Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 2 augustus 2017

DE MARAIS: LA SOCIÉTÉ DES CENDRES

Ochtendgloren; Jacques Dutronc schreef er een chanson over, 'Il est cinq heures, Paris s'éveille'. Elke ochtend, ook op zondag, word je gewekt door de dynamiek van de stad. De schoonmakers in hun gifgroene lichtgevende pakken, ontworpen door de Franse modelegende Pierre Cardin, zijn al druk in de weer. De straten van Parijs worden gereinigd door water uit de riolering langs de goten te laten stromen, gekanaliseerd door strategisch geplaatste hoopjes vodden. Een inventief systeem. Het is tijd om op te staan want er is niets mooier dan wandelen in Parijs op een zondagse zomerochtend. 'Paris Respire', Parijs komt op adem. Iedere zondag van 10 uur tot vijf uur in de namiddag zijn veertien gebieden in de stad verboden voor het autoverkeer en uitsluitend voorbehouden aan wandelaars en fietsers.

In de rue des Rosiers, op nummer 10, ontdek ik een poort die toegang geeft tot één van de meest verborgen tuinen van de Marais

Deze zondag, keer ik terug naar het stadsdeel dat aan de grote urbanisatieslag van de jaren zestig ontsnapte, dankzij de vooruitstrevende cultuurminister André Malraux. Gezien de historische waarde van de Marais koos hij voor restauratie in plaats van sloop. De Marais heeft iets tegenstrijdigs. Aan de ene kant de architectonische traditie die goed werd vastgehouden, zodat de wijk uitblinkt in rijk bewerkte poorten met indrukwekkende binnenplaatsen en prachtige gevels met reliëfwerk. De oorspronkelijke straatnamen nog in steen gehouwen met daaronder de officiële blauwe bordjes.

Een klassieke gevel trekt bij mij de aandacht met het volgende opschrift: 'Fonderie d'or et d'argent traitement des cendres essais et analyses'. 

Daar tegenover staat de mening van de Parijzenaar; "de Marais is zichzelf niet meer". Het is niets dan façadisme: de gevels zijn blijven staan, maar daarachter is alles nieuw. Het is er ingericht op snel en veel geld verdienen. De prijs per vierkante meter behoort tot de hoogste van Parijs en de koffie op de terrasjes is navenant duur. Toch zijn er nog steeds plekken waar de stilte heerst. Van oudsher is dit de wijk waar welgestelden en armen door elkaar wonen. In de 16de en 17de eeuw liet de hofadel hier zijn stadspaleizen bouwen; oases in een woelige stad. Nu is de Marais een favoriete bestemming voor toeristen bij wie het geld in de zakken brandt. Ja, de Joden met keppeltjes of mooie deukhoeden zie je nog steeds in de Rue des Rosiers en omgeving. In de buurt van de Rue Sainte-Croix de la Bretonnerie wandelen veel homostellen. Daarom is het zo heerlijk wandelen op zondag, vroeg in de ochtend in de Marais. Vrijwel lege straten, geen autoverkeer, bijna geen tourist te bekennen, en de echte bewoners van de wijk koesteren zich in de ochtendzon of hebben tijd voor een praatje midden op straat. Links en rechts hoor je het oprollen van de stalen luiken voor de winkels. De Marais ontwaakt.

In de rue des Rosiers, op nummer 10, ontdek ik een poort die toegang geeft tot één van de meest verborgen tuinen van de Marais, in het hart van een blok imposante gebouwen. Ga je de poort door, dan betreed je een andere wereld. Weelderig en afgelegen, deze groene oase geboren uit het samenvoegen van drie particuliere tuinen van  prachtige stadspaleizen daterend uit de zeventiende eeuw: Hôtels Coulanges, Barbes en Albret. Ooit woonden hier de burgers die geen cent te verteren hadden en die zich voor hun veiligheid nestelden onder de vleugels van de orde van de Tempeliers. De tuin opgericht in 2007 en voltooid in 2014 draagt de naam van Jozef Migneret (1888-1949), directeur van de 'l'Ecole des Hospitalières-Saint-Gervais', de eerste joodse school in Parijs. In juli 1942 hadden de razia's van de Vel d'Hiv, uitgevoerd door de Parijse politie, ernstige gevolgen voor de leerlingen en leerkrachten van deze school. De meeste kinderen en hun ouders werden gedeporteerd naar Auschwitz. 165 Studenten van deze school zijn daar omgekomen. Met gevaar voor eigen leven verborg Migneret in zijn eigen gehuurd appartement in de buurt van rue du Temple 71, meer dan twee jaar een aantal studenten en voorzag vele joden van valse papieren. Op 28 maart 1990 ontving hij hiervoor postuum de Yad Vashem-onderscheiding.

Een hoogoven in het centrum van Parijs
In de tuin zie ik een industrieel pand met een opvallende hoge schoorsteen, een gebouw dat je zeker niet verwacht in deze historische omgeving. Tijd om op ontdekking te gaan en neem de andere uitgang bij het Hôtel de Coulanges, rue des Francs-Bourgeois 35 -37. Naast de uitgang, op nummer 39 trekt een klassieke gevel de aandacht met het volgende opschrift: 'Fonderie d'or et d'argent traitement des cendres essais et analyses'. Ik sta voor een van de laatste overblijfselen uit het industriële  tijdperk van de Marais; 'La Société des Cendres'. Een vennootschap voor de verwerking van as. Een fabriek voor het terugwinnen van edelmetalen. Opgericht in 1859 door Alexis Falize, een specialist in het gebruik van emaille en later een beroemde juwelier in Parijs, tijdens het Tweede Keizerrijk.  Samen met Jules Chaize, Eugène Fontenay en Frédéric Boucheron kwam hij op het idee om een coöperatie op te richten om goud, platina en zilver terug te winnen uit afvalstoffen van de vele juweliers in de stad. Hiertoe verwierf de coöperatie in 1866 een stuk grond in de rue des Francs-Bourgeois. Al snel groeide de coöperatie, waarvan de klanten tevens aandeelhouders werden, uit tot zo'n 500 leden. Goudsmeden, tandartsen, fotografen en graveurs wilden allemaal toetreden tot 'La Société des Cendres'. Tot het midden van de negentiende eeuw werd deze activiteit toevertrouwd aan professionals. Maar de Parijse goudsmeden en juweliers vonden de dienst al snel te duur en besloten zich aan te sluiten bij de cooperatie van Alexis Falize.

Het is niet vreemd als de naam Uniqlo u niets zegt. In heel Europa heeft de modeketen nog geen dertig filialen

Het was een komen en gaan van ambachtslieden met zakken vol met daarin afvalstoffen, verzameld in voorgaande maanden. Soms wel 50 tot 500 kilogram. Onder eigen toezicht werd het afval verbrand in een grote oven, de as verpletterd onder een stoomwals, fijngemalen, gezeefd en gewassen. Daarna werd de as behandeld met kwik en verwarmd. De achtergebleven resten vloeibaar goud, zilver en platina werden vervolgens gegoten tot staven en weer teruggegeven aan de leden van de coöperatie. Een zak van 50 kilo leverde zo'n 250 gram puur edelmetaal op. De fabriek is zelfs operationeel gebleven tot 2002. Daarna verhuisde de 'Société des Cendres' naar Vitry-sur-Seine (Val-de-Marne) en werd omgezet in een handelshuis voor tandheelkundige protheses en orthodontie.

La Société des Cendres; een nieuwe must see in de Franse hoofdstad

Het pand stond leeg tot 2011 tot dat het Japanse kledingmerk Uniqlo op zoek was naar een tweede vestiging in Parijs. Het is niet vreemd als de naam Uniqlo u niets zegt. In heel Europa heeft de modeketen nog geen dertig filialen. Maar moederbedrijf Fast Retailing – waar ook de Franse keten Comptoir des Cotonniers en het Amerikaanse jeanslabel J Brand onder vallen – is de op drie na grootste modeverkoper ter wereld, en Uniqlo is met meer dan 1.600 filialen in 17 landen veruit het grootste merk van de groep; ruim de helft van die winkels zit in Japan.

Uniqlo flagship store, een van de mooiste winkels in de Marais 

Het is met name te danken aan de visie en initiatief van Berndt Hauptkorn, CEO van Uniqlo Europe, dat dit unieke pand in zijn geheel is gerestaureerd en omgebouwd tot een van de mooiste modewinkels in de Marais. Honderden vakmensen werkten drie jaar lang om het pand in zijn oude glorie te herstellen. De dertig meter hoge schoorsteen, centraal in het pand, werd in zijn geheel opnieuw opgebouwd. De grond werd gereinigd, het metalen framewerk in zijn oude glorie hersteld en weer zichtbaar gemaakt. Het glazen dak werd weer in zijn oude glorie hersteld. Een miljoenen operatie onder leiding van het architectenbureau Pierre Audat, onder toezicht van de Franse Rijksgebouwendienst. Het preserveringsplan van André Malreaux in Parijs bleek nog altijd van kracht. Op 25 april 2014 werd het pand opengesteld voor het publiek. Vijf jaar na de opening van de eerste flagship store in Parijs in het Opéra district. Een deel van de machines en gereedschappen voor de terugwinning van de edelmetalen worden tentoongesteld in een klein museum in de kelder van dit magistrale pand. Korte filmpjes vertellen de historie van dit stukje uniek industrieel erfgoed in Parijs. Een nieuwe must see in de Franse hoofdstad.

woensdag 26 juli 2017

CITÉ FLORALE EEN BETOVERD STUKJE PARIJS

Tot het einde van de negentiende eeuw was verreweg het meest geïndustrialiseerde deel van de stad te vinden langs de oevers van de Bièvre. De Bièvre, een Frans riviertje, 36 kilometer lang, ontspringt in Guyancourt (Yvelines) en mondt uit in het centrum van Parijs in de Seine, ter hoogte van de Pont d'Austerlitz. Sinds 1912 is de rivier in het 5e en 13e arrondissement van Parijs helemaal overdekt en maakt hij deel uit van het riolennet. Wie dit deel van de stad tegenwoordig bezoekt heeft geen idee dat er een rivier onder zijn voeten stroomt.

Sinds 1912 is de Bièvre in het 5e en 13e arrondissement van Parijs helemaal overdekt en maakt hij deel uit van het riolennet

De Romeinen bouwden in de oudheid al een aquaduct aan haar oever om het water naar de stad te kunnen leiden. Monniken van abdij Saint-Victor, niet ver van de Seine, gebruikten vanaf de 11e eeuw het water voor hun graanmolens. Later in de Middeleeuwen lieten zij zelfs twee kanalen haaks op de Bièvre graven. De aanleg van dijken en dammen zorgde tenslotte voor het ontstaan van twee rivierarmen. De oorspronkelijke loop werd de Bièvre Morte (dode), de tweede de Bièvre Vive (levende) genoemd. Vroeger waren hier weilanden, die geregeld door de rivier werden overstroomd. ’s Zomers graasden er kudden, ‘s winters kwamen de Parijzenaars hier schaatsen en werd er ijs uitgehakt en bewaard om levensmiddelen te koelen. In 'Alleen op de Wereld' liet Hector Malot zijn Rémi al langs de oevers van de Bièvre wandelen. Ook Victor Hugo beschreef de rivier in zijn dichtbundel 'Herfstbladeren'. Deze idyllische verhalen uit de 19e eeuw zijn als echo’s uit vervlogen tijden.

De Cité Florale bestaat uit vijf straatjes en een pleintje

Ondertussen werden er op de oevers abattoirs, ververijen en leerlooierijen aangelegd, die voor ernstige vervuiling zorgden. Die toepassingen verpestten de Bièvre volledig en maakten er een bron van epidemieën van, omdat het water ernstig werd vervuild. Ten tijde van de grote stadsvernieuwingen van Haussmann, eind 19e eeuw, werd dan ook rigoureus ingegrepen en verdween de Bièvre volledig uit het stadsbeeld en werd opgenomen in het Parijse rioolstelsel of begraven onder beton.

Een oase van rust en groen, een betoverend stukje Parijs

Weinigen weten dat in dit gebied een van de mooiste stukjes Parijs te vinden is, een oase van rust en groen, een betoverend stukje Parijs. De Parijzenaar kan het zelf zo mooi zeggen “un petit bout de campagne caché”. In het 13e arrondissement, tussen parc Montsouris en place de Rungis ligt de Cité Florale Het bestaat uit 5 straatjes en een pleintje, naast de Place de Rungis, ingeklemd tussen de Rue Boussingault, de Rue Brillat-Savarin en de Rue Auguste-Lançon. Een kleine enclave die voor de gehaaste mens onzichtbaar blijft, maar een schat aan onverwachte schoonheid in zich bergt. Door de beschermde ligging heeft het haar karakter gelukkig kunnen behouden. Het werd in 1928 aangelegd in de vorm van een driehoek op de plaats waar vroeger de weilanden regelmatig door de Bièvre onder water werden gezet. 

Er heerst een plattelandssfeertje waar de lage huisjes een bitse strijd voeren tegen de moderne hoogbouw

De straten hebben prachtige namen zoals de rue des Orchidées met mooie art-decohuisjes. De rue des Glycines (de Blauweregenstraat), met een klein pleintje overschaduwd door een grote kersenboom. De rue des Liserons (de Windestraat) kleine huisjes die schuil gaan achter de klimop en de rozenstruiken. De rue des Volubulis (Eveneens een soort winde onder de naam 'Morning Glory'), de rue des Iris (Irisstraat) en de square Mimosa (het mimosapleintje) De meeste huizen zijn uit baksteen opgetrokken, verschillend van tint, en hebben allemaal hun eigen tuintje. Er heerst een plattelandssfeertje waar de lage huisjes een bitse strijd voeren tegen de moderne hoogbouw.  Slenter er rustig rond, kijk om je heen en geniet van de rust en charme.

Kleine huisjes die schuil gaan achter de klimop en de rozenstruiken

TIP: Laat je leiden door een gids over de bedding van de Bièvre en ontdek het rijke architecturale erfgoed. Voor meer informatie over de rondleidingen door 'Paris Capitale historique', klik hier. Prijzen vanaf € 22 per persoon.


In het zuiden van Parijs bevindt zich nog een van mijn juweeltjes. Enkele minuten verwijderd van de drukte van Montparnasse ligt het tweede grootste park van Parijs. Aangelegd in de tijd van Haussmann ligt hier een van de best bewaarde geheimen van Parijs: Parc Montsouris. Een park als een Engelse tuin, met glooiende hellingen, golvende paden die bij elke bocht weer onverwacht zicht geven op valleitjes, rotspartijen, balustrades, water en prachtige "lawns". Bijna ongemerkt verborgen achter grote bomen of langs hoge wallen loopt verdiept in de grond het regionale netwerk van de RER (ligne B) over de oude spoorlijnen van de Petite Ceinture en de ligne de Sceaux.

De Cité Internationale Universitaire

Door het park loopt ook de monumentale meridiaan van Parijs. 135 Ronde koperen plaatjes, een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, als eerbetoon aan de astronoom en wetenschapper Francois Arago. Journalist en schrijver Philip Freriks heeft alle koperen plaatjes in kaart gebracht en omschreven in zijn boek; "Het spoor van de Monumentale Meridiaan". Volgens dit boek zijn de plaatjes nrs. 15 t/m 20 te vinden in het park.

Op deze prachtige groene campus wonen en leren 5500 studenten uit 130 verschillende landen

Aan de overkant van het park, zeker niet vergeten, ligt de Cité Internationale Universitaire. Op deze prachtige groene campus wonen en leren 5500 studenten uit 130 verschillende landen. Ze wonen in gebouwen die ook het internationale karakter van de universiteit uitstralen; het Huis van Zuidoost Azië, het College van Spanje, het Huis van India, het Zwitserse paviljoen (gebouwd door Le Corbusier) etc. De tuin is vrij toegankelijk en zeker de moeite van een bezoek waard.

De rue Nansouti, met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie

De betovering van de tuin en het park strekt zich ook uit tot de omliggende straten, impasses en villa's. Aan de westzijde van het park, aan de rue Nansouti, kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie; rue du Parc Montsouris, rue Georges Braque met op nr. 6 het atelier van de kunstenaar. Square Mont Souris, het meest pittoreske straatje van Parijs. Via de avenue Reille en de rue de la Tombe Issoire komen we bij Villa Seurat, een doodlopende straat, op nr. 18 woonde Henri Miller. De Impasse Gauguet, met artiestenateliers uit de jaren dertig. Allemaal miniparadijzen die zich behaaglijk hebben genesteld in een prachtige groene omgeving, het domein van de welgestelden.

Heb je nog even? Op de hoek van de rue de la Tombe-Issoire en de avenue Reille bevindt zich een van de grootste waterreservoirs van Europa; Réservoir de Montsouris, 265m lang, 135 meter breed en 80 meter boven de zeespiegel. Gebouwd tussen 1868 en 1873 door Belgrand op oude kalksteengroeven. Met twee reservoirs die ondersteund worden door 1860 pijlers. Het reservoir onder de grond heeft een diepte van 5 meter en bovengronds, maar geheel afgedekt, een diepte van ruim drie meter. Omgeven met buitenmuren van meer dan twee meter dik met daarop kleine glazen pomphuisjes die zomaar van de signatuur van Eiffel kunnen zijn. Op de muren gegraveerd de namen die verwijzen naar rivieren in de buurt van Parijs.

Réservoir de Montsouris omgeven met buitenmuren van meer dan twee meter dik met daarop kleine glazen pomphuisjes die zomaar van de signatuur van Eiffel kunnen zijn

Deze juweeltjes in het 13e en 14e arrondissement kunt je het beste bereiken met de RER Ligne B en dan uitstappen bij station Cité Universitaire (je komt dan uit in het park) of met lijn 4, richting Porte d'Orleans, uitstappen bij Alésia

Het spoor van de monumentale meridiaan. Een "petite histoire" van Parijs. 1995 ISBN 90 229 8245 9 - uitgegeven door A.W. Bruna, Utrecht.

donderdag 20 juli 2017

LE TOUR DE FRANCE 2017; PARIJS

Als ik deze blog plaats ben jij nog volop bezig met de Tour de France en ik met de laatste etappe die aanstaande zondag 23 juli 2017 wordt verreden. De 104e Tour de France zit er dan bijna op. Nog 103 kilometer in de 21e en laatste etappe, die traditioneel een prooi voor de sprinters is. Met acht ziedend snelle ronden op de Champs-Élysées neemt het peloton afscheid van het Tour de France-publiek. De grote sprintkanonnen behoren eigenlijk een zege op de Champs-Élysées op hun palmares te hebben staan. Mark Cavendish heeft er vier, maar het is ook alweer vier jaar geleden dat hij de snelste was in Parijs. In 2013 en 2014 ging de zege naar Marcel Kittel en 2015 en 2016 won André Greipel. Zoals gebruikelijk mag de ploeg van de gele trui als eerste het circuit opdraaien en daarna gaat het los in acht ronden van een kleine 7 kilometer. Dappere renners schrapen de laatste beetjes energie in hun vermoeide lichaam bij elkaar om weg te komen. Maar een massasprint is bijna onvermijdelijk.

De 104e Tour de France zit er bijna op, nog 103 kilometer in de 21e en laatste etappe

Het is niet de eerste keer dat het stadje Montgeron fungeert als startplaats, sterker nog, de eerste etappe van de allereerste Tour de France (1903) ging ook hier van start. De laatste etappe van de Tour de France van 2017 begint om 16:50 en de finish wordt rond 19:20 verwacht (doorkomsttijden). Natuurlijk ga ik net als jij genieten van de prachtige helikopter beelden vooral als de renners Parijs binnenkomen bij Porte d'Orleans in het 15e arrondissement. Via de boulevard Lefebvre, boulevard Victor en de boulevard du Général Martial Valin naar de Seine, die helemaal noordwaarts wordt gevolgd tot aan de Pont Alexandre III. De brug werd gebouwd tussen 1896 en 1900, en was net op tijd klaar  voor de wereldtentoonstelling. En dan gebeurt er iets unieks. Voor ons zien we het Grand Palais en voor het eerst gaat de tour dwars door het Grand Palais, met de grootste dakconstructie ter wereld, gemaakt van smeedijzer, staal en glas, naar de Champs Élysées.

Voor het eerst gaat de tour dwars door het Grand Palais, met de grootste dakconstructie ter wereld

Dat wordt spectaculair camerawerk, en daarom leek het mij een leuk idee om de route vast op papier te zetten met een tweeledig doel: Het Parijse deel nog eens na te lopen of met mijn blog gaan zitten voor de TV, als extra ondersteuning voor alle plekken die in beeld verschijnen. Natuurlijk volgt er uitgebreid commentaar over de onderlinge strijd van de wielrenners, maar het zal je opvallen hoe weinig de commentatoren weten te vertellen over de stad zelf en over wat je allemaal te zien krijgt vanuit de helikopter. In de volgende alinea's neem ik je mee langs de ronde van zeven kilometer die de renners acht keer gaan afleggen. Ik beschrijf het als een wandeling zodat je, eenmaal in Parijs zelf deze route nog een keer kunt afleggen.

We beginnen onze wandeling bij de start/finish aan de kant van de Avenue des Champs Élysées met de even nummers. Geniet eerst maar even van het zicht op de Arc de Triomph. De bouw begon in 1806, ter ere van een van Napoleons overwinningen bij Austerlitz. Pas rond 1836, onder koning Lodewijk Filips, werd de bouw voltooid. De Champs Élysées is een van 's werelds duurste winkelstraten. Op nummer 68 (niet ver van nummer 100 waar het startpunt is) opende de Amerikaanse cosmetica-reus Estée Lauder najaar 2012 een flagshipstore Dat is op zich geen nieuws, ware het niet dat het huurbedrag meteen een absoluut wereldrecord blijkt te zijn  in de retailwereld, met 18.000 euro per m² per jaar en dat  met 176 m² op de begane grond en 183 m² op de eerste verdieping. Maar vergis je niet, op deze handelsader worden de hoogste omzetten per vierkante meter gegenereerd: er is sprake van een rendement van € 10.000 tot € 50.000 per m². per jaar.

Op weg naar boven passeer je een aantal prachtige winkelgaleries: Galerie des Champs Élysées op 26, Galerie du Claridge op 74, de Lido Passage, op 76, waar eens het oude Lido was gevestigd en op 82 tot 88, de tweede Galerie des Champs Élysées.

Op nummer 42 de showroom van Citroën. Dit pand is al sinds 1927 in het bezit van de automobielfabrikant en in 2006 en 2007 geheel verbouwd door de architecte Manuelle Gautrand. In het interieur herkent men Citroën's voorliefde voor design. Mooi is te zien hoe het Citroënlogo in de 30 meter hoge glazen gevel is geïntegreerd. Van buiten is de bijzondere draaiende kolom van platforms, waar op elk platform een model Citroën  tentoongesteld wordt, goed zichtbaar. TIP: Ga met de lift naar de bovenste etage, waarna je via de trap kunt afdalen naar de verschillende thematische tentoonstellingen. Op de bovenste etage, in de Citroënlounge,  geniet je ook nog eens gratis van een fabuleus uitzicht over de stad.

De spectaculaire showroom van Citroën

Op 44 de Disney store waar je alle gadgets van Disney kunt kopen zonder het Disney Parijs te bezoeken. De Virgin megastore zat op de nummers 52 tot en met 60. Helaas is deze superstore sinds 14 juni 2013 gesloten. Hier opent Galeries Lafayette in oktober 2018 haar tweede winkel in Parijs. Voor de vrouwen zit de echte MUST SEE een stukje verderop op de nummers 68, 70 en 72, het super chique Guerlain en Sephora, meteen de grootste parfumzaak van Parijs. Op 102 de bekende nachtclub Queen voor de nachtelijke dansuitspattingen en de 'mademoiselles' in overtreffende trap.

Het Lido de Paris op 116 is inmiddels het grootste panoramische theater ter  wereld, waar elke twee minuten het decor verandert. Op 3 april 2015 was het eindelijk zover, Twee jaar lang was er gewerkt aan weer een meesterwerk van Franco Dragone; de nieuwe Lidoshow 'Paris Merveilles'. Dragone, die wij kennen van Cirque du Soleil, en zijn team van 11 mensen, hebben de wereld afgereisd op zoek naar de meest prestigieuze acts en talenten. Totale investering 25 miljoen euro. Voor het eerst sinds jaren sloot het Lido in januari 2015 de deuren voor een vier maanden durende transformatie als voorbereiding op de show, De ingang, de lobby en de theaterzaal hebben een totale metamorfose ondergaan. De nieuwe show is een technisch spektakel geheel in de zo herkenbare stijl van Dragone (Cirque du Soleil), aangestuurd door 24 computers. Met meer dan 110 dansers en danseressen (waaronder de wereld beroemde Bluebell Girls) in 600 verschillende kostuums voorzien van 2 miljoen kristallen en 200 kilo veren. Verder 1 ijsbaan, fonteinen en watervallen die meer dan 23.000 liter water per minuut wegpompen, lasereffecten, 700 speakers met surround sound, aangestuurd door 25 versterkers met een totaal vermogen van 20.000 watt, 600 meter neon en meer dan 100.000 lampen aangestuurd via 32 kilometer glasvezelkabel. 100 m² aan LED schermen, 300 lichtprojectoren en een magisch orkest bestaande uit 45 instrumenten. Aan het begin van de show zakt de voorzijde van de zaal automatisch de grond in. Zo ontstaat het toneel. De prachtige kristallen kroonluchters verdwijnen in het plafond en alle andere lampen die het zicht op het toneel wegnemen zakken in de vloer. 35 koks en patissiers onder leiding van Philippe Lacroix zorgen voor een diner op sterrenniveau. Jaarlijks bezoeken 500.000 bezoekers dit cabaret en consumeren 300.000 flessen champagne. Na shows als Allez Lido (1977), Cocorico (1981), Panache (1985) Bravissimo (1990), c'Est Magique (1994), Bonheur (2003) is het nu tijd voor Paris Merveille, inmiddels alweer de 27e show in bijna 70 jaar. Het gordijn gaat omhoog; it's showtime !

Lido de Paris - 'Paris Merveilles' - alweer de 27e show in 70 jaar

We vervolgen onze weg richting de Arc de Triomphe waar de mannen nog een bezoek kunnen brengen aan de showroom van Mercedes op 118 en die van Peugeot op 136. Als goedmakertje neem jij dan je partner mee naar de etalage van het juweliershuis Cartier op 154.

We zijn nu aangekomen op het keerpunt, ter hoogte van de place Charles de Gaulle, ook wel de place de l'Étoile. Oversteken op de place Charles de Gaulle is levensgevaarlijk. Voetgangers die naar de Arc de Triomphe gaan, moeten door de voetgangerstunnel van het metrostation onder het plein. De verkeerscirculatie op dit plein, waar 12 avenues op uitkomen is zo druk, dat tussen de verschillende verzekeraars een knock-for-knock agreement is afgesproken. Dat komt erop neer, dat iedere verzekeraar alleen de schade van eigen klanten betaalt. Toch kan het verkeer er goed doorrijden.

We steken de Champs Élysées over en vervolgen onze wandelroute in tegenovergestelde richting. Rechts, op 133, de bijzondere glazen gevel van de Publicis Drugstore, waarin onder andere een trendy lounge-bar en een van de restaurants van topkok Joël Robuchon.
Op 119 de grootste bar Nespresso boutique in de wereld verdeeld in drie zones: Een barista bar, waar je koffie kunt bestellen en kunt kennismaken met de verschillende smaken. Een lounge waar je kunt genieten van een heerlijke kop koffie en een design ruimte waar je de espressomachine Essenza kunt aanpassen in 16 verschillende kleuren.
In 1854 opende Louis Vuitton zijn eerste, in luxe koffers gespecialiseerde winkel in Parijs. Pas in 1896 signeerde hij alle koffers met het inmiddels wereldwijd gepatenteerde monogram in bruin beige met de letters LV. In 1914 werd de eerste Louis Vuitton winkel geopend op de Champs Élysées. Toen de grootste winkel ter wereld gespecialiseerd in reisbagage. In 2005 heropende Louis Vuitton op de Champs Élysées 101 een nieuwe flagstore, de grootste Louis Vuitton winkel ter wereld.

Op 99 het gerenommeerde restaurant Fouquet's. Fouquet's bestaat al sinds 1899 en is sinds 1930 dè hot spot voor sterren van de Franse filmindustrie. Gabin, Michèle Morgan, Truffaut, Godard en Chabrol behoorden tot de vaste clientèle. In 1990 krijgt het gebouw de status van historisch monument en tot op de dag van vandaag is het de 'place to be' voor de Parijse society, de showbusiness en de  Franse politiek.
Toyota, het eerste Japanse automerk op de Champs Élysées, presenteert zijn collectie op nummer 79. In deze showroom; gratis toegang tot het internet!
Na een verbouwing van zes maanden is in juli 2011, op nummer 53, het nieuwe 'l'Atelier Renault' geopend. Deze nieuwe hotspot in het hart van Parijs bestaat uit een bar, restaurant en een luxe showroom in de vorm van een experience center. De trendy bar en restaurant zijn verspreid over een ruim en licht mezzanine-niveau, compleet met vijf hoge loopbruggen, uitgevoerd in een super modern jasje van hout, glas en aluminium. De cocktails zijn overheerlijk, het voedsel vers en smakelijk en het entertainment; alles wat op de Champs-Élysées aan de andere kant van de glazen muur gebeurt, eindigt nooit.  L'Atelier Renault is dagelijks geopend tot 23.30 uur en op vrijdag en zaterdag zelfs tot 01.30 uur.

In de brasserie l'Alsace op nummer 39 kunt je 24 uur per dag, zeven dagen in de week terecht voor de onvermijdelijke zuurkool uit de Elzasser keuken, maar ook voor een voortreffelijk zeebanket. De diverse bioscopen van Gaumont en UGC, die je onderweg bent tegengekomen, vertonen bijna altijd de films in originele versie (VO version originale) dus zonder de vaak onvermijdelijke Franse nasynchronisatie.
We laten de winkels achter ons en steken de Rond-Point des Champs Elysées - Marcel Dassault over, richting de Place de la Concorde. We krijgen nu het groene gedeelte van de Avenue des Champs Élysées. Je passeert zo dadelijk het Grand Palais met zijn prachtige art-nouveau constructie uit staal en glas. Er kwam maar liefst 9.400 ton staal, 15.000 m² glas en zo’n 5.000 m² zink aan te pas. Nadat in 1993 een van de glazen platen naar beneden viel werd het gebouw meer dan een decennium gesloten in verband met renovatie. Het eerste deel van het Grand Palais heropende in 2004 en in 2007 was de renovatie compleet. Tijdens de renovatie werd de metalen structuur van de 240 meter lange hal hersteld, het glas vervangen en het dak volledig gerepareerd. Sinds de heropening doet het gebouw dienst als tentoonstellingsruimte, waar allerlei evenementen plaatsvinden. Een deel is in gebruik als museum.

Sprookjesachtig de binnentuin van het Petit Palais

Direct tegenover het Grand Palais staat zijn kleinere broertje; Petit Palais. Gebouwd door Charles Girault, die overigens tekende voor het ontwerp van beide paleizen. Geheel gerenoveerd in 2005. Een groot bordes leidt naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers en een immense zuilengang en een café-restaurant. Deze grenst weer aan een halfronde weelderige binnentuin met een prachtige collonade met rondlopende fresco's en een grote vijver. TIP: je kunt hier terecht voor koffie of een lunch, ook zonder museumbezoek. Lunchen midden in de stad maar toch in een oase van rust, ver weg van het Parijse kabaal! Een absolute aanrader.
Even verderop in de Jardins des Champs-Élysées, het 3-Michelin-sterren-restaurant Ledoyen. Het gebouw met de elegante neo-klassieke gevel is een ontwerp uit 1842 van de Keulse architect Jacques Ignace Hittorff, die ook voor het ontwerp tekende van de Place de la Concorde. Dit uiterst chique en prijzige restaurant heeft een prachtige binnentuin. Prijzen voor eten à la carte liggen tussen de € 160 en € 280.

Het standbeeld van Charles de Gaulle met op de achtergrond het Grand Palais

Je bent nog enkele stappen verwijderd van het grootste koningsplein van Parijs (84.000 m²); de Place de la Concorde, daar waar de renners naar rechts afbuigen om vervolgens parallel aan de Seine te koersen. In 1748 besloot de stad Parijs om dit plein aan te leggen ter ere van Koning Lodewijk XV. Pas in 1830 kreeg het plein zijn huidige gestalte. Geniet van het prachtige lijnenspel, het snijpunt van de twee stadsassen. In de noord- zuidrichting, het Palais de Bourbon en de Madeleinekerk en in de oost- westrichting de twee triomfbogen; de Arc de Triomphe du Carousel en de Arc de Triomphe op Place Charles de Gaulle. In het midden de 23 meter hoge en 220 ton wegende obelisk van Luxor, een geschenk van de sultan van Egypte, geflankeerd door de prachtige fonteinen van Hittorf. De ene fontein symboliseert de binnenvaart, de andere de zeevaart.

Place de la Concorde met op de achtergrond de Madeleine kerk

We volgen de koers richting de Seine en vervolgen onze route parallel aan de tuinen van de Tuilerieën via de Quai des Tuileries. Aan de straatkant passeer je het Musée de l'Orangerie waar je de waterlelies kunt bewonderen van Claude Monet op acht monumentale doeken. De kunstenaar heeft tot aan zijn dood in 1926 aan deze doeken gewerkt. Ter hoogte van de Pont Royal nemen we de trappen naar boven naar de tuinen van de Tuilerieën in plaats van de tunnel die door de renners negen keer wordt doorkruist. Je passeert de voorzijde van de Flore vleugel, ook wel 'Porte de Lions' genoemd. Hier zit de restauratieafdeling van het Louvre en de kunst uit Afrika, Azië, Oceanië en Amerika. Bij het doorlopen van de Jardins du Carrousel kom je oog in oog te staan met de Arc de Triomphe du Carrousel, opgericht in 1806 -1808 in opdracht van Napoleon. Vervolgens passeer je de voorzijde van het Musée des Arts Décoratifs. Tot 1883 waren beiden vleugels nog met elkaar verbonden door het Tuilerieën kasteel dat in het zelfde jaar is gesloopt. We nemen de trappen naar beneden.

De Arc de Triomphe du Carrousel, opgericht in 1806 -1808 in opdracht van Napoleon

Naast het Hotel Regina, staat het indrukwekkende gouden beeld van Jeanne d'Arc, de Maagd van Orleans, in 1431 als heks verbrand. Het beeld is gemaakt door de Franse beeldhouwer Emmanuel Frémiet in 1874. Wij houden links aan en volgen de prachtige zuilengalerijen van de rue Rivoli tot aan de Place de la Concorde. Een wereld van vijf sterren luxe gaat voorbij; Hotel Brighton, Hotel le Meurice en The Westin Hotel. TIP: Sta even stil, of nog beter, ga naar binnen op nummer 226, bij Angélina. Het interieur is onveranderd sinds 1903, toen haar voorvader, Antoine Rumpelmeyer, hier zijn eerste banketbakkerij annex theesalon opende. Zien en gezien worden, want hier kun je de verleiding niet weerstaan voor wat heet, de beste warme chocola ter wereld.

Naast het Hotel Regina, staat het indrukwekkende gouden beeld van Jeanne d'Arc

We zijn nu bijna bij de finish en naderen weer de Place de la Concorde. De prachtige gevels aan dit plein sluiten qua architectuur aan op het Louvre.  Rechts het Hôtel de la Marine, de zetel van de admiraliteit. Na de rue Royale, met op het einde de Madeleinekerk, volgt het, vijf-sterren, nouveau riche Hôtel de Crillon. Op 5 juli 2017, na vier jaar verbouwen, opende dit hotel weer haar deuren. In 2012 raakte het hotel zijn 'paleisstatus' kwijt. Het hotel beschikte toen zelfs niet eens over een zwembad! Le Crillon, eigendom van een Saoedische prins is dankzij de investering van 200 miljoen weer in oude luister hersteld. Kamers vanaf € 1170. Het zwaar bewaakte gebouw ernaast is de Amerikaanse Ambassade.

We zijn toe aan de laatste meters, die we volgen langs de groene zijde van de Champs Élysées. Nog even flaneren over de allée Marcel Proust langs het café Lenôtre en het Théâtre Marigny, in 1883 gebouwd door Charles Garnier, die ook tekende voor de Opera Garnier aan de place de l'Opera. Nog een laatste demarage en uw Tour de France eindigt hier en de tourwinnaar........die krijgt € 500.000 op zijn rekening bijgeschreven.


woensdag 12 juli 2017

MUSÉE MAILLOL, ROOFKUNST IN PARIJS

Het is opvallend druk in de rue de Grenelle in het zevende arrondissement. Een lange rij mensen op de stoep maakt mij nieuwsgierig. Ter hoogte van nummer 59, vlak naast de fontein van de vier seizoenen, is het een drukte van belang. Musee Maillol staat er in grote letters op de gevel, gewijd aan de beeldhouwer Aristide Maillol (1861 - 1944). Maar van waar die drukte?

Deze tentoonstelling, een absolute 'must see' is nog te zien tot en met 23 juli 2017

Het gaat hier om de tentoonstelling '21 rue de la Boétie' die al eerder te zien was in het Luikse museum 'La Boverie'. Het vertelt het levensverhaal van Paul Rosenberg (1881 - 1959), zakenman, kunstliefhebber, vriend en agent van kunstenaars waaronder Picasso, Matisse, Braque en Léger en daarin, is een grote rol weggelegd voor de Tweede Wereldoorlog. Rosenberg was een van de grootste kunsthandelaars van de eerste helft van de vorige eeuw Het brengt ongeveer zestig meesterwerken van de moderne kunst van bovengenoemde kunstenaars onder de aandacht. Een groot aantal werken zijn nog nooit te zien geweest in Frankrijk en afkomstig uit particuliere collecties, maar ook uit de collecties van het Centre Pompidou, Musée d'Orsay, Musée Picasso of het Deutches Historisches Museum in Berlijn. Veel van deze schilderijen zijn ooit verhandeld door Paul Rosenberg vanuit zijn Parijse galerie aan de rue de la Boétie 21. Ze konden mede door de bemiddeling van ene Anne Sinclair uit de beste internationale museale collecties worden geleend.

Paul Rosenberg (1881-1959), zakenman, kunstliefhebber, vriend en agent van kunstenaars waaronder Picasso, Matisse, Braque en Léger

Anne Sinclair
"Er is niets, helemaal niets meer’, schrijft Léa Roisneau, de secretaresse van Rosenberg in 1941 aan haar joodse baas die gevlucht is naar New York. Kort daarvoor hebben de nazi’s zijn Parijse galerie geplunderd, evenals een bankkluis in Libourne en zijn buitenhuis in Floriac. Meer dan vierhonderd schilderijen verdwijnen naar Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, en vandaar in talloze privéverzamelingen. Het is een citaat uit het boek van Anne Sinclair over haar grootvader Paul Rosenberg, getiteld 'Rue de la Boétie 21', waarmee ze haar grootvader postuum eer betoont voor zijn moed en onverzettelijkheid, om na de Tweede Wereldoorlog de onderste steen boven te krijgen aangaande roofkunst, bedrog en opportunisme. Rosenberg bleek een witte raaf in de besmette kunsthandel, waar zelfs de gerenommeerde joodse kunsthandelaar Wildenstein onder één hoedje speelde met de nazi's.

Anne Sinclair's boek over haar grootvader Paul Rosenberg, getiteld 'Rue de la Boétie 21'

Anne Sinclair besloot de familiegeschiedenis van haar joodse grootvader Paul Rosenberg op schrift te stellen toen ze, op zoek naar oude identiteitspapieren, de archiefdozen van haar overleden moeder Micheline doorzocht. De florerende kunsthandel van haar grootvader werd met 'inboedel', archief en bibliotheek door de nazi's in beslag genomen en letterlijk geroofd.  Anne is een bekende Franse persoonlijkheid; journalist en hoofdredacteur van de Franse editie van de Huffington Post en het gezicht van het tv-programma '7 sur 7'. Zij schreef 'Rue La Boétie, 21' in een turbulente periode van haar eigen leven. Wij kennen haar als de nu voormalige vrouw van Dominique Strauss-Kahn, de toenmalige IMF topman.
Op 14 mei 2011 werd Strauss-Kahn op John F. Kennedy International Airport gearresteerd in een Air France-vliegtuig, nadat Nafissatou Diallo, een hotelmedewerkster, hem ervan had beschuldigd dat hij haar in zijn hotelkamer had aangerand en gedwongen had tot orale seks. Voor de wereldpers week Anne Sinclair niet van zijn zijde, maar ondertussen was ze met iets heel anders bezig: ze pluisde het ene document na het andere uit over de ontluisterende praktijken van de nazi’s ten aanzien van de door hen ‘entartet’ verklaarde kunst. ('Entartete Kunst' is een beruchte Duitse term die in nazi-Duitsland (1933-1945) werd gebruikt om kunst aan te duiden die niet aan de eisen van het nationaal socialistische regime voldeed).

Een groot aantal werken zijn nog nooit te zien geweest in Frankrijk en afkomstig uit particuliere collecties

De expositie
De tentoonstelling is een absolute 'must see' in dit overigens fraaie museum, maar daarover straks meer. Aan het begin van de expositie hangt een vergrootte lijntekening van Picasso waarop Paul Rosenberg in zijn galerie is afgebeeld met de eeuwige sigaret geklemd tussen zijn vingers. Bij binnenkomst, op de eerste etage van het museum, stap je als het ware regelrecht in de ambiance van de Galerie La Boétie 21. Grote foto's in sepia geven een prachtig beeld van haar toonzalen vol met kubistische schilderijen van onder andere Braque en Picasso. Op een van de foto's ontdek je zelfs aan de wand de 'Zonnebloemen' van Van Gogh. In de hal een marmeren mozaïeken vloer, een ontwerp van Georges Braque. Hij verwerkte zijn eigen stillevens met karaffen, borden, citroenen en tafellakens als motieven in het ontwerp voor de vloer. Toen de galerie van plint tot plafond was geplunderd door de nazi’s, stond het beeld van de 'Denker' van Rodin nog eenzaam in de hal, kennelijk te zwaar om op transport te gaan. Ook de vloer met de mozaïeken van Braque zat vastgeklonken.

Rosenberg had ook een bijzondere relatie met Picasso, ze waren namelijk buren in de rue de la Boétie

Het handelen in kunst lijkt in de genen van de Rosenbergs te zitten. Pauls vader Alexandre emigreerde in 1878 uit Slowakije en beproefde zijn geluk in de Parijse kunst- en antiekhandel. Zijn twee zonen, Paul en Léonce, begonnen hun carrière in de galerie van hun vader aan de Avenue de l’Opéra en namen zijn levenswerk later over. Paul Rosenberg was autodidact, zonder scholing maar met de tucht en discipline van zijn vader, bracht hij het tot volhardend kunstenaar in de hoogste kringen. Zijn broer Léonce werd de vertegenwoordiger van de kubistische schilders. Uiteindelijk opende hij een eigen galerie in rue de la Baume en werd daarmee het verzamelpunt voor avantgardistische kunstenaars van die tijd.

Georges Braque - Nu couché 1935

Paul begon in 1910 zijn galerie in rue la Boétie. Op de eerste verdieping toonde hij zijn impressionisten en andere schilders uit de 19e eeuw. De opbrengst daarvan gebruikte hij om op de benedenverdieping zijn geliefde hedendaagse schilders aan te prijzen. Voortbouwend op dit succes opende hij in 1936 een filiaal in Londen. Daardoor kon hij makkelijker in contact komen met Amerikaanse verzamelaars. Paul begreep als geen ander dat de liefde van kunstenaars voor hun handelaar langs de geldbeugel loopt. Hij was de eerste die investeerde in zogenaamde 'eerste-optie-contracten', waarbij hij in ruil voor een jaarlijks minimumbedrag, het recht kreeg om als eerste hun nieuwe werk te kopen. Mede daardoor puilde zijn voorraad eind jaren dertig uit met werken van Manet, Degas, Cézanne, Courbet, Renoir, Gaugin, Léger, Modigliani en vele anderen.

Bij binnenkomst, op de eerste etage van het museum, stap je als het ware regelrecht in de ambiance van de Galerie La Boétie 21

Rosenberg had ook een bijzondere relatie met Picasso. Ze waren namelijk buren in de rue de la Boétie. Picasso woonde op nummer 23, waar hij door het keukenraam zijn nieuwste werk toonde aan Rosenberg en zo direct commentaar kreeg van zijn buurman. Hun vriendschap verhinderde niet dat ze op het scherp van de snede onderhandelden over de prijs van de schilderijen. Tekenend is de uitspraak van Rosenberg over Picasso dat ‘ik hem in zijn ene wang zou willen bijten en hem op de andere wang zou willen kussen’.

Er valt op de expositie geen surrealistische kunst te zien, simpelweg omdat Rosenberg daar zijn neus voor ophaalde. Toen Salvador Dalí hem op een dag beleefd aansprak in een restaurant met de vraag hem te vertegenwoordigen, antwoordde Rosenberg vilein: "Meneer, mijn galerie is een ernstige zaak, die niet bedoeld is voor clowns."

Pablo Picasso: Partition bouteille de porto, guitare et cartes à jouer - 1917

Toen de signalen van een opkomende oorlog steeds sterker werden, begon Rosenberg eind jaren ’30 kunstwerken richting Londen te sturen, naar de Verenigde Staten, Australië en Zuid-Amerika, andere had hij verstopt bij vertrouwenspersonen in Frankrijk. Toch kon hij niet voorkomen dat meer dan 400 werken ten prooi vielen van de nazi's.
Veel kunstwerken die in de oorlogsjaren naar Duitsland gingen waren bestemd voor het Führermuseum, dat in Linz moest verrijzen, in de buurt van Hitlers geboorteplek. Dit museum, dat nooit verwezenlijkt werd, moest alle andere musea in de wereld in de schaduw stellen. Hitler had medewerkers die de museumverzameling verzamelden en beheerden. Hoewel Hitler zich sterk identificeerde met het museumproject waren zijn inbreng en smaak van ondergeschikt belang bij de opbouw van de verzameling.
De tweede grote nazi-verzameling was de privécollectie van veldmaarschalk Hermann Göring. In tegenstelling tot Hitler was Göring een aartsverzamelaar met een duidelijk eigen smaak. Hij zocht zelf veel van zijn collectie uit en kocht zelf werken.

Hitler en Göring bij de selectie van hun roofkunst

Na de inval van de nazi’s vluchtte Rosenberg, met behulp van visa's, verstrekt door het Portugese consulaat, (zijn Franse nationaliteit was hem ontnomen door het Vichy-regime omdat hij jood was) via talloze omwegen met zijn gezin naar Portugal, waar hij op het nippertje in 1940 wist te emigreren naar New York.. Daar bleef hij niet bij pakken neerzitten en opende in 1941 een nieuwe galerie. In vluchtoord New York, waar hij tot aan zijn dood met zijn familie zou blijven wonen, ging Rosenberg onverdroten en met veel succes verder met het promoten van moderne kunst. Na de oorlog begon een calvarietocht om alle gestolen werken op te sporen en terug te eisen, een taak waar Rosenberg zich energiek op stortte en die zijn nabestaanden tot op heden voortzetten. Waar in 1941 ‘niets, helemaal niets meer’ van over was, is vandaag een groot deel van teruggevonden. In een hommage aan Paul Rosenberg, en de kunstenaars onder zijn hoede, toont het Parijs Musée Maillol daar nog tot en met 23 juli 2017 een zestigtal werken van.

Waar in 1941 ‘niets, helemaal niets meer’ van over was, is vandaag een groot deel van teruggevonden

Na de oorlog heeft Paul Rosenberg als één van de eerste activiteiten de vloermozaïek in de hal van zijn galerie keurig laten uitsnijden en van de voorstelling van Braque vier tafels laten maken. Eén van die tafels, uit het huis van Anne Sinclair, staat nu in de laatste zaal van de expositie. Ogenschijnlijk een bijzonder, maar gewoon meubelstuk, maar wie het verhaal kent, kan er niet onberoerd langs lopen.

Bron: Anne Sinclair; Rue de la Boétie 21 Memoires. Verkrijgbaar bij uitgeverij de Bezige Bij - € 19,95

Vanaf 1895 studeerde Aristide Maillol beeldhouwkunst bij Émile-Antoine Bourdelle

Wat u zeker niet moet vergeten is om op de bovenliggende etages te kijken naar het werk van de Franse schilder en beeldhouwer, Aristide Maillol.
Maillol werd in 1861 geboren in Roussillon, nabij de Spaanse grens bij de Middellandse Zee. Hij kwam uit een familie van wijnboeren, vissers en smokkelaars. Zijn moedertaal was het Catalaans en hij sprak Frans met een sterk accent. In 1881 werd hij toegelaten tot de École des Beaux-Arts met het advies eerst een basisopleiding te volgen aan de École des Arts-Décoratifs waar hij in 1885 afstudeerde. De schilderijen van zijn tijdgenoten Puvis de Chavannes en Gauguin maakten diepe indruk op hem. Toen eenmaal bleek dat zijn grootste talent niet lag in de schilderkunst verwierf hij roem door zijn originele ontwerpen van wandtapijten. Vooral Gauguin, de schilder naar wie hij het meest opkeek, sprak zijn bewondering hierover uit. In 1893 startte Maillol een tapijtweverij in zijn huis in Banyuls. Hij stelde er vrouwen uit het dorp te werk, onder wie de zusters Clotilde en Angélique Narcisse. Door gebrek aan geld, maar vooral door een oogziekte die veroorzaakt was door het weefwerk, werd Maillol gedwongen de tapijtweverij op te geven. Hij ging terug naar Parijs. Clotilde Narcisse volgde hem en werd in juli 1896 zijn echtgenote. In oktober van dat jaar werd hun zoon Lucien (1896-1972) geboren, die schilder werd.

Opvallend is zijn streven naar evenwichtige beweging en een indrukwekkende rust

Vanaf 1895 studeerde hij beeldhouwkunst bij Émile-Antoine Bourdelle. Hij begon met terracotta beelden en vanaf 1900 werkte hij eerst in hout, later in klei en brons. Zijn eerste belangrijke beeldhouwwerk dateert van 1902. Voor dit beeld van een zittende vrouw was Clotilde het model. In zijn beginjaren poseerde zij vaak voor hem. Later had hij vele andere modellen, tot haar grote jaloezie. Toen hij zijn eigen neoclassicistische stijl gevonden had heeft hij die nauwelijks verder ontwikkeld. Veertig jaar lang bleef zijn werkwijze min of meer dezelfde. Zijn beelden van naakte vrouwen zijn steeds glad gepolijst en een toonbeeld van elegantie en zinnelijkheid. Opvallend is zijn streven naar evenwichtige beweging en een indrukwekkende rust.

Artistide Maillol met Dina Vierny, model, muze en platonische vriendin

Toen hij 73 was ontmoette Maillol een meisje uit Moldavië, de toen vijftienjarige joodse Dina Vierny. Ze werd zijn model, muze en platonische vriendin tijdens de laatste tien jaar van zijn leven. Aristide Maillol kwam in september 1944 op 82-jarige leeftijd bij een verkeersongeluk om het leven.
Na Clotildes dood in 1952 mocht Dina de erfenis delen met Lucien. Ze werd kunsthandelaar en bleef Maillols werk propageren tot haar dood. In 1966 schonk ze achttien beelden van Maillol aan de Franse staat, die permanent in de Tuilerieën werden opgesteld en ingewijd door André Malraux, toen de minister van cultuur onder president De Gaulle. Ze richtte in Parijs ook dit museum op dat zijn deuren opende in 1995. De permanente tentoonstelling bestaat uit het werk van de kunstenaar in combinatie met schilderijen van zijn vrienden, voor wie hij diepe bewondering had, onder wie Bonnard, Cézanne, Duffy, Gaugin en Matisse.

Zijn beelden van naakte vrouwen zijn steeds glad gepolijst en een toonbeeld van elegantie en zinnelijkheid

Musée Maillol, rue de Grenelle 59-61, 7e arrondissement, métro rue-du-Bac
Het museum is elke dag geopend 10:30-18:30 vrijdagavond tot 21.30 uur.

Ik adviseer u om de tickets online te bestellen. Er zit vaak slechts één caissière en u moet ook nog door een beveiligingspoortje.