippe Auguste, Gambetta. Alle dagen geopend van 08.00 uur tot 18.00 uur met uitzondering van zaterdag vanaf 08.30 uur en zondag vanaf 09.00 uur.
Meer lezen over de Parijse dodenakkers en hun legendarische bewoners koop* dan het boek: "Wandelen over Père Lachaise, Montmartre & Montparnasse". Uitgeverij Elmar b.v., ISBN 90389 04142 (* Het boek is uitgegeven in 1996 en vast nog tweedehands te verkrijgen)