Paris FvdV is een niet commercieel weblog speciaal voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

Privacy verklaring: Indien u weblog Paris FvdV, dat bij Google-Blogger is ondergebracht, leest en reageert op de blogs van Paris FvdV, doet u dat vrijwillig en is uw IP-adres en mailadres - indien u dat vermeld - bekend en wordt opgeslagen. Ook uw schuilnaam waaronder uw reageert wordt opgeslagen. Paris FvdV zal uw gegevens nooit aan derden doorgeven. We houden uw gegevens privé, tenzij de wet of rechtelijke macht ons dwingt uw gegevens aan hen te verstrekken. Datalekken in het systeem vallen onder de verantwoordelijkheid van Google-Blogger. Door weblog Paris FvdV te bezoeken en/of de op of via deze weblog aangeboden informatie te gebruiken, verklaart u zich akkoord met de toepasselijkheid van deze disclaimer. Google gebruikt cookies om services te leveren en verkeer te analyseren dus uw IP-adres en user-agent zijn bij Google bekend, samen met prestatie- en beveiligingsstatistieken om servicekwaliteit te garanderen, gebruiksstatistieken te genereren, misbruik te detecteren en maatregelen te treffen.

woensdag 2 maart 2016

ICONEN VAN PARIJS

De hoofdstad die Napoleon III en Baron Haussmann - geen van beiden geboren Parijzenaars - voor ogen hadden was een soort permanente en op de toekomst gerichte wereldtentoonstelling van de perfectie. Onder zijn regering werd Parijs verfraaid en gemoderniseerd tot de mooiste stad van Europa, Baron Haussmann sloopte de smerige middeleeuwse straten en ontwierp een geordende, ruim opgezette hoofdstad met een geometrisch patroon aan boulevards. In de periode van 1852 tot 1870 liet hij 20.000 huizen slopen, bouwde er 40.000, liet 90 kilometer straten aanleggen, 560 kilometer riolering, alsmede twee waterreservoirs, twee bossen, drie parken en 19 pleinen. Vijftien jaar lang was Parijs een grote bouwplaats. Wat daarna volgde was de 'Belle Époque', de tijd van het goede leven. Aan die tijd dankt Parijs veel van haar iconen die nog steeds in de stad aanwezig zijn of helaas langzaam verdwijnen. Daar gaat deze blog over, want de de charme van Parijs schuilt evenzeer in haar grootsheid als in haar kleine verborgen 'schatten'.

 Zonder twijfel het beroemdste icoon van Parijs

De ijzeren dame
Het beroemdste icoon van de stad is natuurlijk de Eiffeltoren. Laat mensen, die nog nooit in Parijs of zelfs in Frankrijk zijn geweest, een foto van de Eiffeltoren zien en ze zeggen onmiddellijk Parijs! Laat ze een wereldkaart zien en tien tegen een kunnen ze Frankrijk niet aanwijzen. Maar weinigen weten dat de beroemde toren, vernoemd naar Gustave Eiffel, helemaal niet zijn idee was. Het waren de twee hoofdingenieurs van Eiffel en Cie; Maurice Kœchlin en Emile Nouguier, die met een stoutmoedig plan kwamen voor de bouw van een metalen toren van 300 meter, gelijk aan het symbolische getal van duizend voet. In 1884 werd er al gewerkt aan plannen voor een groots monument voor de wereldtentoonstelling van 1889, dat het eeuwfeest van de Franse revolutie van 1789 moest markeren. Gustave Eiffel was in die tijd eigenaar van Eiffel en Cie, en was een van de weinige constructeurs die het principe van het bouwen van stalen constructies onder de knie had. Op 18 september 1884 kwam het patent voor de toren, nr. 164364, op naam te staan van Eiffel, Kœchlin en Nouguier, bij het Institut National de Propriété Industrielle. Eiffel bleek niet alleen een briljant ingenieur te zijn, maar ook iemand met een uitgesproken gevoel voor commercie. In ruil voor een procent van de totale bouwkosten kocht Eiffel het exclusieve eigendomsrecht van het patent van zijn twee hoofdingenieurs. In januari 1887 tekende Gustave Eiffel een overeenkomst met de Franse overheid, waardoor hij een vergunning kreeg om gedurende twintig jaar de toren onder eigen naam te exploiteren, plus een subsidie van 1,5 miljoen Franse Franc. De overige gelden voor de 7,8 miljoen Franse franc, die benodigd waren voor de bouw van de toren, betaalde hij voor de helft uit eigen vermogen en de andere helft werd geleend bij drie banken.

Enkele dagen later, op 26 januari 1887, ging de eerste schop de grond in. Het duurde slechts zes maanden om de funderingen te bouwen en 21 maanden, om de geprefabriceerde metalen delen op zijn plaats te brengen. De fabriek van Eiffel, in Levallois Perret, fabriceerde onder leiding van 40 ingenieurs en tekenaars, de 18.038 metalen onderdelen waaruit de toren bestond. Het metaal werd geleverd door de ijzerfabriek van Dupont et Fould uit Pompey in de provincie Meurthe et Moselle. Alle metalen onderdelen werden op de tiende millimeter nauwkeurig voorgeponst met klinknagelgaten, zodat ze op locatie aan elkaar konden worden bevestigd met klinknagels, eveneens uit eigen fabriek.

2,5 Miljoen klinknagels waren nodig voor de bouw van de Eiffeltoren. Alleen al voor het monteren van de klinknagels was een team van vier man nodig. Een om ze roodgloeiend te verhitten, twee om ze bij de voorgevormde kop in de gaten te plaatsen en te houden en de vierde om de klinknagel aan de achterzijde plat te slaan. Als de verhitte klinknagels afkoelden krompen ze en trokken zo de onderdelen strak tegen elkaar. De eerste verdieping werd bereikt op 7 december 1887, de tweede op 15 augustus 1888 en de toren werd voltooid op 31 maart 1889. Tijdens de wereldtentoonstelling van 1889 werd de toren bezocht door 2 miljoen mensen en de kosten van de bouw werden al tijdens de tentoonstelling zelf terugverdiend. Eiffel, toen 57 jaar was op slag multi-miljonair. Om te voorkomen dat de Eiffeltoren zou worden afgebroken in 1910, wanneer zijn huurovereenkomst afliep, begon Eiffel met allerlei natuurkundige experimenten. De toren fungeerde al als meteorologisch waarnemingsstation en werd 10 jaar later gebruikt voor militaire toepassingen op het gebied van draadloze telegrafie. Met de installatie van een permanent radiostation in 1906 werd het voortbestaan van de toren bezegeld. Op 1 januari 1910 werd de huurovereenkomst met Eiffel verlengd met 66 jaar.

Het Haussmanngebouw typerend voor Parijs

Het Haussmanngebouw: Over Franse balkonnetjes en Mansardedaken
De herinrichting van Parijs onder Baron Georges Eugène Haussmann (1809-1891) ging volgens strenge bouwvoorschriften, waarin ieder bouwkundig element stond omschreven; van overhang, tot deur-, raam- en poortbreedte. Vijf of zes verdiepingen plus begane grond. De minimale hoogte van de verdiepingen moesten volgens hem 2,60 meter bedragen. Een balkon op de eerste en vierde verdieping allen met gelijkwaardige uitlijning. In een Haussmanngebouw is de tweede verdieping de royale woonverdieping met balkon, de derde en de vierde verdieping hebben dezelfde stijl maar minder weelderig en de vijfde verdieping is voorzien van niet gedecoreerde lange balkons en de daken hellen onder 45 graden. Het gebouw mag niet hoger zijn dan 37 meter. En dan de afwerking. Kijk eens naar de patronen van de typische Franse balkonnetjes, de symmetrie van de Mansardedaken van zink of leisteen met dansende schoorstenen. De daken van Parijs vormen een uniek landschap, dat op elk moment van de dag anders kleurt. Soms zijn ze donker, dan weer spiegelen ze alle tinten van de hemel. Onverslijtbaar en prachtig vormgegeven in fraaie rondingen, onderbroken door rijen dakkapellen. Het woord Mansarde is te danken aan de architectenfamilie Mansart. Een Mansarde is een kamer onder de balken met een raam dat uitspringt. Ooit bedoeld voor de dienstmeisjes, “les petites bonnes”.  Die mochten niet bij de familie slapen en kregen de restruimte op zolder. Meestal onder het zinken dak, met een eigen trap naar de zesde of zevende verdieping en piepklein; minder dan negen vierkante meter.

Straatnaambordjes; pas in 1932 werd de huidige vormgeving officieel vastgelegd

Straatnaambordjes
Wat opvalt in Parijs is dat het straatmeubilair door de jaren heen nauwelijks is veranderd. Er is werkelijk geen andere stad ter wereld waar het verleden vuriger gekoesterd wordt dan in deze stad. In 1729 werd wettelijk vastgelegd dat straatnamen op de straathoeken geplaatst moesten worden. De straatnaam werd toen gegraveerd, op elke hoek van de straat in de gele zandsteen. Deze maakte weer plaats in 1823 voor witte ijzeren platen met zwarte letters. De blauwe, geëmailleerde platen, die nu nog steeds in gebruik zijn, dateren uit 1844. In 1876 werd per decreet vastgelegd dat ook het nummer van het arrondissement moest worden toegevoegd. Pas in 1932 werd de huidige vormgeving officieel vastgelegd.

Urinoirs uit het verleden, helaas verdwenen uit het stadsbeeld - fotografie Charles Marville

Urinoirs een Franse vinding
In 1830 introduceerde Parijs op elke belangrijke boulevard urinoirs of pissoirs, vaak prachtig vormgegeven. Helaas vielen de meeste weer ten prooi aan de Julirevolutie. Een revolutie die in 1830 door de middenklasse in Frankrijk tegen koning Karel X werd gevoerd. De Franse middenklasse vond zichzelf te veel benadeeld door de koning. Voor de slachtoffers van de Julirevolutie werd op de Place de la Bastille een monument opgericht, de Colonne de Juillet, ook een icoon. Gelukkig keerde ze in 1840 weer terug in het straatbeeld, vaak verborgen in fraai vormgegeven zuilen die weer diende voor de buitenreclame. In 1870 introduceerde de gemeente, een in die tijd modern vormgegeven compartiment, bestaande uit twee rondingen de zogenaamde 'vespasiennes'. De gemeente wilde ook hier een eenduidige vormgeving en zo verdwenen de vroegere exemplaren uit het straatbeeld. Gelukkig zijn ze nog op de gevoelige plaat vastgelegd door de officiële stadsfotograaf van Parijs Charles Marville (In 1862 werd Marville aangesteld als 'Photographe de la Ville de Paris'). Tot zijn dood in 1879, documenteerde hij de rijkdom en diversiteit van het straatmeubilair van de stad.

Fotografie Charles Marville

De 'sanisettes' hebben de vespasiennes waarvan er in de jaren dertig meer dan 1200 in Parijs waren, weer vervangen. De enige nog 'werkende' vespasienne is te vinden op de boulevard Arago, in het 13e arrondissement, tegenover nummer 86. Deze wordt overigens nog regelmatig gebruikt. De stad Parijs is geen eigenaar van de 'sanisettes' maar betaalt ongeveer 6 miljoen euro per jaar aan JC Decaux (wereldwijd marktleidend exploitant van reclamedragend stadsmeubilair) voor huur en onderhoud. Er zijn meer dan 400 sanisettes in de stad, en ze worden ongeveer drie miljoen keer per jaar gebruikt.

De Hittorff lantaarnpaal
Veel architectuur in de stad is van Jacques-Ignace Hittorff, de verbreider van het gebruik van gietijzer en de ontwerper van de gaslamp. Hittorff werd door Lodewijk-Philips in 1839 aangesteld om het Place de la Concorde opnieuw in te richten. Hij schetste de fonteinen die daar zouden komen en hij liet aldaar, naar een idee van de koning, de obelisk van Luxor neerzetten. Napoleon III droeg hem daarna op het park Bois de Boulogne en de Champs Elysées in te richten. Er werden meer dan 1200 gaslampen geïnstalleerd. De bijnaam 'lichtstad' heeft Parijs te danken aan haar vooruitstrevende verlichtingsbeleid. Al in 1558 plaatsten de stedelingen olielantaarns, ruim een eeuw voordat andere Europese steden dat gingen doen. In 1878 krijgt Parijs als eerste stad elektrische straatverlichting en in de loop van de 20ste eeuw verdwijnen de booglampen om plaats te maken voor natrium- en hogedruk kwiklampen. Gelukkig is de typische vormgeving van de Hittorff lantaarnpalen voor Parijs bewaard gebleven.

De Hittorff lantaarnpaal

De Wallace fontein
Verspreid over de hele stad vind je nog zo’n 120 drinkwaterfonteintjes die door de Engelse francofiel en kunstverzamelaar Richard Wallace in 1871 aan de stad zijn geschonken. 'Les Fontains Wallace', gemaakt van gietijzer en herkenbaar aan hun kleur; donkergroen, zoals elke straatmeubilair van die tijd, ontworpen door Charles-Auguste Lebourg. Een achthoekige sokkel waarop vier vrouwenbeelden (kariatiden) symboliserend; vriendelijkheid, eenvoud, naastenliefde en soberheid. Onder een puntige koepel versierd met dolfijnen, stroomt veilig en schoon drinkwater. In het kader van de hygiëne zijn de vertinde bekers in 1952 verdwenen, maar hun dorstlessende functie hebben ze nog steeds. Weinigen weten dat er in Parijs vier modellen zijn: Het grote model met een hoogte van 2,71 meter, het model (2,50 meter hoog) waar de vier vrouwenbeelden zijn vervangen door kolommen om de productiekosten omlaag te brengen, een muurfontein te ontdekken in de rue Geoffroy-Saint-Hilllaire (5e) en de lage Borne-fontaine die je vaak vindt bij de ingang van een park. Al deze fonteinen worden 'fontaines-Wallace' genoemd en zijn groen van kleur. Echter er zijn drie uitzonderingen. Één rode in het hart van de Chinese wijk, één La Poste geel en drie rose versies: avenue d'Ivry, Esplanade Pierre Vidal-Naquet en de place Jean-Anouth allemaal in het 13e arrondissement.

De Wallace fontein vernoemd naar de gulle gever; Richard Wallace

Morriszuil
En wie kent ze niet: de “collonnes”, of de Morriszuilen. Gabriël Morris, waarnaar de reclamezuilen zijn vernoemd, verwerft in 1868 de concessie. Prachtige zuilen waarop theaterstukken werden aangekondigd. Gelukkig bestaan ze nog steeds, ondanks een poging in 2006 van de toenmalige burgemeester Bertrand Delanoë om de zuilen te laten verwijderen. Gabriel Morris had van huis uit een drukkerij en zocht een mogelijkheid om zijn theaterposters opvallend in het Parijse straatbeeld te displayen. De prachtige groene zuil bood uitkomst en slim als hij was liet hij deze vervaardigen bij een metaalgieterij die toevalligerwijs ook zijn eigendom was, 'La Société Fermière des Colonnes Morris' (waar hebben we dit eerder gezien; oh ja, bij Gustave Eiffel). Rond 1900 kende Parijs 223 van deze reclamezuilen. In 1986 werd La Société Fermière des Colonnes Morris aangekocht door het internationale publiciteitsbedrijf de JCDecaux Groep die we ook kennen van de 'sanisettes' en de Parijse huurfiets de Velib. In 2006 financiert JC Deceaux, in ruil voor de concessie van maar liefst 1600 reclameborden, een miljoenenproject; de Velib. 20.000 fietsen op 1450 punten in Parijs. Nooit verder dan 300 meter lopen vind je een Velib fietsverhuurstation.

De 'collonne', of Morriszuil

Metro iconen
In 1898 werd er door de Gemeente Parijs een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van de ingangen van de metrostations in Parijs. Hoewel architect Hector Guimard niet had deelgenomen aan de prijsvraag, kreeg hij door tussenkomst van een vriend, die tevens voorzitter was van de Parijse gemeenteraad, toch de opdracht voor deze 'bouches de métro'. Mede onder druk van Edouard Empain, die de architectuur ervan wilde toevertrouwen aan een adept van de art nouveau en volgeling van Victor Horta, Hector Guimard.

Metropolitain typografie is ontworpen door de Fransman Georges Auriol

Guimard ontwierp vreemde ijzeren ingangen, met beschuttende glazen luifels die op libellenvleugels leken en groen geverfde gietijzeren staanders met organisch gevormde lampen als bloemknoppen, op slanke metalen stengels. De uit steen en smeedijzer opgebouwde zwierige werken waren gedeeltelijk geïnspireerd door de Japanse kunst en door de plantenwereld. Het hekwerk bestond uit vijf verwisselbare ijzeren standaard-elementen, die in naturalistische vormen waren gegoten. Zij vormen tevens de omlijsting voor geëmailleerd glas en staal. De ingangen doken in vier jaar tijd overal op in de straten van Parijs en bezorgden Guimard zowat eeuwige roem.

Guimard is de ontwerper van deze prachtige metro-ingang aan de Porte Dauphine

Al sinds 1900 speelt het design en architectuur een belangrijke rol in het ontwerp van de Parijse metro. Wie kent niet de beroemde witte, vierzijdig afgeschuinde,  geglazuurde metro- tegels van zandsteen die werden gefabriceerd door het bedrijf Boulenger in Choisy-le-Roi, Val-de-Marne?  Of de bijzondere smeedijzeren 'metro-totems' van Aldolphe Derveaux bij iedere ingang, vaak en helaas vervangen door de gele plastic uitziende "M". De typische Metropolitain typografie is ontworpen door de Fransman Georges Auriol.
Kenmerkend is ook het werkelijk prachtige ontwerp van de bovengrondse stations van lijn 2 en lijn 6, allemaal 75 meter lang en gebouwd hoog boven de grond, op grote neoklassieke ijzeren pilaren. Dit alles naar een ontwerp van de Franse architect Jean Camilla Formigé en verwezenlijkt door de werkplaatsen van J. Leclaire in Montreuil, die ook de opdracht kreeg voor het viaduct van het station Austerlitz. Alle hoog boven de weg gelegen stations van Jaurès, Stalingrad, La Chapelle en Barbès-Rochechouart, zijn aan de voorzijde en de achterzijde voorzien van glas met daaronder sierlijke bouwelementen voorzien van guirlandes en afbeeldingen van stoomtreinen en bijenkorven. Deze oplossing werd later te duur gevonden. Bij lijn 6, gebouwd tussen 1900 en 1909  werden de bovengrondse stations opgetrokken in tweekleurig baksteen.

Les 'chasse-roue' of 'boute-roue' aan weerszijde van de Passage Saint-Paul

Chasse-roue
Let tijdens uw wandelingen langs de boulevards eens op de grote toegangspoorten. Vaak zie je links en rechts voorwerpen die meer een sta-in-de-weg lijken. Gemaakt van ijzer of beton en ze lijken de toegang expres te versmallen. Uit welke tijd deze objecten stammen kan ik nergens terugvinden, zeer waarschijnlijk de middeleeuwen, maar ze luisteren naar de volgende namen; 'chasse-roue' of 'boute-roue' bedoeld om te voorkomen dat de wielen van een koets schade toebrengen aan de muur. In het begin waren ze gemaakt van steen maar werden voor de typische Haussmann gebouwen gemaakt van metaal. Aan de bovenzijde zijn de poorten vaak voorzien van fraaie bas reliefs, gebeeldhouwde ornamenten in steen. Vaak vormen ze een omlijsting voor het huisnummer. Een van de mooiste bas-reliefs van Parijs is te vinden aan de avenue Rapp 29.

Een van de mooiste bas-releifs van Parijs; Avenue Rapp 29


Parijs biedt een indrukwekkende waaier van iconen die al decennia bestand schijnen te zijn tegen de tijd en de bewogen geschiedenis van Frankrijk.

woensdag 24 februari 2016

MODESTAD PARIJS

Afgelopen donderdag 18 februari werd ik gegrepen door een documentaire over Raf Simons en het modehuis Dior. Vanaf het begin wordt je meegezogen in de snelkookpan van de Parijse mode en gunt het ons een blik achter de deuren die normaal voor ons gesloten blijven. De documentaire 'Dior et Moi' neemt je mee naar juli 2012. Raf Simons wordt haast op de huid gefilmd vanaf het eerste moment van zijn aanstelling bij Dior, het beroemde Parijse modehuis, als creatief directeur, tot aan zijn eerste coutureshow acht weken later. Raf is op een ongewone en intrigerende manier bij Dior beland. Zijn voorganger de 53 jarige John Galliano was in 2011 op staande voet door Dior ontslagen wegens racistische en antisemitische uitspraken in een amateurvideo waarin hij duidelijk onder invloed was. Vanaf het moment dat hij John Galliano in 2012 opvolgde, Dior zat inmiddels al een jaar zonder creatief directeur, belandde hij in een rollercoaster. Hij had nog nooit haute couture ontworpen en voelde vanaf dag één de immense druk van de krappe deadlines.

Het is de verdienste van de Franse regisseur Frédéric Tcheng dat hij zo dicht op de huid van Simons heeft weten te komen, want de Belg staat duidelijk niet graag in de schijnwerpers. Dat heeft hij gemeen met de oprichter van het befaamde Parijse modehuis Christian Dior. In de documentaire wordt een parallel getrokken tussen hem en Raf Simons, aan de hand van de memoires en authentieke filmbeelden van Dior. Hieruit blijkt dat zij beiden onder enorme druk stonden. Raf is in goede handen bij Frédéric Tcheng, die eerder documentaires maakte over andere iconen van de mode; Diana Vreeland - 'The Eye Has to Travel' en Valentino - 'The Last Emperor'.

Een ontroerende scène is het moment van de presentatie van de nieuwe Haute Couture collectie. Terwijl beroemde Hollywoodsterren Sharon Stone en Marion Cottilard worden ontvangen en de gevreesde hoofdredactrice van de Amerikaans Vogue, Anna Wintour haar plaats inneemt naast Charlene Wittstock, de echtgenote van vorst Albert II van Monaco, krijgt Raf Simons op het dak van het gebouw waar de show plaatsvindt zowat een zenuw inzinking. De tranen staan hem in de ogen. De lat ligt hoog, maar hij weet de verwachtingen meer dan in te lossen, want zijn eerste show wordt zeer positief ontvangen. Dat wist hij toen nog niet, daar op het dak vlak voor de aanvang.

Sinds de aanstelling van Raf Simons als creatief directeur bij het modehuis Dior is de omzet met 60% gestegen. Maar de verbintenis tussen Dior en de Belg is van korte duur. Op vrijdag 23 oktober 2015 wordt bekendgemaakt dat hij het Franse modehuis zal verlaten. In een persverklaring zegt Simons de beslissing te hebben genomen op basis van zijn verlangen de focus te verleggen naar andere interesses in zijn leven. Waarschijnlijker is het dat hij niet meer wilde en kon leven met de enorme druk die zijn werk met zich meebracht. Een verstandige beslissing.

De 52-jarige Galliano zei eens in een interview dat hij verslaafd was aan drank en drugs en dat hij 'gevangen zat in een neerwaartse spiraal' door de permanente druk te moeten presteren. Hetzelfde gebeurde met Marc Jacobs toen hij in 1997 werd gevraagd om het Franse modehuis Louis Vuitton af te stoffen. Het werd een triomf, maar privé groeide het succes hem boven het hoofd. Drank, cocaïne en zelfs heroïne hielden hem op de been, zo dacht hij. In 1999 liet hij zich opnemen in een afkickkliniek en vervolgens nog eens een keer in 2007.
Ook overkwam het Yves Saint Laurent in 2002. Drugsmisbruik, depressie, alcoholisme, kritiek op de YSL-ontwerpen en problemen met Tom Ford, was voor eigenaar Gucci de reden om het haute couturehuis van YSL te sluiten. Hierna trok Saint Laurent zich meer en meer terug in zijn huis in Marrakesh, Marokko, waar hij op 71-jarige leeftijd overleed. Hij werd begraven in Marrakesh.
In oktober 2014 laat ook Jean-Paul Gaultier weten zijn laatste prêt-à-porter collectie te tonen, hij gaf aan dat hij genoeg heeft van het hoge tempo en de commerciële druk van de hedendaagse mode.

De haute couture is ontstaan in de tweede helft van de 19e eeuw, doordat de Engelse couturier Charles Frederick Worth geen kleding maakte op verzoek van klanten, maar eigen collecties ontwierp. Die werden dan weer gepresenteerd aan rijke vrouwen die hun eigen stof toevoegden aan zijn ontwerpen. Vanouds komt de haute couture uit Frankrijk (Parijs), maar tegenwoordig steeds meer uit steden als New York, Londen en Milaan. Toch is couture nog steeds big business in Parijs. Les Créateurs de Mode, een industrie van miljarden euro's waarvan 67 procent wordt geëxporteerd. Het is niet verwonderlijk dat de meeste van de slechts 3000 haute couture klanten buitenlanders zijn. De prijzen zijn zo hoog, dat alleen de vrouwen van Arabische sjeiks, Amerikaanse-, Russische, Chinese- en Indiase multi-miljonairs zich dit nog kunnen veroorloven.

Overigens is haute couture meer dan een vak, het is een 'métier'. Eind negentiende eeuw werd de 'Chambre Syndicale de la Couture Parisienne' gestart als een soort vakbond die opkwam voor de rechten van de couturiers. De 'Chambre' beschermde de originele ontwerpen van de couturiers tegen namaak. Vandaag bestaat deze Kamer nog altijd. Zij regelt onder meer de twee haute couture weken in Parijs: een in januari (voor de zomercollecties), een in juli (voor de wintercollecties) en zij houdt nauwkeurig in het oog of de ontwerpers zich wel degelijk aan de regels houden. Want regels zijn er!

Slechts veertien merken mogen zeggen dat ze haute couture maken. Haute couture is een wettelijk beschermde benaming in Parijs, onderworpen aan strenge criteria. Mode-ontwerpers mogen zichzelf pas haute couturiers noemen als ze vijf jaar gastlid zijn geweest van het 'Chambre Syndicale de La Couture' - het instituut dat ontwerpers benoemt tot haute couturiers - en de leden van het instituut daarmee instemmen. Zij kent de titel haute couturier slechts toe wanneer de ontwerper voldoet aan de volgende voorwaarden: De kleding moet met de hand op maat worden gemaakt en vervaardigd worden in eigen ateliers. In de ateliers moeten minimaal twintig personen werken. Twee keer per jaar moet hun collectie gepresenteerd worden op een catwalk, met ten minste 50 verschillende, nieuwe ensembles. Er moet een speciale ruimte zijn waar kleding aan vaste klanten getoond kan worden. Gemiddeld komt een 'cliënt' zo’n drie keer langs, voor wat heet: een 'essayage’. De meest bekende haute couture huizen in Parijs zijn die van Chanel, Christian Dior, Jean Paul Gaultier, Shiaparelli en Elie Saab.

Door geduchte concurrentie uit Milaan, New York, Londen en Tokio  maakt de haute couture moeilijke tijden door. Parfum en prêt-à-porter collecties zijn vaak de sponsoren van het 'métier'. Een krengerige achterbakse wereld, maar met een glamoureuze uitstraling. Het houdt al jaren een arrogante greep op de kledingvoorkeuren van vrouwen over de hele wereld.

Elk jaar publiceert het Amerikaanse opinieblad TIME een lijst met de honderd 'all-time fashion icons' sinds 1923 - toen het blad werd opgericht. In vijf categorieën valt een plek te veroveren: ontwerpers, muzes, modellen, fotografen en editors & stylisten. Opvallend is de aanwezigheid van de hoeveelheid namen van reeds overleden 'iconen', zoals Jeanne Lanvin, oprichter van modehuis Lanvin dat nu al tien jaar door Alber Elbaz wordt geleid, tot Richard Avedon - de fotograaf die in 2004 overleed. Aan bod komen unieke couturiers die baanbrekend werk hebben verricht. Het zijn dè namen die ons collectieve idee over mode hebben bepaald. Creatieve talenten die niet onderdoen voor schilders, beeldhouwers of musici, en daar soms ook mee samenwerken.

Paul Poiret, de grote pionier, schafte het corset af. Coco Chanel creëerde na de eerste wereldoorlog een nieuwe lijn voor de vrouw met soepele, jongensachtige modellen en het beroemde kleine zwarte jurkje - 'The Little black Dress'. Elsa Schiaparelli, die de crisis van de jaren dertig bestreed met humor. Zij introduceerde de schoudervulling. Christian Dior, die de naoorlogse wereld verraste met zijn 'new look' die vrouwen hulden in ruim bemeten stoffen. Yves Saint Laurent; in de jaren zestig en zeventig zette hij trends zoals het broekpak en de 'beatnik look' en de puntlaarzen die tot dijhoogte de benen omsloten. Jean Paul Gaultier, hij staat bekend om de korsetten met puntige beha-cups die hij ontwierp voor popartieste Madonna tijdens haar 'Blonde Ambition Tour' in de jaren '90. Maar ook buitenlandse couturiers zoals Viktor & Rolf, Alexander McQueen, Karl Lagerfeld, Kenzo, Miyake en Yamamoto. Zij zijn allemaal naar Parijs gekomen en bevestigen de tweeledige rol van de stad als bewaarder van de traditie en als jeugdige herrieschopper.

Maar op die lijst staan ook de muzes en de meest invloedrijke personages uit de modewereld. Alles wat zij droegen in hun glorietijd werd een modehit. Van de smoking van Marlene Dietrich tot het streepjesshirt van Brigitte Bardot. Top modellen zoals Heidi Klum, Kate Moss, Claudia Schiffer, Naomi Campbell, Elle Macpherson, en Gisele Bündchen, het best verdienende model ter wereld. Muzes zoals Andy Warhol, David Bowie en Lady Gaga. Ook fotografen Ellen van Unwerth en Helmut Newton en hoofdredactrice Anna Wintour komen voor in de lijst. Het tijdschrift beschrijft per icoon de hoogtepunten en invloed van diens carrière. Velen hebben problemen met het gebrek aan etnische diversiteit in de lijst van Time Magazine. Slechts 8 donkere en 2 Aziatische iconen haalden de top 100.

Parijs is weer voorlopig even tot rust gekomen. Vijf dagen lang, tijdens de Paris Haute Couture Fashion Week, van 24 januari tot 28 januari presenteerden prestigieuze modehuizen hun collecties. Denk nu niet dat je bij deze shows zo kunt binnenlopen. Je ontvangt alleen een uitnodiging als journalist of fotograaf, als je officieel geaccrediteerd bent door 'Le Fédération Française de la Couture, du Prêt-à-Porter, des Couturiers et des Créateurs de Mode'. Zij zetelen in een van dè modestraten van Parijs; de rue du Faubourg Saint-Honoré in het chique 8e arrondissement. Laat het duidelijk zijn, als je niet wordt uitgenodigd voor de shows van Dior, Jean Paul Gaultier, Chanel, Viktor & Rolf, dan hoor je zeker niet bij de echte incrowd. Overigens is dit ooit prachtig verfilmd, in 'the Devil wears Prada' uit 2006, van regisseur David Frankel.

Dinsdag 26 januari was misschien wel het hoogtepunt van de Paris Haute Couture Fashion Week 2016. Want op die dag presenteerde Karl Lagerfeld zijn Chanel couture. Karls creaties werden gepresenteerd, zoals altijd in het Grand Palais. Onder meer onze Nederlandse topmodellen Maartje Verhoef, Marjan Jonkman en Gigi Hadid (dochter van de Nederlandse Yolanda Foster) liepen mee in de show. De houten uitnodiging voor de show bleek al een voorbode te zijn: Het Grand Palais in Parijs was ditmaal getransformeerd tot Japanse tuin, met een groot Japans poppenhuis als pièce de résistance. Niet alleen het decor had een rustige Japanse zen-uitstraling. Kosten nog moeite worden gespaard bij de aankleding van een haute couture show. Zo liet Raf Simons bij zijn eerste show voor Dior, een leegstaand pand aan de Avenue d'Iena aankleden met meer dan een miljoen verse bloemen.
'The show must go on'; van 1 tot 9 maart 2016 is het weer tijd voor de prêt-à-porter collectie, 3 juli tot en met 5 juli 2016, de haute couture, gevolgd wederom door de prêt-à-porter collectie van 27 september tot en met 5 oktober 2016. Zo wisselen de seizoenen zich af, alleen lopen ze in Parijs een jaar vooruit.

Parijs is doordrenkt van mode. Geen enkele winkelstraat is compleet zonder een chique boetiek en geen modebewuste vrouw voelt zich zelfverzekerd zonder een accessoire van een bekend huis. Buitenlandse ontwerpers, modellen en fotografen stromen naar Parijs om zich te laten scholen en, dat vooral, iets op te snuiven van het Franse modebewustzijn. Parijs is en blijft nog altijd synoniem voor mode.

"Haute Couture is the extreme luxury. It is perfection with a unique personality. It has to do with patience and with modern and current times. Haute Couture is a maximum symbol of artisan’s refinement and beauty. This is the beauty and the magic of it"

Karl Lagerfeld


dinsdag 16 februari 2016

LES BAINS PARIS

Een overigens onschuldig rendez-vous bracht mij, tijdens mijn laatste bezoek aan Parijs, naar een van de allernieuwste hotspots. Het scheen al jaren een van de iconen van Parijs te zijn maar is onlangs herrezen. 'Les Bains Douches' of kortweg 'Les Bains Paris' genoemd. Het prachtige pand in Haussmann-stijl is te vinden in het 3e arrondissement aan de rue du Bourg-l'Abbé 6. Geen straat met bijzondere bezienswaardigheden, maar dit is er een!

Het prachtige pand in Haussmann-stijl van Les Bains

Les Bains douches was ooit een befaamde nachtclub tussen 1980 en 2010. Een plek waar je gezien werd en gezien moest worden. Dé ontmoetingsplaats van de high society, show business en internationale kunst. Andy Warhol, Yves Saint-Laurent, Karl Lagerfeld, Naomi Cambell, Kate Moss, Claudia Schiffer, Bono, Prince, David Bowie, Mick Jagger, (en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan, de lijst is eindeloos) waren hier kind aan huis. Van een plek waar beroemdheden zich graag vertonen, tot creatieve broedplaats; 'Les Bains' had het allemaal.

Maar de geschiedenis gaat nog veel verder terug. Het gebouw was ooit een gerenommeerd Parijs badhuis. Een authentiek badhuis uit 1885 en een magistraal stukje architectuur dat in 1978 werd omgebouwd tot nachtclub en concerthal. 1885, vier jaar voor de bouw van de Eiffeltoren, opende François Auguste Guerbois en zijn zoon Albert, de allereerste luxe spa in Parijs; Les Bains Guerbois. Toen al een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en intellectuelen uit die tijd waaronder; Emile Zola, Marcel Proust en Édouard Manet. De vermelding in het parijsgidsje 'Guides Joanne' - Paris-Diamant, uit 1887 (ooit eens gekregen van een van mijn trouwe bloglezers) geeft aan "Guerbois Bains, een zwembad, hammams, Russische zwavelhoudende baden en stoomcabines". Aan het einde van de 19e eeuw wordt de spa een trekpleister voor veel invloedrijke mensen uit de homosexuele scene maar ook voor de marktkoopmannen van de hallen. Een ietwat vreemde combinatie in die tijd.

In 1978 besloten twee jonge Fransmannen, Jacques Renault en zijn partner Fabrice Coat, de toen nog niet zo beroemde Phillippe Starck in te huren om het pand een upgrade te geven. Een van de beroemdste discotheek annex concertzaal - met zwembad - van Parijs  was geboren en opende op 21 december 1978 zijn deuren. Meer dan 3000 mensen zijn aanwezig op de dag van de opening. Depeche Mode gaf hier zijn eerste concert in Frankrijk. In 1984 wordt de club verkocht een Hubert Boukobza en Claude Challe en creëren er een tempel van de nacht inclusief hotel. Elke beroemdheid, op bezoek in Parijs, wordt hier gespot. Dé 'Place to Be' fungeert als decor in vele films; 'Les Nuits de la Pleine Lune' en Frantic van Roman Polanski. Na 1990 begint het verval en verandert de club vele malen van eigenaar. In het begin van 2010 werd het pand met onmiddellijke ingang gesloten omdat de huurder, onder invloed van cocaïne, er een draagmuur en enkele pijlers uit had gesloopt. Een langdurige renovatie volgt.

Les Bains herrijst in 2015 door de vakkundige ingrepen van architecten en designers zoals Vincent Bastie, Tristan Auer en Dennis Montel. Met de renovatie van Les Bains is geluisterd naar de stemmen uit het verleden die nog in het gebouw ronddolen. Het pand is een levendige combinatie van de huidige Parijse tijdgeest en de geschiedenis van het badhuis 'Les Bains Guerbois', getransformeerd tot een luxehotel en een internationale hotspot. Een plek waar elke creatieveling zijn ideeën kan uitvinden en ontwikkelen. Opnieuw een waar icoon in Parijs.

Het nieuwe hotel kent 39 kamers en suites waarvan enkele met privé hammams. Elke kamer is anders en daardoor een eigen karakter en identiteit. Marmeren vloeren, op maat gemaakte meubels en wanden bedekt met vintage album covers geven een soort van rock-'n-roll vibe aan iedere kamer, zodat u zich honderd procent ster kunt voelen. Het paradepaardje is de 'Rockstar suite' met een stoombad, jacuzzi en een oversized king size bed.

De spectaculaire eetzaal, 'La Salle à Manger', kent nog steeds de schaakbord dansvloer ontworpen door Phillipe Starck in 1978. Werkelijk spectaculair zijn de stalactietvormige pilaren in bloedrode tinten die doen denken aan gigantische hangende waterdruppels. Een omgebouwde watertank, 'Le Reservoir', doet dienst als private dining room. Voor u kookt de twee sterren Michelin chef Phillipe Labbé. Een leuk detail is dat de honing, verwerkt in de verschillende gerechten, rechtstreeks komt van de eigen bijenkasten boven op het hotel.

De club van Les Bains is natuurlijk nog steeds het hart van het hotel. Een ontmoetingsplek voor talenten in de muziekindustrie, gast -dj's maar ook dè scene voor concerten, modeshows, vernissages en andere evenementen. De club is geopend van woensdag tot en met zaterdag van 23.00 uur tot 05.00 uur. 

Het legendarische zwembad, uitgevoerd in blauw witte faience tegels, is onveranderd gebleven, zij het met toevoeging van massagestralen die je tegen de stroom doen opzwemmen en een riant bubbelbad. Samen met mijn rendez-vous van die avond filosofeer ik aan de rand van het zwembad over de Romeinse thermen, de eerste Romeinse badhuizen in de tijd dat Parijs nog Lutetia heette. In die grote badhuizen kwam men al om uitgebreid te baden en/of voor de sociale contacten. Deze badhuizen werden vaak aangelegd door de bewindvoerders, in het kader van 'brood en spelen voor het volk'. Zo konden de leiders winnen aan populariteit. De voorzieningen blonken uit in hun luxe en grootte.

Ze stammen uit de 2e eeuw en kwamen in de loop der tijd onder de grond te liggen om pas in 1869 weer herontdekt te worden. De publieke thermen bestonden uit een kleedruimte (apodyterium), waarna men via de koudwaterzaal (frigidarium) en lauwwaterzaal (tepidarium) in de heetwaterzaal (calidarium) kwam. De verwarming vond plaats door middel van een oven waarmee het water voor de bassins en bekkens werd verwarmd en waarvandaan hete lucht onder de vloer en via holle stenen door de wanden werd geleid. Overblijfselen uit die tijd zijn paradoxaal onderdeel van het museum van de middeleeuwen; Musée de Cluny. De restanten van de koudwaterzaal zijn nog te zien aan de noordgevel van het museum aan de Boulevard Saint-Germain. Het was ooit het grootste badhuizencomplex van Lutetia.
Wat weinigen weten is dat de Fransman Théodore Vacquer in de 19e eeuw nog restanten van een Romeins badhuis ontdekte onder het Collège de France tussen de rue des Écoles, rue Valette, rue du Cimetière-Saint-Benoit en de rue Saint-Jacques.

Rondkijkend naar alle luxe waarin ik nu verkeer realiseer ik mij dat Parijs nog steeds 17 officiële gemeentelijke badhuizen kent, 'les bains douches'. De meeste bevinden zich in de buitenste arrondissementen aan de oostkant en aan de zuidkant van Parijs. De douches zijn gratis en afgesteld op maximaal 20 minuten. Sinds de crisis is het aantal dak- en thuislozen die hier dankbaar gebruik van maken behoorlijk opgelopen. Jaarlijks worden er zo'n miljoen douches genomen in de 17 openbare badhuizen. De meeste bezoekers betreffen wijkbewoners, maar je ziet er ook bejaarden, die thuis wel degelijk een douche hebben en bang zijn dat er niemand te hulp schiet als ze daar onverhoopt vallen. Verder veel werklozen en studenten. In de rue des Haies, 20e arrondissement, bevindt zich het oudste nog bestaande openbare badhuis; Buzenval. 100 jaar geleden gebouwd en een van de drukst bezochte badhuizen in Parijs. Zo'n 85.000 mensen per jaar.

Al mijmerend geniet ik van een hemelse warme regendouche. Wie zouden hier allemaal hebben gelegen, Kate Moss, Claudia Schiffer, Laetitia Casta? Wat een unieke sfeer, onnavolgbare Parijse charme. Het zwembad is dagelijks 23 uur geopend van 09.30 en binnenkort beschikt het hotel ook nog over een spa en welness center. De cirkel is weer rond; 1885 - 1978 - 2016

LES BAINS PARIS, 7 Rue du Bourg-l'Abbé, 3e arrondissement, métro Étienne Marcel.

Photography courtesy of Hotel Les Bains Paris

dinsdag 9 februari 2016

PERSOONLIJKE HERINNERINGEN AAN RITZ PARIS

Het doet mij een genoegen wederom een gastblog te mogen plaatsen. Dit keer een blog geschreven door Ton Hilderink. Oud journalist van de Haagse courant, nu fulltime tekstschrijver en redacteur, blogger en eigenaar van de website 'Teksten uit Frankrijk'.
Zijn motto: "Nieuwsgierigheid zit in onze genen. Nieuwsgierigheid zet aan tot verkennen, onderzoeken, leren, willen weten. Noem het belangstelling, interesse, of weetgierigheid. Klinkt minder beladen, is hetzelfde. Nieuwsgierigheid is het grondbeginsel van mijn vak, van mijn teksten en verhalen uit Frankrijk. Lees mijn verhalen. Kom met vragen. Blijf nieuwsgierig". Is getekend, Ton Hilderink.
Dit keer gaat zijn nieuwsgierigheid uit naar het gerestaureerde en nog te openen Ritz Hotel in Parijs.

Dit voorjaar heropent Ritz Paris aan het Place Vendôme zijn deuren. De uitnodigingen zijn verstuurd. Ook ik heb een persoonlijke invitatie ontvangen. Spoedig treed ik in de voetsporen van literaire iconen als Ernest Hemingway en Marcel Proust. Niet gek, voor een bescheiden blogger.

Zelf noemen ze het  'A Legend in Progress',  de 27 maanden durende verbouwing van het Ritz Hotel

Een legendarisch gastenhuis
Op zoek naar een hotelletje in Parijs, land ik op de welkomstpagina van hotel Ritz. Wegens verbouwing gesloten. Ik word virtueel rondgeleid door de renovatiewerkzaamheden en de historie van het legendarische gastenhuis. Hemingway dronk er in de roaring twenties zijn daiquiri. Een stervende Proust, zo gaat het verhaal, stuurde zijn privéchauffeur naar de place Vendôme voor een laatste ‘Ritz-biertje’.
Nog een naam die met Ritz Paris verbonden is: Coco Chanel. De oermoeder van de bob-look betrekt in 1934 een suite en woont daar tot haar dood, in 1971. Haar boetiek stond aan de overkant. Ritz Paris was haar thuis. Nog steeds kiezen modehuizen voor de allure van Ritz Paris om hun nieuwste collectie te tonen aan de fine fleur. In 2012, kort voor de aanvang van de verbouwing, schoten nog magere stoten van Versace in onbetaalbare niemendalletjes door de biljartkamer van de Ritz. De show werd afgesloten in het vermaarde Ritz-restaurant L’Espadon.

Coco Chanel had 35 jaar lang een appartement in het Ritz Hotel en overleed daar in 1971 op 87-jarige leeftijd

Trouwe lezers, potentiële gasten
Story Telling. Waar iedereen een puntje aan kan zuigen. Zou het niet geweldig zijn om daar mijn verhaal aan toe te voegen? Ik stuur een uitgebreide mail naar de pr-manager van Ritz Paris, stel me voor als eigenaar en editor van de in Nederland gretig gelezen weblog 'Teksten uit Frankrijk', beschrijf mijn lezers als niet te veronachtzamen potentiële gasten, en vraag beleefd of men mij op de hoogte wil houden van de voortgang. Ik reken op een officiële uitnodiging en verdiep me alvast verder in de hotelgeschiedenis.

Ritz Paris bestaat sinds 1898. Van oorsprong is het een voornaam herenhuis. César Ritz laat het onder architectuur verbouwen tot hotel. Hij mikt op de high society en royalty van die jaren en voelt de tijdgeest goed aan. Het gastenboek vult zich met grote namen. In de jaren twintig, les années folles, beleeft Ritz Paris hoogtijdagen. In de bar, de eerste hotelbar ter wereld, is het alle dagen feest. Het verhaal gaat dat Hemingway er tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog eigenhandig een paar bruinhemden uit slaat. Echt gebeurd? Geen idee. Feit is dat Hemingway (1899-1961) tot de beste story tellers aller tijden mag worden gerekend. Over Ritz Paris schreef hij: “Als ik droom over mijn leven na de dood, ergens in de hemel, dan vindt de actie altijd plaats in Ritz Paris.”

                     César Ritz die het hotel op 1 juni 1898 opende

Society, royalty, nouveau riche
César Ritz is goed bevriend met August Escoffier, de grondlegger van de klassieke Franse keuken. Dat verleent Ritz Paris ook een ongenaakbare culinaire reputatie. Hoewel de Grand Chef er maar kort zelf kookt, herbergt Ritz Paris wel sinds jaar en dag dé culinaire school van Frankrijk, naar hem vernoemd. In de oorlogsjaren confisqueert de bezetter de kamers en suites. Als ze er eenmaal door Hemingway zijn uitgebonjourd, neemt het hotelleven weer zijn ‘gewone’ gang. Het gastenboek blijft zich vullen met society en royalty, aangevuld met de nouveau riche. In 1979 gaat het hotel uit familiehanden over naar een nieuwe eigenaar, de Egyptische zakenman Mohamed Al-Fayed.

(Me verdiepend in alle verhalen, check ik met potsierlijke, haast neurotische regelmaat mijn mailbox. Waar blijft de informatie? Waar blijft mijn uitnodiging? Zit die pr-manager soms te maffen?)

In 2012 sluit Ritz Paris zijn deuren voor een een grootscheepse renovatie

Een bittere pil
In 2011 krijgt Ritz Paris een bittere pil te slikken. Voor het eerst valt het legendarische hotel buiten de boot bij de uitreiking van het predicaat Palais* – een felbegeerde jaarlijkse onderscheiding, mondjesmaat toegekend door het Franse Bureau voor Toerisme. Ai! Ritz Paris lijkt zijn intuïtie voor de tijdgeest kwijtgeraakt. Met name de ‘techniek’ is hopeloos verouderd. Stel je voor, je huurt een suite van enkele duizenden euro’s en je kunt niet inloggen! In 2012 sluit Ritz Paris zijn deuren. Er wordt een grootscheepse renovatie aangekondigd. Geschatte duur: tweeëneenhalf jaar. Geschatte kosten: € 200 miljoen. Maar de Ritz blijft de Ritz, belooft de directie. Mét zijn majestueuze trappartijen, kroonluchters, wandkleden, klassieke inrichting en afwerking. Voornaam, weelderig. En een tikkeltje snobistisch. Ritzy, ritzier, ritziest, zegt Webster’s Dictionary.

Alle ruimtes in het beroemde hotel worden volledig gestript en zorgvuldig gerestaureerd

Royaltyjacht met dodelijke afloop
De ingrijpende verbouwing wordt meteen aangegrepen om de parkeerfaciliteiten via een speciale tunnel te verbinden met de lobby van het hotel. Dit is geen overbodige luxe. De entree van Ritz Paris is favoriet jachtterrein van paparazzi. Het kostte Diana Frances Spencer, prinses van Wales, op 31 augustus 1998 het leven, nadat ze in het roemruchte hotel een nacht had doorgebracht met haar nieuwe geliefde, Dodi Al-Fayad, zoon van de eigenaar. Voor haar geen licht meer aan het einde van de tunnel. Een dieptepunt in de rijke verhaaltraditie van Ritz Paris.

Enkele maanden nadat ik de pr-manager van Ritz Paris mijn mail heb gestuurd, waarin ik mij voorstel als veelgelezen en -geprezen blogger en mijn lezers als potentiële gasten, komt er een bericht. Ik had de moed al opgegeven. Maar voel meteen een zekere opwinding. Het is een uitnodiging! Op naam! Ik ben van harte welkom, lees ik, om kennis te komen nemen van Paris Ritz nieuwe stijl. Door een kamer te reserveren. Dat kan online. Credit card welkom. Standaard kamers à partir de € 900,-. In het laagseizoen.

Einde verhaal.

Langzaam krijgt het nieuwe interieur vorm


Noot van Paris FvdV
De stad Parijs kent eenenzestig 5-sterren hotels. Wat weinigen weten is dat Frankrijk lange tijd een van de weinige landen was waar de  5-sterren categorie niet bestond. Om niet uit de pas te lopen is deze categorie pas laat in Frankrijk geïntroduceerd. De Fransen zouden de Fransen niet zijn als zij daar niet iets extras aan zouden toevoegen. In 2010 introduceerde de Franse Minister voor Tourisme de toevoeging 'Palace' als erkenning aan de meest prestigieuze 5-sterren hotels, omdat men in de wereld geen 6-sterren toekenning kent.
Een 'Palace' hotel wordt je niet zomaar. Een belangrijke rol speelt de ligging ,karakter, luxe en geschiedenis van het hotel, maar ook de duurzaamheid. De betrokkenheid, hoeveelheid en kwaliteit van het personeel en last but not least de gastronomie. Verder moet het instituut financieel gezond zijn en een belangrijke bijdrage leveren aan de verbreiding van de Franse cultuur.
Parijs kende voor die tijd al een categorie zelf benoemde Palace hotels waaronder de Ritz, Crillon, George V, Le Bristol, Plaza Athénée en Le Meurice. De regels waren toen de grandeur, de geschiedenis, het hebben van een grote hoeveelheid suites, een gastronomisch restaurant en een personeel ratio van 3:1. Drie man personeel op elke gast.

Uitzicht vanuit de luxe suites op de place Vendôme waar de steigers inmiddels zijn verdwenen

U kunt zich de commotie voorstellen toen in mei 2011 de officiële door de overheid goedgekeurde lijst naar buiten kwam, waar de Ritz, het Crillon en de George V niet op de lijst voorkwamen maar wel het pas in 2002 geopende Park Hyatt Paris-Vendôme. Dit hotel had een geschiedenis van nog geen tien jaar, schande! En dan te bedenken dat het George V net 20 miljoen euro had gespendeerd aan het opnieuw inrichten van alle kamers.

De werkelijke oorzaak was dat deze hotels al veel te lang teerden op hun naam en geschiedenis van welgestelde, beroemde gasten uit het verre verleden. Hun status was inmiddels overgenomen door de vestiging van gerenommeerde Oosterse hotels waaronder het Mandarin Oriental en het super luxe Shangri-la hotel. Het afgegeven signaal door de Franse overheid was overduidelijk. Een maand later sloot De Ritz haar deuren voor een verbouwing van 27 maanden. Even later kondigde het Crillon haar sluiting aan voor een verbouwing van 100 miljoen euro. (Dit hotel had niet eens een zwembad) Maar ook Le Meurice en het Plaza Athénée sloten hun deuren voor een rigoureuze opknapbeurt. De laatste twee zijn inmiddels al weer geopend en de verwachting is dat De Ritz opent in maart 2016 en Het Crillon in het najaar van 2016.

Totaal gerenoveerd wacht het hotel op de 'Grand Opening' en eerherstel

De vraag is en blijft of zij hun status gaan terug verdienen want inmiddels is er sinds 1 augustus 2014 weer een nieuwe kaper op de kust: Het Peninsula hotel aan de avenue Kléber. 200 super de luxe kamers en 34 spectaculaire suites. Volgens insiders in de hotelwereld, de mooiste suites van de stad.   Het hotel is gevestigd in een met zeer veel zorg gerestaureerd stadspaleis uit de 19de eeuw.

Het Shangri-La Parijs is de eerste vestiging in Europa van het consortium 'Shangri-La Hotels and Resorts'. Het hotel opende zijn deuren op 17 december 2010 in het vroegere paleis van Prins Roland Bonaparte. Het hotel heeft 101 kamers waaronder 36 suites met een grootte van 50 m² tot 300 m² allen uitkijkend op de Eiffeltoren. 2 restaurants, een met een Franse keuken voorzien van 2 sterren Michelin en een Kantonees restaurant met eveneens een Michelin ster.

Het Mandarin Oriental heeft 138 slaapkamers en suites waaronder  de grootste van Parijs. Niets is aan het toeval overgelaten en verbouwd onder leiding van door top architect Jean-Michel Wilmotte en ingericht door Sybille de Margerie. Patrick Jouin and Sanjit Manku namen de inrichting van de bar en de twee restaurants voor hun rekening.

Op dit moment, februari 2016, kent Frankrijk slechts 16 hotels met het Palace label waarvan 8 hotels in Parijs: Le Bristol, George V, Le Meurice, Le Park Hyatt Paris-Vendôme, Le Plaza Athénée, Le Royal Monceau, Shangri-La en het Mandarin Oriental.


Ritz Paris*****
15 Place Vendôme, 1e arrondissement, vanaf € 1100 per nacht (beschikbaarheid vanaf 1 juni 2016)

Le Bristol Paris***** Palace
112 rue du Faubourg Saint-Honoré, 8e arrondissement, vanaf € 730 per nacht

Hôtel Four Seasons George V Paris***** Palace
31, avenue George V, 8e arrondissement, vanaf € 1090 per nacht

Hôtel Le Meurice***** Palace
228 rue de Rivoli, 1e arrondissement, vanaf € 830 per nacht

Le Park Hyatt Paris Vendôme***** Palace
5 Rue de la Paix, 2e arrondissement, vanaf € 615 per nacht

Hôtel Plaza Athénée***** Palace
25 Avenue Montaigne, 8e arrondissement, vanaf € 950 per nacht

Hôtel Le Royal Monceau - Raffles Paris***** Palace
37 avenue Hoche, 8e arrondissement, vanaf € 860 per nacht

Shangri-La Hotel, Paris***** Palace
10, avenue d'Iéna, 16e arrondissement, vanaf € 1045 per nacht

Hôtel Mandarin Oriental Paris***** Palace
251, rue Saint Honoré, 1e arrondissement, vanaf € 925 per nacht


Prijzen op basis van 'best available rate' februari 2016

All Photo's courtesy of The Ritz Paris